Eerst de NK, en dan de EK 1951 in Macon

OProeien toen – 34

Door Jan Op | 19 mei 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Terug naar het roeien in 1951. De Acht op weg naar de NK. Door Jo zijn we na zijn aanvankelijke “nonchalante” aanpak zijn we weer op het rechte pad terug. Onze “kak” is vrijwel verdwenen, we kunnen enige tijd zonder druk lekker varen. En daar zijn snelle stukjes bij. Jo houdt ons bij de les.

Onze enige tegenstander is Nereus (acht de rest ons onoverwinnelijk?). Enige dagen voor de wedstrijd is een lid van de bemanning ziek. Bij Aegir wordt een invaller gevonden. In de krant staat: Laga had het moeilijk met versterkt Nereus. Sterker met één man uit het hoge Noorden! Voor hen die zijn gesteld op volledige informatie: dit zijn de ploegen:

Opmerkelijk is inderdaad dat we voor de tweede helft 20 seconden meer nodig hebben. (Een ander opmerkelijk feit is dat Aad lijkt te weten dat Laga een godin is. Hij weet vast niet dat ze drie(!) borsten heeft). In afwachting van de prijsuitreiking op de tribune(!) heeft de menigte zich alvast opgesteld op het grasveld ervoor.

We zijn goedgekeurd voor de EK in Macon (Fr). Samen met de vier-zonder (Laga) en de vier-met van WIII. En dames: de acht van Het Spaarne, de vier-met van de Hunze en de skiffeuse van Nautilus.


Naar de EK

Op weg naar de EK in Macon reizen we per trein. De wagons zijn verdeeld in “coupés“ en hebben ieder aan de instap-kant een “gewone” deur. Dus geen onderlinge verbinding. Het gezelschap stapt in. Ik weet niet meer hoeveel mensen in een coupé gaan. In ieder geval kleine groepjes van 10 tot 12 personen. Dus een mengsel van ploegen; een uitstekende manier om elkaar te leren kennen.

Een mooie gelegenheid om de “Code des Courses” te bestuderen. Vertaald uit het Frans, toen nog de officiële taal van de F(édération) I(nternationale) des S(ociétés) (d’)A(viron). Het starten is ook in ’t Frans. Onderaan staat :

DE VOLLEDIGE PLOEG MOET DUS DE WEDSTRIJD UITROEIEN (Het is voorgekomen dat een riem brak en de eigenaar te water ging om het gewicht in de boot te verminderen)

Ik kan van deze reis noch in mijn documenten noch in mijn geheugen iets terugvinden. Zoals In Parijs lunchen en van de Gare du Nord naar ’t Gare de Lyon (per bus?). Wat wel indruk heeft gemaakt is de aankomst bij ons tijdelijke verblijf: “School voor meisjes”.

Maar die waren er niet, vacantie. Wij, de mannen, kregen een gigantisch grote slaapzaal toegewezen (onze afvaardiging is ook groot). Daar staan aan beide zijden bedden. De dames (natuurlijk) ergens anders in de school. Wat mij wel is bijgebleven is dat de weg naar de baan (op de Saône) naar beneden gaat. Na het roeien naar boven lopen is een vermoeiende oefening na vermoeiende training. Natuurlijk tweemaal per dag. Overigens is het transport van de boten ook een witte vlek in mijn al jaren overvolle (roei-)geheugen.

Een stukje krant: “De acht van Laga weet de boot onberispelijk aan de gang te houden. Bij de boten die zo perfect doorlopen moet men gewoonlijk de winnaar zoeken. Bij de Delftenaren kan de zuiverheid van het waterwerk en de gelijkheid binnenboord nog wel iets beter maar de haal is eenvoudig formidabel.

We lezen dit natuurlijk pas toen we terug waren in Delft. Met de kennis van de uitslag.

Lees volgende week verder!