Lassen

OProeien toen – 17

Door Jan Op | 24 november 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Ieder heeft zijn eigen riem, gemerkt met de eigen initialen. Het beperkte aantal riemen zo vlak na de oorlog maakte dat nodig. De riem wordt in elk type boot meegenomen! Ik neem aan dat iets dergelijks nu niet meer bekend is en ondenkbaar.

We voelen ons op een hoger niveau nu we zijn ingeschakeld om de vernieuwingen uit te voeren die onze coach Jo uit Henley heeft meegenomen. Behalve de veranderingen aan de bladen van ‘onze’ riemen wordt er gemeten. Tot dat moment een taak van de bootsman en het is streng verboden om aan de boot te sleutelen. Dat verbod wordt nu overtreden. Mede door de bemoeienis van onze 7, een werktuigbouwer in opleiding die een passie heeft voor (m)weten, wordt er gemeten. De stand van de dolpen, op een primitieve manier.

Op het droge wordt de boot op de kiel op houten schragen gelegd en met behulp van een paar staanders horizontaal vastgezet. Alweer een streng verboden handeling.

De riem in de dol gelegd terwijl de “eigenaar” die stevig in de inpikstand vasthoudt. Met waterpas en schietlood wordt de hoek van het blad met de verticaal gemeten. Elke afwijking moet worden gecorrigeerd. De rigger is rigide aan de boot geschroefd. De dolpen staat onbeweeglijk vast aan de rigger geschroefd.

De enige manier om de dolpen in de gewenste stand te krijgen is met stalen pijp over de dolpen en krachtig trekken de juiste stand in te stellen. Hier komt het talent van de werktuigbouwer goed van pas. Na enkele pogingen krijgt hij de dol in de gewenste stand en wordt hij met gejuich gehuldigd.

Dat de ijzeren constructie van de rigger daar erg moe van wordt zal geen verbazing wekken. Aluminium is voor dit soort constructies nog in ontwikkeling. Het gevolg is dan ook dat er herhaaldelijk moet worden gelast. En dat soort werkzaamheden moet worden uitbesteed. Het lukt om dat gratis te laten uitvoeren. Aan de overkant staat het gebouw voor Werktuigbouwkunde. Voor de technische opleiding van de studenten zijn werkplaatsen ingericht. Daar kunnen zij o.a. leren lassen onder leiding van een ‘assistent’. Een van die assistenten heeft als les-lasmateriaal kapotte riggers nodig. Toevallig.



1951 – Afkijken in Henley

OProeien toen – 16

Door Jan Op | 18 november 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


De zeer magere resultaten in 1950, terwijl wij tot de oorlog steeds in de voorste gelederen voeren, is voor de oud-leden een reden om het bestuur aan te sporen op zoek te gaan naar een mogelijke verbetering van vooral de techniek van het roeien.
Die moet te vinden zijn in Henley. Daar varen de “beste ploegen van de wereld” (maar op bescheiden schaal, er is dan mogelijk maar 10% van het huidige roeileger op het water te vinden). Vooral de Amerikanen presteren aan de top. In samenspraak tussen bestuur en Oud-Laga wordt besloten een coach, die heeft laten zien capaciteiten te bezitten maar techniek tekortkomt, naar Henley af te vaardigen om de techniek af te kijken.

Dat blijkt een gouden greep te zijn. Hij komt terug met in zijn bagage allerlei verbeteringen. Het nieuwe seizoen bevat Laga-lustrumwedstrijden. Het hoogste doel is het hoofdnummer, acht, in huis te houden. Dus zijn de te verwachten verbeteringen vooral daarop gericht. Maar er is ook een breder verband. Andere ploegen zullen profiteren van nieuwe inzichten.

De acht die wordt geformeerd bevat naast “ouderejaars” ook een aantal uit de acht van het vorig jaar. Ik prijs mij gelukkig dat ik tot die bemanning behoor. Als verreweg de jongste – en dat brengt verantwoordelijkheden mee, waar ik veel later achter kom. We zijn in een andere (roei-)wereld terecht gekomen. Jo, de coach, is uit ander hout gesneden dan de coaches die hun onkunde over de winnende HAAL, omzetten in hard “roepen” en vooral “hard trekken”. Het komt herhaaldelijk voor dat ploegen van Calvé naar de Hoornbrug (ca. 4 km) in “harde haal” afleggen. Dat is ongeveer alles wat de (amateur-)coach van roeien weet. Als roeier word je er wel “hard” van en ook heel moe. Maar als ondergrond voor toegevoegde techniek mooi meegenomen.

De eerste merkbare verandering is het verkorten en “verbreden” van het blad. Een goed ingevoerde roei-kenner zal bij zijn bezoek aan het Roeimuseum (waar?) zich afvragen hoe men kan zien dat er verschil is.
Het gevolg is meer van psychologische aard. We zijn er allemaal van overtuigd dat we een stuk sneller varen. Achteraf denk ik dat het inderdaad een soort truc van de bekwame coach is, hoewel hij dat zal hebben ontkend. We kunnen het nu niet meer vragen; hij bevindt zich in de roeihemel.



Mijn volgende baantjes Bosbaan

OProeien toen – 15

Door Jan Op | 11 november 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het is nog steeds 1950. Aad van Leeuwen is een sportverslaggever met een opmerkelijk geheugen. Hij verslaat niet alleen roeiwedstrijden, maar ook paardensport en voetbal, ook voor de radio (televisie bestaat nog niet). Hij kan precies aangeven welke ploeg indertijd heeft gewonnen en wie daaraan meededen.

Zijn verslag van deze wedstrijd beslaat een hele bladzijde in de Telegraaf. Dat geldt ook voor andere roeiwedstrijden. Ik kopieer een klein stukje over de B-achten:

Er waren goede ploegen te zien op de Bosbaan. De Jonge B-achten van Triton, Laga en Nereus bijvoorbeeld waren van bijzonder goed gehalte. En al waren de omstandigheden gunstig (een krachtige wind pal mee), tijden van 6.10 (voor het winnende Laga) en 6.10.2 (voor het op 1 meter als tweede eindigende Triton) zijn toch wel bijzonder hoopgevend. Nereus zou ongetwijfeld beneden de nu afgedrukte 6.15.6 (overigens alleszins respectabel) zijn gekomen en een belangrijk aandeel in de mooiste race van het toernooi hebben gehad indien zijn stuurman de kolken van Laga had vermeden.

We verdienen een zilveren beker en 9 zilveren blikken (De belangrijkste ploegbaas, de coach, krijgt nooit een tastbare prijs. Behalve veel later bij Argo Sprint toen ik twee zonen aan de overwinning hielp. Ik kreeg uit Wageningen een klein blikje met sigaartjes!!)

Nu we blijkbaar kans zien om blikken te verwerven, moeten we in staat zijn om ook nationaal kampioen in de achtriemsgiek te worden. Hoewel flink gemotiveerd, lukt het niet de Oude Achten van Njord en Nereus bij te houden. Aad van Leeuwen:

Op de 1500 meter had Nereus nog 1 lengte op Njord en 1½ op Laga dat niet uit de strijd was maar toch voor de eerste plaats geen rol speelde… de Nereïden met een fiks zittende eindspurt…. Ze wonnen in 6.11.4 met een derde lengte. Een uitmuntende tijd.

Mijn eerste roei-jaar is ten einde. In het najaar geen wedstrijden maar wel weer trainen. Beperkt tot 5 dagen per week. Want ik mag weer meedoen!

Naar België

Door Jan Op | 4 november 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


OProeien toen – 14

Dat was de “Koninklijke”. Mijn eerste blik binnengehaald.  En ook nog een redelijk duur blik: “B”. Dus voortaan niet meer bij de “jeugd” in A.

Ik weet niet wat er in de Bestuurskamer met de coaches wordt besproken. Het gevolg is wel dat we naar een buitenlandse wedstrijd gaan. Misschien valt er nog een blik te verdienen. We steken bij Hazeldonk de grens over. Daarvoor hebben we in Delft een paspoort aangeschaft. We gaan per bus. Over de tweebaans hoofdweg. En een heuse slagboom met aan beide zijden bars kijkende grensbewakers. We stellen ze helemaal tevreden als ze onze spiksplinternieuwe paspoorten te zien krijgen. Volgt nog wel een inspectie van de bus op verboden waar zoals de onvermijdelijke drank om na de wedstrijd verdriet te doen verdwijnen of de vreugde te vieren. Want na elke wedstrijd mogen we even “uit training”. De volgende dag horen we of we hebben voldaan aan de gestelde eisen of dat er een volgende opruiming zal plaatsvinden.

Wat betreft de verboden uitvoer naar België: de boot gaat weer met de Havik naar Wijnechem. De boot past in het ruim en rust op een paar biervaatjes, vol. Waar de jenever is verstopt?  In ieder geval ongemerkt gesmokkeld. Een nu ongekende situatie, maar toen heel gewoon. We zijn ook in deze tak van “sport” goed getraind.

De uitslag (uit een Vlaamse krant, het origineel is onleesbaar geworden):

De aanwezigheid van de Delftse ploegen was onze juniores noodlottig want in vier en acht gingen zij met de prijzen lopen. (Tijd 6.22) .

Alweer een blik. Een heel bijzondere: rechthoekig brons van ongeveer 3 bij 5 cm. Linten en gaatjes of beugeltje zijn onbekend. Als ze al bestonden. Ik heb geen beeld helaas. Mijn blikken zijn later voor een deel gestolen. Een groot verschil met de zuinige blikjes die in Nederland zijn te verdienen. De viering van onze overwinning vindt plaats in Antwerpen. Ik noem geen details. Ons Bestuur blijkt tevreden te zijn want we mogen in dezelfde samenstelling naar de Bosbaan, Holland Beker — Amstel — ARB-combinatie.



OProeien toen – 13

Door Jan Op | 28 oktober 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Hoe was de roeihaal ook weer…?

In mijn vorige stukje (12) nodig ik de lezer uit alvast de (slechte) foto van de B-acht op de Bosbaan te bestuderen. Een dergelijke foto kan nooit meer worden gemaakt. Het geeft de armoede in het roeien vlak na de oorlog weer. Coaches zijn op zoek naar een winnende “stijl”.

Sommige verenigingen kunnen rekenen op hulp van oud-leden die daar tijd en gelegenheid voor hebben. Een ex-roeiende arts (oud lid) in dezelfde stad bijvoorbeeld. Onze oud-leden zijn druk bezig om bedrijven en allerlei instanties weer op de rails te krijgen. Ze kunnen zich niet vrijmaken om elke dag naar Delft te komen.               

Het is een taak voor de nog studerenden die voor de oorlog roeiden. Die enige vertraging in hun studie accepteren om roeien door te geven aan nieuwe generaties. Maar kennis van de roeibeweging is vrijwel verdwenen. “Hoe was het ook weer?” Dus is de “HAAL” gebaseerd op geheugen of eigen inzicht.

Ik heb in stukje 3 al aangegeven dat het produceren van veel schuim bij het “bakken” voortgang betekent. Er wordt nauwelijks gelet op de beweging van benen, armen en rug. Door de omstandigheden gedurende de Tweede Wereldoorlog is veel kennis verloren gegaan.

Dit deel van de foto (enigszins bewerkt) geeft het resultaat weer van opvattingen van twee coaches die respectievelijk de Oude Vier en de Jonge Acht A onder hun hoede hadden. Deze roeiers uit de B-acht laten heel duidelijk zien dat er een nu ondenkbare situatie bestaat die de benaming “ROEIEN” nauwelijks waard is. De 4 en de 5 uit de Jonge Acht hebben duidelijk een coach met enig inzicht. De 3 en de 6 zijn ex-Oude-Vier.

Ook op de Bosbaan produceert de ex-Oude-Vier veel schuim zoals ze dat is geleerd. Overigens met de beste bedoelingen. De coaches valt niets te verwijten. Hun voorgangers zijn afgestudeerd of niet uit de oorlog teruggekeerd. Hun opvolgers dienen enige vorm van opleiding te krijgen. Maar dat is een kluif voor de volgende lichting.

Ondanks al deze gebreken weten we te winnen van de enige tegenstander: Triton. In de ongekend snelle tijd van 7.02.  En dat geeft aan dat er meer verenigingen problemen hebben.



OProeien toen – 12

Door Jan Op | 20 oktober 2020


Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.

Onze volgende wedstrijd is de ‘Koninklijke’ op de Bosbaan. Voor mij de eerste keer op een “echte” baan.

Natuurlijk trainen we intensief in Delft. Nu onder de leiding van de coach van de Oude Vier, Jan tK – de toevoeging is nodig om onderscheid te maken tussen alle andere Jannen. Daarom heet ik Jan OP. Onze coach, Piet, heeft blijkbaar meer “gevoel” voor een goede HAAL. Het coachen draaide om eigen inzicht. Van enige opleiding is geen sprake. Ook niet bij andere verenigingen. Als alle ploegen eenkleurig zouden zijn is duidelijk te zien welke roeiers tot welke vereniging horen.

Het reizen naar de Bosbaan gaat per trein, tram (tot de laatste halte, het Stadionplein) en de rest lopend. Auto’s zijn dun bezaaid. Alleen gefortuneerden kunnen zich er een veroorloven.
Een jaargenoot heeft ook een auto of wat daarvoor door moet gaan. Hij wil hem al snel weer verkopen. Maar eerst moeten de gaten in de bodem worden gedicht. Met stukken lood en van onder flink vuil gemaakt. Het is de vraag of dit wrak ooit de Bosbaan zou bereiken.

Het betreden van de Bosbaan kan alleen met een kaart. Voor ingeschreven roeiers gratis. Toeschouwers en fanatieke aanhangers moeten betalen. Hoewel… door het hek naast de botenloods kan je de kaart aan een bewonderaar geven. Als deze gratis de controle is gepasseerd krijg je hem weer terug. Eventueel ook weer bestemd voor een volgende klant. Later bleek de opbrengst achter te blijven bij de kosten van de controleurs. Nu kan men zomaar naar binnen. Het botenterrein is nu wel afgesloten en wordt door onbetaalde vrijwilligers (ja, toch, ik ben niet meer zo goed op de hoogte) bewaakt.

Onze boten komen weer per Havik van Meeuwisse naar de Bosbaan. Door het sluisje vanaf de Nieuwemeer met een verval van een paar meter. De Havik wordt afgemeerd bij het grasveld van het botenterrein. De bootslieden van de studentenverenigingen leggen de boten op stellingen en maken ze weer wedstrijdklaar.
Dit is een “antieke” foto van de 2×4 acht. Daar kom ik volgende week op terug. Maar een voorstudie kan geen kwaad.



OProeien toen – 11

Door Jan Op | 11 oktober 2020


Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.

De ‘baan’ van Hollandia is krom. De Oude Rijn is niet recht, maar er worden al sinds 1882 door Hollandia roeiwedstrijden georganiseerd. Dat geldt ook voor het zeilen op het nabijgelegen Braassemmermeer. Voor roeiers: Hollandia is ook een belangrijke zeilvereniging en organiseert nu de zeilwedstrijden bij Medenblik. Daar is ook het zeil-hoofdkwartier in de voormalige visafslag.

Terug naar de wedstrijden: uit een van de kranten een stukje sfeer. Het is 1950.

“De oude acht werd in een zeer hoog tempo, 37 slagen per minuut, ingezet en van start af liep Njord langzaam maar zeker uit op de enige tegenstander, Willem III. [Njord wint met drie lengten op W III in de tijd van 6. 20]
De enige buitenlandse deelneemster, mej. Paduis uit Parijs, die in de dames-skiff senioren meeroeide, werd gediskwalificeerd omdat zij tot driemaal toe de skiffeuse van De Amstel had aangevaren. De laatste maal werd de boot van De Amstel zo zwaar beschadigd dat deze zonk. [Het is aannemelijk dat mevr. Paduis niet gewend is om op een smalle bochtige baan te varen].”

Onze (eerstejaars-) Jonge Acht A wordt tweede na een aantal heats te hebben overleefd. Laga verovert geen enkel blik, voor zover mijn geheugen ophoest.
Ik haal nog een feit boven water dat mogelijk in vergetelheid is geraakt: wegens de zondagsheiliging in het christelijke Alphen mogen we niet op zondag roeien. Dat betekent dat de vrijdagavond bij de zaterdag wordt gevoegd. Het beperkte aantal inschrijvingen, ook door het zeer beperkte aantal roeiverenigingen, maakt het nog net mogelijk om een programma in elkaar te zetten. Later moet Hollandia verhuizen naar de Bosbaan. Het afscheid moet zeer verdrietig zijn geweest. Als direct betrokkene ben ik er niet bij.

Het is begrijpelijk dat onze president zich de volgende maandag heel ontevreden toont. Blijkbaar is er in de voorafgaande coachvergadering besloten drastisch in te grijpen. Veel ploegen mogen het volgend jaar weer proberen een bankje in een boot te veroveren. Ook onze A-acht wordt opgeheven. De Oude Vier wordt wel gehandhaafd, maar wel in een B-acht. Tot mijn niet geringe verbazing en grote vreugde mag ik met drie andere maten uit de Jonge A-Acht samen met de elite in de B-acht meevaren. Hetgeen natuurlijk wel inhoudt dat ik me waar moet maken. Spannend!



OProeien toen – 10

Door Jan Op | 4 oktober 2020


Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.

Het weer is ook altijd een zorgelijke bijkomstigheid. Het “met moddergooien” is dan nog niet uitgevonden. Daar hebben de toekomstige Boeren uit Wageningen een begin mee gemaakt.

Hemelvaartsdag was voorheen de Varsitydag. En die donderdag staat erom bekend dat er ook iets wordt teruggedaan tegen die vaart omhoog: regen, veel regen. Die traditie is niet voor honderd procent meegegaan naar de zondag. Maar een wat kleinere portie staat altijd wel op het menu.

Vandaar deze krantenkop:

De strohoeden met het lint van de vereniging zijn verplicht. De vereniging waarvan de Oude Vier de overwinning binnensleurt slaat uit vreugde het dak uit de hoed. Waar zie je dat nu nog? Wij hadden al geen strohoeden en linten meer. Wat er nog was heeft de oorlog overleefd maar is allang uitgestorven.

In ons huis in Delft waren nog wel een paar linten overgebleven. Die heb ik ingepikt om mijn roeimappen mee te versieren. De linten zijn verschillend van versiering. Vermoedelijk hebben dames ze in handen gehad. (Het blik is niet echt. Het is een deelnemersblik uit Helsinki).

Na de donder-rede van de president en ternauwernood aan ontslag ontkomen is Hollandia de volgende wedstrijd. In Alphen aan den Rijn. Met de kronkelende rivier waarop een recht stuk van ca 1100 meter kan worden uitgezet. De start vindt plaats in een bocht. Dus de boten liggen niet precies naast elkaar. Er kunnen met enige moeite drie gestuurde boten naast elkaar starten, ongestuurd twee.

De damesleden hebben wel bezwaar aangetekend tegen de tekst op hun kaartje (foutje secretaris).



OProeien toen – 9

Door Jan Op | 27 september 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.

Even terug naar de Varsity. Op het gekochte toegangsbewijs (er zijn echt geselecteerde mannen uit Utrecht bij de toegang die controleren of een bezoeker een kaart heeft. Om te voorkomen dat de kaart naar buiten wordt gesmokkeld en opnieuw gebruikt, wordt er een hoekje afgescheurd). Er is nog nergens gratis toegang. Tot wordt ontdekt dat de kosten van de controle vrijwel niets van de opbrengst overlaten.

Een nu mogelijk onbekend wapenfeit wordt hier getoond. Op het toegangskaartje voor de Varsity staat bovenlangs: KONINKLIJKE Nederlandsche Studenten Roeibond. De NRB bestaat langer maar nog niet lang genoeg om het predicaat “Koninklijk” te mogen voeren. Waarom de Studenten Roeibond wel?

Tijdens de oorlog zijn er redelijk veel “Engelandvaarders” die de Noordzee oversteken. Sommige zijn nooit aangekomen. Een groot deel van deze overstekers zijn leden van een studenten (roei)vereniging. Koningin Wilhelmina heeft hen geëerd door de Studenten Roeibond vlak na de oorlog het predicaat “Koninklijk” te geven. Dat was toen de enige bond die vrijwel alle toen bestaande studentenverenigingen vertegenwoordigde. De NRB heeft moeten wachten tot 1967 om koninklijk te worden. Het gerucht gaat dat e.e.a. werd geregeld door Leienaren op hoge posten in Den Haag en in de Roeibond. En dat al op de 50ste verjaardag van de NRB.

Een bijzondere traditie mag niet onvermeld blijven. De vrijdagavond (zaterdag gesloten) voor de Varsity diende elke coach voor zijn pupillen de meest speciale alcoholische drank te componeren. Winst en verlies worden op die manier gevierd en/of vergeten. Het speciale is om het meest ondrinkbare, gore, smerig uitziende drankje te mengen. Na afloop van de wedstrijden worden deze unieke mengsels met “smaak” door de vermoeide ploegmaten met stalen zenuwen en zonder blijk van afkeuring zoveel mogelijk in een paar slokken genuttigd. Dat dit tot verbijsterende resultaten leidt moge duidelijk zijn.

De roeiwereld toen is onvergelijkbaar met de huidige. Conditie moet je gewoon hebben. Zo niet dan sta je al snel aan de wal. Het onvolwassen gedrag blijft voor een groot deel beperkt tot degenen die het niet redden en inderdaad aan wal zijn geraakt.



OProeien toen – 8

Door Jan Op | 20 september 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Stapje terug naar het dak van de loods van Willem III. In die jaren zijn zowel de roeiers als hun aanhang geduchte “hooligans”. Wat op het water niet wordt behaald, wordt gecompenseerd aan de wal. Hoewel een blik ook moet worden gevierd. Een korte inleiding lijkt mij gewenst.

Hoe het eraan toegaat na de wedstrijden bij de toen deelnemende verenigingen kan ik in mijn geheugen niet terugvinden. Wij hebben een naam hoog te houden. Er kan verschillend worden gedacht over die naam en de bijbehorende hoogte. In ieder geval wordt de training opgeschort tot 24.00. En de fles wordt met beide handen aangegrepen. Na geruime tijd begint het lijf eraan te wennen. En het is de ultieme methode om weer fris helemaal opnieuw te beginnen. Het roeien moet wel “leuk” blijven. Natuurlijk zijn we in het gezelschap van bewonderaars van dezelfde kleur maar die hebben hun riem reeds aan een wilg opgehangen. (Uiteraard beeldspraak, want riemen zijn kostbaar en schaars).

Als ik nu de beelden van het gedrag van supporters zie, is ons gedrag daar een slap aftreksel van. Maar de indruk op “de bevolking” is vergelijkbaar. Het woord “student” heeft een feestelijk accent waarbij de studie secundair is.

Terug naar de roei-verleden-tijd, de Varsity 1950.

Onze Jonge (eerstejaars) Acht haalt de finish wel maar niet als eerste. De Oude Vier volgt ons voorbeeld. Maar dat is zeker niet de bedoeling. Ook de rest van de afgevaardigden oogst weinig succes.

Een belangrijk element in het leven van een (vooral succesvol) mannelijk roeier is de verplichte militaire dienstplicht (2 jaar!). Op basis van de studieresultaten kan uitstel van de plicht worden verkregen. Maar die resultaten zijn soms moeilijk haalbaar als je nogal intensief met roeien bezig bent. De minister van “Oorlog” (ja, dat is zijn titel!) is uiterst streng. Hij moet zorgen dat een groot leger aan deze kant van de Berlijnse Muur klaar staat. Hoewel roeiers tot de beste militairen kunnen worden gerekend, kan ook het deelnemen aan belangrijke wedstrijden (je verdedigt het landsbelang) tot uitstel leiden. Afgezien van studieresultaat een accent dat bij roeien niet meer bestaat gelukkig.



OProeien toen – 7

Door Jan Op | 6 september 2020

Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. Hij neemt ons mee naar die periode. Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het zal begrijpelijk zijn dat ik veel details na 70 jaren kwijt ben. Bovendien heb ik nogal veel halen gemaakt in al die jaren. Toch probeer ik uit mijn versleten geheugen te putten om mijn voornemen: de evolutie van het roeien aan te dragen, gestalte te geven. Dus terug naar Ouderkerk a/d Amstel in 1950.

Ik put plaatjes en krantenknipsels uit mijn geplastificeerde plakboek. De plaatjes worden overgezet naar deze geschriftjes waardoor de kwaliteit flink te lijden heeft. Maar dat valt dan onder “antiek”.

We hebben ongetwijfeld onze welverdiende blazers aan. In de speciale kleur rood van onze lichting. Hoe we reizen en verblijven is me totaal niet meer bekend. Mogelijk was er een busverbinding tussen het Centraal Station en Ouderkerk. En gaan we naar ons ouderlijk huis eventueel samen met een ploeggenoot om te overnachten. Hoewel de “Havik” (schip voor het boottransport, botenwagens bestaan nog niet) soms ook onderkomen biedt met stro in het ruim gespreid. Ons eigen vervoermiddel is een fiets, niemand heeft een auto. De fiets hebben we in Delft achtergelaten.

Uit het geplastificeerde album van Jan Op: gerommel met de vlag van Willem III

Zaterdag onze kennismaking met de Amstel en het bijkomende nemen van allerlei bochten. De taak van de verse “stuur” (ik heb de “pik” eraf gehaald zoals eerder beloofd). Veel “boord-best” en het aansturen van de bochten oefenen. En hoe om te gaan met de “vijand” als hij of wij in de weg varen. Dat laatste is nauwelijks te vrezen: er nemen in totaal 20 achten deel waarvan 2 in de Eerste Divisie.

Onze allereerste wedstrijd. 8 km. We zijn uitgebreid voorbereid op de start. Spannend. We varen over een onzichtbare lijn die je wel kan horen. En dan is de jacht op de ploeg voor ons begonnen. Maar ook op ons wordt gejaagd. Wij varen in ons gewone hempje van ongeveer de juiste kleur, met blote armen. Hemden met korte mouwen bestaan niet of zijn te duur. Ik herinner mij niets van de wedstrijd zelf. Mijn archief zegt dat we 3e zijn. Geen blik.

Na afloop een illegale vlaggenceremonie. We proberen de vlag van Willem III te vervangen door een eigen das met onze kleuren. We hebben van ouderejaars vernomen dat wij de naam van onze vereniging “hoog” moeten houden.  De tegenwoordige voetbalsupporters hebben hun gedrag van ons afgekeken. Onze President blijkt het resultaat van onze prestatie niet te waarderen. Ons overleven staat op het spel.

Wordt vervolgd