OProeien toen – 32

Door Jan Op | 27 april 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Na een omweg in de toekomst terug naar het ‘heden van toen’ (1951). Eindelijk mogen we weer het water op. Ook weer in de ‘tub’. Natuurlijk niet zoals op dit plaatje.

Dat brengt mij op de oefeningen die Jo bedenkt. Hij heeft in Henley gezien dat de Amerikanen een lange haal kunnen maken door het water naar voren toe te pakken zonder heel ver achterover te vallen bij de finish. En de slidings zijn langer. Het is duidelijk dat het laatste stukje haal bij ver achterovervallen niets bijdraagt aan de snelheid. Verder naar voren toe ‘pakken’ wel.

Het plaatje is zo goed mogelijk opgekalefaterd. Het is een kopie van een kopie, enz. Maar een dermate goed voorbeeld dat ik het niet weg kan laten).

Dat ‘pakken’ is nieuw, het ‘vliegen vangen’ is duidelijk een misvatting. Het totaal anders ‘pakken’ vergt de nodige inspanning (ook van de hersenen). Jo heeft een oefening bedacht die moet aantonen dat  het ‘pakken’ en vastzetten van het blad in het water is aan te leren. Met twee roeiers in de tub moet een van de roeiers met het blad boven water stil blijven zitten en de andere halen. Dat betekent niet alleen ‘omtrekken’ maar ook over het andere boord vallen. En dat moet worden voorkomen. Dat kan alleen door het blad bij de inpik vast te zetten en onder aanhoudende druk, met eerst gestrekte armen, de haal te maken. Op die manier kan je de dol op z’n plaats boven water houden. Best lastig. (Natuurlijk moet de coach/stuur steeds bijsturen).

Jo heeft meer van die trucjes en aanpassingen zoals bredere (1½ cm) en iets kortere bladen. Het effect blijft niet uit. Misschien ook psychologisch maar uit de tijden blijkt dat we sneller kunnen gaan dan voorheen. Toen een ongekende aanpak van de techniek.

Dat de benen van de mens door de eeuwen heen, en zeker sinds een eeuw geleden, langer zijn geworden, is nog niet helemaal in de wereld van het roeien doorgedrongen. Bij de Amerikanen wel. De Amerikaanse slidings zijn dan ook langer. Die van ons nu ook. Een beetje. Onze Engelse tegenstander in Henley, Cambridge, vaart nog op de ouderwetse korte slidings. Het zal duidelijk zijn dat de heupen goed opvouwbaar moeten zijn.


Over de omstandigheden tussen de schaarse wedstrijden in

OProeien toen – 31

Door Jan Op | 14 april 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


De ontspanning tussen de wedstrijden draagt ook bij aan het smullen van roeien.


We zijn op de weg terug uit Henley. Mogelijk een verdwenen fenomeen is het al genoteerde uit-training-gaan. Een soort afschudden van de inspanningen, lijfelijk en mentaal, van de wedstrijd(en). Dus “mogen” we even alcohol innemen. Verpakt in diverse smaken.
We arriveren op “ons” schip voor de laatste reis met passagiers die de Batavier-lijn uitvoert. Onze coach, Jo, heeft toestemming gegeven om de training nog even uit te stellen.
We zijn de enige en allerlaatste passagiers. Onder de brug blijkt een bar te zijn. Met barkeeper. Die gelegenheid kunnen we niet weerstaan, dus heeft de barkeeper veel klandizie. Het is intussen avond geworden en aan boord gelden de Nederlandse regels met betrekking tot de werktijden. Verrassend! Op zeker moment roept de barkeeper: laatste bestelling!”. We aarzelen geen moment: “Zet alle flessen maar buiten de afsluiting”. Op die manier kunnen we tenminste ons slaapdrankje veilig stellen.

Bij daglicht komen we in Rotterdam aan. We staan langs de railing te kijken naar het aanleggen. Dat verloopt niet zo soepel. Alsof de sloop al is begonnen. Het schip raakt de dukdalf voor de kademuur met een flinke dreun waardoor de stootrand langs het schip breekt en de stalen strip erop met de snelheid, die het schip nog heeft, voor een deel opkrult. Hetgeen door ons met gejuich wordt begroet. Niet erg dankbaar voor een veilige overtocht.

In Delft aangekomen maken we de afspraak voor de training morgen. Maar tot onze ontsteltenis blijkt dat niet de bedoeling van Jo te zijn! Hij organiseert een feestje – mét dames – bij hem thuis op OD 37. Een verrassende ontwikkeling. Moeten we niet trainen voor de NK? Het maakt ons ongerust. En dat is ook Jo’s bedoeling. Onze toch wat bekakte houding na onze successen en status in de roeiwereld moet worden teruggebracht naar bijna nul. Opnieuw beginnen met leren halen maken en de boot te laten lopen.

Het snelle regelen van dames leidt de groeiende ongerustheid af. Patsy is overgekomen uit Henley! Ze zit achter Jo aan. Maar ook de volgende dag wordt onze “honger” niet gestild. We moeten maar een paar dagen wat aan onze studie doen! Maar het is al vakantietijd!

Volgende week gaat Jan weer in training.


Pas veel later krijgen we spijt. Maar heel weinig.

OProeien toen – 30

Door Jan Op | 8 april 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het roeileven is niet compleet als er geen aandacht wordt geschonken aan hetgeen buiten de boot gebeurt. Het aanleren van alle ideale handelingen met riem en lijf inclusief het ook nog eens precies uitvoeren ervan zoals de slag dat aangeeft is de technische kant. Maar wat er samen met dezelfde maten (met uitzondering van de op zichzelf aangewezen skiffeur) aan de wal gebeurt is tenminste even belangrijk. Natuurlijk is er een groot verschil tussen toen en nu. Wij roeiden in onze vrije tijd (die overigens in overleg werd vastgesteld wegens studieverplichtingen). Eénmaal per dag, en ook nog eens met de hele ploeg in de boot, was niet altijd haalbaar. Dan maar met wat minder in kleine boten, maar wel “boord”. Met in iedere hand een riempje is niet écht roeien. En achter je naam staat een B of een S.

Ik kan me niet heugen of ik wel eens een S-haal heb gemaakt tussen die “duizenden” B-halen. Heel veel later heb ik, toch met enige tegenzin, nog leren “scullen”. Best lastig voor mijn linkerarm.

Dat de Engelsen, vooral de oud-leden, zich ernstige zorgen hebben gemaakt over de stugge tegenstand van de “continentals” blijkt als we met alle mogelijke egards worden begroet en van de voor ons vaak onbekende drankjes worden voorzien. We zijn de – op één na – beste ploeg van de wereld en daar hebben “ze” van gewonnen. Dat moet worden gevierd. Engelse tevredenheid!

Een deel van de tijd tussen onze wedstrijden kunnen we ontspannen naar de ploegen kijken die over de finish komen. Jo heeft een dame, Patsy, ontmoet. Die heeft ons aangeboden om van het grasveld van haar huis aan de Thames ter hoogte van de finish gebruik te maken. Uiteraard binnen de mogelijkheden van ons programma. Trainen tijdens de wedstrijden is niet mogelijk.

Na onze bijeenkomst met de “Heren” (oud-roeiers) bij Phyllis Court tegenover het botenterrein en de tribunes, valt de ploeg uiteen. Ik behoor tot een kleine groep die terechtkomt in het huis van Patsy. Niet op slot. Zij is er niet. Haar echtgenoot is officier bij de luchtmacht. Onze dorst is nogal overmatig gelest. Maar de trek naar iets meer substantieels is onrustbarend gestegen. In de kelder vinden we een hele ham! Het bot laten we bloot achter. Met sparen van veel distributiebonnen heeft Patsy kans gezien dit top-ingrediënt aan te schaffen… Pas veel later krijgen we spijt. Maar heel weinig.

Wordt vervolgd

Jan roeit de finale in Henley

OProeien toen – 29

Door Jan Op | 17 maart 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


7 juli 1951 – Derde dag, laatste dag, finales. De “Grand Challenge Cup” voor de winnaar van de acht. Ik herinner me niet (tussen de nog duizenden te maken halen) hoe de voorbereidingen voor deze unieke wedstrijd verliepen. Ongetwijfeld geconcentreerd op de laatste en belangrijkste finale. Eigenlijk zoals voor elke wedstrijd. Tenslotte zijn ze allemaal even belangrijk. Winnen staat immers altijd op het programma. De hele omgeving ademt spanning.

Het verloop van deze wedstrijd moet ik uit de krant(en) vissen:

Het is ook Laga niet gelukt de Nederlandse roeisport de triomf te schenken dat de Grand Challenge Cup, ’s werelds oudste roeitrofee (daterend uit 1839), voor de eerste maal naar Nederland komt. Na een opwindende race waarin beide ploegen tot het maximale van hun kunnen kwamen, zegevierde Lady Margaret met een voorsprong die officieel opgegeven werd als een lengte, maar die stellig minder was. De tijd van de Engelsen was 7.15, die van Laga 7.17½… dat de achten van Laga en Lady Margaret veruit de besten waren en van wereldklasse.

Opvallend is te zien dat de Engelsen, zoals de slag, op korte slidings varen.

Laga zette na een uitstekende start keihard door in een tempo van 35. Het dwong de Engelsen naar een hoger tempo dan ze in vorige races te zien gaven. Bij het bereiken van de Barrier sloegen beide ploegen 33. Laga had daar een lengte voorsprong. Bij de halve mijl gelijk. Laga zette daar een lange spurt in maar het effect bleef uit. Bij de driekwart mijl viel de beslissing. Lady Margaret verhoogde het tempo naar 33. Bij de mijl hadden de Engelsen licht tussen de boten. De Delftse acht gaf zich echter niet gewonnen (natuurlijk). Zij verhoogde haar tempo van 30 naar 32 en hoewel de Engelse ploeg omhoog ging tot 36, liep Laga in deze prachtige eindspurt, die duizenden tot enthousiasme bracht, nog iets in zodat het verschil bij de finish driekwart lengte was.

Uit de rood getinte punts een zeer luid: “Allez Lagaaaii”.

Volgende week roeit Jan verder.


We zijn hier om blik te trekken

OProeien toen – 28

Door Jan Op | 9 maart 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


1951. Jan = Laga roeit in Henley en heeft in de eerste ronde Europees kampioen Varese verslagen.

Onze eerste klap is uitgedeeld, toch wel tot onze verbazing. Is het onze coach gelukt om ons op een plek bij de top te krijgen? Want Varese behoort al jarenlang tot de top. We zijn nogal nuchter opgeleid en Jo (onze coach) heeft dat er goed ingetimmerd. Morgen weer een tegenstander uit het zuiden, Barcelona. Weinig over bekend dus opnieuw in concentratie. Geen enkele tegenstander onderschatten.

Onze landlady heeft intussen begrepen (van …?) dat zowel de hoeveelheden als de ingrediënten van de maaltijden voor deze Hollanders enige aanpassing vereist. Een probleem is wel dat in Engeland nog steeds rantsoenering van bepaald voedsel bestaat. Zoals vlees.

We slapen redelijk in onze kleine bedjes. Ontbijt? Eigenlijk teveel maar we klagen niet. Klaar voor de volgende wedstrijd tegen Barcelona. Die loopt goed af ondanks de “slechte” boei. Hoewel we de discipline erin houden is het al snel ontspannen roeien als ook van deze ploeg de rug van de boeg steeds kleiner wordt.

Intussen hebben we nog geen enkele Engelse ploeg als tegenstander gehad. Is dat toeval? En de Engelse helft (+ Njord) komt in de finale ook op de goede boei terecht. Maar deze constatering vond toen niet plaats.

Intussen is het opvallend stil geworden in Delft. Des te drukker in Henley. Veelkleurig “rood” heeft zich langs de  “booms” gevestigd in “punts”. Om onze overwinning te bekrachtigen varen onze bewonderaars naar de finish. Hun snelheid vindt alom bewondering. De vlonders in de punt doen dienst als peddels. Over hun vervoer en onderdak is mij niets bekend. Trein, pont, trein, tentje, geld? Hoe komen we aan Engels geld? Valutaverkeer nauwelijks toegestaan. Ik kreeg van een bevriende relatie £1 (ca. ƒ10) mee. Veel geld in die tijd.

Hoewel iedere “kenner” op de hoogte is van het verschil tussen bakboord en stuurboord is het in onze ploeg duidelijk zichtbaar. We “winkelen” in Henley en verbazen ons over de meest onwaarschijnlijke roeiattributen. Stuurboord kan de aanbieding van hoedjes niet weerstaan. Ze zijn gevoelig voor show. Wij, van bakboord, laten ons niet afleiden. We zijn hier om blik te trekken.

Volgende week de finale!


Tegen Varese

OProeien toen – 28

Door Jan Op | 2 maart 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Laga, met Jan Op den Velde op 4, heeft in Henley 1951 geloot tegen Varese, de Europese kampioen. Ze zijn net gestart.

Temple Island begint uit het zicht te raken. Maar Varese nog niet. Ik begin inderdaad dat mannetje op vier beter te zien. Hij moet gaan omkijken om mij (en de gehele ploeg) te zien. Verdomd, we liggen vóór!! En dat blijft zo, steeds meer. Hoe zo: veeljarige kampioenen? We gaan lekker (zoals altijd als je voor ligt en zelfs steeds verder uitloopt).
We worden echter gestoord door een mannetje met een Ierse college-blazer aan + bijbehorend petje. Hij rent met ons mee om ons herhaaldelijk – in het Nederlands – toe te roepen dat we voor liggen. Dat zie ik zelf nog beter. Dus groeien bij mij moordgevoelens. Ik weet hem straks wel te vinden.
Eerst deze klus klaren. Ik zie de rug van hun boeg steeds kleiner worden.

Dan begint ergens in je hersens iets wakker te worden. De spieren spannen gaat vanzelf. Voelt goed.  Aanzwellend geluid van stemmen. De trechter waarin je naar de onzichtbare finish vaart.
Aad van Leeuwen  maakt het wel heel bont in de Telegraaf van 6 juli. Hij schrijft:

Het verschil tussen winnen en verliezen. Het is wel even zuchten na de laatste haal als je hem als eerste op de finishlijn vastzet. Waarom is verliezen veel zwaarder? Zijn de hersens geprogrammeerd? Het is voor een Italiaanse coach niet te bevatten om na jaren van succes toe te moeten geven dat er een ploeg ‘roeiduivels’ uit Delft nog sneller is dan de zijne.

Als de boot afgedroogd in de (‘gieken-‘)tent ligt met de riemen eronder, ga ik op zoek naar dat rotjochie dat ons zo uitgesproken hinderlijk op de hoogte hield van hetgeen wijzelf veel beter zagen. Maar in de menigte blazers+petjes niet te vinden. Later blijkt het Rob van Mesdag te zijn die ik nog vaak tegen zal komen. Best een aardige jongen. Ik heb hem in leven gelaten.

Volgende week: tegen Barcelona – weer succes?


Een fijne loting

OProeien toen – 27

Door Jan Op | 23 februari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het is 1951. Jan Op den Velde is met Laga naar Henley.

We maken kennis met een entourage waarvan we het bestaan met de nodige verbazing bezien. Overal keurig geklede jonge-“heren” in veelkleurige blazers waaraan niets mankeert. Wij zijn dus duidelijk herkenbaar in negen soorten rood. Njord past veel beter in dit gezelschap. Hoewel een van hun bemanningsleden in het gras genesteld, een nogal pittige opmerking maakt over een paar passerende dames. Waarop de dames in vloeiend Nederlands reageren.

Een door ons nog niet ontdekt fenomeen is dat de boeien geen gelijke kansen bieden. Dat is echter al ruim een eeuw bekend. Er zijn pogingen ondernomen om de baan te verbeteren. Tevergeefs. De ongelijke stroomsterkte en de kronkelende oevers verhinderen dat.

Algemeen Dagblad, 2 juli 1951

Een van de bijzondere verschijnselen wordt door enkele van ons bijgewoond: de loting: Die vindt plaats in het stadhuis van Henley. Een heer tovert een papiertje uit een bolhoed en noemt de naam van de ploeg die bij een bepaalde categorie op welke boei start. Er is niemand die controleert. Het papiertje verdwijnt in de daarvoor bestemde hoge hoed. Het resultaat is verrassend: bijna alle Engelse ploegen roeien tegen elkaar en de buitenlandse dus ook. En dat wekt enige achterdocht. De uitslag lijkt dit te versterken. Plus dat de Engelse ploegen ook nog eens op de snellere boei (Berks) varen! De Engelsen staan echter bekend als zeer sportief dus is onze achterdocht mogelijk totaal ongegrond. Wij weten of vermoeden niets dus varen we onze heats “gewoon”.

Er is gelegenheid tot wegen (inclusief kleding). Voor een penny in een apparaat dat de gegevens “13 stones + 7 pounds” uitspuugt: 84,3681692 kg.

Een van de buitenlandse ploegen is Varese. Een ploeg die al enige jaren de winnaar is van onder andere Europese Kampioenschappen. De heer met de bolhoed heeft ons benoemd tot tegenstander van deze zeer ervaren ploeg. Natuurlijk horen wij over deze tegenstander. De Nederlandse kranten wijden er een flink aantal kolommen aan.

Wij zouden nogal geïmponeerd zijn. Dat herinner ik me niet. Wel dat we aan de start liggen en ik mijn opponent op 4 in de acht naast ons observeer. Dat kleine mannetje zal ik zeker niet voor laten gaan.

We vertrekken op de nu gewoonlijke manier. Are you readyyyy…. We zijn al weg bij de eerste “y”. Vermoedelijk is de Engelse kamprechter op onze hand. We mogen doorgaan.

Lees en kijk volgende week of Jan Varese versloeg!


Naar Henley

OProeien toen – 26

Door Jan Op | 17 februari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Met Jan op vier heeft Lage Njord verslagen tijdens de Laga Lustrumwedstrijden. Njord gaat naar Henley, Laga dus ook.

Deze vrij plotselinge uitzending levert enige punten van grote aandacht op: onderdak in Henley. DDS (van Wankum) heeft al geruime tijd geleden alles geregeld voor het deelnemen met een ach maar geen ploeg kunnen samenstellen. Wij kunnen deze voorbereidingen overnemen. En transport: hoe komen we daar samen met onze boot? Die is niet deelbaar, een onbekend begrip. Hij gaat, in een speciaal door Harry gemaakte kist, goed ingepakt (niet in plastic, dat bestaat niet) tegen de ongunstige omstandigheden. Met een kraan het schip in. Het vervoer naar Hoek van Holland gaat per platte wagon over rails. De kist-met-boot wordt handmatig door sterke leden naar het station in Delft gebracht.

Wij gaan met hetzelfde schip (gratis!) naar de overkant (en terug), We zijn de enige passagiers. Het is de laatste reis. De rederij stopt het varen met dit verouderde schip.

Voor we naar Henley vertrekken eerst een blijk van enthousiasme van onze inwoners. In de Delftsche Courant: Bram van Delft (verkort):

Van de tocht naar Henley herinner ik mij eigenlijk alleen dat we in de  trein  naar  Henley  zaten en ons afvroegen waarom er op de Engelse huizen een overvloed aan schoorstenen staat.

Afbeeldingsresultaat voor thamesfield henley on thames
Thamesfield nu, veel groter: een verzorgingstehuis voor bemiddelden
Jan maakte deze tekening 70 jaar geleden in de tuin…

Ons logeeradres is een groot oud buitenhuis, “Thamesfield”, aan de oever van de Thames. Het dient als onderkomen voor studenten. Maar die zijn naar huis gestuurd. Het is wel wennen aan de lage deuropeningen en talloze trappetjes en drempels. De huisdame voert het beheer en zorgt voor de maaltijden.
Het eerste “gerecht” dat wij op een groot bord voor ons krijgen is een biscuitje in een donkerbruine vloeistof. Wij wachten op iets dat erbij hoort. Zij wacht tot wij dit “voorafje” hebben verorberd.

Voor we gaan dineren halen we eerst onze boot. Die staat keurig op de platte wagon zoals door een aantal sterke Laganezen achtergelaten. De kist blijft op het spoor, de boot dragen we naar het botenterrein. Vermoedelijk draagt bootsman Harry de riemen (zonder bootsman naar een wedstrijd gaan is vragen om moeilijkheden). Hij kijkt natuurlijk in de botententen naar de andere boten. Hoe de rest van de spullen zoals riggers en het roer naar de juiste plek kwamen kan ik niet vinden.

Temple Island

Na een redelijk diepe slaap na de overtocht en een Engels ontbijt, dat we met zeer veel mate nuttigen, gaan we de baan verkennen. Nu gekleed in rode hemden met mouwtjes.

We varen richting Temple Island waar de start is. Dat het water onder ons meewerkt in de goede richting te varen is ons niet opgevallen. Oproeien is – hoe kan het anders in Engeland- langs de linker oever. Een eindje voorbij Temple Island keren we. Niet verder doorvaren want daar is een stuw. Een oefenstartje bij de START. Direct na het eiland slaat stuurboord met de riemen op de “booms” (bomen) die de baan markeren. De stuur”man” krijgt flink op zijn so…. Nogmaals starten. Ondanks de bestraffende toespraak van de coach zitten we weer op de booms. Het blijkt de stroom te zijn.

Hiermee kom ik op een verschijnsel dat ertoe heeft geleid dat ik me veel heb bemoeid  met de conditie en aanleg van roeibanen.
Op de schets is het eerste gedeelte na de start te zien. De stroomsterkte in een rivier is, (ook afhankelijk van de diepte), aangegeven met een kromme lijn. In het midden de meeste, aan de oever bijna geen stroomsterkte. Het rivierwater wordt door het eiland in twee delen gesplitst. Dat we twee keer op de booms terecht komen is op schets te zien. Het “pijltje” van de stroomsterkte voor het eiland drukt de boot tegen de booms. Na een paar keer herhalen heeft de stuurman onder de knie hoe hij op tijd naar stuurboord moet trekken.
Overigens speelt de stroom een belangrijke rol bij het verloop van de wedstrijden.

Volgende week: Jan roeit Henley


Laga Lustrumwedstrijden 1951

OProeien toen – 25

Door Jan Op | 10 februari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


We zijn net gestart om het meest belangrijke blik uit de geschiedenis te veroveren. Op deze baan is het werk van de stuur(pik) extra belangrijk. 3000 meter varen, met Njord schuin achter ons houden, lukt aardig. Maar net over de finish weten we het zeker.

Ik heb nu pas in de gaten dat het bereiken van de finish al van tevoren hoorbaar is. Voorlichting van de “stuur” (moeilijk wennen) is niet nodig. Dat zou toch niet hoorbaar zijn. (We waren afhankelijk van het “toetertje”. Telefoonverkeer is ondenkbaar. Het is de “trechter”. Naarmate de finish nadert neemt het geluid van menselijke kreten toe. Nog een paar halen. En toch nog een paar. Het verlossende eindschot. Eindelijk over je riem instorten. Achterover gaan liggen is ten strengste verboden. Als je als eerste de finish passeert is overigens die neiging behoorlijk gereduceerd.

Tegenwoordig worden de benen te water gelaten. Het is mij niet duidelijk welke voordelen dat biedt. Bovendien hadden wij gympies aan. Onder een riempje aan de voetenplank. Altijd goed nakijken of het riempje (van leer) nog gezond is. Vaste schoenen op de voetenplank? Moet je dan op blote voeten over grind en ander ongemak de boot naar binnen brengen? Moet je dan ook nóg een paar dure gympies hebben? En hoe doe je dat met een medegebruiker van de boot? ”Eigen” boot? Kan dat ook?

Uiteraard vaart de kamprechter achter ons aan. Maar de boot van een vriend van iemand kan ons nauwelijks bijhouden. Die is behalve met de kamprechter overbeladen met belangrijke heren en verslaggevers Dat overgewicht maakt het voor de motor extra zwaar. En voor ons is het onduidelijk wie de kamprechter is. Ook toen zochten verhitte supporters het verkoelende water op. De blazer bleef met de schoenen aan de wal. Geen tijd te verliezen. Tot onze verrassing kwam Jo bij ons in de boot zitten (tussen de 6 en de 7 met Laga-das om). Je moet wel laten zien bij welke partij je hoort. Maar dat Njord te water zal gaan om hun acht te troosten is uiteraard ondenkbaar. Nu ook.

“We hebben gedaan wat we doen moesten” (zoals het Lagalied ons beveelt). Overigens volgens de 2 ook dankzij zijn hemd waarin hij zijn eerste blik trok. En daarna nooit meer gewassen!! Want dan gaat de kans op winnen verloren, Hij is in “Indië” geboren en daar is bijgeloof normaal.

Er is alom, behalve bij de concurrentie, grote vreugde. We kleden ons weer aan op de deel van de boerderij aan de overkant. Daarnaast is ook het botenterrein. Douchen? Dat kan niet. Wat wel? Uit mijn geheugen vertrokken. Wel dat we met de “kamprechtersboot” naar Delft terugkeren. Njord is al ingeschreven voor Henley, de top in de roeiwereld. Ondanks het feit dat wij hen op hun b.. hebben gegeven gaan ze toch. Dankzij het feit dat wij hen op hun b.. hebben gegeven gaan wij ook. Uiteraard heeft de kas van Oud-Laga een dikke aderlating ondergaan. Daar is deze ook voor bedoeld. De oud-leden zorgen voor een bloedtransfusie.      

Maar eerst vieren we met veel anderen, samen met – nu – de goede vrienden van de andere verenigingen, het Laga-bal. In rok met blazer. (Deze is nog altijd in de staat waarin het menige confrontatie heeft overleefd). Vergezeld van dame-in-’t lang. Dat is voor sommigen (toen) nog best lastig als je dat van tevoren niet hebt geregeld. Het inschakelen van zussen en nichten of een buurdame kan soms voor een oplossing zorgen. Gelukkig hebben de meeste van deze inval-dames ”’t lang” al klaar hangen.                               

Wordt vervolgd


Laga tegen Njord

OProeien toen – 24

Door Jan Op | 26 januari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Lagalustrumwedstrijden 1951. Er zullen zeker tegenstanders zijn geweest die de loting opvallend vinden. Omdat er maar drie achten voor het hoofdnummer (op een baan met twee boeien) inschrijven zou een row-over resulteren. De Jonge Acht is een goede ploeg en wordt als vierde ingeschreven. En het lot wil dat de Oude en Jonge Acht tegen elkaar loten. In de andere heat vechten Nereus en Njord tegen elkaar.
De volgende dag varen Njord en wij om de beker, de blikken en vooral de eer. Njord beschouwen we als onze eeuwige tegenstander. Njord is maar 1 jaar ouder. Als Njord bij de prijsuitreiking een blik krijgt en het Njord-lied aanheft dat begint met “Blauw is de kleur”, vallen wij in met “…van de eeuwige stront die heerst tussen Njord en Lagaai”.
Ik ben al heel lang niet meer bij een prijsuitreiking geweest. Ik weet niet of deze uitstekende traditie nog wel bestaat.

De traditionele baan is niet recht. Sturen is een belangrijk onderdeel. De stuurpikken (toen zo geheten!) zullen zich niet in een bocht laten dwingen. Dat betekent dat op het scherp van de inpik wordt gevaren.
Zoals we nu gewend zijn starten wij een halve seconde eerder. Blijkbaar is Njord op de hoogte van deze ‘techniek’. Vandaar dat het bij een halve seconde (ca. 2 meter) blijft. Maar wel genoeg(?) om voor te blijven.

De kamprechters waren toen een soort vriendenclubje van oud-roeiers. Uiteraard met de nodige ervaring maar kort daarvoor pas bij het toen onlangs ingestelde examen geslaagd. Het starten vindt plaats vanuit de forse volgboot die flink bemand is met toeschouwers en journalisten. Een echte aligneur ontbreekt. Als de kamprechter overtuigd is van de juiste startpositie steekt hij de vlag omhoog en geeft het commando: Bent U klaaaaar… AF! Dat alleen al levert een ongelijke start op. Want bij welke “a” mag je weg? Dat commando is later ook gewijzigd.

Op de foto stuurt Njord scherp naar stuurboord. Mogelijk probeert Peter hetzelfde te doen om een zo recht mogelijke koers te varen.

Wordt vervolgd


Vijf kilo zwaarder

OProeien toen – 23

Door Jan Op | 19 januari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Met het Koninklijke blik op zak beginnen de voorbereidingen voor de wedstrijd om de eer van Delft en al zijn inwoners. Want de toenmalige bevolking was voor een groot deel ook onze aanhang. Er was zelfs een zeer trouwe gepensioneerde inwoner/supporter die altijd met ons mee fietste. Hij moet na een paar jaar in staat zijn geweest elke coach van advies te dienen.

Voor het aanstaande HOOFDnummer wordt hard getraind. Ook andere voorbereidingen spelen een rol: voeding. Ondanks het afschaffen van de voedseldistributie (maatregel uit de oorlog) is voedsel eenzijdig afgestemd op de lokale oogst en het klimaat. Import uit het buitenland bestaat nauwelijks. Supermarkten zijn een onbekend begrip.
Uit de annalen:

…het ontbijt, evenals de lunch, bestaat uit een grote hoeveelheid boterhammen belegd met wat jam of pindakaas. Ons maandgeld is niet voldoende om duur beleg als kaas te kiezen. Een eitje? Een dure luxe. Als je bijvoorbeeld van de ouders er een had meegekregen waren de huisgenoten in staat om het onderling te verdelen …Weinig (duur) fruit.

 De huidige voedingsgebruiken en stimulerende middelen waren toen, in 1951, onbekend. Opvattingen over “krachtvoer” en dergelijke middelen zijn uiterst primitief en kunnen zelfs als negatief worden aangemerkt (suikerklontjes in citroensap). Wij verdachten de concurrentie, met medici als oud-leden, ervan wel degelijk te worden voorzien van wondermiddelen].

Een baantje, 3000 meter, oefenen levert al bewonderaars op, zie de foto. De nummer 2 is de “opvoeding” van vorig jaar nog niet helemaal te boven gekomen)

Een statistiekje: gewichten (kg):
Njord: boeg 71,  2 72,  3  82,  4  90,  5  93,  6  83,  7  74,  slag 81  gemiddeld 80,75
Laga  : boeg 76,  2 78,  3  81,  4  81,  5  92,  6  86,  7  87,  slag 73  gemiddeld 81,75
De zwaargewichten zijn ook in lengte de meerderen: 1,92/1,95 meter.

Bij aankomst werden bij Laga alle kandidaten gewogen. Net 18 geworden woog ik 76 kg. Nu, op een paar maanden na, 2 jaar later: 81 kg. Zou ik inderdaad in die twee jaar 5 kilo spieren erbij hebben geroeid? Of ligt het aan het primitieve wegen?