OProeien toen – 12

Door Jan Op | 20 oktober 2020


Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.

Onze volgende wedstrijd is de ‘Koninklijke’ op de Bosbaan. Voor mij de eerste keer op een “echte” baan.

Natuurlijk trainen we intensief in Delft. Nu onder de leiding van de coach van de Oude Vier, Jan tK – de toevoeging is nodig om onderscheid te maken tussen alle andere Jannen. Daarom heet ik Jan OP. Onze coach, Piet, heeft blijkbaar meer “gevoel” voor een goede HAAL. Het coachen draaide om eigen inzicht. Van enige opleiding is geen sprake. Ook niet bij andere verenigingen. Als alle ploegen eenkleurig zouden zijn is duidelijk te zien welke roeiers tot welke vereniging horen.

Het reizen naar de Bosbaan gaat per trein, tram (tot de laatste halte, het Stadionplein) en de rest lopend. Auto’s zijn dun bezaaid. Alleen gefortuneerden kunnen zich er een veroorloven.
Een jaargenoot heeft ook een auto of wat daarvoor door moet gaan. Hij wil hem al snel weer verkopen. Maar eerst moeten de gaten in de bodem worden gedicht. Met stukken lood en van onder flink vuil gemaakt. Het is de vraag of dit wrak ooit de Bosbaan zou bereiken.

Het betreden van de Bosbaan kan alleen met een kaart. Voor ingeschreven roeiers gratis. Toeschouwers en fanatieke aanhangers moeten betalen. Hoewel… door het hek naast de botenloods kan je de kaart aan een bewonderaar geven. Als deze gratis de controle is gepasseerd krijg je hem weer terug. Eventueel ook weer bestemd voor een volgende klant. Later bleek de opbrengst achter te blijven bij de kosten van de controleurs. Nu kan men zomaar naar binnen. Het botenterrein is nu wel afgesloten en wordt door onbetaalde vrijwilligers (ja, toch, ik ben niet meer zo goed op de hoogte) bewaakt.

Onze boten komen weer per Havik van Meeuwisse naar de Bosbaan. Door het sluisje vanaf de Nieuwemeer met een verval van een paar meter. De Havik wordt afgemeerd bij het grasveld van het botenterrein. De bootslieden van de studentenverenigingen leggen de boten op stellingen en maken ze weer wedstrijdklaar.
Dit is een “antieke” foto van de 2×4 acht. Daar kom ik volgende week op terug. Maar een voorstudie kan geen kwaad.



Zwarte dinsdag

Door Kees Verweel | 17 oktober 2020

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Met een oorverdovende dreun is het sloeproeiseizoen deze week abrupt ten einde gekomen. Afgelopen donderdag is een roeier van Roeivereniging Ferox uit Katwijk overleden, hij mocht slechts 63 jaar oud worden. Twee dagen eerder raakte zijn team tijdens hun geliefde sport in de sloep Bacchus ’s avonds betrokken bij een noodlottige aanvaring met een binnenvaartschip. Terwijl de sloep naar de bodem van de Oude Rijn zonk zwommen de 7 opvarenden naar de kant, één van hen was er slecht aan toe, is ter plaatse gereanimeerd en met spoed naar het ziekenhuis vervoerd. Helaas kwam donderdag het bericht dat hij was overleden…..

Via deze weg wens ik nogmaals de nabestaanden, vrienden en leden van Ferox heel veel sterkte toe met het verwerken van dit nauwelijks te bevatten verlies.

De social media stromen vol met vele honderden steunbetuigingen. Dit rampjaar 2020 sluiten we af met het verlies van één van ons, de sloeproeiwereld is in shock. Het feit dat premier Rutte op dezelfde dinsdagavond vertelde dat onze sport voorlopig weer vier weken stil ligt doet er nu niet toe, dit vreselijke ongeval overschaduwt alles. Ik maak gebruik van deze ruimte om een gedicht van Paul van der Linde te plaatsen, hij verwoordt treffend ons gevoel…

Roeivereniging Ferox

Riemen splijten het water,
dollen kraken in hun pot.
Uren worden later,
de sport gaat weer op slot.
De vraag die wordt gesteld,
wanneer kunnen we weer.
Verhalen worden verteld,
want het is de laatste keer.
De laatste keer, de laatste keer,
nu in een ander daglicht.
Een volgende komt niet meer,
schreef toch liever een ander gedicht!

Heel veel sterkte gewenst aan alle naasten en leden van Ferox.



Extra uitgave: Vijf jaar Roei!kunst

Word nu abonnee en je krijgt dit bijzondere nummer gratis thuis

Kees van Bueren, roeier bij De Eem in Baarn, schreef voor Roei! vijf jaar lang in elk nummer een stuk over roeien en kunst, Roei!kunst dus. Alle stukken die hij schreef zijn nu gebundeld in een extra uitgave. Honderd pagina’s dik in prachtdruk. Fijne stukken over je sport, even niet denken aan dat virus.
Ben je nog geen abonnee, neem dan nu een abonnement, dan krijg je hem ook – zo lang de voorraad strekt. Losse nummers kosten € 9,50. Stort het bedrag op NL14 RABO 0166 3568 40 ten name van Stichting Roei, vermeld je naam en adres.



Eerste toertocht

Door Carla de Bruin | RV Michiel de Ruyter

Carla de Bruin is met haar 73 jaar de oudste beginnende roeier ooit bij Michiel de Ruyter. Op 29 september roeide ze haar eerste toertocht.


Dinsdagmorgen 29 september 04.30 uur. Ik kijk uit het raam. Regent het nu of lijkt dat maar zo? Om negen uur moet ik in Uithoorn zijn voor mijn eerste echte roeitocht. Als BRC-er [BRC = Basis-roeicursus, red.] mag ik mee met de “oude rotten”. Nou ja… oud zijn ze niet, want van mijn leeftijd, maar voor iemand die vorig jaar met roeien is gestart zijn het natuurlijk doorgewinterde roeiers. En ben ik opgelucht als het regent omdat ik mij afvraag of ik het allemaal wel kan bijhouden of kijk ik uit naar de tocht? Vooral het laatste. We hebben zaterdag tijdens de les met Dick nog geoefend hoe we liggend onder een brug door moeten en wat we moeten doen in de sluis. Spannend, ik kijk er naar uit.

Het is droog en rustig weer als we verzamelen op de Kampanje. We zijn met elf roeiers en de stemming is uitstekend. De nieuwkomers worden hartelijk ontvangen. Iedereen is op alles voorbereid, van regenpak tot zonneklep en pleisters en iemand verruilt zelfs haar lange broek voor een korte. Weet zij iets wat wij niet weten? Ik voel mij al snel op mijn gemak bij Diny, Netty en Greet hoewel het eerste traject toch vooral bestaat uit opletten dat ik mee kan komen. Maar ik merk ook dat een tocht roeien vooral een ontspannende bezigheid is waarbij lekker wordt gekletst en genoten van de omgeving.

Restaurant De Keijzer ontvangt ons met open armen en we kunnen buiten zitten om te genieten van een uitgebreide, goed verzorgde lunch (goed geregeld Cees) en van leuke gesprekken. We gaan later terug dan gedacht en ik spreek met de dames af dat ik het laatste stuk ga sturen als we door de sluis heen zijn. Maar wat duurt het nog lang voordat we bij dat vlot zijn…  Om 15.45 uur leggen we aan bij de Kampanje en kunnen we terugkijken op een heerlijke ontspannen roeitocht en een in alle opzichten geslaagde dag. Hebben we geboft met dit mooie weer en leuke gezelschap of hebben we het gewoon verdiend? Ik weet het wel… en ik weet ook weer waarom ik vorig jaar ben begonnen met roeien!

De koffiestop langs de kant van de weg met de boten vastgemaakt aan een pen in het gras is heel welkom. Er is  voor koffie, thee en bijlagen gezorgd en dat alles valt goed in de smaak. Ik heb geen idee waar we zijn maar als we bij de Tolhuissluis komen herken ik hem van mijn wandelen. Nu dus vanaf het water maar echt spannend is het niet. Een ruime sluis met alleen onze drie boten. Bovendien is het verval heel klein. Maar toch, de ervaring is leuk. Op naar Leimuiden voor de lunch. We boffen enorm want het weer is prima. Zon, zon en nog eens zon en bijna geen wind. Wat willen we nog meer. Ik kan inmiddels ook weer van de omgeving genieten en de mederoeisters letten goed op mij. Als ik even wil stoppen of wil sturen? Het kan allemaal.

Tweede van links is Carla de Bruin


Het verhaal van Roos de Jong

Roos de Jong en Lisa Scheenaard | Foto © Merijn Soeters

Afgelopen weekend wonnen Roos de Jong en Lisa Scheenaard zilver in de dubbeltwee op de Europese Kampioenschappen. Ze kwalificeerden de boot vorig jaar voor de Olympische Spelen en kregen deze zomer, na een lange selectieperiode de bevestiging, dat ze ook in Tokyo in de dubbeltwee mogen starten.
In het oktobernummer van Roei! het verhaal van Roos de Jong, waarin ze onder meer vertelt over hoe ze toegroeide naar het niveau van topsporter, hoe ze de selectieperiode heeft ervaren en haar voorkeur voor de dubbeltwee.
Dit verhaal maakt deel uit van een serie over roeiers uit de olympische boten. Eerder verschenen in Roei! interviews met Bjorn van den Ende (acht), Dirk Uittenbogaard (dubbelvier), Ilse Paulis (lichte dubbeltwee), Veronique Meester (vierzonder) en Amos Keijser (skiff).

Roei! 40 verschijnt rond 24 oktober. Neem nu een abonnement, dan krijg je bovendien gratis de special 5 jaar Roei!kunst – zo lang de voorraad strekt.



OProeien toen – 11

Door Jan Op | 11 oktober 2020


Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.

De ‘baan’ van Hollandia is krom. De Oude Rijn is niet recht, maar er worden al sinds 1882 door Hollandia roeiwedstrijden georganiseerd. Dat geldt ook voor het zeilen op het nabijgelegen Braassemmermeer. Voor roeiers: Hollandia is ook een belangrijke zeilvereniging en organiseert nu de zeilwedstrijden bij Medenblik. Daar is ook het zeil-hoofdkwartier in de voormalige visafslag.

Terug naar de wedstrijden: uit een van de kranten een stukje sfeer. Het is 1950.

“De oude acht werd in een zeer hoog tempo, 37 slagen per minuut, ingezet en van start af liep Njord langzaam maar zeker uit op de enige tegenstander, Willem III. [Njord wint met drie lengten op W III in de tijd van 6. 20]
De enige buitenlandse deelneemster, mej. Paduis uit Parijs, die in de dames-skiff senioren meeroeide, werd gediskwalificeerd omdat zij tot driemaal toe de skiffeuse van De Amstel had aangevaren. De laatste maal werd de boot van De Amstel zo zwaar beschadigd dat deze zonk. [Het is aannemelijk dat mevr. Paduis niet gewend is om op een smalle bochtige baan te varen].”

Onze (eerstejaars-) Jonge Acht A wordt tweede na een aantal heats te hebben overleefd. Laga verovert geen enkel blik, voor zover mijn geheugen ophoest.
Ik haal nog een feit boven water dat mogelijk in vergetelheid is geraakt: wegens de zondagsheiliging in het christelijke Alphen mogen we niet op zondag roeien. Dat betekent dat de vrijdagavond bij de zaterdag wordt gevoegd. Het beperkte aantal inschrijvingen, ook door het zeer beperkte aantal roeiverenigingen, maakt het nog net mogelijk om een programma in elkaar te zetten. Later moet Hollandia verhuizen naar de Bosbaan. Het afscheid moet zeer verdrietig zijn geweest. Als direct betrokkene ben ik er niet bij.

Het is begrijpelijk dat onze president zich de volgende maandag heel ontevreden toont. Blijkbaar is er in de voorafgaande coachvergadering besloten drastisch in te grijpen. Veel ploegen mogen het volgend jaar weer proberen een bankje in een boot te veroveren. Ook onze A-acht wordt opgeheven. De Oude Vier wordt wel gehandhaafd, maar wel in een B-acht. Tot mijn niet geringe verbazing en grote vreugde mag ik met drie andere maten uit de Jonge A-Acht samen met de elite in de B-acht meevaren. Hetgeen natuurlijk wel inhoudt dat ik me waar moet maken. Spannend!



Sloeproeien door de eeuwen heen

Door Kees Verweel | 3 oktober 2020

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Op de dag dat er eigenlijk 140 roeisloepen door de Amsterdamse grachten hadden moeten strijden, is het misschien aardig om de herkomst van de ‘sport’ sloeproeien te delen. Sloeproeien is verbonden met de Nederlandse geschiedenis. De VOC-schepen in de middeleeuwen hadden roeisloepen aan boord, die werden gebruikt voor transport van schip naar de wal, of voor het ‘uitroeien’ van de trossen waarmee afgemeerd werd. Eind 17e eeuw hadden de Nederlandse zeilende walvisvaarders sloepen mee om op de walvissen te jagen, deze snelle ‘whaleboat’ sloepen waren voorzien van een harpoen. De reddingssloep is ook al honderden jaren aanwezig op onze koopvaardij- en marineschepen. De marine had en heeft al jaren de statige houten B2- en latere polyester WR1-sloepen. In de havens werden honderden jaren lang jollen gebruikt door de ‘vletterlieden’. Vervoer van mensen of materialen, assistentie bij ankeren en aan- en afmeren, maar ook voor de haringvisserij werden de vletterlieden ingezet. Ook het loodswezen kent een rijke historie met sloepen. En langs onze kust waren roeireddingsboten gestationeerd. Kortom, sloeproeien kent een zeer rijke historie.

Waar sloepen waren, waren ook wedstrijden. Op zeevaartscholen ontstonden in de jaren ’50 sprintwedstrijden, en in de loop van de jaren kwamen er korte en lange prestatietochten bij in Nederland. Maar we zijn nu eenmaal competitief ingesteld, dus bij iedere tocht zijn er altijd genoeg teams die er een wedstrijd van maken. De 1e Harlingen-Terschelling race (met 2 sloepen) vond plaats in 1975, en in de jaren daarna volgden andere landelijke wedstrijden zoals de Grachtenrace Amsterdam en MPM. Inmiddels is de lijst wedstrijden uitgegroeid tot een imposante 30 stuks!

De diversiteit in sloepen maakte onderling vergelijken onmogelijk, en zo ontstond in 1991 de Federatie Sloeproeien Nederland (FSN). De FSN heeft een ‘handicap’systeem ontwikkeld zodat verschillende typen sloepen toch tegen elkaar kunnen strijden. Inmiddels zijn er zo’n 280 sloepen actief in het Nederlandse wedstrijdcircuit. De sport groeit nog steeds, jaarlijks komen er nog sloepen en teams bij. Oude sloepen die na ijverig restauratiewerk weer in de vaart komen, of nieuw gebouwde sloepen. Wil je kennismaken met deze geweldige sport, zoek dan een vereniging bij je in de buurt, en ga een keer mee trainen!

Zeeolifant in de oude haven van Delfzijl voor het oude internaatschip Bonaire, midden jaren ’50 | Foto via M.M. Jacobs, docent Energy & Maritime, Delfzijl


Nieuwe dingen / denkers, sjouwers en bouwers

Door Feike Tibben | 9 oktober 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Je kent ze wel. Die mannen, vrouwen die op zaterdagochtend vroeg voor de sport nog de laatste voorbereidingen treffen, die doordeweeks tot laat vergaderen om de puntjes op de i te zetten. Zij zijn het die in de haarvaten van de sport zitten. Ze zijn ambassadeurs, bouwers, verkenners, diplomaten, ontwikkelaars.
Ik heb het natuurlijk over onze mensen die in commissies of werkgroepen zitten. Die niet alleen maar zelf roeien of besturen, ze zijn de fronttroepen van ideeën en afmakers van besluiten. Ze bouwen aan de basis en zorgen dat de boel draait. Geen bestuur kan zonder deze noeste denkers, sjouwers en bouwers.
Je kent ze wel uit je eigen vereniging. Bij de roeibond is dat niet anders. Geen ingewikkelde functies, maar gewoon mensen die zich samen inzetten voor de roeigemeenschap. Gewoon uit de verenigingen, en altijd weer bijzonder in hun kunde en passie. Bergen werk verzetten ze. Meestal achter de schermen, soms ervoor. Dan komen ze aan bod in een rubriek of in een interview. Mooie verhalen. Verhalen om trots op te zijn. Verhalen om door geïnspireerd te worden. Zoals de komende weken. Dan zijn er vier regiobijeenkomsten voor verenigingen, waarin op een aantal onderwerpen de laatste info gegeven wordt.

‘Tss, boeiuu, saai, ver van m’n bed show, niet voor mijn vereniging’.
Huh? Ik dacht het niet!

De commissie Roeiwateren bijvoorbeeld klinkt als titel misschien wat belegen, maar ze hebben een toffe tool in ontwikkeling waarmee je als vereniging misschien wel kunt zorgen dat die brug naast je vereniging net iets beter wordt aangelegd, dat er geen aanlegsteiger wordt gebouwd en snel weet waar je je kunt melden. Ik zeg: komt dat zien, hier heb je wat aan.
Tja, en dan coastal roeien. De afgelopen jaren is een stevige basis gelegd voor deze niet meer weg te denken roeivorm. Verenigingen hebben boten gekocht, er is een strak klassement opgezet en er is ervaring opgedaan in het organiseren van wedstrijden. Dat staat. Nu wordt het tijd om te verbreden en het niveau omhoog te brengen. Hoor uit eerste hand hoe je als vereniging hierop in kunt spelen.
Over de juniorencommissie is al veel gesproken, maar weet je ook welke resultaten al zijn bereikt, waar verenigingen geleerd hebben van elkaar, waar het lastig wordt en hoe ervaringen kunnen worden gedeeld? Krijg de meest actuele informatie uit het veld.



OProeien toen – 10

Door Jan Op | 4 oktober 2020


Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.

Het weer is ook altijd een zorgelijke bijkomstigheid. Het “met moddergooien” is dan nog niet uitgevonden. Daar hebben de toekomstige Boeren uit Wageningen een begin mee gemaakt.

Hemelvaartsdag was voorheen de Varsitydag. En die donderdag staat erom bekend dat er ook iets wordt teruggedaan tegen die vaart omhoog: regen, veel regen. Die traditie is niet voor honderd procent meegegaan naar de zondag. Maar een wat kleinere portie staat altijd wel op het menu.

Vandaar deze krantenkop:

De strohoeden met het lint van de vereniging zijn verplicht. De vereniging waarvan de Oude Vier de overwinning binnensleurt slaat uit vreugde het dak uit de hoed. Waar zie je dat nu nog? Wij hadden al geen strohoeden en linten meer. Wat er nog was heeft de oorlog overleefd maar is allang uitgestorven.

In ons huis in Delft waren nog wel een paar linten overgebleven. Die heb ik ingepikt om mijn roeimappen mee te versieren. De linten zijn verschillend van versiering. Vermoedelijk hebben dames ze in handen gehad. (Het blik is niet echt. Het is een deelnemersblik uit Helsinki).

Na de donder-rede van de president en ternauwernood aan ontslag ontkomen is Hollandia de volgende wedstrijd. In Alphen aan den Rijn. Met de kronkelende rivier waarop een recht stuk van ca 1100 meter kan worden uitgezet. De start vindt plaats in een bocht. Dus de boten liggen niet precies naast elkaar. Er kunnen met enige moeite drie gestuurde boten naast elkaar starten, ongestuurd twee.

De damesleden hebben wel bezwaar aangetekend tegen de tekst op hun kaartje (foutje secretaris).