Naar het Olympisch dorp

OProeien toen – aflevering 42
Door Jan Op | 22 juli 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het is 1952. Jan Op den Velde gaat met zijn Laga naar de Olympische Spelen in Helsinki.

Olympische kleding: bij v.d. Brul in Den Haag. Wat zijn de kleuren? Nee, niet wat men verwacht. Onze jasjes zijn helblauw! De dames een witte blouse en een grijze rok erbij. De heren een wit overhemd en een grijze broek. Op het overhemd een glimmend grijze das (later dankbaar gebruik van gemaakt bij mijn jaquet).
Als extra versiering een witte pet voor de heren. En dan is het raden welk land wij vertegenwoordigen. Dan moet je goed kijken want rechts op het jasje is een gewapende leeuw op een heel klein stukje oranje vast gemaakt. (Mijn leeuw heeft de tand des tijds niet kunnen verslaan). Wij krijgen een oranje (meer geel) roeihemd. Met mouwtjes.

Onze boten, weer goed ingepakt, gaan per schip naar Helsinki. Dus zijn we een paar dagen nog in Delft en aangewezen op een 4+. De KLM heeft een heel toestel, “De Viegende Hollander”, voor delen van de totale equipe geregeld, ca. 30 passagiers per vlucht.

Eerder zijn al andere ploegen vertrokken. Opvallend is dat andere bonden (voetbal bijvoorbeeld) met veel begeleiders eerder zijn vertrokken. Wij hebben zelfs geen bootsman mee mogen nemen (cruciaal, zo is gebleken). De coach van Rob van Mesdag is tot bootsman opgeklommen maar heeft geen stuk gereedschap meegenomen.

We maken een tussenlanding in Stockholm, Helsinki is te ver om er direct heen te vliegen. Terwijl het vliegtuig een grondige inspectie ondergaat en de brandstoftanks worden gevuld, gaan wij de stad in. Aankomst in Helsinki per splinternieuwe landingsbaan (aangelegd door met werkstraf veroordeelde drankgebruikers terwijl Finland is drooggelegd). Wachten op onze bagage. Ik sta toevallig naast Fannie Blankers-Koen. Beroemd vanwege haar rij blikken op de OS in Londen. Enorme belangstelling van de pers. Een fotograaf vraagt mij om met veel belangstelling naar een paar hardloopschoenen van Fannie te kijken. Dat doe ik braaf. Maar de foto nooit gekregen.

Voor de deelnemers is een aantal flatgebouwen neergezet. Die zullen na afloop beschikbaar zijn als normale woningen. De roeiploeg -zonder begeleiders- kan net in een woning. De 4+ in de zitkamer, wij, de vierzonder, in de “grote” slaapkamer en de 2- + 1x in de “kleine” slaapkamer.

Het Olympische dorp bestaat uit twee delen. Het ene deel achter het (IJzeren) Gordijn, het andere ervoor. De scheiding is een streng bewaakt hoog hek met prikkeldraad. Oefenen en spelen door deze deelnemers onder strenge bewaking. Geen enkele deelnemer mag ontsnappen naar de vrije wereld. De prestaties zijn formidabel(!!). Al met al een angstwekkende ervaring zo dicht bij de scheiding tussen West en Oost.           

De roeibaan is oorspronkelijk aangelegd in de buurt van Helsinki maar afgekeurd door de FISA. Op korte termijn een andere locatie vinden is lastig. Ten slotte wordt geaccepteerd dat de baan wordt uitgezet op open water tussen een aantal rotseilanden. De Oostzee is naast de deur en heeft invloed op de baan. Zoals deining en windgolven.

Maar eerst nog wat voorzieningen. Ons onderdak al gemeld: flatgebouwen. De ”botenloodsen” zijn grote tenten. Evenals het “restaurant”.

Ik ben te snel naar Helsinki vertrokken (in deze verhaaltjes). Een niet te geloven gebeurtenis mag niet onvermeld blijven. We worden (toen) op ons 21ste  “meerderjarig”.  Het lukt mij om net op tijd 21 te zijn. Een paar dagen voor onze eerste start (16 juli) in de voorwedstrijden. Maar Ruud (3) wordt pas 21 op 24 juli, Dat is bij de eerste start nog “minderjarig”. Dat betekent dat hij toestemming van zijn vader nodig heeft om deel te mogen nemen aan de Olympische Spelen.

Gelukkig werkt zijn vader gaarne mee aan deze wettelijke verplichting. 


Laga-vierzonder naar de Olympische Spelen!

OProeien toen – aflevering 41
Tekst en tekeningen Jan Op | 15 juli 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Probleem! Kwalificatie mislukt [zie vorige aflevering]. Alle “rechters” en bestuur NRB [de Roeibond, voordat die koninklijk was, red.] in conclaaf. En er speelt nog een probleem. De NRB heeft op bevel van het Nationaal Olympisch Comité al vroeg in het jaar op moeten geven welke ploegen naar de Olympische Spelen zullen worden afgevaardigd Dat in verband met het budget.

Dus heeft de Roeibond (op grond waarvan?) de skiff (Rob van Mesdag), de 2- (Triton), en de 4+ (Nereus) opgegeven.

Nu duidelijk is dat in de 4- grote (blik-)kanshebbers zitten en de Roeibond een 4- wil toevoegen aan de al vaststaande equipe, is daarvoor geen geld beschikbaar. Als Laga zich kwalificeert heeft Oud-Laga een goed gevulde kas.

Om het kwalificeren toch mogelijk te maken kan dat niet tijdens de volgende wedstrijd. Dat zijn de Nationale Kampioenschappen die plaats vinden als de OS al zijn begonnen. De enige mogelijkheid is het volgende weekeinde, 29 juni 1952. Maar dan is de Bosbaan bezet door de Kanobond. Deze bond is bereid om in de pauze de “trial” toe te staan. We hebben dus nog een week om klaar te zijn voor de eindstrijd.

Onze boot blijft op de Bosbaan en wij pendelen tussen Delft en Bosbaan. Geen beste manier om fit in de boot te stappen. Pakje boterhammen mee in de trein en nog een stukje lopen van de laatste halte van de tram (bij het Olympisch stadion) naar de Bosbaan. Waar we ’s avonds eten en de ingrediënten van het diner is niet meer terug te vinden in mijn geheugen. Het zal nu met enige verbazing (verbijstering?) worden gelezen. Ik vermoed dat we niet elke dag op die manier trainden. In Delft, bij gebrek aan nog een 4-, mogelijk in een 4+.

De dag, 29 juni 1952, staat er een briesje mee over de Bosbaan. Het is zonnig. We hebben het nog nooit zo druk gezien op de volgweg. Vrijwel alle leden van WIII en Laga zijn met fiets aanwezig. Er is nauwelijks plek voor de auto’s van Hoge Heren (nog geen Hoge Dames) en verslaggevers. We liggen nu op de boeien 2 en 4.

De kano’s op land opgeslagen, WIII en wij aan de start. Ik weet niet meer of de OS een onderdeel uitmaakt van onze motivatie. Ik denk het niet. Wij zijn opgevoed met elke wedstrijd winnen. Ook vandaag. Ik neem wat tekst over uit de krant:

Met deze prachtige race kregen de moeilijkheden (van vorige week) een sportieve oplossing. Beide ploegen toonden dat zij uitzonderlijk snel waren en op internationaal niveau staan. Laga won omdat het na een voortreffelijk gelukte start keihard doorging (1000m in 3.07) en op de ploeg van WIII voldoende voorsprong nam om zelf tot rustig roeien te komen en de nerveuze Amsterdammers geen gelegenheid tot kalmeren te geven.

Omtrent de 1500m, toen WIII omhoog ging voor de laatste aanval, ging het bij Laga even rammelen (niet waar), het sturen werd minder (jammer, want bij een rechte koers was de ploeg onder de 6’30” gekomen) en WIII, dat na een matige eerste helft zijn ritme hervonden had, liep hard in. Maar niet verder dan driekwart lengte want op de laatste 150 meter herstelde Laga zich voortreffelijk en ving de aanval van de Amsterdammers goed op.
Het prachtige roeien van de ploeg toonde aan dat haar kwaliteit uitging boven die van de ploegen die de laatste jaren ons land vertegenwoordigden. Tijd: 6’30.2” , WIII: 6’31.7”.

(Onze tijd heeft vele jaren onbereikbaar op de recordlijst gestaan).

[Hier maak ik even een sprong van ca 40 jaren. Ik sta samen met Rob Jansen, de boeg van die WIII-vier, aan de bar bij WIII (koffie!). Even verder zit Helmers, de coach van de concurrent. Rob roept hem erbij en vraagt of hij mij nog kent: ”Je weet wel van de Laga-vier. Ja van die ploeg die drugs gebruikte. Ze stortten in bij de finish”. Hij weet blijkbaar niet dat we zijn opgevoed om te winnen met 100% (of meer) inspanning. Van “drugs” hadden we nog nooit gehoord].

We zijn onder de hoede van het NOC gekomen. Er is haast geboden want er moeten de nodige handelingen worden verricht. Zoals een Olympisch pak. Daarvoor gaan we naar Den Haag. Want voor alle kleding wordt de maat genomen om er “netjes” uit te zien. Behalve voor ondergoed, sokken en schoenen. Het moet niet te duur worden.

Dan wordt een ontdekking gedaan die aantoont dat we de juiste eenheid vormen. Onze maten (voor de kleding) zijn allemaal gelijk.

Lees volgende week verder!


We laten Willem III niet voorgaan!

OProeien toen – aflevering 40
Tekst en tekeningen Jan Op | 8 juli 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het is nog steeds 1952

We liggen aan de start. 4- op het Nereuslustrum. Willem III onze enige tegenstander. Eerder van gewonnen maar vorige keer verloren! Dat zal niet weer gebeuren. We laten WIII niet voorgaan. Dat het om de kwalificatie voor de Olympische Spelen gaat speelt nauwelijks een rol. Zeker niet voor mij. De motivatie is zoals altijd: winnen. Wat daarna komt zien we dan wel weer. Uit de annalen:

Bij de start is WIII ons iets te vlug af. Of Kees ons iets meer naar het midden stuurt vanwege de slechte boei 1? Het resultaat is dat we WIII hinderen en dat de strijd op last van de kamprechter wordt gestaakt. We zijn al op 500 meter en te ver weg om opnieuw te mogen starten. Wij worden gediskwalificeerd. Normaal gesproken vaart de andere ploeg naar de finish en heeft het blik op zak.

Maar dit is niet zomaar een wedstrijd! Heeft WIII zich nu gekwalificeerd voor de OS? Beide ploegen liggen te wachten op het oordeel dat de Technische Commissie zal vellen. De karavaan op de volgweg staat plotseling stil. Vol met vraagtekens. Slechts het ruisen van de wind in de hoge populieren en het gekabbel van de golven tegen de boot is hoorbaar. De kamprechter en de Technische Commissie zitten onder hoogspanning in hun auto. Reglementair heeft WIII gewonnen (moeten ze nog wel de finish passeren). Maar zich niet gekwalificeerd. Oordeel: opnieuw starten. Het kwalificeren gaat blijkbaar boven de spelregels van het roeien.

Naar de start. Kamprechter en mede-rechters hebben ingezien dat op boeien 1 en 2 varen niet verstandig is. We starten nu op boei 2 en 4. De krant:

Dat tot overroeien werd besloten was begrijpelijk doch waar de aanvaring op ongeveer 600 meter plaatsvond en beide ploegen reeds veel lichamelijke en geestelijke energie hadden verbruikt lijkt mij de beslissing dit overroeien onmiddellijk te laten geschieden, gezien de bedoeling van de race, onjuist. De tweede race kreeg een dramatisch einde…

We starten dus opnieuw. Onder dezelfde weersomstandigheden. Zonder dat te weten: op boei 2 meer stroom tegen. Dat is geen excuus om op ca 1000 meter een lengte achter te liggen. Ik (geef op twee de commando’s, beter te horen door de anderen en met “internationale” ervaring) geef het commando om 30 halen met nog meer kracht en in hoger tempo te maken. En verd… we lopen in. En dan gebeurt er iets onwaarschijnlijks. Plotseling varen wij WIII met een rotgang voorbij!! Ze liggen stil. De twee is afgeknapt. We hebben geen medelijden en varen door. Maar…. we waren gediskwalificeerd. Het opnieuw starten is buiten de roeiregels gebeurd. Dus hebben we niet gewonnen. (Een speciale vraag voor het kamprechtersexamen?).

Geen kwalificatie voor de Olympische Spelen. Echter… beide ploegen zijn van “OS.-kwaliteit”. Een speciaal probleem voor de Roeibond. En er speelt nog meer een rol.

Lees volgende week verder!

Het eerste blik van 1952

OProeien toen – deel 38
Tekst en tekeningen Jan Op | 16 juni 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het “bronzen” blikje (nauwelijks 2 cm doorsnede) van de Europese Kampioenschappen van dit jaar heb ik op zak. Seizoen afgesloten. Tot de Head van volgend jaar, 1952, geen “echte” wedstrijden meer.

Maar de terugreis vanuit Macon bevat een speciaal aspect. De aanwezigheid van damesploegen is niet ongemerkt voorbijgegaan. Er zijn gemengde ploegjes geformeerd tijdens het feestelijke afscheid van Macon. Dat leidt tot echtelijke verbintenissen: Spaarne-Laga. Later hoor ik dat de dames uitermate vereerd waren met de belangstelling van de als ruw bekend staande Delftenaren! Maar ze zullen zonder twijfel zelf ook hun bijdrage hebben geleverd.

Het nieuwe seizoen begint omstreeks begin oktober. Dan blijkt wie er dit jaar opnieuw halen wil maken om de eer van Laga te verdedigen. Meestal zijn dat er omstreeks vijftien. En ook nog een leger eerstejaars die eerst door de “zeef” gaan. Van de omstreeks 80-100 stuks zullen er 20 à 30 overblijven. Veel van deze eerstejaars zijn vaak op school voor “gym” elders te vinden. Met als gevolg dat hun lichaam geen idee heeft hoe het moet reageren op de commando’s van de eigenaar. En dus is deze categorie aanbevolen om het volgend jaar nog eens te proberen. Mijn “staat van dienst” helpt om in de Oude Vier mee te mogen varen.

1952

De NRB heeft voor het komende seizoen de wedstrijden op een rijtje gezet. De verenigingen hebben dat rijtje goedgekeurd. Van de 18 is de helft  een boord-aan boord wedstrijd over 2000 meter. Laga en de andere studentenverenigingen plus enkele burgerverenigingen doen daaraan mee. Het is mogelijk interessant voor huidige generaties om die agenda te tonen. De wedstrijden waaraan we deelnemen zijn met stip aangegeven. In het najaar geen wedstrijden. Kansen om een flink aantal blikken op “de lijst” te krijgen is beperkt .

Maar terug naar de drijfveer van deze kolommetjes: roeien. Dit jaar neemt Laga alleen met twee jonge ploegen deel aan de Head. De nadruk ligt dit jaar op twee vieren. Natuurlijk de 4+ voor de Varsity en een 4-. De laatste met onder andere de slagen van de succesvolle jonge acht van vorig jaar. Na twee jaren in de boot met een stevig stuk hout in de handen en de bijbehorende successen heb ik de smaak te pakken. En ik mag op 2 meevaren in de Oude Vier. Dat levert een flinke deuk in mijn roei-welzijn op. We worden derde.

Dan wordt de deuk iets minder diep. Ik word overgeplaatst naar de 4-, gecoacht door Jo, mijn coach van vorig jaar. Zijn studie verhindert de functie van hoofdcoach. Op boeg een voormalig roeier van een 4- van Willem III. Dit seizoen is WIII onze voornaamste tegenstander die het ons flink zuur maakt.

De eerste uitdaging is Hollandia. Vrijdagavond ons eerste duel tegen WIII. Stuurloos(!!). Slechts twee ploegen over de smalle Hollandia-baan. Ik laat de krant het verslag geven:

de vier zonder stuurman op de eerste dag van de wedstrijden een uitstekende prestatie door de heat te winnen in de bijna onwaarschijnlijke snelle tijd van 7’05”4. De tijd betekent een royale verbetering van het baanrecord: 7’16” gevestigd in 1950 door Njord.

De volgende dag winnen we met een ruime voorsprong van Njord. Blik!

Lees volgende week verder!


Een ‘premie’ (geen ‘blik’) is Laga onwaardig

OProeien toen – aflevering 37
Tekst en tekening Jan Op | 9 juni 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Finale 8+, EK 1951, Macon, op de (mee-)stromende Saône.
We roeien op om de strijd (weer) aan te binden tegen de Denen vergezeld door de Engelsen (groot deel van de ploeg waarvan we in Henley verloren) en Joegoslavië. We hebben tegenstanders die net iets sneller waren dan wij. Dat laten we niet weer gebeuren.

Aan de start: ik kan de tegenstanders niet zien. Die liggen aan stuurboord. Niet van belang want alleen het blad van de slag is onze maatstaf. Êtes vous prêts, (één, twee, Laga weg) partez!

We hebben alvast twee metertjes gepakt. Ter informatie: aligneren? Lastig. Startbakjes met jeugdige vasthoudertjes erin? Onbekend. De kamprechter staat in zijn boot ter hoogte van de startlijn. En start de ploegen zodra hij vindt dat ze ongeveer gelijk liggen.

De Franse verslaggever: Départ en flèche des Hollandais! (als een schicht/scheet). De Telegraaf (Aad van Leeuwen):

De EK die een zó hoog roeipeil te aanschouwen gaven als na de oorlog nog niet het geval is geweest, kregen met deze race in de acht een onvergetelijk slot… Drie ploegen die boord-aan-boord streden en wier verschillen bij de finish slechts in honderdsten van seconden kunnen worden uitgedrukt.

Ik heb op televisie gezien dat er tegenwoordig roeiers zijn die het water voor straf(?) een flinke klap geven als ze te laat over de finish varen. Achteraf had ik dat ook kunnen doen.

Dit was onze laatste wedstrijd dit jaar. Hoogste tijd om de kroeg met de goedkope champagne te gaan bezoeken (ondanks onze ervaringen met onze stuurman). Van de schrale francs blijken we makkelijk te kunnen betalen. De gevolgen doen onze teleurstelling sterk verminderen. Dan horen we iets ongelofelijks: je krijgt ook een blik als je tweede of derde bent! Wist ik niet. In ieder geval moeten we snel naar de prijsuitreiking om de Engelsen te feliciteren. We kunnen ongeveer vijf man vinden om deze taak uit te voeren. We zijn inderdaad nog net op tijd om de Engelsen gedisciplineerd en keurig gekleed in witte blazers de trap af te zien dalen naar het ere-vlot. (Het peil van de rivier ligt ongeveer 5 meter lager dan de wal). Keurig opgesteld in de juiste volgorde. De Denen zijn ook compleet en staan netjes in de rij.

Dan zijn wij aan de beurt. Met z’n vijven stommelen we de trap af in vijf kleuren rood. Dan zien we Peter onze blikken alvast in ontvangst nemen. Hij vindt het zijn taak om te zorgen dat we onze (zeer kleine) blikjes zullen krijgen. Maar 9 doosjes is toch teveel voor de omvang van zijn handen. Dus helpen we oprapen. Netjes in een rij opgesteld staan lukt niet meer. Bovendien zou het maar een klein rijtje zijn waarvan niemand gelooft dat we met een dergelijk kleine bemanning in een acht zaten.

En dan komen we een plicht tegen die ons is geleerd door oud-leden. Een “premie” (geen “blik”) is Laga onwaardig en dient met een grote boog te water worden geworpen. Gevolgd door plassen op de plek van de van de tewaterlating. Dat plaatst je toch voor een dilemma.

 Ik heb ‘m stiekem in mijn zak gestopt.

Ons optreden: onvolledig de trap af, in veelkleurig beschadigd “rood” gekleed, deed de Roeibond besluiten dergelijke vertoningen niet meer toe te laten. Ik weet niet (meer) of er daarna “nationale” blazers in gebruik zijn gekomen. Vermoedelijk te duur.


Met een omweg

OProeien toen – deel 36
Tekst en tekeningen Jan Op | 2 juni 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Jan is op de EK van 1951 in Macon

Ik heb nog niets vermeld over de samenstelling van onze ”equipe”. Welnu:

  • Dames: Spaarne 8, De Hunze 4+, Nautilus 1x.
  • Heren: Laga 8 en 4-, Willem III 4+, Tromp 1x (Van Mesdag).

Uit mijn versleten geheugen: dit is de eerste keer dat dames deelnemen aan de EK. Even opgezocht: dat blijkt juist te zijn voor zover het EK betreft. Het “stijlroeien” is nog lang niet afgeschaft. Die “strijd” gaat over een “stijl”-volle haal en “stijl”-volle kleding. Als eerste aankomen is geen criterium.

De gebeurtenissen “op de wal” zijn naar mijn mening vermeldenswaard omdat het enig inzicht geeft in de roeiwereld van toen. Hoewel ik niet meer deelneem aan de roeiwereld van nu, vermoed ik dat de gebeurtenissen die ik hier beschrijf nu mogelijk ondenkbaar zijn. Wij waren echte amateurs en deden het roeien ”erbij” tijdens onze studie die eigenlijk voorrang diende te krijgen. Roeien was voor mij een apart vak. Als gevolg: met hakken over de sloot afgestudeerd.

Onze stuur is gevlucht na zijn ernstige misdragingen tijdens de training. Ook als wij in onze bedjes liggen nog geen spoor. Ja toch. Tevergeefs onhoorbaar en in het donker weet hij zijn plek te vinden. En dan is het even stil. Maar de horizontale houding is hem noodlottig. De inhoud van zijn maag komt met veel lawaai in zijn bedje terecht. Licht aan. Zijn buurlieden, Lex en ik, pakken het bed-met-volledige-inhoud op en deponeren dat op de gang. Licht uit. Licht aan. Henk van der Meer (Willem III en arts) blijkt ons handelen als gevaarlijk te beschouwen. Wij zien dat niet zo. Licht uit.

Terug naar roeien. Allereerst het verloop van de voorwedstrijden. Onze eerste voorwedstrijd is tegen Denemarken en Joegoslavië.

Stukje krant: De heats der achten waren buitengewoon spectaculair. Joegoslavië ligt op de 1000 m voor. Een boord-aan-boord race tussen Denemarken en Nederland volgde. Op de 1500 m wisten beide ploegen iets voor te komen. Een prachtige eindspurt van de Denen bracht hen op de eerste plaats, 5’52”94 (snelste tijd in de heats), wij 5’53”44, een verschil van een halve seconde of ongeveer een “tafje”. (Voor de niet-weters: het voorschip tussen puntje van de boot [boegbal bestaat nog niet] en de boegroeier. Voorheen was die ruimte afgedekt met doek dat met lak waterdicht werd gemaakt: “taf”. Maar makkelijk scheurde). Door de stroom mee: snelle tijden!!

In de herkansing tegen Spanje en Portugal. Afgang!  We verliezen met de op één na slechtste tijd (6’06”43) van Portugal (6’02”56). Dat hakt er wel in. Maar we worden toch nog toegelaten tot de halve finale.  Daarin roeien we weer tegen de Denen plus Frankrijk.

En weer winnen de Denen met 5’51”27 van ons (5’52”03), weer een paar meter (verd…). Ik heb dan altijd de gedachte: “als ik drie halen harder had getrokken…” We hebben de finale bereikt.

Lees volgende week verder!


Stuurperikelen

Tekst en tekeningen Jan Op | 26 mei 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Jan is op de EK van 1951 in Macon

De “École” Is onze rust- en slaapplek. Onze voeding wordt verzorgd in een restaurant aan de boulevard langs de Saône. Geregeld door het Roeibondbestuur. Om de Nederlandse wensen te vertalen in het Frans, waarbij de culinaire opvattingen nogal verschillen, is een echte kluif. Na exotische gerechten van geringe omvang is vrede gesloten en krijgen we “trainingsvoedsel”. Dit geldt voor het diner. Het ontbijt is sober en de lunch licht. Na de lunch gaan we “rusten”! Een ongekend fenomeen. Dus strekken we ons uit op de bedjes van de ”Jeunes filles”. Hoewel het “strekken” nogal beperkt is voor de meesten. Echter, coach en “stuur” rusten uit achter een fles met heel goedkope “champagne”. Met het doel de volgende training vorm te geven.

En dan gebeurt er iets dat zeker in de herinnering van de hele bemanning een voorname plaats inneemt. (Ik kan het ze nu, na 70 jaren, op één bemanningslid na, niet meer vragen). We dalen geheel uitgerust af naar de baan. In de verkleed-tent klimt onze stuur(p..) op een bank en houdt een toespraak!! Dat is heel bijzonder want meestal doet hij alleen in de boot zijn mond achter de toeter open. Kennelijk heeft Jo bij het overleg instructies gegeven die tot dit verschijnsel leiden. Het komt erop neer dat we beter moeten luisteren en betere halen maken. Nog beter?

We varen buiten langs de baan naar de start.

De bochtige ondiepe oever noopt tot sturen. Echter op zeker moment zijn we tot maaimachine bevorderd. We varen dwars door een veld met biezen. Gelukkig staat er genoeg water. De vraagtekens onder onze schedels hopen zich op. En er komen er steeds meer bij. Door het ongebruikelijke enthousiasme waarmee Peter ons over het water jaagt. Teruggekeerd bij het vlot kunnen we op eigen initiatief voorkomen dat het vlot en onze boot zich innig verenigen. Dat we daarbij zeer luidkeels onze afkeuring uiten zal geen verbazing wekken. Peter springt uit de boot en verdwijnt uit het zicht voordat we hem kunnen vragen…

Aan het diner ontbreekt hij. Zorgelijk? Hij zal zich zeker niet geroepen voelen om zich in ons bijzijn te begeven.

Lees volgende week verder!

Eerst de NK, en dan de EK 1951 in Macon

OProeien toen – 34

Door Jan Op | 19 mei 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Terug naar het roeien in 1951. De Acht op weg naar de NK. Door Jo zijn we na zijn aanvankelijke “nonchalante” aanpak zijn we weer op het rechte pad terug. Onze “kak” is vrijwel verdwenen, we kunnen enige tijd zonder druk lekker varen. En daar zijn snelle stukjes bij. Jo houdt ons bij de les.

Onze enige tegenstander is Nereus (acht de rest ons onoverwinnelijk?). Enige dagen voor de wedstrijd is een lid van de bemanning ziek. Bij Aegir wordt een invaller gevonden. In de krant staat: Laga had het moeilijk met versterkt Nereus. Sterker met één man uit het hoge Noorden! Voor hen die zijn gesteld op volledige informatie: dit zijn de ploegen:

Opmerkelijk is inderdaad dat we voor de tweede helft 20 seconden meer nodig hebben. (Een ander opmerkelijk feit is dat Aad lijkt te weten dat Laga een godin is. Hij weet vast niet dat ze drie(!) borsten heeft). In afwachting van de prijsuitreiking op de tribune(!) heeft de menigte zich alvast opgesteld op het grasveld ervoor.

We zijn goedgekeurd voor de EK in Macon (Fr). Samen met de vier-zonder (Laga) en de vier-met van WIII. En dames: de acht van Het Spaarne, de vier-met van de Hunze en de skiffeuse van Nautilus.


Naar de EK

Op weg naar de EK in Macon reizen we per trein. De wagons zijn verdeeld in “coupés“ en hebben ieder aan de instap-kant een “gewone” deur. Dus geen onderlinge verbinding. Het gezelschap stapt in. Ik weet niet meer hoeveel mensen in een coupé gaan. In ieder geval kleine groepjes van 10 tot 12 personen. Dus een mengsel van ploegen; een uitstekende manier om elkaar te leren kennen.

Een mooie gelegenheid om de “Code des Courses” te bestuderen. Vertaald uit het Frans, toen nog de officiële taal van de F(édération) I(nternationale) des S(ociétés) (d’)A(viron). Het starten is ook in ’t Frans. Onderaan staat :

DE VOLLEDIGE PLOEG MOET DUS DE WEDSTRIJD UITROEIEN (Het is voorgekomen dat een riem brak en de eigenaar te water ging om het gewicht in de boot te verminderen)

Ik kan van deze reis noch in mijn documenten noch in mijn geheugen iets terugvinden. Zoals In Parijs lunchen en van de Gare du Nord naar ’t Gare de Lyon (per bus?). Wat wel indruk heeft gemaakt is de aankomst bij ons tijdelijke verblijf: “School voor meisjes”.

Maar die waren er niet, vacantie. Wij, de mannen, kregen een gigantisch grote slaapzaal toegewezen (onze afvaardiging is ook groot). Daar staan aan beide zijden bedden. De dames (natuurlijk) ergens anders in de school. Wat mij wel is bijgebleven is dat de weg naar de baan (op de Saône) naar beneden gaat. Na het roeien naar boven lopen is een vermoeiende oefening na vermoeiende training. Natuurlijk tweemaal per dag. Overigens is het transport van de boten ook een witte vlek in mijn al jaren overvolle (roei-)geheugen.

Een stukje krant: “De acht van Laga weet de boot onberispelijk aan de gang te houden. Bij de boten die zo perfect doorlopen moet men gewoonlijk de winnaar zoeken. Bij de Delftenaren kan de zuiverheid van het waterwerk en de gelijkheid binnenboord nog wel iets beter maar de haal is eenvoudig formidabel.

We lezen dit natuurlijk pas toen we terug waren in Delft. Met de kennis van de uitslag.

Lees volgende week verder!

OProeien toen – 32

Door Jan Op | 27 april 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Na een omweg in de toekomst terug naar het ‘heden van toen’ (1951). Eindelijk mogen we weer het water op. Ook weer in de ‘tub’. Natuurlijk niet zoals op dit plaatje.

Dat brengt mij op de oefeningen die Jo bedenkt. Hij heeft in Henley gezien dat de Amerikanen een lange haal kunnen maken door het water naar voren toe te pakken zonder heel ver achterover te vallen bij de finish. En de slidings zijn langer. Het is duidelijk dat het laatste stukje haal bij ver achterovervallen niets bijdraagt aan de snelheid. Verder naar voren toe ‘pakken’ wel.

Het plaatje is zo goed mogelijk opgekalefaterd. Het is een kopie van een kopie, enz. Maar een dermate goed voorbeeld dat ik het niet weg kan laten).

Dat ‘pakken’ is nieuw, het ‘vliegen vangen’ is duidelijk een misvatting. Het totaal anders ‘pakken’ vergt de nodige inspanning (ook van de hersenen). Jo heeft een oefening bedacht die moet aantonen dat  het ‘pakken’ en vastzetten van het blad in het water is aan te leren. Met twee roeiers in de tub moet een van de roeiers met het blad boven water stil blijven zitten en de andere halen. Dat betekent niet alleen ‘omtrekken’ maar ook over het andere boord vallen. En dat moet worden voorkomen. Dat kan alleen door het blad bij de inpik vast te zetten en onder aanhoudende druk, met eerst gestrekte armen, de haal te maken. Op die manier kan je de dol op z’n plaats boven water houden. Best lastig. (Natuurlijk moet de coach/stuur steeds bijsturen).

Jo heeft meer van die trucjes en aanpassingen zoals bredere (1½ cm) en iets kortere bladen. Het effect blijft niet uit. Misschien ook psychologisch maar uit de tijden blijkt dat we sneller kunnen gaan dan voorheen. Toen een ongekende aanpak van de techniek.

Dat de benen van de mens door de eeuwen heen, en zeker sinds een eeuw geleden, langer zijn geworden, is nog niet helemaal in de wereld van het roeien doorgedrongen. Bij de Amerikanen wel. De Amerikaanse slidings zijn dan ook langer. Die van ons nu ook. Een beetje. Onze Engelse tegenstander in Henley, Cambridge, vaart nog op de ouderwetse korte slidings. Het zal duidelijk zijn dat de heupen goed opvouwbaar moeten zijn.