Goede Tijden, Slechte Tijden

Door Feike Tibben | 12 maart 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Aan alles is te merken dat we langzaam, langzaam de lock-up loslaten, de teugels wat laten vieren, al mogen we dat blijkbaar niet zo noemen. Sinds vorige week is Delft tot inkeer gekomen en ook daar mag nu geroeid worden door iedereen U27. Zij waren overigens niet de laatste. Pas deze week ging ook het allerlaatste bolwerk Alkmaar door de knieën. Ook daar mag nu iedereen U27 in ploegjes het water op. Alkmaar… ooit begon daar de victorie.., nu zijn ze ’s lands hekkensluiter. The times, they are a changin’.

Nu voor heel Nederland het roeien U27 van het slot is begint natuurlijk gelijk de roep wie de volgende groep zal worden. Afgelopen weken hadden we als KNRB-bestuur diverse overleggen met voorzitters van verenigingen en daar werd deze roep wel heel duidelijk. Een paar voorzitters hadden een uitgesproken visie. In hun ogen zou iedereen die gevaccineerd is weer moeten mogen varen: ‘na de spuit, in de schuit!’. Andere bleken voorzichtiger en willen pas weer open als het voor iedereen veilig is. Het wensspectrum blijft breed.

In de gesprekken met de voorzitters en ook uit de jaarcijfers van de verenigingen komt duidelijk naar voren hoe anders verenigingen het jaar 2020 overleefd hebben en ook anders ze ook 2021 ingaan. Een flink aantal verenigingen heeft het ledental zien krimpen. Opvallend is daarbij dat er landelijk dubbel zoveel vrouwen hebben opgezegd als mannen. Een verklaring? Volgens Marieke Bal van British Rowing zoeken vrouwen meer gezelligheid en samenzijn op verenigingen. Wellicht is dat een verklaring. Wees eerlijk: In een stil coronajaar is het best lastig een vereniging levend te houden. 

Veel verenigingen hebben de boel op slot gedaan. Geen kantine, geen groepsactiviteiten, geen instructie, borden ‘gesloten’, en ‘verboden toegang’. Tja dan wordt het wel heel stil.

Er zijn het afgelopen jaar echter ook verenigingen gegroeid. Opvallend is dat de groeiverenigingen hiervoor dezelfde oorzaak geven als de krimpverenigingen: het komt door corona!

‘Door corona hebben mensen behoefte aan nieuwe dingen, aan ruimte, aan openheid. Wij geven die: zet ze in een skiff en je kunt aan de slag. Dat levert zo nieuwe leden op.’

Roeivereniging De Kogge spant bij mij de kroon. Zo’n vereniging die ineens opvalt. Ik zag ze afgelopen jaar al opvallend actief deelnemen aan onze KNRB-webinars. Er ging  er bijna geen voorbij of een Kogger schoof weer aan (‘hé leuk, daar zijn jullie weer’). Nu is zo’n webinar-deelname niet de maat der dingen, maar dit bleek slechts het topje van activiteiten, want dan zie je even later een stukje in de krant dat ze met steun van Univé drijvers voor skiffs hebben gekocht (‘zo kunnen we tenminste doorgaan met instructie),  pakken ze de vaardigheidsproeven actief op, komen ze op een filmpje met het mooiste roeiwater. En dan zie je ook dat zulke activiteiten beloond worden. En hoe: Ze groeien in het afgelopen coronajaar met tientallen procenten! Daar gebeuren leuke dingen in Medemblik.

Deze verenigingen zien ruimte, zien noodzaak om activiteiten te ondernemen. Niet door regels aan hun laars te lappen, maar door creativiteit en activiteit, door de vereniging op sleeptouw te nemen, ruimte te geven. RV De Waal heeft bijvoorbeeld Edon-skiffs geleend van De Goudse om onervaren roeiers toch instructie te kunnen geven zonder risico op omslaan. Andere verenigingen hebben boten zo omgeriggerd dat met voldoende afstand toch geroeid kan worden. Roeivereniging TOR uit Tilburg hield haar gewoonte om met het woord TOR te spelen warm door in het carnavalsweekend een TOR-tilla-wedstrijd te houden. Weer andere verenigingen wandelen, fietsen, zwemmen, borrelen of hebben digitale indoorsessies en houden zo het verenigingsleven wakker en levend. 

Het lijkt er op dat verenigingen die actief zijn, die het verenigingsleven levend houden, die beseffen dat een sportvereniging natuurlijk meer is dan een botenuitleenbedrijf succesvoller zijn in het vasthouden van leden en in slechte tijden zelfs weten te groeien. Aan de andere, meer behoedzame verenigingsbestuurders zou ik willen zeggen: laat sporters niet alleen, bied activiteiten en middelen en toon je als club actief om leden te verenigen, wees NU actief om nieuwe sporters kansen te bieden, er is ruimte zat. Roeiers snakken.


We zijn hier om blik te trekken

OProeien toen – 29

Door Jan Op | 9 maart 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


1951. Jan = Laga roeit in Henley en heeft in de eerste ronde Europees kampioen Varese verslagen.

Onze eerste klap is uitgedeeld, toch wel tot onze verbazing. Is het onze coach gelukt om ons op een plek bij de top te krijgen? Want Varese behoort al jarenlang tot de top. We zijn nogal nuchter opgeleid en Jo (onze coach) heeft dat er goed ingetimmerd. Morgen weer een tegenstander uit het zuiden, Barcelona. Weinig over bekend dus opnieuw in concentratie. Geen enkele tegenstander onderschatten.

Onze landlady heeft intussen begrepen (van …?) dat zowel de hoeveelheden als de ingrediënten van de maaltijden voor deze Hollanders enige aanpassing vereist. Een probleem is wel dat in Engeland nog steeds rantsoenering van bepaald voedsel bestaat. Zoals vlees.

We slapen redelijk in onze kleine bedjes. Ontbijt? Eigenlijk teveel maar we klagen niet. Klaar voor de volgende wedstrijd tegen Barcelona. Die loopt goed af ondanks de “slechte” boei. Hoewel we de discipline erin houden is het al snel ontspannen roeien als ook van deze ploeg de rug van de boeg steeds kleiner wordt.

Intussen hebben we nog geen enkele Engelse ploeg als tegenstander gehad. Is dat toeval? En de Engelse helft (+ Njord) komt in de finale ook op de goede boei terecht. Maar deze constatering vond toen niet plaats.

Intussen is het opvallend stil geworden in Delft. Des te drukker in Henley. Veelkleurig “rood” heeft zich langs de  “booms” gevestigd in “punts”. Om onze overwinning te bekrachtigen varen onze bewonderaars naar de finish. Hun snelheid vindt alom bewondering. De vlonders in de punt doen dienst als peddels. Over hun vervoer en onderdak is mij niets bekend. Trein, pont, trein, tentje, geld? Hoe komen we aan Engels geld? Valutaverkeer nauwelijks toegestaan. Ik kreeg van een bevriende relatie £1 (ca. ƒ10) mee. Veel geld in die tijd.

Hoewel iedere “kenner” op de hoogte is van het verschil tussen bakboord en stuurboord is het in onze ploeg duidelijk zichtbaar. We “winkelen” in Henley en verbazen ons over de meest onwaarschijnlijke roeiattributen. Stuurboord kan de aanbieding van hoedjes niet weerstaan. Ze zijn gevoelig voor show. Wij, van bakboord, laten ons niet afleiden. We zijn hier om blik te trekken.

Volgende week de finale!


Kuikens in het water

Door Kees Verweel | 6 maart 2021

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Ik heb het niet over eenden- of waterhoenkuikens, daar is het nog een maand te vroeg voor. De meeste sloeproeiers denken bij het woord Kuiken aan een roeisloep! Binnen de sloeproeiwereld vormen de Kuikensloepen een eigen klasse, en inmiddels varen er ruim 40 Kuikens rond in Nederland. De Kuikensloep is een ranke en snelle polyester 8-riems sloep van 8,20 meter lang en ca 600 kg zwaar.
Maar hoe komt dit type sloep nu aan de naam Kuiken? De verklaring is simpel; ontwerper van deze sloep Kees Kuiken wordt in 1989 docent aan de Hogere Zeevaartschool Willem Barentsz. Tijdens zijn loopbaan had hij al veel ervaring opgedaan met het verwerken van polyester, zo had hij in Harlingen al twee 12-riems Stersloepen gebouwd.
Op Terschelling ontwierp Kees een polyester sloep speciaal bestemd voor het roeien op de Waddenzee. Na bestudering van de Terschellinger houten whaler Benwyvis maakt Kees eerst een ruwe schets met afmetingen en de rompvorm. Met deze schets is een direct familielid van de toenmalige zeevaartschool directeur Maarten Harms aan het werk gegaan en werd het lijnenplan van de sloep vervolgens geoptimaliseerd. Deze tekening is vervolgens omgezet naar een houten dummy romp – waarvan een mal getrokken is; de mal voor de eerste Kuikensloep Cornelis Douwes’ en al haar latere zusjes was een feit! De Cornelis Douwes wordt met hulp van een aantal zeevaartschoolstudenten gebouwd, en na de proefvaart blijkt het ontwerp goed te voldoen.


De zeevaartschoolstudenten waren dermate enthousiast dat ze ook zelf eenzelfde sloep wilden bouwen waar ze dan in konden roeien zonder bemoeienis van de zeevaartschool. Onder supervisie van Kees Kuiken is deze tweede Kuikensloep in de winter van 1989-1990 gebouwd, om vaarklaar te zijn voor het roeiseizoen 1990. Omdat de Kuikensloep een van de lichtste roeisloepen is was de naam al gauw verzonnen: ‘Featherlight‘. En ook werd door de studenten het idee geopperd om Durex te benaderen als sponsor (Durex had toen net een nieuw soort condoom op de markt gebracht ‘Fetherlite’). Het is echter niet uitgedraaid op een sponsorship. Rederij Wagenborg werd de sponsor van deze tweede Kuikensloep, dus in 1991 werd de naam veranderd in Egbert Wagenborg.
In de drie volgende jaren werden maar liefst 7 andere Kuikens gebouwd. Als Kees Kuiken uiteindelijk naar Australië emigreert en door een verbouwing bij de Zeevaartschool de ‘productie’ruimte verdwijnt, stopt de productie van sloepen en de mal wordt afgedankt.
Via Reeuwijk komt deze mal in Zwartsluis terecht, waar in 2003 de Salland en de Voorganck worden gebouwd. In de jaren na deze doorstart worden er maar liefst nog 9 Kuikens gebouwd. De originele mal is inmiddels vervangen door een nieuwe, en de nieuwe Kuikens worden nu gebouwd in Deventer bij Ron Straver (Roeisloepen.nl). Ieder jaar komen er nog Kuikens bij. De ruim 40 Kuikensloepen vormen een eigen klasse, en hebben ook een eigen Kuikenklassement; de Kuikencommissie bepaald ieder seizoen welke wedstrijden genomineerd worden voor dit eigen klassement. Meer informatie over de Kuikensloep is te vinden op sloeproeienNL

Terug naar de eenden- en waterhoenkuikens… Wat zou het mooi zijn als volgende maand tegelijk met deze kuikentjes ook de roei-Kuikens weer volop te zien zijn op het water…


Gezicht op Delft – De factor R (reprise)

Door Feike Tibben | 5 maart 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


4 maart 2021 AD. Heel Nederland (onder 27) mag weer samen roeien. Heel Nederland? Nee. Terwijl omliggende plaatsen jongeren volop ruimte geven blijft een kleine nederzetting moedig weerstand bieden…
Vorig jaar meenden de gemeente Nijmegen en ook de Veiligheidsregio Drenthe dat roeiers uit die regio (Phocas, de Waal, de Compagnie, ARC) niet zouden mogen rekenen op de sportversoepelingen die toen aan de orde waren omdat de roeiers niet zouden sporten op een vaste plek, er geen toezicht mogelijk zou zijn, er kans zou zijn op niet beheersbaar contact met anderen. Dat voornemen is toen niet in het nieuws gekomen; de regiobestuurders kwamen al snel tot het inzicht dat er maar weinig klopte van hun redenering en er mocht alsnog geroeid worden. Hoera.

Helaas heeft dat betere inzicht van de bestuurders uit Nijmegen en Assen niet te bestuurders van Eindhoven en Delft bereikt. Deze week waren zij het die meenden dat de Rijksregel dat ‘mensen tot en met 26 jaar mogen vanaf 3 maart met meer dan twee personen samen buiten sporten op sportaccommodaties’ niet zou gelden voor roeien omdat geen sprake zou zijn van sporten op een sportaccommodatie… pff.
Inmiddels is Eindhoven al gedraaid en gelukkig tot de slotsom gekomen ‘dat het water/roeiparcours in dit geval als verlengde van de sportaccommodatie kan worden beschouwd. De toegang tot het water/roeiparcours in de praktijk beperkt is tot de leden van de roeiverenigingen. Er vindt op het water geen vermenging met andere vervoersstromen plaats, waardoor de situatie beheersbaar blijft.’

Delft persisteert… vooralsnog.

Al eerder heb ik op dit platform aangegeven hoe belangrijk het is dat we als roeiers opkomen voor de belangen van ons roeiwater en dat water beschermen. In de factor R ging het over Rotterdam dat een brug wil aanleggen over de Rotte. Dergelijke voorbeelden zien we vaker: gemeenten die waterbelangen over het hoofd zien bij ambitieuze plannenmakerij. Deze week nog moesten we als bond een stevige brief sturen aan de gemeente Lisse, die de roeiers van roeivereniging Iris letterlijk klem dreigt te zetten.

Het verbaast me dat de roeisport – niet alleen de bond, ook de verenigingen – tot voor kort zo weinig heeft gedaan om hun waterbelangen zeker te stellen. Echt vreemd.
Want ons belang als roeiers is groot. We zijn op ons thuiswater aangewezen en kunnen niet zomaar verplaatsen. We kunnen niet zomaar, zoals een hardloper of fietser zomaar even op stap om ergens anders te roeien. Dat kan niet met een acht of een vier, en zelfs niet met een skiff. Ons belang is groot, maar de opgave best overzichtelijk: Wij zijn met onze 123 verenigingen gebonden aan zo’n 100 stukken thuiswater, veel meer zal het niet zijn.

Een klein begin is er: in het handboek roeiaccommodaties (what’s in a name!) zijn normen opgenomen voor roeiwater. En de roeiwaterenkaart die we als roeibond een maand geleden hebben gepresenteerd laat exact zien wat onze roeiaccommodaties zijn. Best wel een overzichtelijk landkaartje: Hier wordt geroeid!

Vorig jaar heeft Rijkswaterstaat de roeinormen overgenomen in haar Richtlijnen Vaarwegen 2020. Die richtlijnen gelden voor alle waterbeheerders, dus ook voor waterschappen, gemeenten en provincies. Met die richtlijnen in de hand kunnen we als roeisport een stevig geluid laten horen aan partijen met al te druistige plannen.

De coronaroerselen van afgelopen week laten zien dat dat niet genoeg is. We moeten voor elkaar zien te krijgen dat roeiwater status krijgt zodat de binding tussen thuiswater en roeivereniging vastligt De roeiwaterenkaart en de richtlijnen Rijkswaterstaat zijn nog maar een begin.

Het vastleggen van locaties en status zou een logische volgende stap zijn. Dan is de binding tussen vereniging en water sluitend: Kijk, dít is onze roeiaccommodatie! Dan kunnen we onze accommodaties beschermen en kunnen we Delftse perikelen voor eens en altijd achter ons laten.

Dat onze roeiwaterenkaart al in look and feel aansluit bij de kaart waarop vaarwegen mét status staan? Niet helemaal voor niets.
Dit moet gewoon gaan lukken. Allemaal duwen!
Daar hebben die Delftenaren vandaag nog helemaal niets aan. Tegen gemeente Delft zou ik willen zeggen: geef de ruimte. We roeien als roeiers met alleen leden, vanaf een vaste accommodatie, vanaf het eigen vlot en op een vast stuk water: dat is onze roei-accommodatie.

Kom op Delft: zo wil je toch niet in het nieuws. Iedereen kijkt jullie aan. Deze beeldvorming, dat is toch geen gezicht?


De Kogge verwelkomt honderdste lid

Op 27 februari verwelkomde voorzitter Theo Patocka  van roeivereniging De Kogge in Onderdijk (NH) het honderdste lid. Mariëlle Foppen uit Hoorn en overhandigde haar een clubtrui als cadeau. In een korte speech zei Patocka dat de ALV in 2018 heeft vastgelegd dat de vereniging streeft naar minstens 100 leden. Dan is een roeivereniging volgens de KNRB financieel bestendig en is er ruimte voor zaken als de aanschaf van nieuwe boten en aanpassingen aan het verenigingsgebouw. “Jarenlang schommelde het ledental ergens tussen de 70 en 80. Corona dreigde in het voorjaar even roet in het eten te gooien maar na de succesvolle open dag in augustus kwamen er in het najaar 30 nieuwe leden bij. Eind december stond de teller op 98. We merken dat er een grote behoefte is aan buitensport en dat mensen ook hebben ontdekt dat roeien in deze prachtige omgeving een geweldige beleving is, elke keer weer”.

Mariëlle Foppen heeft van haar dertiende tot zeventiende jaar geroeid bij De Hoop in Amsterdam. Mariëlle: “Het seizoen startte op de Amstel met de Heineken en Head of the River in maart en de Skiffhead in april. Daarna roeiden we de boten over naar de Bosbaan om mee te doen aan de Randstad Regatta”.
Twee jaar geleden overleed een van haar roeivriendinnen van toen. Dat greep haar zo aan dat ze besloot het roeien weer op te gaan pakken. Haar epicentrum is de afgelopen jaren van Amsterdam naar Hoorn verschoven richtte ze haar blik op het noorden. Nadat ze een aantal keer had gewandeld en gekampeerd in de buurt van de Grote Vliet was de keus voor de Kogge logisch. Ze werd lid en geniet er nu met volle teugen van. De techniek is ze niet verleerd en ze vertrouwt erop dat de conditie terugkomt.
De clubtrui, onderdeel van de nieuwe clubkledinglijn, zit Mariëlle als gegoten. Ze was erg blij met deze aangepaste ceremonie, die als het gekund had zeker aanleiding was geweest voor een mooi feest. Voorlopig zijn haar feestjes wekelijks op het water tijdens het roeien.


Tegen Varese

OProeien toen – 28

Door Jan Op | 2 maart 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Laga, met Jan Op den Velde op 4, heeft in Henley 1951 geloot tegen Varese, de Europese kampioen. Ze zijn net gestart.

Temple Island begint uit het zicht te raken. Maar Varese nog niet. Ik begin inderdaad dat mannetje op vier beter te zien. Hij moet gaan omkijken om mij (en de gehele ploeg) te zien. Verdomd, we liggen vóór!! En dat blijft zo, steeds meer. Hoe zo: veeljarige kampioenen? We gaan lekker (zoals altijd als je voor ligt en zelfs steeds verder uitloopt).
We worden echter gestoord door een mannetje met een Ierse college-blazer aan + bijbehorend petje. Hij rent met ons mee om ons herhaaldelijk – in het Nederlands – toe te roepen dat we voor liggen. Dat zie ik zelf nog beter. Dus groeien bij mij moordgevoelens. Ik weet hem straks wel te vinden.
Eerst deze klus klaren. Ik zie de rug van hun boeg steeds kleiner worden.

Dan begint ergens in je hersens iets wakker te worden. De spieren spannen gaat vanzelf. Voelt goed.  Aanzwellend geluid van stemmen. De trechter waarin je naar de onzichtbare finish vaart.
Aad van Leeuwen  maakt het wel heel bont in de Telegraaf van 6 juli. Hij schrijft:

Het verschil tussen winnen en verliezen. Het is wel even zuchten na de laatste haal als je hem als eerste op de finishlijn vastzet. Waarom is verliezen veel zwaarder? Zijn de hersens geprogrammeerd? Het is voor een Italiaanse coach niet te bevatten om na jaren van succes toe te moeten geven dat er een ploeg ‘roeiduivels’ uit Delft nog sneller is dan de zijne.

Als de boot afgedroogd in de (‘gieken-‘)tent ligt met de riemen eronder, ga ik op zoek naar dat rotjochie dat ons zo uitgesproken hinderlijk op de hoogte hield van hetgeen wijzelf veel beter zagen. Maar in de menigte blazers+petjes niet te vinden. Later blijkt het Rob van Mesdag te zijn die ik nog vaak tegen zal komen. Best een aardige jongen. Ik heb hem in leven gelaten.

Volgende week: tegen Barcelona – weer succes?