1951 – Afkijken in Henley

OProeien toen – 16

Door Jan Op | 18 november 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


De zeer magere resultaten in 1950, terwijl wij tot de oorlog steeds in de voorste gelederen voeren, is voor de oud-leden een reden om het bestuur aan te sporen op zoek te gaan naar een mogelijke verbetering van vooral de techniek van het roeien.
Die moet te vinden zijn in Henley. Daar varen de “beste ploegen van de wereld” (maar op bescheiden schaal, er is dan mogelijk maar 10% van het huidige roeileger op het water te vinden). Vooral de Amerikanen presteren aan de top. In samenspraak tussen bestuur en Oud-Laga wordt besloten een coach, die heeft laten zien capaciteiten te bezitten maar techniek tekortkomt, naar Henley af te vaardigen om de techniek af te kijken.

Dat blijkt een gouden greep te zijn. Hij komt terug met in zijn bagage allerlei verbeteringen. Het nieuwe seizoen bevat Laga-lustrumwedstrijden. Het hoogste doel is het hoofdnummer, acht, in huis te houden. Dus zijn de te verwachten verbeteringen vooral daarop gericht. Maar er is ook een breder verband. Andere ploegen zullen profiteren van nieuwe inzichten.

De acht die wordt geformeerd bevat naast “ouderejaars” ook een aantal uit de acht van het vorig jaar. Ik prijs mij gelukkig dat ik tot die bemanning behoor. Als verreweg de jongste – en dat brengt verantwoordelijkheden mee, waar ik veel later achter kom. We zijn in een andere (roei-)wereld terecht gekomen. Jo, de coach, is uit ander hout gesneden dan de coaches die hun onkunde over de winnende HAAL, omzetten in hard “roepen” en vooral “hard trekken”. Het komt herhaaldelijk voor dat ploegen van Calvé naar de Hoornbrug (ca. 4 km) in “harde haal” afleggen. Dat is ongeveer alles wat de (amateur-)coach van roeien weet. Als roeier word je er wel “hard” van en ook heel moe. Maar als ondergrond voor toegevoegde techniek mooi meegenomen.

De eerste merkbare verandering is het verkorten en “verbreden” van het blad. Een goed ingevoerde roei-kenner zal bij zijn bezoek aan het Roeimuseum (waar?) zich afvragen hoe men kan zien dat er verschil is.
Het gevolg is meer van psychologische aard. We zijn er allemaal van overtuigd dat we een stuk sneller varen. Achteraf denk ik dat het inderdaad een soort truc van de bekwame coach is, hoewel hij dat zal hebben ontkend. We kunnen het nu niet meer vragen; hij bevindt zich in de roeihemel.



De beste stuurlui…

Door Kees Verweel | 14 november 2020

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Foto Federatie Sloeproeien Nederland

Je vraagt je wellicht af waarom de roeiers op de foto zo ongelijk roeien? De foto is een shot uit een veiligheidsvideo gemaakt door de FSN eind 2017. De aanleiding voor het maken van deze video was een hartstilstand in een sloep eerder dat jaar. In 2018 volgden in heel het land aansluitend cursussen ‘reanimatie aan boord van een sloep’.

Onlangs werden we opgeschrikt door een ernstig en noodlottig ongeval met een sloep waarbij helaas een van de roeiers om het leven kwam. Geschokt las ik in de reacties op de social media – diverse lompe opmerkingen van de bekende beste stuurlui; ‘wat doet zo’n roeibootje daar nu in het donker?’, ‘als je ’s avonds gaat roeien dan vraag je om problemen!’ en meer van dit soort ongefundeerde commentaren door mensen die duidelijk zelf niet (sloep)roeien.

Ik zit inmiddels 40 jaar in het sloeproeiwereldje, en ken gelukkig slechts één ander fataal ongeval, wat overigens niemand had kunnen voorkomen. Half jaren ’90 roeiden we de Sloepenrace Lelystad die onverwacht werd overvallen door een zeer snel opkomend onweer. Buienradar hadden we nog niet in die tijd, en bij de start was er geen enkel teken van de naderende onweersbuien. De sloepen zaten al ver op open water, en terwijl de race werd stilgelegd vanwege het slechte weer sloeg de bliksem helaas in in een van de sloepen, met een dodelijk slachtoffer tot gevolg.
Er zijn ruim 250 actieve roeisloepen, waarvan de helft zelfs doortraint tijdens de donkere winteravonden (als er geen corona is). Vele teams trainen op water waar naast pleziervaart ook beroepsvaart is. Zo trainen wij op het Veerse Meer waar grote binnenvaartschepen door de smalle vaargeulen varen. Tijdens wedstrijden hebben we te maken met elkaar, maar ook met kruisende (beroeps)schepen of zeilboten die gewoon voorrang hebben in de meeste situaties. Dus de stuur moet precies weten wat zij/hij moet of mag doen als ze met 10 sloepen tegelijk op een keerboei of Amsterdamse grachtenbrug af denderen. Maar zoals Feike Tibben het treffend verwoordde in zijn column eind oktober; ‘We voelen ons sterk en machtig in onze boot, tegelijk zijn we oh zo kwetsbaar. Roeien en veiligheid, het blijft balanceren op een dun koord’

Uiteraard is het van groot belang – en volgens het BPR zelf verplicht –  dat de stuurlui bekwaam zijn en dus de regels kennen, en weten wat ze moeten doen bij een onverwachte calamiteit. Een vaarbewijs is overigens niet verplicht, maar eigenlijk zou een stuur van een roeisloep minimaal een Vaarbewijs 1 moeten hebben.

De Federatie Sloeproeien Nederland neemt als federatie ook haar verantwoording in deze. Het onderwerp veiligheid komt jaarlijks terug op vergaderingen, tijdens de briefings van wedstrijden, en naar aanleiding van het drama in Katwijk installeert de FSN momenteel zelfs een aparte veiligheidscommissie. Website sloeproeienNL heeft een aparte pagina over veiligheid. Maar dit onderwerp gaat uiteraard iedere roei(st)er aan, en is wat mij betreft een onderwerp waarvan we onze kennis en ervaringen zoveel mogelijk, structureel en eenduidig zouden moeten gaan delen in de roeiwereld. De KNRB en FSN zijn al in contact met elkaar, het zou toch geweldig zijn als alle organisaties de handen ineen gaan slaan over dit onderwerp.

Reanimatie aan boord van een sloep | Foto Federatie Sloeproeien Nederland


Allemaal vergaderen

Door Feike Tibben | 13 november 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Volgende week is de Algemene Vergadering van de roeibond. Alweer de tweede digitale. We zien dat een jaar van bijna niet doorgaan van evenementen door corona zijn tol eist. Typische AV-eindejaarsfeestjes zoals de verschillende uitreikingen zijn geschrapt; er is gewoon te weinig geroeid om te kunnen spreken van volwaardige klassementen. Toch jammer. Het kost tijd om goede tradities op te bouwen.

Dit jaar zien we nog een ander fenomeen: De impact van corona op financiën. De week vóór de AV komen de vragen binnen van verenigingen. Dit jaar vragen enkele verenigingen of de afdracht aan de bond niet lager kan. Op hun beurt zien we ook bij een aantal sportverenigingen dat leden opzeggen of geld terug vragen: ‘We hebben immers niet kunnen sporten? Zo krijg ik geen waar voor mijn geld’.

Aan de andere kant zullen er ook bonden zijn die bij NOC*NSF aandringen op lagere afdracht. Een aantal bonden is financieel afhankelijk van inkomsten uit competitie, en tja, als die niet doorgaat…

Zonder het recht om discussies over geld, afdrachten en verantwoorde besteding te betwisten (zeker niet, als sport zijn we gebaat bij een open en transparante besluitvorming hierover), heb ik moeite met de beweging dat leden minder willen betalen aan verenigingen, verenigingen claimen bij bonden en bonden een beroep doen op NOC*NSF. Als we als sporters vooral als consument zouden denken dan zouden we lid worden van een vereniging met de laagste prijs of de hoogste ROI.

Maar is individueel voordeel nu dé reden om lid te worden van een vereniging of een bond? Veel bepalender voor het kiezen is of je je er thuis voelt, of alle ledenbelangen tot hun recht komen. Het zijn van een gemeenschap, elkaar ontmoeten, jezelf ontwikkelen en collectieve belangenbehartiging zijn veel méér doorslaggevend. Daar hoor een zorgvuldig-kritische blik bij, maar ook solidariteit. Dat geldt voor een vereniging, maar is in essentie voor een bond of NOC*NSF niet anders.

Laten we elkaar open beoordelen, worden ledenbelangen evenwichtig gewogen, wordt het geld zorgvuldig besteed, maar laten we ervoor waken dat we tekorten naar elkaar doortoepen. Voor je het weet creëren we een piramide van vorderingen. Zie daar maar weer eens vanaf te komen. Juist nu moeten we met z’n allen de in jaren opgebouwde sportinfrastructuur overeind houden. Laten we het dáárover hebben. Roeien doe je samen.



Virtueel coachcongres World Rowing

Het coachcongres van World Rowing, de nieuwe naam van wereldroeibond FISA, krijgt dit jaar een virtuele editie. Van vrijdag 27 november tot en met zondag 6 december zijn er dagelijks enkele presentaties en webinars te volgen over onderwerpen rond het internationale roeien. Er zijn onder meer sessies over training, coaching, pararoeien en beach sprints. Er zijn enkele live sessies maar de meeste zijn opgenomen en komen op de geplande dag online.

Na aanmelding en betaling krijg je dagelijks de links naar de presentaties en live sessies per e-mail. Hoeveel je er nu precies voor moet betalen is niet geheel duidelijk, op de website staat 25 Zwitserse frank, de flyer noemt een bedrag van 25 euro en de inschrijfpagina 25 dollar.

Meer informatie: http://www.worldrowing.com/events/2020-world-rowing-virtual-coaches-conference/event-information



Mijn volgende baantjes Bosbaan

OProeien toen – 15

Door Jan Op | 11 november 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het is nog steeds 1950. Aad van Leeuwen is een sportverslaggever met een opmerkelijk geheugen. Hij verslaat niet alleen roeiwedstrijden, maar ook paardensport en voetbal, ook voor de radio (televisie bestaat nog niet). Hij kan precies aangeven welke ploeg indertijd heeft gewonnen en wie daaraan meededen.

Zijn verslag van deze wedstrijd beslaat een hele bladzijde in de Telegraaf. Dat geldt ook voor andere roeiwedstrijden. Ik kopieer een klein stukje over de B-achten:

Er waren goede ploegen te zien op de Bosbaan. De Jonge B-achten van Triton, Laga en Nereus bijvoorbeeld waren van bijzonder goed gehalte. En al waren de omstandigheden gunstig (een krachtige wind pal mee), tijden van 6.10 (voor het winnende Laga) en 6.10.2 (voor het op 1 meter als tweede eindigende Triton) zijn toch wel bijzonder hoopgevend. Nereus zou ongetwijfeld beneden de nu afgedrukte 6.15.6 (overigens alleszins respectabel) zijn gekomen en een belangrijk aandeel in de mooiste race van het toernooi hebben gehad indien zijn stuurman de kolken van Laga had vermeden.

We verdienen een zilveren beker en 9 zilveren blikken (De belangrijkste ploegbaas, de coach, krijgt nooit een tastbare prijs. Behalve veel later bij Argo Sprint toen ik twee zonen aan de overwinning hielp. Ik kreeg uit Wageningen een klein blikje met sigaartjes!!)

Nu we blijkbaar kans zien om blikken te verwerven, moeten we in staat zijn om ook nationaal kampioen in de achtriemsgiek te worden. Hoewel flink gemotiveerd, lukt het niet de Oude Achten van Njord en Nereus bij te houden. Aad van Leeuwen:

Op de 1500 meter had Nereus nog 1 lengte op Njord en 1½ op Laga dat niet uit de strijd was maar toch voor de eerste plaats geen rol speelde… de Nereïden met een fiks zittende eindspurt…. Ze wonnen in 6.11.4 met een derde lengte. Een uitmuntende tijd.

Mijn eerste roei-jaar is ten einde. In het najaar geen wedstrijden maar wel weer trainen. Beperkt tot 5 dagen per week. Want ik mag weer meedoen!

HT 1985

Door Kees Verweel | 7 november 2020

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Ik mis het roeien! Tijdens de vorige coronapauze was er nog uitzicht op het tweede deel van dit jaar, maar nu gaan we er eigenlijk al vanuit dat de sloep niet meer te water gaat tot eind december. Afgelopen weken ben ik met dit gevoel van heimwee eens door de stapels foto’s aan het scrollen. In die 40 jaar heb ik heel wat sloepen en wedstrijden meegemaakt.

Kees Verweel in 1985 in de ‘Jan van den Berg’, op bakboord, tweede van links

De foto van de Jan van den Berg bracht me terug naar 1985, misschien wel één van de mooiste HT’s die ik geroeid heb. Dat jaar was eigenlijk ons stagejaar op de WBS-zeevaartschool – daar zat ik sinds 1982 op -, maar door gebrek aan voldoende stageplaatsen werd de helft van het schooljaar ‘droge stage’ en zat de helft van onze klas dus tijdens Hemelvaart op Terschelling in plaats van op zee. Ik was net terug van mijn stage en van boord gehaald in Dar es Salaam. Een week of 4 à 5 voor de HT bedachten we in de kroeg dat we die maar moesten gaan roeien, we waren nu toch op Terschelling.
Prima idee, maar alle sloepen op Terschelling waren uiteraard al bezet, dus zowel het trainen als de HT zelf werd een extra uitdaging voor ons. Vervolgens zijn we gaan bellen (e-mail bestond nog niet) en via-via konden we uiteindelijk de ‘Jan van den Berg’ lenen, maar pas op de dag van de HT zelf. Prima, als we maar een sloep hebben! Vervolgens moest er natuurlijk nog getraind worden, maar de WBS (= zeevaartschool)-teams waren zelf volop aan het trainen, en vonden ons plan sowieso belachelijk. Er was ‘gezonde’ spanning merkbaar tussen de teams, met name team WBS-1 keek wat neerbuigend op ons neer.
De conditie brachten we op peil met lopen en fietsen, en we konden slechts enkele keren een uurtje de Waddenzee op met een sloep. De Braskoer werd onze sponsor, dus met onze mooie blauwe shirts aan zaten we op 17 mei op de vroege boot naar Harlingen.

Vol verwachting zochten we bij aankomst onze sloep, en we troffen een prima reddingssloep aan. Om nog even aan de riemen, houding en de hele sloep te wennen gingen we nog even snel wat rondjes roeien in en buiten de haven, met hier en daar wat hoongelach van enkele zeevaartschoolcollega’s. In een veld van 42 sloepen vertrokken we even later als team ‘Willem Barentsz 5’ voor onze ruim 30 kilometer naar Terschelling. De blaren stonden voor het eind van de Pollendam al op onze handen, maar we waren super gemotiveerd en wilden hoe dan ook zoveel mogelijk WBS-teams voorblijven in het klassement. Het werd een uitputtingsslag, maar na zo’n 3,5 uur waren we op Terschelling! Vanaf de steiger werden namens de Braskoer een paar traytjes bier en een slof sigaretten (ja ja, dat kon toen nog) in de sloep gegooid, en kwamen we bij van ons avontuur. Op kosten van de Bras mochten we ’s avonds een biertje komen doen, ik kan zeggen dat het een lange avond is geworden! 😊

Op zaterdag gingen we vol goede moed naar de prijsuitreiking, we wisten dat we goed gepresteerd hadden, we waren geen moment ingezakt tijdens de race, en we hadden genoeg sloepen ingehaald. En wat bleek? We waren 12e geworden! Van de WBS-teams waren WBS-2 (7e) en WBS-4 (8e) ons voorgebleven, maar WBS-3 (14e) en onze grootste opponent WBS-1 (13e) waren we voorgebleven! Het was nog lang onrustig in West-Terschelling die avond…



I want a recount!

Door Feike Tibben | 6 november 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


In een van mijn eerste columns heb ik al eens wat geschreven over datamanagement en bondsbeleid. In de afgelopen vier regiobijeenkomsten voor verenigingen in noord, oost, zuid en west hebben we verenigingen laten zien wat een gaaf dataproduct voor verenigingen in ontwikkeling is. Was je er niet en ben je wel geïnteresseerd? Even wachten tot het roeicongres.

Vorige week schreef ik hier een bijdrage over algemene verenigingen. Ik schreef onder andere: ‘…de roeipopulatie is gewijzigd. Inmiddels zijn er zoveel oudere sporters dat het aandeel studentenleden nog ongeveer 1/3 van het totaal aantal roeiers is…. Over een paar jaar is misschien wel ¾ van de roeiers niet-student…’
‘Ja’ kwam al snel de repliek – en misschien wel geïnspireerd door verkiezingshektiek in de VS -, ‘dat kun je wel stellen, maar wij studenten roeien veel meer. Op grond daarvan zouden wij een grotere stem moeten hebben.’ Gelukkig hebben we die data ook. Verenigingen hebben de afgelopen zomer opgegeven hoe vaak er gevaren wordt. Totaal gaan we in Nederland in een jaar 610.892 keer per jaar het water op! Buiten de wedstrijden… En ja, er zijn provincies waar de studentenverenigingen vaker het water op gaan dan de roeiers bij de algemene verenigingen, zoals in de provincies Utrecht en in Groningen waar 72% resp 54 % van het aantal roeibewegingen toegeschreven kan worden aan studenten. Maar overall overstijgen de studenten de niet-studenten niet in aantallen keren sporten: 42% voor de studenten en 58% voor de niet-studenten.

De provincie waar het meest geroeid wordt: helaas Noord-Holland, jullie hebben wel het grootste aantal roeiers, nl. meer dan 10.000, maar bij de Hollandse zuiderburen wordt meer geroeid. Noord-Holland 162.335 keer, Zuid-Holland 172.159 keer per jaar. In Zuid-Holland roeit iedere roeier gemiddeld 13% meer dan in Noord-Holland. Werkers zijn het.

De provincies waar het minst geroeid wordt: Drenthe en.. Zeeland. Nou ja zeg.. Zoveel water! Misschien moeten we daar eens wat meer activiteiten doen.

Is er dan misschien nog een kleine kans dat de studentenverenigingen meer boten hebben? Helaas. Dit helpt nog minder. Van de in totaal 6.184 roeiboten die er in Nederland bij verenigingen liggen zijn er maar 1.724 in bezit van studentenverenigingen. Een schamele 28%. Zelfs in het roeirijke Utrecht zijn er meer boten in bezit van algemene verenigingen dan van studentenverenigingen.
Hertellen helpt niet altijd…

Algemene roeiboten | Foto Sequana


Naar België

Door Jan Op | 4 november 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


OProeien toen – 14

Dat was de “Koninklijke”. Mijn eerste blik binnengehaald.  En ook nog een redelijk duur blik: “B”. Dus voortaan niet meer bij de “jeugd” in A.

Ik weet niet wat er in de Bestuurskamer met de coaches wordt besproken. Het gevolg is wel dat we naar een buitenlandse wedstrijd gaan. Misschien valt er nog een blik te verdienen. We steken bij Hazeldonk de grens over. Daarvoor hebben we in Delft een paspoort aangeschaft. We gaan per bus. Over de tweebaans hoofdweg. En een heuse slagboom met aan beide zijden bars kijkende grensbewakers. We stellen ze helemaal tevreden als ze onze spiksplinternieuwe paspoorten te zien krijgen. Volgt nog wel een inspectie van de bus op verboden waar zoals de onvermijdelijke drank om na de wedstrijd verdriet te doen verdwijnen of de vreugde te vieren. Want na elke wedstrijd mogen we even “uit training”. De volgende dag horen we of we hebben voldaan aan de gestelde eisen of dat er een volgende opruiming zal plaatsvinden.

Wat betreft de verboden uitvoer naar België: de boot gaat weer met de Havik naar Wijnechem. De boot past in het ruim en rust op een paar biervaatjes, vol. Waar de jenever is verstopt?  In ieder geval ongemerkt gesmokkeld. Een nu ongekende situatie, maar toen heel gewoon. We zijn ook in deze tak van “sport” goed getraind.

De uitslag (uit een Vlaamse krant, het origineel is onleesbaar geworden):

De aanwezigheid van de Delftse ploegen was onze juniores noodlottig want in vier en acht gingen zij met de prijzen lopen. (Tijd 6.22) .

Alweer een blik. Een heel bijzondere: rechthoekig brons van ongeveer 3 bij 5 cm. Linten en gaatjes of beugeltje zijn onbekend. Als ze al bestonden. Ik heb geen beeld helaas. Mijn blikken zijn later voor een deel gestolen. Een groot verschil met de zuinige blikjes die in Nederland zijn te verdienen. De viering van onze overwinning vindt plaats in Antwerpen. Ik noem geen details. Ons Bestuur blijkt tevreden te zijn want we mogen in dezelfde samenstelling naar de Bosbaan, Holland Beker — Amstel — ARB-combinatie.



Broken d’riem

Door Kees Verweel | 31 oktober 2020

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Foto: Herman Engbers

Zaterdagochtend 8:00 uur. Eigenlijk had ik vandaag zo rond deze tijd op een slaapschip aan m’n ontbijtje moeten zitten, in Muiden. Na een te korte nacht omdat het gisteren erg gezellig was en we net te lang bij Ome Ko zijn gebleven. De spanning neemt toe want straks om 12:00 uur is onze 1e start. Een uurtje knallen, één grote krachtexplosie en sprint rond Pampus. Het weer zou vandaag super zijn geweest, hoge temperaturen en niet teveel wind. Ik heb edities meegemaakt met striemende hagelbuien en temperaturen net boven 0 graden Celsius. Muiden-Pampus-Muiden staat hoog in de favorietenlijst van vele sloep- en pilot gig roei(st)ers. Deze afsluiter van het seizoen wil je niet missen. De organisatie heeft heel toepasselijk het logo aangepast, en op facebook gonst het als vanouds, met het grote verschil dat editie 2020 niet doorgaat dit jaar. Op de Facebookpagina van MPM ook berichten van Pilot gig teams uit Engeland die dit weekend vreselijk missen.

Eigenlijk had ik vanmiddag rond 15:30 uur het startschot moeten horen voor onze 2e start. Opnieuw een krachtsexplosie en sprinten rond Pampus, samen met zo’n 80 tot 90 andere herensloepen vechten om als eerste bij een keerboei te zijn, en werkelijk alles geven op te terugweg waar dat laatste stuk vanaf het havenhoofd tot aan de finish zo ongelofelijk lang lijkt te duren. Eigenlijk had ik vanavond in de tent moeten staan, de vermoeidheid alweer vergeten en nog één keer dit jaar met vele honderden roei(st)ers een goed feestje bouwen, dat tot in de vroege uurtjes doorgaat in de cafés in Muiden en/of op de slaapschepen. Om dan op zondag na een veel te korte nacht, met (spier)pijn in m’n lijf en bibberend brak van het feestje een poging te doen wat te ontbijten, want je hebt pas Muiden-Pampus-Muiden geroeid als je ook het 3e rondje Pampus – de Brakke Race – hebt volbracht. En iedere keer weer ben ik verbaasd over de uitslagen van dit 3e rondje, de teams doen er nauwelijks langer over dan op zaterdag! Ik gok dat met mij vele roeiers en roeisters vandaag denken dat ze eigenlijk in Muiden hadden moeten zijn. We hopen volgend jaar allemaal weer van de partij te zijn in Muiden!

Het seizoen 2020 is nu echt ten einde, de huidige coronamaatregelen blijven waarschijnlijk tot in december van kracht, dus de kans dat we dit jaar nog een keer in onze sloep zitten is minimaal. Morgen sluit ik de sloeproeikalender 2020 af, en tellen we met sloeproeienNL af naar 12 december. We gaan dan de Nederlandse oceaanroei(st)ers volgen tijdens hun 5.500 km lange oceaanoversteek. En daarna gaan we aftellen naar april 2021, om weer vol goede moed aan een nieuw sloeproeiseizoen te beginnen 😊



Bye bye burger

Door Feike Tibben | 29 oktober 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Oplettende roeiers is het al opgevallen… als roeibond gebruiken we het woord ‘burgervereniging’ niet meer. We spreken over algemene verenigingen. Natuurlijk zullen we ons nog wel eens verspreken en ik sluit ook en web-aanduiding hier en daar niet uit, maar lukt ons steeds beter. Steeds meer roeiers gebruiken het ook. ‘Algemene vereniging’ is the word. Natuurlijk zal ‘burgervereniging’ nog wel hier en daar voorkomen op webpagina’s, maar Wikipedia heeft ‘algemene vereniging’ al netjes overgenomen. Je zou kunnen zeggen: zo langzamerhand wordt algemene vereniging algemeen.

Maar waarom doen we dat eigenlijk? We zijn de naam burgervereniging toch zo lekker gewend, het klinkt zo vertrouwd en het bekt zo lekker.

Wie een beetje zoekt ziet dat de term burger vooral gebruikt wordt door bijzondere groepen. Bij studenten, zoals wij maar al te goed weten, maar ook in leger-, brandweer- en politiekringen en niet te vergeten de woonwagensector.
De term ‘burger’ wordt vooral gebruik om je eigen groep te onderscheiden, om aan te geven dat je samen anders bent dan de rest. ‘Burgers? Dat zijn de anderen, hullie zonder vrijheid, zij zonder sterren en strepen of woners zonder wielen, niet wij. Burgers, dat zijn de niet-studenten, de niet-geüniformeerden en zij die in gewone huizen wonen.’
en kwestie van perspectief dus.

Vroeger, toen we in de roeisport veel studentenleden hadden ten opzichte van het aantal niet-studenten, toen bovendien de niet-studentenleden vaak ex-studentleden waren, toen was het misschien wel logisch om vanuit studentenperspectief te denken. Bij die gedachte past het om de term  burgerroeivereniging te gebruiken. Burgerroeivereniging was een makkelijke term om onderscheid te maken met ‘de onzen’, de studentenroeivereniging.
Maar ja, de roeipopulatie is gewijzigd. Inmiddels zijn er zoveel oudere sporters dat het aandeel studentenleden nog ongeveer 1/3 van het totaal aantal roeiers is. En veel van de niet-studentenroeiers zijn geen terugkerende ex-studenten, maar roeiverse ‘late entries’. En die groei zet door. Over een paar jaar is misschien wel ¾ van de roeiers niet-student en is het aantal late-entries ook nog gegroeid.

Daarom is het hoog tijd om als inclusieve sport de bakens te verzetten:
Wij spreken dus voortaan van Algemene Verenigingen en Studentenverenigingen.