Pas veel later krijgen we spijt. Maar heel weinig.

OProeien toen – 30

Door Jan Op | 8 april 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het roeileven is niet compleet als er geen aandacht wordt geschonken aan hetgeen buiten de boot gebeurt. Het aanleren van alle ideale handelingen met riem en lijf inclusief het ook nog eens precies uitvoeren ervan zoals de slag dat aangeeft is de technische kant. Maar wat er samen met dezelfde maten (met uitzondering van de op zichzelf aangewezen skiffeur) aan de wal gebeurt is tenminste even belangrijk. Natuurlijk is er een groot verschil tussen toen en nu. Wij roeiden in onze vrije tijd (die overigens in overleg werd vastgesteld wegens studieverplichtingen). Eénmaal per dag, en ook nog eens met de hele ploeg in de boot, was niet altijd haalbaar. Dan maar met wat minder in kleine boten, maar wel “boord”. Met in iedere hand een riempje is niet écht roeien. En achter je naam staat een B of een S.

Ik kan me niet heugen of ik wel eens een S-haal heb gemaakt tussen die “duizenden” B-halen. Heel veel later heb ik, toch met enige tegenzin, nog leren “scullen”. Best lastig voor mijn linkerarm.

Dat de Engelsen, vooral de oud-leden, zich ernstige zorgen hebben gemaakt over de stugge tegenstand van de “continentals” blijkt als we met alle mogelijke egards worden begroet en van de voor ons vaak onbekende drankjes worden voorzien. We zijn de – op één na – beste ploeg van de wereld en daar hebben “ze” van gewonnen. Dat moet worden gevierd. Engelse tevredenheid!

Een deel van de tijd tussen onze wedstrijden kunnen we ontspannen naar de ploegen kijken die over de finish komen. Jo heeft een dame, Patsy, ontmoet. Die heeft ons aangeboden om van het grasveld van haar huis aan de Thames ter hoogte van de finish gebruik te maken. Uiteraard binnen de mogelijkheden van ons programma. Trainen tijdens de wedstrijden is niet mogelijk.

Na onze bijeenkomst met de “Heren” (oud-roeiers) bij Phyllis Court tegenover het botenterrein en de tribunes, valt de ploeg uiteen. Ik behoor tot een kleine groep die terechtkomt in het huis van Patsy. Niet op slot. Zij is er niet. Haar echtgenoot is officier bij de luchtmacht. Onze dorst is nogal overmatig gelest. Maar de trek naar iets meer substantieels is onrustbarend gestegen. In de kelder vinden we een hele ham! Het bot laten we bloot achter. Met sparen van veel distributiebonnen heeft Patsy kans gezien dit top-ingrediënt aan te schaffen… Pas veel later krijgen we spijt. Maar heel weinig.

Wordt vervolgd