Extra uitgave: Vijf jaar Roei!kunst

Kees van Bueren, roeier bij De Eem in Baarn, schreef voor Roei! vijf jaar lang in elk nummer een stuk over roeien en kunst, Roei!kunst dus. Maakt niet uit welk soort kunst, overal is roeien te vinden.

Alle stukken die hij schreef zijn nu gebundeld in een extra uitgave die alle abonnees in de bus krijgen. Honderd pagina’s dik in prachtdruk. Fijne stukken over je sport, even niet denken aan dat virus.

Ben je nog geen abonnee, neem dan nu een abonnement, dan krijg je hem ook – zo lang de voorraad strekt. Losse nummers kosten € 9,50.
Stort het bedrag op NL14 RABO 0166 3568 40 ten name van Stichting Roei, vermeld je naam en adres.



Eén jaar oud

Door Kees Verweel | 26 september 2020

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Terwijl vandaag de derde roeisloepenrace – Vechten op de Vecht – van dit seizoen werd geroeid, volgt de organisatie van de Grachtenrace Amsterdam (10 oktober) het nieuws op de voet. Het kabinet heeft gisteren het Outbreak Management Team verzocht om aanstaande maandag met een advies te komen over welke extra maatregelen genomen moeten worden voor onder andere de regio Amsterdam. Deze sloepenrace is inmiddels ook een race tegen de coronaklok geworden, en we hopen voor de organisatie uiteraard dat deze klassieker mag doorgaan!

Ondertussen vieren wij met onze club Sloeproeien Zeeland onze eerste verjaardag. Het werd een heel ander jaar dan we hadden verwacht, want door de coronacrisis stonden we ruim drie maanden op het droge, en de enige wedstrijd waar we voor stonden ingeschreven – Langweerder Sloepenrace op 3 oktober – is afgelopen week helaas maar om begrijpelijke redenen afgelast. Ons eerste seizoen blijft dus wedstrijdloos, mede omdat de inschrijving voor de afsluiter van dit seizoen – Liwwadster Rondje – al is gesloten en ze met slechts maximaal vijftig sloepen de race hopen te organiseren op 24 oktober. Maar ondanks dit vreemde jaar hebben we inmiddels een mooie club met 17 leden, een apart dames- en herenteam, blijven belangstellenden zich melden en hebben we ruim 500 kilometer getraind in de zes maanden dat de Seelandia te water lag! Mooie resultaten, waar we trots op zijn. Verder hebben we tijdens onze drooglegging leren peddelen, werden we tijdens de zomertrainingen vergezeld door zomergasten, en kwamen we onder andere een oceaan-roeiboot en ‘Zeepaarden’ tegen tijdens de trainingen.
Want dat is zo mooi aan (sloep)roeien, het is echt iedere keer anders op het water! Prachtige zonsondergangen, onstuimig water, regen en wind, windstilte, en de laatste weken ’s avonds als het donker is zeevonk rond de riemen, het gaat echt nooit vervelen… We blijven de komende maanden lekker trainen zolang het kan en/of mag, en zijn alweer plannen aan het smeden voor het volgende seizoen. Begin november gaan we onze eerste verjaardag vieren met de leden!



Winnen!

Door Feike Tibben | 25 september 2020 | Foto’s Marloes Miltenburg: start van de nieuwe juniorencompetitie in Breda

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


‘Ik wil alleen maar wedstrijden aan meedoen die ik win’ antwoordde drie jaar geleden jeugdlid Max van mijn vereniging. Ik vroeg hem waarom ik zijn naam niet bij de deelnemers van een roei-event zag. ‘Als ik niet ga winnen, schrijf ik me ook niet in,’ vervolgde hij. Nu was hij een fijne sporter, maar niet buitengewoon getalenteerd en ook niet bovengemiddeld gemotiveerd, winst was dus niet gegarandeerd. Zijn keuze om alleen bij winst te starten resulteerde dan ook in steeds minder deelnames en – bij gebrek aan competitie – ook steeds mindere prestaties. Het was voor mij de eerste keer dat ik winnen als dominante sportmotivatie zag.

Het was in die tijd ook dat ik las van een hockeycoach die twee van zijn pupillen die na een verloren wedstrijd met z’n tweeën geinend het veld afliepen een veeg uit de pan gaf: ‘Bij verlies wil ik geen lachende gezichten zien.’ Deze coach had die focus op winnen al eerder herkend, zich volledig eigen gemaakt en droeg dat actief over op zijn sporters. Deze week nog gaf de Volkskrant een beschrijving van Ajax-voetballer Perr Schuurs, met daarbij het volgende citaat: ‘Onder vrienden en familie is hij bekend als een sociale, gezellige jongeman. Beleefd en opgeruimd ook. Toch zie je de 20-jarige Ajax-verdediger op het veld niet lachen. Dat mag niet van de assistent-coach.’ (..) Perr: ’Ik moet nu continu gefocust zijn, meedogenloos. Ik heb daar afspraken over gemaakt. Niet lachen is een van de afspraken.‘
Winst en meedogenloosheid als basis voor sportieve inzet? Ik zie nog steeds trainers, ouders, sporters voor wie winst dé sportbeleving is. Een verloren wedstrijd is in hun ogen een verloren weekend, verloren jaar of verloren sportcarrière.

Het woord sport zou afgeleid zijn van het Latijnse woord desporto, ‘in vervoering raken’ of ‘laten meeslepen’. Mensen die opgaan in een activiteit of door een activiteit worden meegevoerd, zoals bij flow of het runner’s high. Anderen stellen weer dat het woord komt van de Latijnse term disportare, zich verstrooien, zich verma­ken of zich ontspannen. Het erop lijkende Engelse werkwoord ‘to disport’ heeft de betekenis van het zichzelf afleiding geven. De oor­spronkelijke bijbedoeling was om de aandacht af te leiden van de hardheid en de druk van het dagelijkse leven door het deelnemen aan speelse, fysieke activiteiten. Sport had in het kostschool-Engeland als primair doel om jongeren te leren samenwerken, incasseren en respect te ontwikkelen langs de rituelen van het sportspel.

En al lijkt het door Max, door Perr en de hockeycoach in dit verhaal wel anders, díe functie van sport is niet veranderd. Het gros van de kinderen die gaan sporten doet niet om de Olympus te bedwingen – dat komt veel later en maar bij enkelen – maar om plezier te hebben, omdat hun vriendjes of vriendinnen ook op die sport zitten, omdat het gezellig is of om iets nieuws te leren. Laten we dat niet vergeten.

Afgelopen week is de nieuwe juniorencompetitie roeien van start gegaan. Vier regio’s doen mee: Noord-Holland, Zuid-Holland, Zuid-Nederland en Midden-Nederland. De inzet: veel deelnemers, lol hebben met elkaar, plezier op het water, elkaar leren kennen. Winnen? Zeker! Maar niet ván elkaar: mét elkaar! Mooi om op zondagavond foto’s en filmpjes te zien binnenkomen van pleziermakende peddelaars. Ik vind het top dat aan een initiatief dat pas net vóór de zomer ontstond nu al zoveel verenigingen en junioren meedoen. Daarvan raak ík weer vrolijk en in vervoering. En dat is dubbelwinst.

En mijn jeugdroeier Max? Max ging steeds minder roeien en voer uiteindelijk alleen nog maar af en toe bij de vereniging heen en weer. Twee jaar geleden is hij gestopt. Ik kwam ‘m deze zomer nog tegen. ‘Ik mis het roeien wel hoor’, vertrouwde hij me toe. We hebben dus allebei allebei verloren: Ik een pupil, hij z’n sport. En dat is pas echt verliezen.

PS: Max heet in het echt natuurlijk niet Max



OProeien toen – 8

Door Jan Op | 20 september 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Stapje terug naar het dak van de loods van Willem III. In die jaren zijn zowel de roeiers als hun aanhang geduchte “hooligans”. Wat op het water niet wordt behaald, wordt gecompenseerd aan de wal. Hoewel een blik ook moet worden gevierd. Een korte inleiding lijkt mij gewenst.

Hoe het eraan toegaat na de wedstrijden bij de toen deelnemende verenigingen kan ik in mijn geheugen niet terugvinden. Wij hebben een naam hoog te houden. Er kan verschillend worden gedacht over die naam en de bijbehorende hoogte. In ieder geval wordt de training opgeschort tot 24.00. En de fles wordt met beide handen aangegrepen. Na geruime tijd begint het lijf eraan te wennen. En het is de ultieme methode om weer fris helemaal opnieuw te beginnen. Het roeien moet wel “leuk” blijven. Natuurlijk zijn we in het gezelschap van bewonderaars van dezelfde kleur maar die hebben hun riem reeds aan een wilg opgehangen. (Uiteraard beeldspraak, want riemen zijn kostbaar en schaars).

Als ik nu de beelden van het gedrag van supporters zie, is ons gedrag daar een slap aftreksel van. Maar de indruk op “de bevolking” is vergelijkbaar. Het woord “student” heeft een feestelijk accent waarbij de studie secundair is.

Terug naar de roei-verleden-tijd, de Varsity 1950.

Onze Jonge (eerstejaars) Acht haalt de finish wel maar niet als eerste. De Oude Vier volgt ons voorbeeld. Maar dat is zeker niet de bedoeling. Ook de rest van de afgevaardigden oogst weinig succes.

Een belangrijk element in het leven van een (vooral succesvol) mannelijk roeier is de verplichte militaire dienstplicht (2 jaar!). Op basis van de studieresultaten kan uitstel van de plicht worden verkregen. Maar die resultaten zijn soms moeilijk haalbaar als je nogal intensief met roeien bezig bent. De minister van “Oorlog” (ja, dat is zijn titel!) is uiterst streng. Hij moet zorgen dat een groot leger aan deze kant van de Berlijnse Muur klaar staat. Hoewel roeiers tot de beste militairen kunnen worden gerekend, kan ook het deelnemen aan belangrijke wedstrijden (je verdedigt het landsbelang) tot uitstel leiden. Afgezien van studieresultaat een accent dat bij roeien niet meer bestaat gelukkig.



It giet oan

Door Kees Verweel | 19 september 2020

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Vandaag stond de tweede sloeproeiwedstrijd van 2020 op het programma: 24 sloepen streden vandaag tijdens de Slag om Makkum om de beste plaatsen. Het programma was wegens corona sterk versoberd, dus dit keer geen feesttent, geen catering, geen douches en na de race direct in de auto en op huis aan om vandaar ’s avonds de virtuele prijsuitreiking te zien. Ook veel minder deelnemers dan anders, niet iedere ploeg is al voldoende getraind of gemotiveerd genoeg om een hele dag onderweg te zijn. Maar wat geeft het? We kunnen tenminste weer wedstrijden roeien!

Op 12 september had de ZwarteWaterRace de eer om het seizoen 2020 te openen met 33 deelnemende sloepen. En wat is het toch een prachtig gezicht, van die machtige sloepen op het water! Wie had dit begin dit jaar kunnen bedenken…. De eerste race halverwege september! Het blijft een bizar jaar. Als het verder niet tegenzit blijven er nog maar 4 wedstrijden over dit jaar.

Photo Credit Active Creations

De Utrechtse Grachtenrace Rondom die oorspronkelijk op 11 april geroeid zou worden maar werd verplaatst naar 17 oktober heeft inmiddels alsnog besloten de race af te gelasten. De risico’s om goed aan de coronaregels te kunnen voldoen en te handhaven bleken te groot. En ook de grote en bij vele sloep- en pilot gigroei(st)ers favoriete afsluiter van het seizoen gaat dit jaar helaas niet door. Muiden-Pampus-Muiden – 3x een rondje Pampus in het weekend van 31 oktober en 1 november – is bekend van het gezellige feest op zaterdag. Dit zat er sowieso niet in dit jaar, dus werd er afgewogen om een eendaags evenement te organiseren. Maar de organisatie vreest een te grote toeloop, en neemt door annulering dan ook de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat MPM niet kan ontaarden in een hot-spot van besmettingen, zowel voor de roeiers, de toeschouwers en onze vrijwilligers. Want helaas rukt het virus weer steeds verder op. Het aantal besmettingen stijgt zeer snel, en sinds gisteren zijn er aanvullende regionale maatregelen in 6 veiligheidsregio’s. Zal de Amsterdamse Grachtenrace over 3 weken nu nog doorgaan? Ik kan me zo voorstellen dat de organisatie lastige afwegingen moet maken, fingers crossed!

Photo Credit Active Creations


Plekzat

Door Feike Tibben | 18 september 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.

Waar ik ben opgegroeid stond in de buurt een huis, niet heel dicht aan de weg, niet goed zichtbaar met een wat vreemde naam, ‘plekzat’. Niet een bijzonder mooi of groot huis. Eigenlijk was er maar één ding bijzonder, die wat rare naam. Dat bleef intrigeren. Uitnodigend als ‘kom maar, we hebben plek zat’. Als ik langsfietste keek ik even naar binnen. Niet dat ik daar iemand kende, maar toch…
Jaren later kwam ik via via en volgens mij omdat er wat gedaan moest worden voor school, in huize Plekzat. Ik was nu ineens ín het intrigerende huis. Het huis leek van buiten al niet al te groot, maar in werkelijkheid wat het zelfs wel klein en sober. Het ‘plek zat’ was echter geen ironie. Er bleek daadwerkelijk plek zat te zijn voor iedereen. We waren die middag met veel, maar er werd geschoven met stoelen, kussen, dozen en kisten en zo hadden we allemaal plek. Aan het eind van de middag klonk het ‘jullie blijven toch eten, er is genoeg’ even uitnodigend en oprecht als logisch. Het werd nog een latertje die dag want ‘er is genoeg’, bleek ook te slaan op de nodige zaken om een avond gezellig te maken.
Het ‘plek zat’ zat m niet in de grootte van het huis, maar in het vermogen om te plooien, te schikken en te schuiven.

Ik moest daar aan denken toen ik las dat veel oudere sporters nog niet weer durven sporten uit angst voor besmetting, uit angst voor te weinig ruimte. Sportscholen schijnen 30% minder klanten te hebben, sportverenigingen hebben gemiddeld 15 -20% minder actieve sporters. Beweegarmoede neemt in ons land over de hele breedte toe.
Ik zie veel sporters en veel verenigingen creatief gebruik maken van mogelijkheden en met voldoende afstand tot elkaar actief sporten. Deze week nog in Breda: mét voldoende afstand, volle bak op de roeivereniging.
Maar ik zie ook verenigingen die niet die creativiteit laten zien, die vasthouden aan vaste formules en als consequentie voor lief nemen dat er veel minder gesport wordt. Ik zie sporters die zichzelf uit angst voor te weinig afstand het sporten ontzeggen.

Vanavond (18 september) kondigt de regering nieuwe Covid-maatregelen af. Veel mensen voorzien beperkingen en restricties. Die beperkingen moeten we serieus nemen. We houden afstand en blijven alert op onze gezondheid en die van anderen. Maar bij een goede gezondheid hoort ook in beweging blijven en te sporten. Beste mensen, er is op onze verenigingen en op het water plek zat om te bewegen en te sporten. Ja, soms met wat plooien, schikken en schuiven. Misschien met iets meer sport en met iets minder gezellig, maar het kan! Verenigingen zou ik willen uitdagen om juist nu ook nieuwe mensen uit te nodigen en ruimte te bieden. Juist wij als buitensporten hebben ruimte en kunnen een gezond perspectief bieden. Ook in de komende donkere periode. Is dat moeilijk? Zeker. Het vraagt creatief denken: Ander bootgebruik, andere programma’s, sporten op andere tijden. Is het mogelijk? Natuurlijk. ‘Plek zat’ zit ‘m niet in de grootte van het clubgebouw, het aantal boten of de beschikbare instructeurs, maar vooral in het vermogen om te plooien, te schikken en te schuiven.

Ik wens jullie allemaal een fijne nationale sportweek.



OProeien toen – 7

Door Jan Op | 6 september 2020

Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. Hij neemt ons mee naar die periode. Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het zal begrijpelijk zijn dat ik veel details na 70 jaren kwijt ben. Bovendien heb ik nogal veel halen gemaakt in al die jaren. Toch probeer ik uit mijn versleten geheugen te putten om mijn voornemen: de evolutie van het roeien aan te dragen, gestalte te geven. Dus terug naar Ouderkerk a/d Amstel in 1950.

Ik put plaatjes en krantenknipsels uit mijn geplastificeerde plakboek. De plaatjes worden overgezet naar deze geschriftjes waardoor de kwaliteit flink te lijden heeft. Maar dat valt dan onder “antiek”.

We hebben ongetwijfeld onze welverdiende blazers aan. In de speciale kleur rood van onze lichting. Hoe we reizen en verblijven is me totaal niet meer bekend. Mogelijk was er een busverbinding tussen het Centraal Station en Ouderkerk. En gaan we naar ons ouderlijk huis eventueel samen met een ploeggenoot om te overnachten. Hoewel de “Havik” (schip voor het boottransport, botenwagens bestaan nog niet) soms ook onderkomen biedt met stro in het ruim gespreid. Ons eigen vervoermiddel is een fiets, niemand heeft een auto. De fiets hebben we in Delft achtergelaten.

Uit het geplastificeerde album van Jan Op: gerommel met de vlag van Willem III

Zaterdag onze kennismaking met de Amstel en het bijkomende nemen van allerlei bochten. De taak van de verse “stuur” (ik heb de “pik” eraf gehaald zoals eerder beloofd). Veel “boord-best” en het aansturen van de bochten oefenen. En hoe om te gaan met de “vijand” als hij of wij in de weg varen. Dat laatste is nauwelijks te vrezen: er nemen in totaal 20 achten deel waarvan 2 in de Eerste Divisie.

Onze allereerste wedstrijd. 8 km. We zijn uitgebreid voorbereid op de start. Spannend. We varen over een onzichtbare lijn die je wel kan horen. En dan is de jacht op de ploeg voor ons begonnen. Maar ook op ons wordt gejaagd. Wij varen in ons gewone hempje van ongeveer de juiste kleur, met blote armen. Hemden met korte mouwen bestaan niet of zijn te duur. Ik herinner mij niets van de wedstrijd zelf. Mijn archief zegt dat we 3e zijn. Geen blik.

Na afloop een illegale vlaggenceremonie. We proberen de vlag van Willem III te vervangen door een eigen das met onze kleuren. We hebben van ouderejaars vernomen dat wij de naam van onze vereniging “hoog” moeten houden.  De tegenwoordige voetbalsupporters hebben hun gedrag van ons afgekeken. Onze President blijkt het resultaat van onze prestatie niet te waarderen. Ons overleven staat op het spel.

Wordt vervolgd



40 jaar sloeproeien

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Het is deze maand precies 40 jaar geleden dat ik voor het eerst – als 17-jarige student van de Zeevaartschool Rotterdam – in een roeisloep zat. Sloeproeien was onderdeel van het vakkenpakket en dus een verplicht nummer. Twee keer per week roeiden we onze rondjes in de Waalhaven. Ik zette mijn studie voort op Terschelling, waar ik in 1983 mijn eerste HT-race noteerde. Weliswaar als stuurman van het gelegenheidsteam WBS-4 in de Zeehaen. Roeien leek me toch leuker, dus ik ging weer op een doft zitten.

Na mijn studie raakte het sloeproeien op de achtergrond. Maar toen ik na 7 jaren op zee weer aan de wal ging werken, rolde ik via een klant toevallig weer in het mooie sloeproeiwereldje. Ik woonde in Noord-Holland en roeide enkele jaren in de ‘Deca-Dutch’ (nu Berend Koster) in Alkmaar. In deze sloep stak ik in 1994, 1995 en 1997 de Waddenzee over. Later verhuisde ik naar Zwolle en roeide daar in de statige ‘Stad Kampen’, waar ik in 1999 mocht meemaken om tijdens de HT als eerste sloep de haven van Terschelling binnen te roeien! Uiteraard roeide ik al deze jaren ook vele andere races, inclusief de Great River Race.

Eind jaren 90 werd internet steeds populairder en beheerde ik de (toen nog primitieve) FSN-site en bouwde een site voor Stad Kampen. Het domein sloeproeien.nl bleek nog vrij en dus koos de stichting deze naam. In mei 1999 ging sloeproeien.nl live. Later bouwde ik deze site uit en plaatste ik naast de info over Stad Kampen meer algemene items zoals de roeikalender. Een paar jaar later verhuisde ik naar Rockanje en roeide daar bij de Brielse Roeiclub. Het beheer van sloeproeien.nl bleef achter bij Stad Kampen.

Toen ik neerstreek in mijn huidige woonplaats Kattendijke stapte ik in bij team Seahorse, waar ik ruim 10 jaar fanatiek heb geroeid en vele HT’s kon bijschrijven op mijn lijst. Als vrijwilliger en later bestuurslid van de FSN pakte ik ook het sitebeheer van de FSN weer op. Sloeproeien.nl was door gebrek aan beheerders min of meer ter ziele gegaan. Dit was voor mij hét signaal om weer een goed platform voor sloeproeiend Nederland neer te zetten. In 2012 lanceerde ik sloeproeien.info met de roeikalender, info over de roeiwedstrijden en een sloependatabase. Het leek mij mooi om één centrale plek te bieden met alle mogelijke info over sloeproeien en roeisloepen. M’n oude club Stad Kampen – nog steeds eigenaar van het domein sloeproeien.nl – bood mij in 2016 aan dit domein in bruikleen over te nemen, zodat we weer via sloeproeien.nl te vinden waren. Een prachtig gebaar!

In 2015 roeide ik mijn 15e HT met de Seahorse, en besloot ik dat dit een mooi moment was om te stoppen met actief sloeproeien. Mede door mijn internationale werk kon ik vaak niet meetrainen, en werd ik invalroeier bij een aantal Zeeuwse teams. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, want inmiddels roei ik alweer bijna een jaar bij Sloeproeien Zeeland en ik ben fanatieker dan ooit! Dus wie weet, en schrijf ik over 10 jaar over mijn 50 jarig sloeproei-jubileum…

HT race 2010 in de Seahorse


Roeien, doel of middel

Door Feike Tibben | 11 september 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Roeiers kennen het: verhitte, soort-van-principiële discussies op een ALV over wat nu belangrijker is: leden of boten. Vaak aan de orde als er geïnvesteerd moet worden in kachels, kleedkamers of kantine – excuus: sociëteit – terwijl de materiaalcommissaris in het botenplan nou net dat jaar ‘de-oude-heren-vier-op-zondagochtend’ of ‘de-nu-zij-wij-eens-aan-de-beurt-junioren’ nieuw vaarspul in het vooruitzicht had gesteld.

De groep die opkomt voor boten roept op zo’n vergadering om het hardst: ‘Zonder boten zouden we een breiclub zijn’. Beantwoord door de tweede met: ‘zonder leden zijn we een botenopslagbedrijf’. Vaak gaat zo’n discussie een rondje of twintig rituele dans door, afgesloten door de voorzitter die met wat zalvende woorden beide groepen gelijk geeft, iets murmelt over evenwicht, balans en belangrijk, verbonden door veel termen als ‘natuurlijk’, ‘vanzelfsprekend’ en ‘zorgvuldig’ en een conclusie trekt die, oh toeval, overeenkomt met het bestuursvoorstel dat op tafel ligt.

Roeiverenigingen worden opgericht met als doel om te roeien. Ik heb ze niet allemaal langsgelopen, maar ik kan me zo voorstellen dat in alle statuten van de roeiverenigingen zoiets staat als bij mijn eigen vereniging: ‘De vereniging heeft ten doel de roeisport te bevorderen en haar leden in de gelegenheid te stellen deze te beoefenen’. De roeisport is het doel, leden zijn het middel,.

Afgelopen week stond er een leuk stuk op deze site over de St Ayles skiff (in ‘onze’ termen geen skiff, het is een vierriems-sloep). De St Ayles-vereniging uit Woudrichem heeft de Elfstedentocht gevaren en daarvan deden ze verslag. Een roeivereniging uit Woudrichem? Kennen we die dan?

De vereniging is geen lid van de KNRB, maar ook – of misschien wel juist – zonder ons is daar iets heel leuks daar aan de gang. Zij zijn daar niet gestart met het idee ‘we gaan roeien’, maar met: ‘we gaan wat samen doen’. De oplettende lezer ziet het verschil: leden komen hier op de eerste plaats. Ze noemen het ‘community rowing’. Je koopt niet met z’n allen een boot, je bouwt er één! Samen wekenlang zagen, plakken, schuren, lakken en je ziet het schip onder je handen groeien. Het mooie is dat de gemeente Woudrichem dit community-rowinginitiatief heeft omarmd en alle plaatsen in de gemeente in de gelegenheid heeft gesteld zo’n boot te bouwen. En met succes: Woudrichem, Wijk en Aalburg, Werkendam, Giessen, Rijswijk. Samen honderden roeiers, allemaal met eigengebouwde boten waarin ze wedstrijden tegen elkaar varen om het gemeentelijk kampioenschap of om samen geld in te zamelen als onderdeel van de community building. Wat een lol en wat een community. Roeien is hierbij geen doel, maar middel.

En er zijn nog meer van dit soort groepen waarbij de roeisport niet het doel is, maar het middel. Agenten en mariniers die samen in de boot vechten tegen de PTSS-spoken in hun hoofd. Er lijkt een wereld te liggen tussen ons ‘roeien als sportdoel’ en hun ‘roeien als middel’. Ik denk dat het schijn is. Doel of middel, het is allemaal semantiek. Die ALV-voorzitters snappen dat wel.
Zo meteen ga ik maar even het water op… even de week uit m’n lijf trappen. En binnenkort maar eens naar Woudrichem. Je zult zien dat we mekaar begrijpen.



Elfstedentocht in de St Ayles skiff

Door Alfred Vos | Foto’s Joke Scheffer

Op vrijdag 4 september lagen in het water van de Zuider Stadsgracht in Leeuwarden zes roeiers van WSV Woudrichem in een St Ayles skiff klaar om te starten met hun Elfstedentocht. Vlak voor het middaguur lieten zij hun vier riemen in het water zakken voor de eerste slagen van een tocht die 33 uur later op dezelfde plek zou eindigen. Het thuisfront volgde de tocht online en stuurde veel hartverwarmende support-appjes.

Het initiatief voor deze monsteruitdaging kwam van Martin Bakker (62) en kreeg concreet gestalte na de Skiffieworlds in 2019. Zijn team, Martins Dream Team, was na het vele trainen voor de 2 km WK-races toe aan een nieuwe uitdaging. “Omdat het team al ervaring had met langere tochten zoals Great River Race in Londen en Harlingen-Terschelling-Harlingen was de keuze voor de Elfstedentocht snel gemaakt” aldus Bakker. “Een oer-Hollandse uitdaging die nog niet eerder in een St Ayles skiff is aangegaan, daar werden de jongens wel enthousiast van!”

We maakten plannen en verlengden de trainingen om de tocht eind april te kunnen roeien. Toen kwam Covid-19 en moesten de ambities de ijskast in. Na versoepeling van de maatregelen in juni roeiden we weer in aangepaste vorm en enkele weken later in de vertrouwde samenstelling. Om de tocht nog in 2020 te kunnen roeien, roeiden we een lange trainingstocht: 125 km in 16 uur. Toen vond het team het verantwoord om op 4 september het plan uit te voeren op Friese wateren.

Na acht maanden intensieve voorbereiding roeide het team van Bakker – Erik Kieboom (51), Max Berends (51), Emiel Versluis (50), Olivier Rijbroek (44) en Alfred Vos (47) – onder prima omstandigheden van Leeuwarden naar Dokkum voor het eerste virtuele stempeltje. Met zuidwest 3 à 4 achter, gingen de eerste kilometers voorspoedig en ook met tegenwind op de route terug naar Leeuwarden was er geen vuiltje aan de lucht. Na een pittig stukje op het Van Harinxmakanaal was het tussen de rietkragen richting Sneek weer rustig op het water tot Woudsend, waar twee begeleiders met een nieuwe voorraad eten en drinken stonden te wachten. Voorzien van een nieuwe laag crème op de gevoelige delen was de volgende horde een klotsend Slotermeer. Een fikse zijwind maakte er een spectaculaire overtocht van richting Sloten.

Een St Ayles skiff is met riemen 7,80 meter breed. Reden om de smalle vaarten voor en na Balk links te laten liggen en andermaal het Slotermeer over te steken terug naar Woudsend en linksaf te gaan het Heegermeer op. Een dik wolkendek maakte het de maan onmogelijk de roeiers wat bij te schijnen op weg naar Stavoren. Regen, west 4 op de kop en de duisternis maakten dit deel van de tocht het zwaarst. Eenmaal in Stavoren gaf het licht van een nieuwe dag weer hoop en was het weer wat ontspannender roeien met de wind in de rug richting Hindeloopen. De stralende ochtendzon verwarmde de botten. Dankzij de bevoorraders was er koffie in Hindeloopen. Daarna was het peddelen in de smalle vaart over een afstand van ongeveer vier kilometer, een oncomfortabele maar welkome afleiding na bijna 24 uur roeien met de houten riemen.

Omdat we op de meren richting Stavoren behoorlijk wat tijd verloren hadden, voerden we de snelheid richting Workum en Bolsward op om nog voor donker te kunnen finishen. In Bolsward stonden supporters uit Woudrichem ons naar de volgende stad te juichen. Dat was nodig want ook richting Harlingen was er veel tegenwind. In de wetenschap dat de wind het resterende deel van de tocht gunstiger zou zijn, trokken we na Harlingen de boot opnieuw het Van Harinxmakanaal op. Dit keer met wind mee, Franeker kwam al snel in zicht, er was nu nog één stad te gaan: Leeuwarden. In de ondergaande zon roeiden we nog eenmaal naar het noorden en zakten via Berlikum weer af richting finish. De geur van ‘de stal’ zorgde voor een opleving. Op de grens tussen licht en donker bereikten we om klokslag 21.00 uur na 215 kilometer roeien de finish in Leeuwarden. Een klein welkomstcomité stond klaar om de heren van Martins Dream Team met een applaus, bloemen, medailles en een fles single malt te feliciteren met hun epische prestatie.

Dankzij een goede voorbereiding waren er weinig fysieke ongemakken en denkt Martins Dream Team al na over een volgende uitdaging.

Je kunt de avonturen van Martins Dream Team volgen op Facebook en Instagram.