Een fijne loting

OProeien toen – 27

Door Jan Op | 23 februari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het is 1951. Jan Op den Velde is met Laga naar Henley.

We maken kennis met een entourage waarvan we het bestaan met de nodige verbazing bezien. Overal keurig geklede jonge-“heren” in veelkleurige blazers waaraan niets mankeert. Wij zijn dus duidelijk herkenbaar in negen soorten rood. Njord past veel beter in dit gezelschap. Hoewel een van hun bemanningsleden in het gras genesteld, een nogal pittige opmerking maakt over een paar passerende dames. Waarop de dames in vloeiend Nederlands reageren.

Een door ons nog niet ontdekt fenomeen is dat de boeien geen gelijke kansen bieden. Dat is echter al ruim een eeuw bekend. Er zijn pogingen ondernomen om de baan te verbeteren. Tevergeefs. De ongelijke stroomsterkte en de kronkelende oevers verhinderen dat.

Algemeen Dagblad, 2 juli 1951

Een van de bijzondere verschijnselen wordt door enkele van ons bijgewoond: de loting: Die vindt plaats in het stadhuis van Henley. Een heer tovert een papiertje uit een bolhoed en noemt de naam van de ploeg die bij een bepaalde categorie op welke boei start. Er is niemand die controleert. Het papiertje verdwijnt in de daarvoor bestemde hoge hoed. Het resultaat is verrassend: bijna alle Engelse ploegen roeien tegen elkaar en de buitenlandse dus ook. En dat wekt enige achterdocht. De uitslag lijkt dit te versterken. Plus dat de Engelse ploegen ook nog eens op de snellere boei (Berks) varen! De Engelsen staan echter bekend als zeer sportief dus is onze achterdocht mogelijk totaal ongegrond. Wij weten of vermoeden niets dus varen we onze heats “gewoon”.

Er is gelegenheid tot wegen (inclusief kleding). Voor een penny in een apparaat dat de gegevens “13 stones + 7 pounds” uitspuugt: 84,3681692 kg.

Een van de buitenlandse ploegen is Varese. Een ploeg die al enige jaren de winnaar is van onder andere Europese Kampioenschappen. De heer met de bolhoed heeft ons benoemd tot tegenstander van deze zeer ervaren ploeg. Natuurlijk horen wij over deze tegenstander. De Nederlandse kranten wijden er een flink aantal kolommen aan.

Wij zouden nogal geïmponeerd zijn. Dat herinner ik me niet. Wel dat we aan de start liggen en ik mijn opponent op 4 in de acht naast ons observeer. Dat kleine mannetje zal ik zeker niet voor laten gaan.

We vertrekken op de nu gewoonlijke manier. Are you readyyyy…. We zijn al weg bij de eerste “y”. Vermoedelijk is de Engelse kamprechter op onze hand. We mogen doorgaan.

Lees en kijk volgende week of Jan Varese versloeg!


Naar Henley

OProeien toen – 26

Door Jan Op | 17 februari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Met Jan op vier heeft Lage Njord verslagen tijdens de Laga Lustrumwedstrijden. Njord gaat naar Henley, Laga dus ook.

Deze vrij plotselinge uitzending levert enige punten van grote aandacht op: onderdak in Henley. DDS (van Wankum) heeft al geruime tijd geleden alles geregeld voor het deelnemen met een ach maar geen ploeg kunnen samenstellen. Wij kunnen deze voorbereidingen overnemen. En transport: hoe komen we daar samen met onze boot? Die is niet deelbaar, een onbekend begrip. Hij gaat, in een speciaal door Harry gemaakte kist, goed ingepakt (niet in plastic, dat bestaat niet) tegen de ongunstige omstandigheden. Met een kraan het schip in. Het vervoer naar Hoek van Holland gaat per platte wagon over rails. De kist-met-boot wordt handmatig door sterke leden naar het station in Delft gebracht.

Wij gaan met hetzelfde schip (gratis!) naar de overkant (en terug), We zijn de enige passagiers. Het is de laatste reis. De rederij stopt het varen met dit verouderde schip.

Voor we naar Henley vertrekken eerst een blijk van enthousiasme van onze inwoners. In de Delftsche Courant: Bram van Delft (verkort):

Van de tocht naar Henley herinner ik mij eigenlijk alleen dat we in de  trein  naar  Henley  zaten en ons afvroegen waarom er op de Engelse huizen een overvloed aan schoorstenen staat.

Afbeeldingsresultaat voor thamesfield henley on thames
Thamesfield nu, veel groter: een verzorgingstehuis voor bemiddelden
Jan maakte deze tekening 70 jaar geleden in de tuin…

Ons logeeradres is een groot oud buitenhuis, “Thamesfield”, aan de oever van de Thames. Het dient als onderkomen voor studenten. Maar die zijn naar huis gestuurd. Het is wel wennen aan de lage deuropeningen en talloze trappetjes en drempels. De huisdame voert het beheer en zorgt voor de maaltijden.
Het eerste “gerecht” dat wij op een groot bord voor ons krijgen is een biscuitje in een donkerbruine vloeistof. Wij wachten op iets dat erbij hoort. Zij wacht tot wij dit “voorafje” hebben verorberd.

Voor we gaan dineren halen we eerst onze boot. Die staat keurig op de platte wagon zoals door een aantal sterke Laganezen achtergelaten. De kist blijft op het spoor, de boot dragen we naar het botenterrein. Vermoedelijk draagt bootsman Harry de riemen (zonder bootsman naar een wedstrijd gaan is vragen om moeilijkheden). Hij kijkt natuurlijk in de botententen naar de andere boten. Hoe de rest van de spullen zoals riggers en het roer naar de juiste plek kwamen kan ik niet vinden.

Temple Island

Na een redelijk diepe slaap na de overtocht en een Engels ontbijt, dat we met zeer veel mate nuttigen, gaan we de baan verkennen. Nu gekleed in rode hemden met mouwtjes.

We varen richting Temple Island waar de start is. Dat het water onder ons meewerkt in de goede richting te varen is ons niet opgevallen. Oproeien is – hoe kan het anders in Engeland- langs de linker oever. Een eindje voorbij Temple Island keren we. Niet verder doorvaren want daar is een stuw. Een oefenstartje bij de START. Direct na het eiland slaat stuurboord met de riemen op de “booms” (bomen) die de baan markeren. De stuur”man” krijgt flink op zijn so…. Nogmaals starten. Ondanks de bestraffende toespraak van de coach zitten we weer op de booms. Het blijkt de stroom te zijn.

Hiermee kom ik op een verschijnsel dat ertoe heeft geleid dat ik me veel heb bemoeid  met de conditie en aanleg van roeibanen.
Op de schets is het eerste gedeelte na de start te zien. De stroomsterkte in een rivier is, (ook afhankelijk van de diepte), aangegeven met een kromme lijn. In het midden de meeste, aan de oever bijna geen stroomsterkte. Het rivierwater wordt door het eiland in twee delen gesplitst. Dat we twee keer op de booms terecht komen is op schets te zien. Het “pijltje” van de stroomsterkte voor het eiland drukt de boot tegen de booms. Na een paar keer herhalen heeft de stuurman onder de knie hoe hij op tijd naar stuurboord moet trekken.
Overigens speelt de stroom een belangrijke rol bij het verloop van de wedstrijden.

Volgende week: Jan roeit Henley


Laga Lustrumwedstrijden 1951

OProeien toen – 25

Door Jan Op | 10 februari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


We zijn net gestart om het meest belangrijke blik uit de geschiedenis te veroveren. Op deze baan is het werk van de stuur(pik) extra belangrijk. 3000 meter varen, met Njord schuin achter ons houden, lukt aardig. Maar net over de finish weten we het zeker.

Ik heb nu pas in de gaten dat het bereiken van de finish al van tevoren hoorbaar is. Voorlichting van de “stuur” (moeilijk wennen) is niet nodig. Dat zou toch niet hoorbaar zijn. (We waren afhankelijk van het “toetertje”. Telefoonverkeer is ondenkbaar. Het is de “trechter”. Naarmate de finish nadert neemt het geluid van menselijke kreten toe. Nog een paar halen. En toch nog een paar. Het verlossende eindschot. Eindelijk over je riem instorten. Achterover gaan liggen is ten strengste verboden. Als je als eerste de finish passeert is overigens die neiging behoorlijk gereduceerd.

Tegenwoordig worden de benen te water gelaten. Het is mij niet duidelijk welke voordelen dat biedt. Bovendien hadden wij gympies aan. Onder een riempje aan de voetenplank. Altijd goed nakijken of het riempje (van leer) nog gezond is. Vaste schoenen op de voetenplank? Moet je dan op blote voeten over grind en ander ongemak de boot naar binnen brengen? Moet je dan ook nóg een paar dure gympies hebben? En hoe doe je dat met een medegebruiker van de boot? ”Eigen” boot? Kan dat ook?

Uiteraard vaart de kamprechter achter ons aan. Maar de boot van een vriend van iemand kan ons nauwelijks bijhouden. Die is behalve met de kamprechter overbeladen met belangrijke heren en verslaggevers Dat overgewicht maakt het voor de motor extra zwaar. En voor ons is het onduidelijk wie de kamprechter is. Ook toen zochten verhitte supporters het verkoelende water op. De blazer bleef met de schoenen aan de wal. Geen tijd te verliezen. Tot onze verrassing kwam Jo bij ons in de boot zitten (tussen de 6 en de 7 met Laga-das om). Je moet wel laten zien bij welke partij je hoort. Maar dat Njord te water zal gaan om hun acht te troosten is uiteraard ondenkbaar. Nu ook.

“We hebben gedaan wat we doen moesten” (zoals het Lagalied ons beveelt). Overigens volgens de 2 ook dankzij zijn hemd waarin hij zijn eerste blik trok. En daarna nooit meer gewassen!! Want dan gaat de kans op winnen verloren, Hij is in “Indië” geboren en daar is bijgeloof normaal.

Er is alom, behalve bij de concurrentie, grote vreugde. We kleden ons weer aan op de deel van de boerderij aan de overkant. Daarnaast is ook het botenterrein. Douchen? Dat kan niet. Wat wel? Uit mijn geheugen vertrokken. Wel dat we met de “kamprechtersboot” naar Delft terugkeren. Njord is al ingeschreven voor Henley, de top in de roeiwereld. Ondanks het feit dat wij hen op hun b.. hebben gegeven gaan ze toch. Dankzij het feit dat wij hen op hun b.. hebben gegeven gaan wij ook. Uiteraard heeft de kas van Oud-Laga een dikke aderlating ondergaan. Daar is deze ook voor bedoeld. De oud-leden zorgen voor een bloedtransfusie.      

Maar eerst vieren we met veel anderen, samen met – nu – de goede vrienden van de andere verenigingen, het Laga-bal. In rok met blazer. (Deze is nog altijd in de staat waarin het menige confrontatie heeft overleefd). Vergezeld van dame-in-’t lang. Dat is voor sommigen (toen) nog best lastig als je dat van tevoren niet hebt geregeld. Het inschakelen van zussen en nichten of een buurdame kan soms voor een oplossing zorgen. Gelukkig hebben de meeste van deze inval-dames ”’t lang” al klaar hangen.                               

Wordt vervolgd


Laga tegen Njord

OProeien toen – 24

Door Jan Op | 26 januari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Lagalustrumwedstrijden 1951. Er zullen zeker tegenstanders zijn geweest die de loting opvallend vinden. Omdat er maar drie achten voor het hoofdnummer (op een baan met twee boeien) inschrijven zou een row-over resulteren. De Jonge Acht is een goede ploeg en wordt als vierde ingeschreven. En het lot wil dat de Oude en Jonge Acht tegen elkaar loten. In de andere heat vechten Nereus en Njord tegen elkaar.
De volgende dag varen Njord en wij om de beker, de blikken en vooral de eer. Njord beschouwen we als onze eeuwige tegenstander. Njord is maar 1 jaar ouder. Als Njord bij de prijsuitreiking een blik krijgt en het Njord-lied aanheft dat begint met “Blauw is de kleur”, vallen wij in met “…van de eeuwige stront die heerst tussen Njord en Lagaai”.
Ik ben al heel lang niet meer bij een prijsuitreiking geweest. Ik weet niet of deze uitstekende traditie nog wel bestaat.

De traditionele baan is niet recht. Sturen is een belangrijk onderdeel. De stuurpikken (toen zo geheten!) zullen zich niet in een bocht laten dwingen. Dat betekent dat op het scherp van de inpik wordt gevaren.
Zoals we nu gewend zijn starten wij een halve seconde eerder. Blijkbaar is Njord op de hoogte van deze ‘techniek’. Vandaar dat het bij een halve seconde (ca. 2 meter) blijft. Maar wel genoeg(?) om voor te blijven.

De kamprechters waren toen een soort vriendenclubje van oud-roeiers. Uiteraard met de nodige ervaring maar kort daarvoor pas bij het toen onlangs ingestelde examen geslaagd. Het starten vindt plaats vanuit de forse volgboot die flink bemand is met toeschouwers en journalisten. Een echte aligneur ontbreekt. Als de kamprechter overtuigd is van de juiste startpositie steekt hij de vlag omhoog en geeft het commando: Bent U klaaaaar… AF! Dat alleen al levert een ongelijke start op. Want bij welke “a” mag je weg? Dat commando is later ook gewijzigd.

Op de foto stuurt Njord scherp naar stuurboord. Mogelijk probeert Peter hetzelfde te doen om een zo recht mogelijke koers te varen.

Wordt vervolgd


Vijf kilo zwaarder

OProeien toen – 23

Door Jan Op | 19 januari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Met het Koninklijke blik op zak beginnen de voorbereidingen voor de wedstrijd om de eer van Delft en al zijn inwoners. Want de toenmalige bevolking was voor een groot deel ook onze aanhang. Er was zelfs een zeer trouwe gepensioneerde inwoner/supporter die altijd met ons mee fietste. Hij moet na een paar jaar in staat zijn geweest elke coach van advies te dienen.

Voor het aanstaande HOOFDnummer wordt hard getraind. Ook andere voorbereidingen spelen een rol: voeding. Ondanks het afschaffen van de voedseldistributie (maatregel uit de oorlog) is voedsel eenzijdig afgestemd op de lokale oogst en het klimaat. Import uit het buitenland bestaat nauwelijks. Supermarkten zijn een onbekend begrip.
Uit de annalen:

…het ontbijt, evenals de lunch, bestaat uit een grote hoeveelheid boterhammen belegd met wat jam of pindakaas. Ons maandgeld is niet voldoende om duur beleg als kaas te kiezen. Een eitje? Een dure luxe. Als je bijvoorbeeld van de ouders er een had meegekregen waren de huisgenoten in staat om het onderling te verdelen …Weinig (duur) fruit.

 De huidige voedingsgebruiken en stimulerende middelen waren toen, in 1951, onbekend. Opvattingen over “krachtvoer” en dergelijke middelen zijn uiterst primitief en kunnen zelfs als negatief worden aangemerkt (suikerklontjes in citroensap). Wij verdachten de concurrentie, met medici als oud-leden, ervan wel degelijk te worden voorzien van wondermiddelen].

Een baantje, 3000 meter, oefenen levert al bewonderaars op, zie de foto. De nummer 2 is de “opvoeding” van vorig jaar nog niet helemaal te boven gekomen)

Een statistiekje: gewichten (kg):
Njord: boeg 71,  2 72,  3  82,  4  90,  5  93,  6  83,  7  74,  slag 81  gemiddeld 80,75
Laga  : boeg 76,  2 78,  3  81,  4  81,  5  92,  6  86,  7  87,  slag 73  gemiddeld 81,75
De zwaargewichten zijn ook in lengte de meerderen: 1,92/1,95 meter.

Bij aankomst werden bij Laga alle kandidaten gewogen. Net 18 geworden woog ik 76 kg. Nu, op een paar maanden na, 2 jaar later: 81 kg. Zou ik inderdaad in die twee jaar 5 kilo spieren erbij hebben geroeid? Of ligt het aan het primitieve wegen?


Waarin Jan een Bosbaanrecord roeit

OProeien toen – 22

Door Jan Op | 12 januari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Een van de journalisten heeft de euvele moed om onze Jonge Vier (terecht?) een ‘opvallend effectief roeiende ploeg’ te noemen. Waarbij een van de bemanningsleden de ‘crack’ wordt genoemd. Hij blijkt daar nogal trots op te zijn en laat dat ook duidelijk blijken. Enige bescheidenheid en het noemen van de medewerking van zijn ploeg zou op zijn plaats zijn. Dus moet hij uit zijn wolk terug op Aarde worden gehaald.

Het toeval wil dat hij terug in Delft over een paar splinternieuwe gympies blijkt te beschikken, een luxe die menigeen moet ontberen. En zijn gedrag wordt daardoor nog meer de ploeg onwaardig. De ploeggeest komt behoorlijk onder druk te staan. Om deze enigszins te herstellen zijn drastische maatregelen gewenst. Als hij even afwezig is haal ik snel een pot menie uit de werkplaats. Met duidelijke letters laten wij de wereld kennis maken met onze bijzondere ploeggenoot. Hij blijkt de eervolle beschildering niet te waarderen.

…is de volgende wedstrijd. In de acht. Op de Bosbaan. Onze enige tegenstander is Nereus. Njord laat lopen om voor Henley te trainen. De start is opnieuw op de rand van afkeuring. De kleine voorsprong die dit oplevert is altijd meegenomen. Plus het effect op de tegenstander. We blijven Nereus voor maar we hebben er wel alles dat in ons zit voor nodig. Eigenlijk dankzij Nereus halen wij de finish in (Bosbaan-)recordtijd. 6.04. Dat record heeft het vele jaren volgehouden.

In de krant: …1000 meter was Laga 1 meter(!) voor. Beide ploegen sloegen daar 33… Maar toen Laga het tempo verhoogde naar 34… Dat waren nog eens tijden (en tempo’s). Als we tegen een huidige acht zouden varen verliezen we met tien lengten.

We roeien niet meer in de vieren. Alle concentratie gaat uit naar het komende Lagalustrum waar de Oude Acht het hoofdnummer is. De bijbehorende beker hoort in onze prijzenkast thuis.


1951: Varsity en Hollandia

OProeien toen – 21

Door Jan Op | 5 januari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Varsity

Wij, de Jonge Vier, liggen aan de start van de Varsity van 1951. Ik op slag. Bij het starten heb ik nu goed opgelet. Bij de A van “AF” gaan we ervandoor. Blijkbaar nog binnen de tolerantie van de starter (geen Laganees).  Het is lekker weer en de boot loopt ook lekker. Al snel liggen we lekker voor. En we winnen zeer ruim. Een opsteker voor de Oude Vier?


Deze foto laat zien dat mijn maten achter mij de haal nog keurig afmaken terwijl ik bij de toeter het laat afweten en enigszins vermoeid al laat lopen.

De vader van de 3 heeft een vriend met een boot zo ver gekregen om bij de Varsity af te meren. Wij klimmen aan boord en aanschouwen de rest van de wedstrijden onder het genot van…  De Oude Vier redt het niet om eerste te worden.

Hollandia

De wedstrijd in de toen gebruikelijke jaarlijkse volgorde. We hebben weer in de 8 getraind, maar ook beide vieren zijn gehandhaafd. Dubbel trainen. Maar ook examens moeten worden gehaald. De 4B is vrijdagavond aan de beurt in een heat. Daarin kwalificeren we ons voor de finale morgen. Daarin hebben we wat moeite om Njord achter ons te houden. Bij het naderen van de finish krijgen we echter een extra stimulans: de stuur van Njord roept: “10 harde voor Sylvia”. Wie roept een m… erbij om te winnen?

De Oude Vier heeft tegenslag. De boeg moet het bijna opgeven. Hij heeft al enige tijd last van iets in zijn ingewanden en heeft de coach daarvan niet op de hoogte gesteld. In de Oude 8 wordt hij vervangen door de boeg van de Jonge 8. In het hotel/restaurant ’s Molenaarsbrug bij de finish is een kamer gehuurd. Daar rusten de beide vieren tot het hoofdnummer als laatste aan de beurt is.
De veelvuldige winnaar van wedstrijden Njord kan ons deze keer niet bijhouden en moet zelfs Nereus voor laten gaan. Maar ook die houden we achter ons. Dus blik. Zelfs twee!! Nu oppassen dat ik niet bekakt word.


Beter opletten

OProeien toen – 20

Door Jan Op | 16 december 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Niet dat het roeien van de Head onbelangrijk is maar eigenlijk begint het “echte” roeien erna.

Ik noemde het al “slavenarbeid”. Maar, in tegenstelling tot het thans gangbare, vinden wij het aanvaardbaar. Of eigenlijk zien we uit naar de volgende inspanning en alles wat we te leren krijgen. Voor de afstammelingen van de Jonge Acht is al een bodem gelegd die aardig in de buurt komt van Jo’s ideeën. Voor de andere vier maten is het omschakelen. Toch vormen we al snel een eenheid, hongerig naar het opvreten van tegenstanders.

Nog wat achtergrond. De dagelijkse inspanning: bakken, tubben en varen maakt enige ontspanning nodig. En daar komt het studeren nauwelijks voor in aanmerking. Toch is dat een onderwerp waar elke coach op let. Als studieresultaten uitblijven is de kans groot dat de Minister van Oorlog je inlijft. En is de ploeg een man kwijt.

De ontspanning vindt dan ook in de avond plaats. Na het nuttigen van extra versterkend voedsel bestaande uit veel aardappels of rijst, een wat groter stukje vlees van matige afmetingen en groenten uit de kassen van de buren: (Westland). De beroemde “Lagatafel”.

De “ploeggeest” speelt een grote rol. De tweede voorstelling in de bioscoop versterkt deze. De voorste rij is favoriet. De benen kunnen gestrekt steunen op het podium waarop het doek staat. Die tweede voorstelling is even na elven afgelopen. Dat is te laat om nog op tijd in bed te liggen. Enige heren met een dikke das om vertrekken zonder te weten of “het wel goed afloopt”.

Behalve in de 8 roeien we ook in twee vieren: De Oude Vier en de Jonge Vier. De Varsity nadert. Op Oud-ledendag: voorroeien van de Ouderen. Deze keer zijn wij de tegenstanders.

Start bij de Hoornbrug in Rijswijk. De president is de starter. Ik zit op slag in de Jonge Vier. Voor het eerst aan een start. Even voor het commando “start” klinkt vertrekt de Oude Vier. Dat verrast mij. Onmiddellijk er achteraan. We lopen een beetje in, maar we komen toch te laat. Zij hebben de eer gered. Ik zal voortaan beter opletten.


Uit en in de Acht

OProeien toen – 19

Door Jan Op | 8 december 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


De slidings worden verlengd. Meer “been”. Dat kan best want de gemiddelde lengte van de bemanningen is ettelijke centimeters gestegen. Hoewel dat niet staat vermeld bij de inschrijving (de individuele gewichten wel) is dit nu naar schatting ongeveer 1,78 m. Het gewicht is gemiddeld per persoon 78 tot 81 kilo.

De roeiwereld van 1951 begint voor mij met een enorme klap. De eerste bijeenkomst in het nieuwe jaar kom ik niet meer voor in de Oude Acht. Ik blijk op slag te zitten in een 8 met onverbeterbare enthousiaste mannen die zich wederom hebben aangemeld. Het Bestuur en de Verenigde Coaches voelen zich gedwongen deze mannen nog eens een stukje (Head) te laten roeien. Ik word aan het hoofd gezet om deze ploeg naar de overwinning te leiden.

Zo gaat dat. Zonder enige melding vooraf worden ploegen gevormd en dat heb je maar te slikken. Alleen beter halen-maken levert promotie op. Kan mijn vervanger dat beter? Mijn ego is tot in mijn sokken gedaald. Slechts een overwinning op de Head kan mij misschien nog redden. Dat zal een onmogelijke opgave zijn.

Een recordaantal ploegen van 24 neemt deel, met 5 ploegen in de eerste divisie. De herinnering aan de zwarte periode tot de Head 1951 is geheel verdrongen en uit mijn geheugen gewist.

Behalve een speciale gebeurtenis tijdens onze opleiding: commando’s van de coach gaan via de “stuur” naar de roeiers. “Ogen dicht, stuurman”. Ik zit op slag en tot mijn grote verbazing doet de neef van een bekende schilder met één oor braaf zijn ogen dicht. Vlak voor de bocht. Ik moet deze veel-oudere-jaars onmiddellijk tot de orde roepen.

 We staan weer voor het altaar de maandag erna. De hogepriester voert het woord en spreekt zijn vervloeking uit over de resultaten. Het noemen van de namen begint.
Moet ik mijn oren geloven? Ik blijk terug op 4 in de Acht te zitten. Plotseling komt mijn ego opgelucht terug. Vele jaren later hoor ik dat is was “uitgeleend” om een zevental “aardige jongens” een leuke dag te bezorgen. ” Zo, nu ben je weer terug” zegt Jo na afloop. Terwijl mijn hart een ongekend hoog tempo slaat.

Roeien was/is slavenarbeid. Zonder morren doe je wat je wordt gezegd. Allemaal om niet te worden “uitgekotst” en om te voorkomen “het volgend jaar nog eens te mogen proberen”.


Riemen maken en breken

OProeien toen – 18

Door Jan Op | 1 december 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


In de vorige aflevering werd niet geroeid, maar op de wal gesleuteld aan de zeer ouderwetse riggers. Omdat het voor het begrip van huidige generaties is bestemd, ga ik daarop nog even door.

Voor de oorlog was het materieel van de dan bestaande middelen geconstrueerd. Houten boten met een flinterdunne huid en riemen van zo sterk en licht mogelijk hout. En ook nog zonder “kwasten”. Dat soort hout wordt geïmporteerd. Maar na de oorlog is hout alleen bestemd voor de wederopbouw. Slechts met een vergunning te koop. En totaal ongeschikt om er houten boten en/of riemen mee te maken. We zijn dus aangewezen op de meestal in de oorlog verborgen boten en riemen. Ontdaan van spinnenwebben en opnieuw gelakt.

Kwetsbaar. Eén verkeerde beweging met de benen: barst of zelfs scheur! Repareren met een dun strookje hout, ouderwetse lijm en koperen spijkertjes. Tijdrovende klus voor de bootsman. (Een beperkt aantal roeiverenigingen, en zeker de meer bejaarde, had een bootsman in dienst voor het repareren en onderhoud van de vloot).

De riemen die de oorlog hebben overleefd zijn vaak door het tamelijk lange verstoppen verdroogd en onbruikbaar geworden. Toch moet ermee worden gevaren. En al snel vervangen worden om nog een HAAL te kunnen maken.

In mijn bestuurstijd ben ik verantwoordelijk voor het materieel. Het gebrek aan (“eigen”) riemen maakt vervangen dringend nodig. Oud-leden zijn vaak uitstekende bronnen van hulp. Eén ervan heeft een houthandel. Onze bootsman Harry en ik mogen op de werf “geschikte” balken uitzoeken om er riemen mee te maken. Het is vurenhout uit Scandinavië. Totaal ongeschikt voor riemen. We zoeken er een paar uit met zo weinig mogelijk kwasten. Illegaal naar Delft. Bij een bevriende zagerij in stroken van riembreedte laten zagen.

Een oud-lid, werkzaam voor Shell op het laboratorium in Delft, heeft onlangs succesvolle proeven gedaan met een nieuw soort (twee-componenten-)lijm. Harry doet proeven met deze lijm. De stroken worden tot riembreedte en -lengte op elkaar gelijmd. Het proces van tot riem formeren laat ik weg. De uitkomst is: riemen van meer dan twee keer het gewicht van de “bijlen”. Maar de boot gaat ermee vooruit.

Het komt voor dat een riem nog net de finish haalt en er nog net een beker mee wordt gewonnen (schets uit andere bron).


Lassen

OProeien toen – 17

Door Jan Op | 24 november 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Ieder heeft zijn eigen riem, gemerkt met de eigen initialen. Het beperkte aantal riemen zo vlak na de oorlog maakte dat nodig. De riem wordt in elk type boot meegenomen! Ik neem aan dat iets dergelijks nu niet meer bekend is en ondenkbaar.

We voelen ons op een hoger niveau nu we zijn ingeschakeld om de vernieuwingen uit te voeren die onze coach Jo uit Henley heeft meegenomen. Behalve de veranderingen aan de bladen van ‘onze’ riemen wordt er gemeten. Tot dat moment een taak van de bootsman en het is streng verboden om aan de boot te sleutelen. Dat verbod wordt nu overtreden. Mede door de bemoeienis van onze 7, een werktuigbouwer in opleiding die een passie heeft voor (m)weten, wordt er gemeten. De stand van de dolpen, op een primitieve manier.

Op het droge wordt de boot op de kiel op houten schragen gelegd en met behulp van een paar staanders horizontaal vastgezet. Alweer een streng verboden handeling.

De riem in de dol gelegd terwijl de “eigenaar” die stevig in de inpikstand vasthoudt. Met waterpas en schietlood wordt de hoek van het blad met de verticaal gemeten. Elke afwijking moet worden gecorrigeerd. De rigger is rigide aan de boot geschroefd. De dolpen staat onbeweeglijk vast aan de rigger geschroefd.

De enige manier om de dolpen in de gewenste stand te krijgen is met stalen pijp over de dolpen en krachtig trekken de juiste stand in te stellen. Hier komt het talent van de werktuigbouwer goed van pas. Na enkele pogingen krijgt hij de dol in de gewenste stand en wordt hij met gejuich gehuldigd.

Dat de ijzeren constructie van de rigger daar erg moe van wordt zal geen verbazing wekken. Aluminium is voor dit soort constructies nog in ontwikkeling. Het gevolg is dan ook dat er herhaaldelijk moet worden gelast. En dat soort werkzaamheden moet worden uitbesteed. Het lukt om dat gratis te laten uitvoeren. Aan de overkant staat het gebouw voor Werktuigbouwkunde. Voor de technische opleiding van de studenten zijn werkplaatsen ingericht. Daar kunnen zij o.a. leren lassen onder leiding van een ‘assistent’. Een van die assistenten heeft als les-lasmateriaal kapotte riggers nodig. Toevallig.