Waarin Jan een Bosbaanrecord roeit

OProeien toen – 22

Door Jan Op | 12 januari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Een van de journalisten heeft de euvele moed om onze Jonge Vier (terecht?) een ‘opvallend effectief roeiende ploeg’ te noemen. Waarbij een van de bemanningsleden de ‘crack’ wordt genoemd. Hij blijkt daar nogal trots op te zijn en laat dat ook duidelijk blijken. Enige bescheidenheid en het noemen van de medewerking van zijn ploeg zou op zijn plaats zijn. Dus moet hij uit zijn wolk terug op Aarde worden gehaald.

Het toeval wil dat hij terug in Delft over een paar splinternieuwe gympies blijkt te beschikken, een luxe die menigeen moet ontberen. En zijn gedrag wordt daardoor nog meer de ploeg onwaardig. De ploeggeest komt behoorlijk onder druk te staan. Om deze enigszins te herstellen zijn drastische maatregelen gewenst. Als hij even afwezig is haal ik snel een pot menie uit de werkplaats. Met duidelijke letters laten wij de wereld kennis maken met onze bijzondere ploeggenoot. Hij blijkt de eervolle beschildering niet te waarderen.

…is de volgende wedstrijd. In de acht. Op de Bosbaan. Onze enige tegenstander is Nereus. Njord laat lopen om voor Henley te trainen. De start is opnieuw op de rand van afkeuring. De kleine voorsprong die dit oplevert is altijd meegenomen. Plus het effect op de tegenstander. We blijven Nereus voor maar we hebben er wel alles dat in ons zit voor nodig. Eigenlijk dankzij Nereus halen wij de finish in (Bosbaan-)recordtijd. 6.04. Dat record heeft het vele jaren volgehouden.

In de krant: …1000 meter was Laga 1 meter(!) voor. Beide ploegen sloegen daar 33… Maar toen Laga het tempo verhoogde naar 34… Dat waren nog eens tijden (en tempo’s). Als we tegen een huidige acht zouden varen verliezen we met tien lengten.

We roeien niet meer in de vieren. Alle concentratie gaat uit naar het komende Lagalustrum waar de Oude Acht het hoofdnummer is. De bijbehorende beker hoort in onze prijzenkast thuis.


1951: Varsity en Hollandia

OProeien toen – 21

Door Jan Op | 5 januari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Varsity

Wij, de Jonge Vier, liggen aan de start van de Varsity van 1951. Ik op slag. Bij het starten heb ik nu goed opgelet. Bij de A van “AF” gaan we ervandoor. Blijkbaar nog binnen de tolerantie van de starter (geen Laganees).  Het is lekker weer en de boot loopt ook lekker. Al snel liggen we lekker voor. En we winnen zeer ruim. Een opsteker voor de Oude Vier?


Deze foto laat zien dat mijn maten achter mij de haal nog keurig afmaken terwijl ik bij de toeter het laat afweten en enigszins vermoeid al laat lopen.

De vader van de 3 heeft een vriend met een boot zo ver gekregen om bij de Varsity af te meren. Wij klimmen aan boord en aanschouwen de rest van de wedstrijden onder het genot van…  De Oude Vier redt het niet om eerste te worden.

Hollandia

De wedstrijd in de toen gebruikelijke jaarlijkse volgorde. We hebben weer in de 8 getraind, maar ook beide vieren zijn gehandhaafd. Dubbel trainen. Maar ook examens moeten worden gehaald. De 4B is vrijdagavond aan de beurt in een heat. Daarin kwalificeren we ons voor de finale morgen. Daarin hebben we wat moeite om Njord achter ons te houden. Bij het naderen van de finish krijgen we echter een extra stimulans: de stuur van Njord roept: “10 harde voor Sylvia”. Wie roept een m… erbij om te winnen?

De Oude Vier heeft tegenslag. De boeg moet het bijna opgeven. Hij heeft al enige tijd last van iets in zijn ingewanden en heeft de coach daarvan niet op de hoogte gesteld. In de Oude 8 wordt hij vervangen door de boeg van de Jonge 8. In het hotel/restaurant ’s Molenaarsbrug bij de finish is een kamer gehuurd. Daar rusten de beide vieren tot het hoofdnummer als laatste aan de beurt is.
De veelvuldige winnaar van wedstrijden Njord kan ons deze keer niet bijhouden en moet zelfs Nereus voor laten gaan. Maar ook die houden we achter ons. Dus blik. Zelfs twee!! Nu oppassen dat ik niet bekakt word.


Beter opletten

OProeien toen – 20

Door Jan Op | 16 december 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Niet dat het roeien van de Head onbelangrijk is maar eigenlijk begint het “echte” roeien erna.

Ik noemde het al “slavenarbeid”. Maar, in tegenstelling tot het thans gangbare, vinden wij het aanvaardbaar. Of eigenlijk zien we uit naar de volgende inspanning en alles wat we te leren krijgen. Voor de afstammelingen van de Jonge Acht is al een bodem gelegd die aardig in de buurt komt van Jo’s ideeën. Voor de andere vier maten is het omschakelen. Toch vormen we al snel een eenheid, hongerig naar het opvreten van tegenstanders.

Nog wat achtergrond. De dagelijkse inspanning: bakken, tubben en varen maakt enige ontspanning nodig. En daar komt het studeren nauwelijks voor in aanmerking. Toch is dat een onderwerp waar elke coach op let. Als studieresultaten uitblijven is de kans groot dat de Minister van Oorlog je inlijft. En is de ploeg een man kwijt.

De ontspanning vindt dan ook in de avond plaats. Na het nuttigen van extra versterkend voedsel bestaande uit veel aardappels of rijst, een wat groter stukje vlees van matige afmetingen en groenten uit de kassen van de buren: (Westland). De beroemde “Lagatafel”.

De “ploeggeest” speelt een grote rol. De tweede voorstelling in de bioscoop versterkt deze. De voorste rij is favoriet. De benen kunnen gestrekt steunen op het podium waarop het doek staat. Die tweede voorstelling is even na elven afgelopen. Dat is te laat om nog op tijd in bed te liggen. Enige heren met een dikke das om vertrekken zonder te weten of “het wel goed afloopt”.

Behalve in de 8 roeien we ook in twee vieren: De Oude Vier en de Jonge Vier. De Varsity nadert. Op Oud-ledendag: voorroeien van de Ouderen. Deze keer zijn wij de tegenstanders.

Start bij de Hoornbrug in Rijswijk. De president is de starter. Ik zit op slag in de Jonge Vier. Voor het eerst aan een start. Even voor het commando “start” klinkt vertrekt de Oude Vier. Dat verrast mij. Onmiddellijk er achteraan. We lopen een beetje in, maar we komen toch te laat. Zij hebben de eer gered. Ik zal voortaan beter opletten.


Uit en in de Acht

OProeien toen – 19

Door Jan Op | 8 december 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


De slidings worden verlengd. Meer “been”. Dat kan best want de gemiddelde lengte van de bemanningen is ettelijke centimeters gestegen. Hoewel dat niet staat vermeld bij de inschrijving (de individuele gewichten wel) is dit nu naar schatting ongeveer 1,78 m. Het gewicht is gemiddeld per persoon 78 tot 81 kilo.

De roeiwereld van 1951 begint voor mij met een enorme klap. De eerste bijeenkomst in het nieuwe jaar kom ik niet meer voor in de Oude Acht. Ik blijk op slag te zitten in een 8 met onverbeterbare enthousiaste mannen die zich wederom hebben aangemeld. Het Bestuur en de Verenigde Coaches voelen zich gedwongen deze mannen nog eens een stukje (Head) te laten roeien. Ik word aan het hoofd gezet om deze ploeg naar de overwinning te leiden.

Zo gaat dat. Zonder enige melding vooraf worden ploegen gevormd en dat heb je maar te slikken. Alleen beter halen-maken levert promotie op. Kan mijn vervanger dat beter? Mijn ego is tot in mijn sokken gedaald. Slechts een overwinning op de Head kan mij misschien nog redden. Dat zal een onmogelijke opgave zijn.

Een recordaantal ploegen van 24 neemt deel, met 5 ploegen in de eerste divisie. De herinnering aan de zwarte periode tot de Head 1951 is geheel verdrongen en uit mijn geheugen gewist.

Behalve een speciale gebeurtenis tijdens onze opleiding: commando’s van de coach gaan via de “stuur” naar de roeiers. “Ogen dicht, stuurman”. Ik zit op slag en tot mijn grote verbazing doet de neef van een bekende schilder met één oor braaf zijn ogen dicht. Vlak voor de bocht. Ik moet deze veel-oudere-jaars onmiddellijk tot de orde roepen.

 We staan weer voor het altaar de maandag erna. De hogepriester voert het woord en spreekt zijn vervloeking uit over de resultaten. Het noemen van de namen begint.
Moet ik mijn oren geloven? Ik blijk terug op 4 in de Acht te zitten. Plotseling komt mijn ego opgelucht terug. Vele jaren later hoor ik dat is was “uitgeleend” om een zevental “aardige jongens” een leuke dag te bezorgen. ” Zo, nu ben je weer terug” zegt Jo na afloop. Terwijl mijn hart een ongekend hoog tempo slaat.

Roeien was/is slavenarbeid. Zonder morren doe je wat je wordt gezegd. Allemaal om niet te worden “uitgekotst” en om te voorkomen “het volgend jaar nog eens te mogen proberen”.


Riemen maken en breken

OProeien toen – 18

Door Jan Op | 1 december 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


In de vorige aflevering werd niet geroeid, maar op de wal gesleuteld aan de zeer ouderwetse riggers. Omdat het voor het begrip van huidige generaties is bestemd, ga ik daarop nog even door.

Voor de oorlog was het materieel van de dan bestaande middelen geconstrueerd. Houten boten met een flinterdunne huid en riemen van zo sterk en licht mogelijk hout. En ook nog zonder “kwasten”. Dat soort hout wordt geïmporteerd. Maar na de oorlog is hout alleen bestemd voor de wederopbouw. Slechts met een vergunning te koop. En totaal ongeschikt om er houten boten en/of riemen mee te maken. We zijn dus aangewezen op de meestal in de oorlog verborgen boten en riemen. Ontdaan van spinnenwebben en opnieuw gelakt.

Kwetsbaar. Eén verkeerde beweging met de benen: barst of zelfs scheur! Repareren met een dun strookje hout, ouderwetse lijm en koperen spijkertjes. Tijdrovende klus voor de bootsman. (Een beperkt aantal roeiverenigingen, en zeker de meer bejaarde, had een bootsman in dienst voor het repareren en onderhoud van de vloot).

De riemen die de oorlog hebben overleefd zijn vaak door het tamelijk lange verstoppen verdroogd en onbruikbaar geworden. Toch moet ermee worden gevaren. En al snel vervangen worden om nog een HAAL te kunnen maken.

In mijn bestuurstijd ben ik verantwoordelijk voor het materieel. Het gebrek aan (“eigen”) riemen maakt vervangen dringend nodig. Oud-leden zijn vaak uitstekende bronnen van hulp. Eén ervan heeft een houthandel. Onze bootsman Harry en ik mogen op de werf “geschikte” balken uitzoeken om er riemen mee te maken. Het is vurenhout uit Scandinavië. Totaal ongeschikt voor riemen. We zoeken er een paar uit met zo weinig mogelijk kwasten. Illegaal naar Delft. Bij een bevriende zagerij in stroken van riembreedte laten zagen.

Een oud-lid, werkzaam voor Shell op het laboratorium in Delft, heeft onlangs succesvolle proeven gedaan met een nieuw soort (twee-componenten-)lijm. Harry doet proeven met deze lijm. De stroken worden tot riembreedte en -lengte op elkaar gelijmd. Het proces van tot riem formeren laat ik weg. De uitkomst is: riemen van meer dan twee keer het gewicht van de “bijlen”. Maar de boot gaat ermee vooruit.

Het komt voor dat een riem nog net de finish haalt en er nog net een beker mee wordt gewonnen (schets uit andere bron).


Lassen

OProeien toen – 17

Door Jan Op | 24 november 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Ieder heeft zijn eigen riem, gemerkt met de eigen initialen. Het beperkte aantal riemen zo vlak na de oorlog maakte dat nodig. De riem wordt in elk type boot meegenomen! Ik neem aan dat iets dergelijks nu niet meer bekend is en ondenkbaar.

We voelen ons op een hoger niveau nu we zijn ingeschakeld om de vernieuwingen uit te voeren die onze coach Jo uit Henley heeft meegenomen. Behalve de veranderingen aan de bladen van ‘onze’ riemen wordt er gemeten. Tot dat moment een taak van de bootsman en het is streng verboden om aan de boot te sleutelen. Dat verbod wordt nu overtreden. Mede door de bemoeienis van onze 7, een werktuigbouwer in opleiding die een passie heeft voor (m)weten, wordt er gemeten. De stand van de dolpen, op een primitieve manier.

Op het droge wordt de boot op de kiel op houten schragen gelegd en met behulp van een paar staanders horizontaal vastgezet. Alweer een streng verboden handeling.

De riem in de dol gelegd terwijl de “eigenaar” die stevig in de inpikstand vasthoudt. Met waterpas en schietlood wordt de hoek van het blad met de verticaal gemeten. Elke afwijking moet worden gecorrigeerd. De rigger is rigide aan de boot geschroefd. De dolpen staat onbeweeglijk vast aan de rigger geschroefd.

De enige manier om de dolpen in de gewenste stand te krijgen is met stalen pijp over de dolpen en krachtig trekken de juiste stand in te stellen. Hier komt het talent van de werktuigbouwer goed van pas. Na enkele pogingen krijgt hij de dol in de gewenste stand en wordt hij met gejuich gehuldigd.

Dat de ijzeren constructie van de rigger daar erg moe van wordt zal geen verbazing wekken. Aluminium is voor dit soort constructies nog in ontwikkeling. Het gevolg is dan ook dat er herhaaldelijk moet worden gelast. En dat soort werkzaamheden moet worden uitbesteed. Het lukt om dat gratis te laten uitvoeren. Aan de overkant staat het gebouw voor Werktuigbouwkunde. Voor de technische opleiding van de studenten zijn werkplaatsen ingericht. Daar kunnen zij o.a. leren lassen onder leiding van een ‘assistent’. Een van die assistenten heeft als les-lasmateriaal kapotte riggers nodig. Toevallig.


1951 – Afkijken in Henley

OProeien toen – 16

Door Jan Op | 18 november 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


De zeer magere resultaten in 1950, terwijl wij tot de oorlog steeds in de voorste gelederen voeren, is voor de oud-leden een reden om het bestuur aan te sporen op zoek te gaan naar een mogelijke verbetering van vooral de techniek van het roeien.
Die moet te vinden zijn in Henley. Daar varen de “beste ploegen van de wereld” (maar op bescheiden schaal, er is dan mogelijk maar 10% van het huidige roeileger op het water te vinden). Vooral de Amerikanen presteren aan de top. In samenspraak tussen bestuur en Oud-Laga wordt besloten een coach, die heeft laten zien capaciteiten te bezitten maar techniek tekortkomt, naar Henley af te vaardigen om de techniek af te kijken.

Dat blijkt een gouden greep te zijn. Hij komt terug met in zijn bagage allerlei verbeteringen. Het nieuwe seizoen bevat Laga-lustrumwedstrijden. Het hoogste doel is het hoofdnummer, acht, in huis te houden. Dus zijn de te verwachten verbeteringen vooral daarop gericht. Maar er is ook een breder verband. Andere ploegen zullen profiteren van nieuwe inzichten.

De acht die wordt geformeerd bevat naast “ouderejaars” ook een aantal uit de acht van het vorig jaar. Ik prijs mij gelukkig dat ik tot die bemanning behoor. Als verreweg de jongste – en dat brengt verantwoordelijkheden mee, waar ik veel later achter kom. We zijn in een andere (roei-)wereld terecht gekomen. Jo, de coach, is uit ander hout gesneden dan de coaches die hun onkunde over de winnende HAAL, omzetten in hard “roepen” en vooral “hard trekken”. Het komt herhaaldelijk voor dat ploegen van Calvé naar de Hoornbrug (ca. 4 km) in “harde haal” afleggen. Dat is ongeveer alles wat de (amateur-)coach van roeien weet. Als roeier word je er wel “hard” van en ook heel moe. Maar als ondergrond voor toegevoegde techniek mooi meegenomen.

De eerste merkbare verandering is het verkorten en “verbreden” van het blad. Een goed ingevoerde roei-kenner zal bij zijn bezoek aan het Roeimuseum (waar?) zich afvragen hoe men kan zien dat er verschil is.
Het gevolg is meer van psychologische aard. We zijn er allemaal van overtuigd dat we een stuk sneller varen. Achteraf denk ik dat het inderdaad een soort truc van de bekwame coach is, hoewel hij dat zal hebben ontkend. We kunnen het nu niet meer vragen; hij bevindt zich in de roeihemel.