Dagboek Tokyo van kamprechter Tom van der Lelij

20, 21 en 22 juli


Kamprechter Tom van er Lelij houdt ons in woord en beeld op de hoogte van achter de schermen van de Olympische Spelen. Hij is een van de 20 kamprechters.


Donderdag 22 juli: wennen aan innovaties, practise starts

Blik vanuit de aligneurshut op de startpontons – met vooraan de Nederlandse vrouwen vierzonder

De derde dag sinds vertrek. Het blijkt allemaal toch wat vermoeiender dan verwacht. Ik kom moeilijk mijn bed uit en een ontbijt zit er niet meer in. Gelukkig heb ik wat eten van huis meegenomen, dus pak ik wat crackers en wat kaas waarmee ik de ochtend wel doorkom.

Dagelijks moeten we temperaturen en die invullen in de OCHA-app samen met vragen of je snottert, hoest, keelpijn of iets anders hebt. Ik bemerk wel kleine verschillen, maar ik vind het niets om mij zorgen over te maken. Mijn ouderwetse thermometer van thuis geeft 35 graden aan en kost veel tijd. Voortaan meet ik mijn temperatuur op weg naar de bus bij de ingang van het hotel. Daar staat een apparaat met een klein beeldscherm dat  je temperatuur meet als je binnenkomt: gepiept in luttele seconden! Deze geeft een geruststellende lage 36 graden weer. Dat is mooi. In de bus voer ik de gegevens dan wel in.

Buiten staat een bus klaar waar Rowing op staat. Ik stap in, maar hij is niet erg vol: waar is iedereen? Dit voelt niet goed. Gelukkig weet een collega kamprechter als ik al een tijdje in de bus zit, dat deze niet naar de baan gaat. Deze bus brengt de mensen die vertraagd zijn aangekomen in Tokyo naar het Uniform en Accreditatie Centrum. Maar waar is mijn bus van 7.05 dan? Alle dagen blijkt er een bus om 7.05 te vertrekken, behalve vandaag. De 7.05 bus ging al om 6.50 uur. Scherp blijven blijft belangrijk! Iemand had het nog wel kort voor vertrek gemeld in de appgroep voor de juryleden, maar dat had ik gemist. Gelukkig is er om 7.20 nog een bus naar de baan. Daar blijk ik niet de enige te zijn geweest, meer collega’s waren verrast.

Op weg naar de baan lees ik dat een van de ondersteunende kamprechters (NTO’s: National Technical Officers) positief is getest. Een paar mensen in de omgeving moeten preventief in isolatie waaronder één kamprechter uit de jury (ITO: International Technical Officer). De volgende  stap is een PCR-test die moet aantonen dat de positieve test klopt. We hopen het beste, maar vrezen het ergste. In de jury room staan de stoelen nog iets verder uit elkaar dan gisteren. De schrik zit er goed in, maar het toernooi gaat door.

Jurymeeting 2: alle stoelen nog verder uit elkaar

In de meeting krijgen we een interessante uitleg over de werking van de laatste nieuwe ontwikkeling bij Polaritas het bedrijf dat de startschoenen [het startsysteem, red.] verhuurt en installeert voor dit soort toptoernooien (https://www.polaritas.com/products-and-services/automatic-starting-system/). Als je nu hard tegen de kap van de startschoen duwt klapt deze onder water, waardoor taferelen zoals eerder bij de EK 2018 in Schotland, roeiers bespaard zullen blijven. Toen kwamen skiffs met een forse schade bovenop de kap van de startschoenen terecht doordat die niet naar beneden gingen. Zoals ik gisteren al meldde was het (alleen) de Nederlandse W4- die met deze nieuwste ontwikkeling heeft kennisgemaakt. Now we know why!


Inmiddels is bekend dat we als startteam van gisteren ook vandaag en morgen op de start staan. De Jurypresident en voorzitter van de Umpiring Commission Patrick Rombaut wil door continuïteit in het begin een goed begin van het toernooi realiseren. Daarna zullen we ook gaan rouleren over de andere functies. Omdat Deense collega Flemming Gaur en ik gisteren al hebben gestart is de beurt nu aan Duitse collega Rolf Warnke. Zoals altijd is het de tweede dag veel drukker, dus de opgave is zoveel mogelijk starts in het komende uur uit te voeren, de ploegen een optimaal startgevoel te geven en de wachttijd voor de ploegen zo kort mogelijk te houden. Starters, lokale bemanningen op de vlotten, de Japanse aligner en ik als judge at the start doen onze stinkende best om alles snel en goed uit te voeren. Ploegen die vooraan liggen worden geïdentificeerd door de assistent-starter waarna de starter ze een baan toewijst. Vanuit de alignershut anticiperen we daarop door het ponton alvast aan te passen aan de bootlengte die aan een baan wordt toegewezen. Door de diversiteit van de ploegen betekent dat op iedere baan van 8 naar skiff en van 2 naar 4 en weer terug.
Als alle ploegen aan de pontons liggen moet de punt ruim achter de startlijn liggen om de startschoen veilig omhoog te laten komen zonder de boot te beschadigen. Daarna kan de boot in de startschoen worden geduwd/geroeid, waarbij de boeg van iedere boot scherp moet zijn of de punt wel voor de schoen ligt. De Japanse ‘boatholders’ zijn nog wat onervaren en proberen we nog wat tips mee te geven: het verschuiven van de boot hoeft niet alleen met het ponton, maar kan ook door het verplaatsen van je handen. Het is wennen maar het wordt wel opgepakt. De vaart komt er steeds meer in. Uiteindelijk weten bijna iedere 3 minuten een uur lang 5 boten weg te starten. De Technical Delegates van FISA, Svetla Otzetova en Eva Szantos, voorzitter Events Commission zijn best tevreden, maar er is natuurlijk altijd ruimte voor verbetering.


Na de practise starts mag ik nog zo’n 2 uur de spare races starten. Eerst 6 races in de vorm van een time trial. Doordat de meeste ploegen nog nooit time trial hebben gevaren loopt het eerst niet zo soepel, maar door snel wat aanpassingen door te voeren komen we in een lekker ritme. Na 50 minuten varen dezelfde ploegen nogmaals in dezelfde heatsamenstelling twee kilometer boord aan boord.

Daar krijgen we tijdens de start een andere innovatie om mee te dealen: in plaats van rust en stilte worden de ploegen aan de start live geïntroduceerd door het communicatieteam dat ook de videostreaming doet. Dat is nog wel een dingetje. Doordat de ploegen finishen als wij bijna gaan starten worden de ploegen te veel gestoord in het reguliere startritme van 2 minuten, concentratie, roll call, attention en go. Op zich een begrijpelijke innovatie, maar daar moet nog wat op doorontwikkeld worden!


Woensdag 21 juli: kennismaking, baanverkenning, juryvergadering

De eerste juryvergadering is om 8.30, de bus vertrekt om 7.05. Wekkertje gaat om 5.50. Even wat oefeningen, aankleden en naar het ontbijt. Een enorme hal waar we gesepareerd kunnen eten door de inmiddels normaal geworden spatschermen. Naar de bus die strak op tijd naar de baan vertrekt. Daar eerst de veiligheidsprocedure door: temperatuur en dan tassencontrole. Na een goedendag op het FISA-kantoor bij onder meer executive-director van FISA Matt Smith, regattamanager Nathalie Philips die gedetacheerd vanuit FISA inmiddels een paar jaar in Tokyo woont om dit Olympische roeitoernooi voor te bereiden met de lokale mensen en de Nederlandse Lotte Vloedmans die na haar ervaringen op de WK 2014 Amsterdam en haar studie via FISA en vervolgopleiding in Japan bij de Japanse organisatie van het roeien terecht is gekomen en inmiddels ruim vier jaar daar verblijft.
Daarna naar de zaal voor de eerste jurymeeting. In de pigeonholes (postvakken) liggen voor de juryleden de eerste hebbedingen klaar, terwijl we nog niets gedaan hebben! Een roeipin (voor de verzamelaars), een pen en een waaier. We krijgen ook een soort vestje waarin we icepacks kunnen doen.

Tijdens de juryvergadering doen we een kennismaking waarna we de baan rondgaan voor de baaninspectie om alles goed te leren kennen. Samen met twee collega’s word ik ingedeeld op de start. Nog even de bladen doornemen tot in de late uurtjes was toch een goede investering! Onze vesten gevuld met icepacks vertrekken we bij een temperatuur van 30 graden naar de start. Daar aangekomen zie we een paar Nederlandse dames ploegen waaronder de W2x en de W4-. De dames 4- wordt te ver in de startschoenen geduwd waardoor alleen in hun baan de startschoen naar beneden schiet. Dat betekent dat alle schoenen naar beneden moeten en de hele installatie opnieuw omhoog moet worden gebracht. We blijven kalm en met wat vertraging komen ze allemaal goed weg.
Met zijn drieën weten we ook de exotische landen goed te identificeren en het uurtje is zo voorbij. Jammer. Al met al een aardig begin, met nog wat opstartproblemen, maar dat is gebruikelijk in de beginfase van iedere wedstrijd. De komende dagen gaat dat met hard werken van een ieder vanzelf gesmeerd lopen.


Tijdens de lunch schuif ik even aan bij Hessel Evertse. Ook de roeiploeg heeft zo zijn uitdagingen, maar de sfeer is goed. It giet oan! ‘s Middags is er niet zo veel meer te doen dus we hangen wat gezellig rond en ik knap een uiltje. Als uitsmijter is er een ontmoeting van alle FISA-mensen (onder meer afgevaardigden van alle FISA-commissies die daar een rol hebben, de mensen van het FISA-kantoor uit Zwitserland en de juryleden) en de lokale organisatoren. Dat is handig want op zo’n wedstrijd werkt het ‘t best als je elkaar kent/makkelijk kunt vinden. Normaal met drankje en hapje, maar nu kaal en in de buitenlucht voor de enorme overdekte tribune. Het is niet anders. Daarna moet ik opletten dat ik niet de bus mis, want er arriveert weer een kamprechter uit de VS waar ik bijna te lang mee sta te praten. Precies op het tweeminutensignaal stap ik in de bus.
De eerste dag zit erop. Ondanks alle beperkingen merk ik dat ik toch positiever ben dan waarop ik me had ingesteld. Dat belooft wat voor de komende dagen!


Dinsdag 20 juli: aankomst

Na landing duurde het 8 uur voor we bij het hotel waren. Daar was het handen ontsmetten en temperatuur meten. Na incheck direct naar het Uniform & Accreditation Center (UAC) waar we onze kleding in ontvangst nemen: een sportieve en een nette set. De broek moest wat ingekort en het jasje mocht wat kleiner, maar verder klopten de vier maanden geleden opgegeven maten aardig.
Bepakt en bezakt terug naar het hotel voor een maaltijd in het enige restaurant waar we als buitenlander in mogen (geen mixen met de Japanners!). Overal waar we eten staat tussen ons en de overbuurman een spatscherm zodat de kans op besmetting wordt verminderd. Alleen tijdens het eten worden de mondkapjes afgedaan.
Terug in het hotel nog even de bladen bestuderen van de 80 deelnemende landen. Morgen namelijk practise starts en als je dan op de start staat moet je wel bladen van landen kennen als Qatar, Saoedi Arabië en Vanuatu. Wanneer zie je die nu op een reguliere FISA-wedstrijd? Niet vaak.


Naar het Olympisch dorp

OProeien toen – aflevering 42
Door Jan Op | 22 juli 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het is 1952. Jan Op den Velde gaat met zijn Laga naar de Olympische Spelen in Helsinki.

Olympische kleding: bij v.d. Brul in Den Haag. Wat zijn de kleuren? Nee, niet wat men verwacht. Onze jasjes zijn helblauw! De dames een witte blouse en een grijze rok erbij. De heren een wit overhemd en een grijze broek. Op het overhemd een glimmend grijze das (later dankbaar gebruik van gemaakt bij mijn jaquet).
Als extra versiering een witte pet voor de heren. En dan is het raden welk land wij vertegenwoordigen. Dan moet je goed kijken want rechts op het jasje is een gewapende leeuw op een heel klein stukje oranje vast gemaakt. (Mijn leeuw heeft de tand des tijds niet kunnen verslaan). Wij krijgen een oranje (meer geel) roeihemd. Met mouwtjes.

Onze boten, weer goed ingepakt, gaan per schip naar Helsinki. Dus zijn we een paar dagen nog in Delft en aangewezen op een 4+. De KLM heeft een heel toestel, “De Viegende Hollander”, voor delen van de totale equipe geregeld, ca. 30 passagiers per vlucht.

Eerder zijn al andere ploegen vertrokken. Opvallend is dat andere bonden (voetbal bijvoorbeeld) met veel begeleiders eerder zijn vertrokken. Wij hebben zelfs geen bootsman mee mogen nemen (cruciaal, zo is gebleken). De coach van Rob van Mesdag is tot bootsman opgeklommen maar heeft geen stuk gereedschap meegenomen.

We maken een tussenlanding in Stockholm, Helsinki is te ver om er direct heen te vliegen. Terwijl het vliegtuig een grondige inspectie ondergaat en de brandstoftanks worden gevuld, gaan wij de stad in. Aankomst in Helsinki per splinternieuwe landingsbaan (aangelegd door met werkstraf veroordeelde drankgebruikers terwijl Finland is drooggelegd). Wachten op onze bagage. Ik sta toevallig naast Fannie Blankers-Koen. Beroemd vanwege haar rij blikken op de OS in Londen. Enorme belangstelling van de pers. Een fotograaf vraagt mij om met veel belangstelling naar een paar hardloopschoenen van Fannie te kijken. Dat doe ik braaf. Maar de foto nooit gekregen.

Voor de deelnemers is een aantal flatgebouwen neergezet. Die zullen na afloop beschikbaar zijn als normale woningen. De roeiploeg -zonder begeleiders- kan net in een woning. De 4+ in de zitkamer, wij, de vierzonder, in de “grote” slaapkamer en de 2- + 1x in de “kleine” slaapkamer.

Het Olympische dorp bestaat uit twee delen. Het ene deel achter het (IJzeren) Gordijn, het andere ervoor. De scheiding is een streng bewaakt hoog hek met prikkeldraad. Oefenen en spelen door deze deelnemers onder strenge bewaking. Geen enkele deelnemer mag ontsnappen naar de vrije wereld. De prestaties zijn formidabel(!!). Al met al een angstwekkende ervaring zo dicht bij de scheiding tussen West en Oost.           

De roeibaan is oorspronkelijk aangelegd in de buurt van Helsinki maar afgekeurd door de FISA. Op korte termijn een andere locatie vinden is lastig. Ten slotte wordt geaccepteerd dat de baan wordt uitgezet op open water tussen een aantal rotseilanden. De Oostzee is naast de deur en heeft invloed op de baan. Zoals deining en windgolven.

Maar eerst nog wat voorzieningen. Ons onderdak al gemeld: flatgebouwen. De ”botenloodsen” zijn grote tenten. Evenals het “restaurant”.

Ik ben te snel naar Helsinki vertrokken (in deze verhaaltjes). Een niet te geloven gebeurtenis mag niet onvermeld blijven. We worden (toen) op ons 21ste  “meerderjarig”.  Het lukt mij om net op tijd 21 te zijn. Een paar dagen voor onze eerste start (16 juli) in de voorwedstrijden. Maar Ruud (3) wordt pas 21 op 24 juli, Dat is bij de eerste start nog “minderjarig”. Dat betekent dat hij toestemming van zijn vader nodig heeft om deel te mogen nemen aan de Olympische Spelen.

Gelukkig werkt zijn vader gaarne mee aan deze wettelijke verplichting. 


On The Record: Onze weg naar Tokio

Roeisters Marieke Keijser (24), Ymkje Clevering (25) en Roos de Jong (27) zijn nu in Tokio om daar hun olympische droom te verwezenlijken.

Deze drie vrouwen van het ANRT, die tevens huisgenoten zijn, hebben de afgelopen twee jaar de hoogte- en dieptepunten in hun voorbereidingen naar de Olympische Spelen gedeeld vanuit hun ‘dagboekkamer’.

Via de AVROTROS mini-serie ‘On The Record: Onze weg naar Tokio’ krijg je een kijkje in het leven van deze drie topsporters op weg naar de allerbelangrijkste wedstrijd van hun leven. In de eerste drie afleveringen van deze serie zie je de weg die de drie roeisters afleggen naar Tokio.
De eerste drie afleveringen staan nu online.

Aflevering 1: Nachtmerrie wordt werkelijkheid 

Kunnen Marieke, Ymkje en Roos de knop omzetten wanneer heel Nederland op slot gaat vanwege het coronavirus, het Olympisch Trainingscentrum sluit en de Spelen uiteindelijk worden verplaatst?

Aflevering 2: Olympische droom voorbij?

Ymkje valt hard tijdens het mountainbiken. Ze zet alles op alles om op tijd fit te zijn voor de Olympische selecties, maar herstelt ze snel genoeg?

Aflevering 3: Op tijd fit voor Tokio? 

Een nieuw Olympisch jaar breekt aan. Waar uitstel voor de één een vloek blijkt, is het voor de ander een zegen. Gaat het lukken om met zijn drieën naar de spelen in Tokio te gaan?

In de vierde aflevering, die na hun olympische avontuur verschijnt, zullen we zien of hun missie geslaagd is.


Laga-vierzonder naar de Olympische Spelen!

OProeien toen – aflevering 41
Tekst en tekeningen Jan Op | 15 juli 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Probleem! Kwalificatie mislukt [zie vorige aflevering]. Alle “rechters” en bestuur NRB [de Roeibond, voordat die koninklijk was, red.] in conclaaf. En er speelt nog een probleem. De NRB heeft op bevel van het Nationaal Olympisch Comité al vroeg in het jaar op moeten geven welke ploegen naar de Olympische Spelen zullen worden afgevaardigd Dat in verband met het budget.

Dus heeft de Roeibond (op grond waarvan?) de skiff (Rob van Mesdag), de 2- (Triton), en de 4+ (Nereus) opgegeven.

Nu duidelijk is dat in de 4- grote (blik-)kanshebbers zitten en de Roeibond een 4- wil toevoegen aan de al vaststaande equipe, is daarvoor geen geld beschikbaar. Als Laga zich kwalificeert heeft Oud-Laga een goed gevulde kas.

Om het kwalificeren toch mogelijk te maken kan dat niet tijdens de volgende wedstrijd. Dat zijn de Nationale Kampioenschappen die plaats vinden als de OS al zijn begonnen. De enige mogelijkheid is het volgende weekeinde, 29 juni 1952. Maar dan is de Bosbaan bezet door de Kanobond. Deze bond is bereid om in de pauze de “trial” toe te staan. We hebben dus nog een week om klaar te zijn voor de eindstrijd.

Onze boot blijft op de Bosbaan en wij pendelen tussen Delft en Bosbaan. Geen beste manier om fit in de boot te stappen. Pakje boterhammen mee in de trein en nog een stukje lopen van de laatste halte van de tram (bij het Olympisch stadion) naar de Bosbaan. Waar we ’s avonds eten en de ingrediënten van het diner is niet meer terug te vinden in mijn geheugen. Het zal nu met enige verbazing (verbijstering?) worden gelezen. Ik vermoed dat we niet elke dag op die manier trainden. In Delft, bij gebrek aan nog een 4-, mogelijk in een 4+.

De dag, 29 juni 1952, staat er een briesje mee over de Bosbaan. Het is zonnig. We hebben het nog nooit zo druk gezien op de volgweg. Vrijwel alle leden van WIII en Laga zijn met fiets aanwezig. Er is nauwelijks plek voor de auto’s van Hoge Heren (nog geen Hoge Dames) en verslaggevers. We liggen nu op de boeien 2 en 4.

De kano’s op land opgeslagen, WIII en wij aan de start. Ik weet niet meer of de OS een onderdeel uitmaakt van onze motivatie. Ik denk het niet. Wij zijn opgevoed met elke wedstrijd winnen. Ook vandaag. Ik neem wat tekst over uit de krant:

Met deze prachtige race kregen de moeilijkheden (van vorige week) een sportieve oplossing. Beide ploegen toonden dat zij uitzonderlijk snel waren en op internationaal niveau staan. Laga won omdat het na een voortreffelijk gelukte start keihard doorging (1000m in 3.07) en op de ploeg van WIII voldoende voorsprong nam om zelf tot rustig roeien te komen en de nerveuze Amsterdammers geen gelegenheid tot kalmeren te geven.

Omtrent de 1500m, toen WIII omhoog ging voor de laatste aanval, ging het bij Laga even rammelen (niet waar), het sturen werd minder (jammer, want bij een rechte koers was de ploeg onder de 6’30” gekomen) en WIII, dat na een matige eerste helft zijn ritme hervonden had, liep hard in. Maar niet verder dan driekwart lengte want op de laatste 150 meter herstelde Laga zich voortreffelijk en ving de aanval van de Amsterdammers goed op.
Het prachtige roeien van de ploeg toonde aan dat haar kwaliteit uitging boven die van de ploegen die de laatste jaren ons land vertegenwoordigden. Tijd: 6’30.2” , WIII: 6’31.7”.

(Onze tijd heeft vele jaren onbereikbaar op de recordlijst gestaan).

[Hier maak ik even een sprong van ca 40 jaren. Ik sta samen met Rob Jansen, de boeg van die WIII-vier, aan de bar bij WIII (koffie!). Even verder zit Helmers, de coach van de concurrent. Rob roept hem erbij en vraagt of hij mij nog kent: ”Je weet wel van de Laga-vier. Ja van die ploeg die drugs gebruikte. Ze stortten in bij de finish”. Hij weet blijkbaar niet dat we zijn opgevoed om te winnen met 100% (of meer) inspanning. Van “drugs” hadden we nog nooit gehoord].

We zijn onder de hoede van het NOC gekomen. Er is haast geboden want er moeten de nodige handelingen worden verricht. Zoals een Olympisch pak. Daarvoor gaan we naar Den Haag. Want voor alle kleding wordt de maat genomen om er “netjes” uit te zien. Behalve voor ondergoed, sokken en schoenen. Het moet niet te duur worden.

Dan wordt een ontdekking gedaan die aantoont dat we de juiste eenheid vormen. Onze maten (voor de kleding) zijn allemaal gelijk.

Lees volgende week verder!


We laten Willem III niet voorgaan!

OProeien toen – aflevering 40
Tekst en tekeningen Jan Op | 8 juli 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het is nog steeds 1952

We liggen aan de start. 4- op het Nereuslustrum. Willem III onze enige tegenstander. Eerder van gewonnen maar vorige keer verloren! Dat zal niet weer gebeuren. We laten WIII niet voorgaan. Dat het om de kwalificatie voor de Olympische Spelen gaat speelt nauwelijks een rol. Zeker niet voor mij. De motivatie is zoals altijd: winnen. Wat daarna komt zien we dan wel weer. Uit de annalen:

Bij de start is WIII ons iets te vlug af. Of Kees ons iets meer naar het midden stuurt vanwege de slechte boei 1? Het resultaat is dat we WIII hinderen en dat de strijd op last van de kamprechter wordt gestaakt. We zijn al op 500 meter en te ver weg om opnieuw te mogen starten. Wij worden gediskwalificeerd. Normaal gesproken vaart de andere ploeg naar de finish en heeft het blik op zak.

Maar dit is niet zomaar een wedstrijd! Heeft WIII zich nu gekwalificeerd voor de OS? Beide ploegen liggen te wachten op het oordeel dat de Technische Commissie zal vellen. De karavaan op de volgweg staat plotseling stil. Vol met vraagtekens. Slechts het ruisen van de wind in de hoge populieren en het gekabbel van de golven tegen de boot is hoorbaar. De kamprechter en de Technische Commissie zitten onder hoogspanning in hun auto. Reglementair heeft WIII gewonnen (moeten ze nog wel de finish passeren). Maar zich niet gekwalificeerd. Oordeel: opnieuw starten. Het kwalificeren gaat blijkbaar boven de spelregels van het roeien.

Naar de start. Kamprechter en mede-rechters hebben ingezien dat op boeien 1 en 2 varen niet verstandig is. We starten nu op boei 2 en 4. De krant:

Dat tot overroeien werd besloten was begrijpelijk doch waar de aanvaring op ongeveer 600 meter plaatsvond en beide ploegen reeds veel lichamelijke en geestelijke energie hadden verbruikt lijkt mij de beslissing dit overroeien onmiddellijk te laten geschieden, gezien de bedoeling van de race, onjuist. De tweede race kreeg een dramatisch einde…

We starten dus opnieuw. Onder dezelfde weersomstandigheden. Zonder dat te weten: op boei 2 meer stroom tegen. Dat is geen excuus om op ca 1000 meter een lengte achter te liggen. Ik (geef op twee de commando’s, beter te horen door de anderen en met “internationale” ervaring) geef het commando om 30 halen met nog meer kracht en in hoger tempo te maken. En verd… we lopen in. En dan gebeurt er iets onwaarschijnlijks. Plotseling varen wij WIII met een rotgang voorbij!! Ze liggen stil. De twee is afgeknapt. We hebben geen medelijden en varen door. Maar…. we waren gediskwalificeerd. Het opnieuw starten is buiten de roeiregels gebeurd. Dus hebben we niet gewonnen. (Een speciale vraag voor het kamprechtersexamen?).

Geen kwalificatie voor de Olympische Spelen. Echter… beide ploegen zijn van “OS.-kwaliteit”. Een speciaal probleem voor de Roeibond. En er speelt nog meer een rol.

Lees volgende week verder!

Digitale bijlagen bij Roei! 44 | juni 2021


Roei! 44 pagina 20-27

Olympische Roei!gids

In de nummers 35 tot en met 44 van Roei! hebben we roeiers uit net nationale roeiteam geïnterviewd. Die interviews hebben we gebundeld.
We hebben de ploegensamenstellingen toegevoegd. En het tijdschema van het roeitoernooi, dat van 23 tot en met 30 juli gehouden wordt.

Dat allemaal is nu als Olympische Roei!gids te lezen en te downloaden. Gratis, van het blad voor alle roeiers. Je vindt hem hier.


Roei! 44 pagina 36-39

Het fotoboek van Ernst de Jonge

In de nalatenschap van Jan Maurits de Jonge, die in 2017 overleed en mede-oprichter was van Roei!, kreeg Het Roeimuseum inzage in het olympische fotoboek uit 1936 van Ernst de Jonge.
Ernst was een oom van Jan Maurits. Namens Njord nam hij dat jaar in Berlijn deel aan de Olympische Spelen in de twee-met-stuurman.
De Jonge overleefde als geheim agent de oorlog niet en werd later bekend door het boek Soldaat van Oranje.
In dit nummer van Roei! staat het verhaal van Ernst en zijn ploeggenoten in Berlijn. Het hele fotoboek is te zien in Het Roeimuseum.


RV Harder opgericht

In Harderwijk is op zaterdag 19 juni roeivereniging Harder officieel opgericht. Het roeiwater is het Wolderwijd en het Veluwemeer, een mooi gebied voor coastal roeien waar de vereniging zich in specialiseert. De vereniging heeft al drie boten, dat is het belangrijkste. Er is nog geen plek gevonden voor een clubgebouw. Op de foto duwt Marcel Companjen, de Harderwijkse wethouder van Sport, de eerste boot van de nieuwe club, de van KNZ&RV overgenomen Amalia, af als symbolische start van de RV Harder.

Foto Michael Meijburg

We roeien weer!

Door Kees Verweel | 19 juni 2021

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de zesriemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Na 9 maanden coronapauze roeit de Nederlandse sloeproeivloot inmiddels alweer twee weken! De social media stroomden 5 juni vol met berichten van teams die eindelijk weer aan de riemen mochten. Heel veel blije gezichten, en foto’s van de eerste blaren, prachtig!

Onze eerste trainingen werkten we zondag de 6e af. De dames trapten af, aangevuld met een paar heren om de boot vol te krijgen. En aansluitend gingen de heren hun eerste rondje doen. Toch een beetje vreemd om ineens schouder aan schouder met een ‘vreemde’ te zitten, maar dat gevoel was binnen vijf minuten weg. Zalig om weer die riemen door het water te zien glijden, mooi in cadans. Top om weer die spieren te voelen! We kunnen eindelijk weer verder gaan vanaf het punt waar we moesten stoppen; conditie opbouwen, nieuwe leden werven en kilometers maken. We zijn weer lekker twee keer per week op het Veerse Meer te vinden. De persconferentie van gisteren doet er nog een schepje bovenop want er mogen vanaf 26 juni ook weer wedstrijden georganiseerd worden, dus waarschijnlijk kunnen we binnenkort ook eindelijk onze eerste race tegen andere sloepen gaan roeien. En dus ook weer andere teams ontmoeten, voor mij is dat inmiddels 21 maanden geleden!

Laten we hopen dat er tijdens de vakantieperiode geen vervelende coronamutanten mee terugkomen naar Nederland, en dat we het resterende seizoen elkaar weer vaak zullen treffen op of bij het water. Op 2 mei 2020 schreef ik mijn eerste bijdrage over sloeproeien tijdens de coronacrisis, vandaag nummer 52 en een mooi moment om hiermee de reeks af te sluiten.

Ik wens iedereen heel veel roeiplezier toe tijdens jullie trainingen, toertochten en wedstrijden!