Naar België

Door Jan Op | 4 november 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


OProeien toen – 14

Dat was de “Koninklijke”. Mijn eerste blik binnengehaald.  En ook nog een redelijk duur blik: “B”. Dus voortaan niet meer bij de “jeugd” in A.

Ik weet niet wat er in de Bestuurskamer met de coaches wordt besproken. Het gevolg is wel dat we naar een buitenlandse wedstrijd gaan. Misschien valt er nog een blik te verdienen. We steken bij Hazeldonk de grens over. Daarvoor hebben we in Delft een paspoort aangeschaft. We gaan per bus. Over de tweebaans hoofdweg. En een heuse slagboom met aan beide zijden bars kijkende grensbewakers. We stellen ze helemaal tevreden als ze onze spiksplinternieuwe paspoorten te zien krijgen. Volgt nog wel een inspectie van de bus op verboden waar zoals de onvermijdelijke drank om na de wedstrijd verdriet te doen verdwijnen of de vreugde te vieren. Want na elke wedstrijd mogen we even “uit training”. De volgende dag horen we of we hebben voldaan aan de gestelde eisen of dat er een volgende opruiming zal plaatsvinden.

Wat betreft de verboden uitvoer naar België: de boot gaat weer met de Havik naar Wijnechem. De boot past in het ruim en rust op een paar biervaatjes, vol. Waar de jenever is verstopt?  In ieder geval ongemerkt gesmokkeld. Een nu ongekende situatie, maar toen heel gewoon. We zijn ook in deze tak van “sport” goed getraind.

De uitslag (uit een Vlaamse krant, het origineel is onleesbaar geworden):

De aanwezigheid van de Delftse ploegen was onze juniores noodlottig want in vier en acht gingen zij met de prijzen lopen. (Tijd 6.22) .

Alweer een blik. Een heel bijzondere: rechthoekig brons van ongeveer 3 bij 5 cm. Linten en gaatjes of beugeltje zijn onbekend. Als ze al bestonden. Ik heb geen beeld helaas. Mijn blikken zijn later voor een deel gestolen. Een groot verschil met de zuinige blikjes die in Nederland zijn te verdienen. De viering van onze overwinning vindt plaats in Antwerpen. Ik noem geen details. Ons Bestuur blijkt tevreden te zijn want we mogen in dezelfde samenstelling naar de Bosbaan, Holland Beker — Amstel — ARB-combinatie.



Broken d’riem

Door Kees Verweel | 31 oktober 2020

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Foto: Herman Engbers

Zaterdagochtend 8:00 uur. Eigenlijk had ik vandaag zo rond deze tijd op een slaapschip aan m’n ontbijtje moeten zitten, in Muiden. Na een te korte nacht omdat het gisteren erg gezellig was en we net te lang bij Ome Ko zijn gebleven. De spanning neemt toe want straks om 12:00 uur is onze 1e start. Een uurtje knallen, één grote krachtexplosie en sprint rond Pampus. Het weer zou vandaag super zijn geweest, hoge temperaturen en niet teveel wind. Ik heb edities meegemaakt met striemende hagelbuien en temperaturen net boven 0 graden Celsius. Muiden-Pampus-Muiden staat hoog in de favorietenlijst van vele sloep- en pilot gig roei(st)ers. Deze afsluiter van het seizoen wil je niet missen. De organisatie heeft heel toepasselijk het logo aangepast, en op facebook gonst het als vanouds, met het grote verschil dat editie 2020 niet doorgaat dit jaar. Op de Facebookpagina van MPM ook berichten van Pilot gig teams uit Engeland die dit weekend vreselijk missen.

Eigenlijk had ik vanmiddag rond 15:30 uur het startschot moeten horen voor onze 2e start. Opnieuw een krachtsexplosie en sprinten rond Pampus, samen met zo’n 80 tot 90 andere herensloepen vechten om als eerste bij een keerboei te zijn, en werkelijk alles geven op te terugweg waar dat laatste stuk vanaf het havenhoofd tot aan de finish zo ongelofelijk lang lijkt te duren. Eigenlijk had ik vanavond in de tent moeten staan, de vermoeidheid alweer vergeten en nog één keer dit jaar met vele honderden roei(st)ers een goed feestje bouwen, dat tot in de vroege uurtjes doorgaat in de cafés in Muiden en/of op de slaapschepen. Om dan op zondag na een veel te korte nacht, met (spier)pijn in m’n lijf en bibberend brak van het feestje een poging te doen wat te ontbijten, want je hebt pas Muiden-Pampus-Muiden geroeid als je ook het 3e rondje Pampus – de Brakke Race – hebt volbracht. En iedere keer weer ben ik verbaasd over de uitslagen van dit 3e rondje, de teams doen er nauwelijks langer over dan op zaterdag! Ik gok dat met mij vele roeiers en roeisters vandaag denken dat ze eigenlijk in Muiden hadden moeten zijn. We hopen volgend jaar allemaal weer van de partij te zijn in Muiden!

Het seizoen 2020 is nu echt ten einde, de huidige coronamaatregelen blijven waarschijnlijk tot in december van kracht, dus de kans dat we dit jaar nog een keer in onze sloep zitten is minimaal. Morgen sluit ik de sloeproeikalender 2020 af, en tellen we met sloeproeienNL af naar 12 december. We gaan dan de Nederlandse oceaanroei(st)ers volgen tijdens hun 5.500 km lange oceaanoversteek. En daarna gaan we aftellen naar april 2021, om weer vol goede moed aan een nieuw sloeproeiseizoen te beginnen 😊



Bye bye burger

Door Feike Tibben | 29 oktober 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Oplettende roeiers is het al opgevallen… als roeibond gebruiken we het woord ‘burgervereniging’ niet meer. We spreken over algemene verenigingen. Natuurlijk zullen we ons nog wel eens verspreken en ik sluit ook en web-aanduiding hier en daar niet uit, maar lukt ons steeds beter. Steeds meer roeiers gebruiken het ook. ‘Algemene vereniging’ is the word. Natuurlijk zal ‘burgervereniging’ nog wel hier en daar voorkomen op webpagina’s, maar Wikipedia heeft ‘algemene vereniging’ al netjes overgenomen. Je zou kunnen zeggen: zo langzamerhand wordt algemene vereniging algemeen.

Maar waarom doen we dat eigenlijk? We zijn de naam burgervereniging toch zo lekker gewend, het klinkt zo vertrouwd en het bekt zo lekker.

Wie een beetje zoekt ziet dat de term burger vooral gebruikt wordt door bijzondere groepen. Bij studenten, zoals wij maar al te goed weten, maar ook in leger-, brandweer- en politiekringen en niet te vergeten de woonwagensector.
De term ‘burger’ wordt vooral gebruik om je eigen groep te onderscheiden, om aan te geven dat je samen anders bent dan de rest. ‘Burgers? Dat zijn de anderen, hullie zonder vrijheid, zij zonder sterren en strepen of woners zonder wielen, niet wij. Burgers, dat zijn de niet-studenten, de niet-geüniformeerden en zij die in gewone huizen wonen.’
en kwestie van perspectief dus.

Vroeger, toen we in de roeisport veel studentenleden hadden ten opzichte van het aantal niet-studenten, toen bovendien de niet-studentenleden vaak ex-studentleden waren, toen was het misschien wel logisch om vanuit studentenperspectief te denken. Bij die gedachte past het om de term  burgerroeivereniging te gebruiken. Burgerroeivereniging was een makkelijke term om onderscheid te maken met ‘de onzen’, de studentenroeivereniging.
Maar ja, de roeipopulatie is gewijzigd. Inmiddels zijn er zoveel oudere sporters dat het aandeel studentenleden nog ongeveer 1/3 van het totaal aantal roeiers is. En veel van de niet-studentenroeiers zijn geen terugkerende ex-studenten, maar roeiverse ‘late entries’. En die groei zet door. Over een paar jaar is misschien wel ¾ van de roeiers niet-student en is het aantal late-entries ook nog gegroeid.

Daarom is het hoog tijd om als inclusieve sport de bakens te verzetten:
Wij spreken dus voortaan van Algemene Verenigingen en Studentenverenigingen.



OProeien toen – 13

Door Jan Op | 28 oktober 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Hoe was de roeihaal ook weer…?

In mijn vorige stukje (12) nodig ik de lezer uit alvast de (slechte) foto van de B-acht op de Bosbaan te bestuderen. Een dergelijke foto kan nooit meer worden gemaakt. Het geeft de armoede in het roeien vlak na de oorlog weer. Coaches zijn op zoek naar een winnende “stijl”.

Sommige verenigingen kunnen rekenen op hulp van oud-leden die daar tijd en gelegenheid voor hebben. Een ex-roeiende arts (oud lid) in dezelfde stad bijvoorbeeld. Onze oud-leden zijn druk bezig om bedrijven en allerlei instanties weer op de rails te krijgen. Ze kunnen zich niet vrijmaken om elke dag naar Delft te komen.               

Het is een taak voor de nog studerenden die voor de oorlog roeiden. Die enige vertraging in hun studie accepteren om roeien door te geven aan nieuwe generaties. Maar kennis van de roeibeweging is vrijwel verdwenen. “Hoe was het ook weer?” Dus is de “HAAL” gebaseerd op geheugen of eigen inzicht.

Ik heb in stukje 3 al aangegeven dat het produceren van veel schuim bij het “bakken” voortgang betekent. Er wordt nauwelijks gelet op de beweging van benen, armen en rug. Door de omstandigheden gedurende de Tweede Wereldoorlog is veel kennis verloren gegaan.

Dit deel van de foto (enigszins bewerkt) geeft het resultaat weer van opvattingen van twee coaches die respectievelijk de Oude Vier en de Jonge Acht A onder hun hoede hadden. Deze roeiers uit de B-acht laten heel duidelijk zien dat er een nu ondenkbare situatie bestaat die de benaming “ROEIEN” nauwelijks waard is. De 4 en de 5 uit de Jonge Acht hebben duidelijk een coach met enig inzicht. De 3 en de 6 zijn ex-Oude-Vier.

Ook op de Bosbaan produceert de ex-Oude-Vier veel schuim zoals ze dat is geleerd. Overigens met de beste bedoelingen. De coaches valt niets te verwijten. Hun voorgangers zijn afgestudeerd of niet uit de oorlog teruggekeerd. Hun opvolgers dienen enige vorm van opleiding te krijgen. Maar dat is een kluif voor de volgende lichting.

Ondanks al deze gebreken weten we te winnen van de enige tegenstander: Triton. In de ongekend snelle tijd van 7.02.  En dat geeft aan dat er meer verenigingen problemen hebben.



Dutch Coastal Rowing 3

Guus van Wechem schrijft drie afleveringen over Dutch Coastal Rowing en zijn visie op die vorm van roeien.
Lees natuurlijk ook het oktobernummer van Roei! – met heel veel over coastal rowing – waarin Guus ook aan het woord komt.


Deel 3, slot:

Professionele publiciteit

Waardoor is coastal roeien snel zo populair geworden? Omdat de FISA, de KNRB en de commissie Coastal, waar ik ook deel van heb uitgemaakt, veel publiciteit genereert. Roeien is een geweldig veelzijdige sport. Je kan het alleen of in teamverband beoefenen. In de zomer en in de winter bij goed en slecht weer. In wedstrijdverband, bij een toertocht door de prachtige natuur van Nederland, bij een marathon of zomaar elke zaterdag een paar uurtjes met je vrienden het water op. Op zee of op zoet water. Roeien is gezond je gebruikt je hele lichaam en is niet impulsief. Als je goed roeit is er weinig kans op blessures. Roeien komt bovendien altijd positief in de publiciteit. Je kan roeien tot op zeer hoge leeftijd.
Dus goed nieuws voor sponsoren!! Ik ken vele tachtigers die nog elke week roeien. Mede na het aantreden van Feike Tibben als commissaris breedtesport is er veel ten goede veranderd bij de KNRB. Ik heb Feike kort na zijn aantreden gesproken en heb hem mijn visie op de KNRB uitgelegd.

Ik denk dat het goed is als rol- en vastebankroeiers weer onder één dak komen net zoals bijvoorbeeld in het UK het geval is. We hebben gelijke belangen. Het zou mooi zijn als je op een plek alle takken van de roeisport kan vinden en het meest logisch is dat dat de KNRB-website is. Ik denk dat er bij de KNRB op de website voor elke tak van de roeisport een nieuws kolom moet komen met:

Benoem bij elke categorie een beheerder die een oogje in het zeil houdt. Er is elke dag wel wat nieuws te melden zal dat heel wat traffic veroorzaken op de KNRB-site. Dat is ook goed voor onze sponsoren! Verder zou het mooi zijn als de KNRB goede contacten heeft bij de pers zodat alle takken van de roeisport regelmatig in de publiciteit komen. Er is gewoonweg heel veel roeinieuws!

  • Er staan bijvoorbeeld al weer enkele teams – ook een damesteam – klaar staan om mee te doen aan de Talisker Whisky Ocean Challenge 2020. Dat spreekt heel veel mensen aan. Curieus genoeg zijn het alleen maar teams uit de vastebankroeiwereld.
  • Maar bijvoorbeeld ook nationale open dagen van de roeisport onder de aandacht brengen. Nu moet elke RV dat op eigen houtje doen.

Bij RV Alphen zijn we de afgelopen jaren heel succesvol gebleken om jeugdleden te werven. Dit jaar kunnen we mede daardoor 50 nieuwe leden inschrijven op een totaal van 300 leden. Ik ben er van overtuigd dat als we de publiciteit professionaliseren en deels centraliseren bij de KNRB we veel meer leden aan ons kunnen binden!

Dutch Coastal Rowing 2

Guus van Wechem schrijft drie afleveringen over Dutch Coastal Rowing en zijn visie op die vorm van roeien.
Lees natuurlijk ook het oktobernummer van Roei! – met heel veel over coastal rowing – waarin Guus ook aan het woord komt.


Deel 2 van 3:

Vastebankroeiers en publiciteit

We genereerden veel publiciteit, hadden goede contacten met de pers opgebouwd en kwamen merkwaardig snel in contact met sloeproeiers, vastebankroeiers. We spraken met de FSN (Federatie Sloeproeien Nederland) en de DPGA (Dutch Pilot Gig Association). Wat wisten we van sloeproeiers? Nou weinig tot niets. Er zijn 4500 sloeproeiers in Nederland en dat aantal stijgt snel. Ze hebben dezelfde problemen als rolbankroeiers, zoals goede toegang tot het water, permissie om wedstrijden te organiseren. Sloeproeiers weten van wedstrijden een echt feest te maken, daar kunnen wij nog wat van leren. Ze vonden ons cursusmateriaal, zoals de basiscursus, inmiddels uitgebreid met een professionele cursus navigeren toegespitst op roeiers, heel interessant en ze wilden graag met ons de zee op – en dat is vaak gebeurd.

Zo kwamen we ook in contact met Marc Slats die mee wilde doen aan de Talisker Whisky Atlantic Challenge. Even van de Canarische eilanden in wedstrijdverband 5000 kilometer overroeien naar Midden-Amerika. Marc was zeezeiler en moest dus rolbankroeien leren, dat deed hij bij RV Rijnland. Hij pakte de voorbereiding heel professioneel aan. Vele uren skiffen, kracht- en conditietrainingen bij een professionele trainer.
Tijdens de wedstrijd kon je zijn avonturen volgen. Je kon hem via een satelliettelefoon vragen stellen. Ik heb hem ook een paar keer aan de lijn gehad. Iedereen enthousiast, verslagen in de kranten, de kleinste vereniging wist er enthousiast over te berichten. Echter oorverdovende stilte bij de KNRB. Dat verbaasde mij, al rolbankroeiend de oceaan over en dat nog winnend doen ook. Overal free publicity daar haak je toch bij aan… Ik kon de KNRB echter niet overtuigen. En toen ben ik wat minder vriendelijk tegen ze uitgevaren: dat ze alleen oog hadden voor twee kilometer rechtuit varen in een wedstrijdboot op de Olympische Spelen. Terwijl 85% van alle rolbankroeiers juist niet in wedstrijdverband vaart.

Toen zijn bij mij de ogen geopend hoe belangrijk publiciteit is. We kunnen veel meer mensen aan het roeien krijgen!

Wordt vervolgd



Dutch Coastal Rowing 1

Guus van Wechem schrijft drie afleveringen over Dutch Coastal Rowing en zijn visie op die vorm van roeien.
Lees natuurlijk ook het oktobernummer van Roei! – met heel veel over coastal rowing – waarin Guus ook aan het woord komt.

Deel 1 van 3:

Het begin


We zijn blij dat we als Dutch Coastal Rowing (DCR) ook ons steentje mogen bijdragen aan de publiciteit van het roeien in brede zin en aan het roeien op zee in het bijzonder. Waar staat DCR voor? Wij roeien met yole de mer op groot open water zoals de Zuid-Hollandse en Zeeuwse stromen, en op de Waddenzee, de Noordzee en de Middellandse zee, waar je het wel uit je hoofd laat om met een gewone roeiboot te gaan varen.

Iets over de historie van Dutch Coastal Rowing. Vijftien of twintig jaar geleden – ik roeide toen nog bij de Goudse – heeft de KNRB met vooruitziende blik onder aantrekkelijke voorwaarden yole-de-mers ter beschikking gesteld aan enkele aan groot open water gelegen roeiverenigingen. Dat waren Naarden, Muiden, Nautilus en de Dordtsche, met de boodschap ‘leen ze uit!’.
Daar kregen wij bij de Goudse lucht van en omdat onze leden konden roeien en zeilen en dus konden navigeren werden er trips uitgezet, eerst Naarden-Marken en later Harlingen-Terschelling. We wisten veel leden te enthousiasmeren zodat we verscheidene teams deze trips konden laten maken. Een zeiler zette de route uit en laadde die in een GPS. Je komt met opkomend getij van Terschelling naar het vaste land en als het hoogwater geweest is kan een volgend team de boot overnemen en roeit die met afgaand tij terug naar Terschelling.
Eén team was te laat, vergat de GPS over te nemen en zei ‘Oké, daar ligt Terschelling en in rechte lijn eropaf’. Maar waar eerst water was kwam zand te voorschijn. Uren hebben ze de boot over het zand achter zich aan gesleept, dwars door natuurgebieden, iedereen ongerust achterlatend want een telefoon hadden ze ook niet meegenomen.

Tekst gaat door onder de foto


Toen is de bij ons de knop omgegaan en zeiden we als organisator tegen elkaar: Zo doen we het nooit meer! We leiden onze zoetwatermatrozen eerst goed op, leggen uit wat er anders is op groot open water en pas dan de zee op. De basiscursus werd geboren.
Later, ik roeide inmiddels bij RV Alphen, kwam ik Jaap Maks van Roeireizen tegen die adverteerde met roeitochten op de Waddenzee. Ik belde hem, ‘heb je daar ervaring mee? Nee! Nou ik wel! Laten we samen Harlingen-Vlieland-Harlingen organiseren. Jaap ontketende een mediaoffensief. Er was een ongelofelijk grote belangstelling. Jaap regelde vier extra yole-de-mers van Eurodiffusion, de toenmalige marktleider uit de Provence. Deze grote clinic werd een groot succes.
Dat smaakte naar meer. Het is dan toch wel handig als je eigen boten hebt. We leenden in die tijd bij Jason de Noorderhaaks. Ik belde onze contactman daar en zei ‘Als jullie je boot wegdoen wil ik het als eerste weten!’ Dat kwam goed uit want ze waren hun botenloods aan het vergroten en kwamen geld tekort. De dag daarop haalde ik dol van blijdschap de Noorderhaaks op en betaalde cash, uit eigen zak. BAM!
Later waren er vier man, de Founding Fathers, die het beginkapitaal voor DCR verschaften. Ieder probeerde bij zijn eigen vereniging onderdak te vinden voor de Noorderhaaks, zonder succes. ‘Daar krijgen we bij de ALV de handen echt niet voor op elkaar’ zeiden de besturen, ‘wat moet je met zo’n yole-de-mer?’

Wat nu? We richten onze eigen roeivereniging op! Zo gezegd, zo gedaan, het was april 2016. De naam? Weer uit Jaap z’n koker: Dutch Coastal Rowing. En omdat we geen geld hadden, een lean & mean organisatie: een boot op een trailer en een website, en dat is het. Welke tarieven? Jaap kwam met een lage contributie, 35 euro, en voor het gebruik van de boot 100 euro. Dat bleken allemaal gouden grepen. De veiligheidsuitrusting van boot en bemanning bespraken we met roeiers met zeezeilervaring.
De klusploeg van Alphen knapte de boot en de trailer op en rustten de boot uit. We hielden veel presentaties in het land en de leden stroomden toe, we hadden in no time 130 leden, en dat terwijl we mikten op 80 tot 100. We wilden onze leden namelijk een of twee maal per jaar veilig de zee op laten gaan met die ene boot. De publiciteit werkte, ik stopte met werven.

De Noorderhaaks aan de Middellandse Zee

Wordt vervolgd




Einde seizoen?

Door Kees Verweel | 24 oktober 2020

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Terwijl de dreun van vorige week heel langzaam wegebt maken we bij Sloeproeien Zeeland voorzichtig de eindbalans op voor dit jaar. Een jaar geleden startte de bouw van de Seelandia, vlak voor de Kerst volgde de doop en tewaterlating, en gingen we aansluitend fanatiek trainen in weer en wind. Op 8 maart werd de sloep gesleept, en waren we helemaal klaar voor onze eerste race!
Corona gooide precies een week later roet in het eten, en de Seelandia stond vervolgens bijna vier maanden op het droge. Begin juli mochten we eindelijk weer trainen, en hoopten we nog een wedstrijd te kunnen roeien dit seizoen, maar op 13 oktober viel wederom het doek. Vandaag zou de laatste race van dit jaar – Liwwadster Rondje – geroeid worden, maar de wedstrijdteller voor sloeproeiend Nederland blijft steken op slechts 3 races, de overige 27 gingen niet door dit jaar. Veel teams hebben de sloep inmiddels uit het water gehaald, en beginnen vervroegd aan het winteronderhoud. Ons eerste seizoen duurde dus slechts ruim vijf maanden – met een lange onderbreking – en was geheel zonder wedstrijden. We hebben overigens wel ruim 600 trainingskilometers op de teller staan! De eerste ledenbijeenkomst moesten we helaas ook al annuleren, al met al een heel vreemd jaar zonder echte afsluiting…

De Seelandia staat ook weer op de kant, maar we hopen stiekem wel dat we dit jaar wellicht nog wat kunnen trainen, hoewel de huidige corona-ontwikkelingen voorlopig de verkeerde kant uit gaan. Ik heb mijn kajak maar weer stand-by gelegd, want het water blijft trekken aan me. Dan maar weer alleen het zoute water op, genieten van de elementen, terugdenken aan afgelopen gekke seizoen en alvast een beetje vooruitdenken aan volgend seizoen.



Dinsdagavond 13 oktober

Door Feike Tibben | 23 oktober 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


KNRB-bestuursvergadering. Digitaal feliciteren we elkaar met de prestaties in Poznan en bespreken we de impact van de zojuist door Rutte c.s. gehouden persconferentie over nieuwe corona-maatregelen. Opvallend snel went onze nieuwe roeistatus en al even snel worden consequenties die enkele maanden geleden nog als bijzonder en ingrijpend werden ervaren, geaccepteerd en geïmplementeerd.

Op het moment dat wij bestuurlijk vieren en vooruitkijken komt op de Oude Rijn bij Katwijk een sloep van Ferox frontaal in aanvaring met een binnenvaartschip. Een lid van de vereniging overlijdt. Wat een drama. Zoals Kees Verweel het vorige week verwoordde: Het roeiseizoen kwam die avond met een oorverdovende dreun abrupt ten einde.

In de dagen na het ongeval is er contact met Dick Borst van de Federatie Sloeproeien Nederland. We bieden als KNRB hulp aan de federatie en de vereniging. Dat gaat verder dan medeleven. Uit ervaring weten we dat al snel de schuldvraag aan de orde komt en welke impact dat weer heeft op een hechte roeigemeenschap.
Ook nog contact met Die Leythe en Njord. Roeien zij ook op de Katwijkse Rijn? Kennen ze de situatie ter plaatse? Wat zijn hun ervaringen? Moeten we misschien met de waterbeheerder overleggen?  

Ik denk terug aan 12 januari 2019. Op het terrein van Avifauna in Alphen aan de Rijn ondertekenen die dag de provincie Zuid Holland, de belangenvereniging voor de beroepsvaart Koninklijke BLN Schuttevaer, de Roeibond en tien Zuidhollandse roeiverenigingen het Roeiconvenant ‘Veilig varen doe je samen!’.
We spreken die dag met schippers. We horen hun verhalen over veilig varen. Als roeiers zijn we die dag merkbaar onder de indruk van hun kundigheid en zicht op veiligheid. We maken afspraken over kennisuitwisseling, over incident-meldingen, over voorlichtingsmateriaal en kleding en zetten gewichtig onze handtekening onder de afspraken. Allemaal goede intenties die inmiddels voor een belangrijk deel ook worden nagekomen. Alfred Dijkstra liet recent zijn licht nog eens schijnen over wat we allemaal zelf kunnen om veilig te varen.

Als roeiers zijn we gewend om met een zekere trots een boot te stappen. Met ferme halen overwinnen we wind en golven en voelen we ruimte, vrijheid en snelheid. We voelen ons sterk en machtig in ons schip.
En tegelijk zijn we oh zo kwetsbaar. We fietsen achteruit op een snelweg schreef ik eerder. En zeker in het donker lijkt er een wereld te winnen.

En dan ook nog de corona-maatregelen die alleen maar ruimte laten om ondanks het koude seizoen toch maar te varen in wankele kleine nummers, en misschien ons zelfs verleiden om als roeiers nog meer de randen van de dag op te zoeken.

Roeien en veiligheid, het blijft balanceren op een dun koord.

Het incident in Katwijk komt hard aan.



OProeien toen – 12

Door Jan Op | 20 oktober 2020


Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.

Onze volgende wedstrijd is de ‘Koninklijke’ op de Bosbaan. Voor mij de eerste keer op een “echte” baan.

Natuurlijk trainen we intensief in Delft. Nu onder de leiding van de coach van de Oude Vier, Jan tK – de toevoeging is nodig om onderscheid te maken tussen alle andere Jannen. Daarom heet ik Jan OP. Onze coach, Piet, heeft blijkbaar meer “gevoel” voor een goede HAAL. Het coachen draaide om eigen inzicht. Van enige opleiding is geen sprake. Ook niet bij andere verenigingen. Als alle ploegen eenkleurig zouden zijn is duidelijk te zien welke roeiers tot welke vereniging horen.

Het reizen naar de Bosbaan gaat per trein, tram (tot de laatste halte, het Stadionplein) en de rest lopend. Auto’s zijn dun bezaaid. Alleen gefortuneerden kunnen zich er een veroorloven.
Een jaargenoot heeft ook een auto of wat daarvoor door moet gaan. Hij wil hem al snel weer verkopen. Maar eerst moeten de gaten in de bodem worden gedicht. Met stukken lood en van onder flink vuil gemaakt. Het is de vraag of dit wrak ooit de Bosbaan zou bereiken.

Het betreden van de Bosbaan kan alleen met een kaart. Voor ingeschreven roeiers gratis. Toeschouwers en fanatieke aanhangers moeten betalen. Hoewel… door het hek naast de botenloods kan je de kaart aan een bewonderaar geven. Als deze gratis de controle is gepasseerd krijg je hem weer terug. Eventueel ook weer bestemd voor een volgende klant. Later bleek de opbrengst achter te blijven bij de kosten van de controleurs. Nu kan men zomaar naar binnen. Het botenterrein is nu wel afgesloten en wordt door onbetaalde vrijwilligers (ja, toch, ik ben niet meer zo goed op de hoogte) bewaakt.

Onze boten komen weer per Havik van Meeuwisse naar de Bosbaan. Door het sluisje vanaf de Nieuwemeer met een verval van een paar meter. De Havik wordt afgemeerd bij het grasveld van het botenterrein. De bootslieden van de studentenverenigingen leggen de boten op stellingen en maken ze weer wedstrijdklaar.
Dit is een “antieke” foto van de 2×4 acht. Daar kom ik volgende week op terug. Maar een voorstudie kan geen kwaad.