De laatste, de eerste…

Door Feike Tibben | 22 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


De Talisker Whiskey Atlantic Challenge zit in z’n eindspurt. De eerste boten zijn binnen, met natuurlijk een fantastisch record van Mark en Kai, the fastest double crossing the atlantic. Niet de snelste transatlantische roeiploeg ooit, dat was Mark in z’n eentje een paar jaar geleden, maar hé: wat een prestatie.
De tweede nationale trots de ‘queen of hearts’ van de Fries/Zeeuwse vrouwenploeg ‘The Atlantic Duchesses’ ligt ruim op kop in het vrouwenveld en komt volgens de leaderboard op taliskerwiskeyatlanticchallenge.com over een paar dagen, op 25 januari om 4.35, aan (live te volgen). Weer oranjeboven die de wereldzee bedwingt.
Het derde Nederlandse team, de Gelders/Overijsselse combi ‘Dutchess of the sea’ mag nog iets langer genieten. Voor hen eindigt de oversteek op 10 februari. Da’s toch al bijna vier weken achter de eerste ploeg. Man, wat ligt zo’n veld uit elkaar.

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar haast vanzelf ga ik in zo’n race wat naar achteren kijken, want wat gebeurt daar. Daar zitten ze verhalen. De laatste in de race is Jasmine ‘Rudderly mad’ Harrison. Dat is ze steevast en ik vermoed dat ze die rode lantaarn vasthoudt. Op het moment dat ik dit schrijf zit ze echt midden op de oceaan en moet ze nog 1497 NM (2772 km).
1497 NM, dat is 693 keer de Bosbaan op en neer of voor Niki van Sprang: 328 keer hen en weer tussen den Helder en Texel. Naar verwachting komt Jasmine op 20 maart aan in Antigua: ze is dan net geen 100 dagen op zee geweest, in d’r eentje, in een bootje. Ze belt wel elke dag haar moeder, dat dan weer wel.


Jasmine komt uit Thirsk, Yorkshire, een slaperig dorpje tussen de dales en de moors en met als belangrijkste trekpleister het ‘the world of james herriot experience center’, (je hoort ‘t klinken: ‘this puts Thirsk on the international map’). Anderhalf uur van zee, met als enige watertje de Cod Beck… je kunt er verdorie net een kano op kwijt.  Ik moet er wel eens door zijn gekomen toen ik nog in Hull studeerde en in de weekenden een rondje North York Moors National Park fietste. Dat was begin jaren negentig. Jasmine was toen nog niet geboren.

Als je op de site van Jasmine kijkt, lees je een leuk verhaal hoe ze tussen het biertappen en het geven van zweminstructie tot dit besluit kwam. Natuurlijk heeft ze net als de andere ploegen een goed doel dat ze ondersteunt, maar zij wil meer. Ze wil ook een inspiratie zijn voor jongeren, vrouwen om grenzen te verkennen en die te slechten. ‘Ik wil meer jonge mensen, vooral meisjes, inspireren om gewoon iets te proberen. Hoe meer het je bang maakt, hoe meer prestaties je kunt behalen. Als je iets wilt doen, is het NU het moment.
Ik snap nu ook waarom ze het motto van Mark Slats (ze vaart in zijn oude boot) ‘be stronger than your excuse’ gewoon heeft laten staan.

Prachtig verhaal, mooie inspiratie, vast niet het laatste wat we van deze 21-jarige horen. Het zou zo maar kunnen dat we over enige tijd in Thirsk naar het Jasmine Harrison Experience Center kunnen. Al vermoed ik dat zij zelf zo’n bezoek zou ontmoedigen en ons er uit zou bonjouren met de woorden ‘Get out and do something’.
Nog 50 dagen dan is ze over. Ook de laatste is dan de eerste.
PS Aan mijn dochters: Wáág het niet 😊  


Sport gaat over verlangen

Door Feike Tibben | 17 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Van een aantal lezers kreeg ik reactie dat mijn stukje van vorige week een tikkie of twee te positief zou zijn. Ik riep toen verenigingen op om als we zometeen als sportclubs weer langzaam open gaan, zich niet alleen te richten op eigen leden, maar gelijk de deuren op te te zetten voor nieuwe sporters, mensen die weer willen gaan bewegen, die de ruimte op het water zoeken.
De essentie van de reacties was ongeveer: 

‘We hebben als verenigingen wel wat anders aan ons hoofd’
‘We zijn al blij als onze leden weer wat sport kunnen bieden.’
‘Ik hoop dat we ons ledenaantal weten vast te houden.’

Natuurlijk was achteraf gezien de timing van het artikel wat ongelukkig, zo net vóór de aankondiging van verlenging van maatregelen, en midden in een golf van de nieuwe virusmutanten die de opluchting van het vaccineren lijkt uit te doven. Maar toch…
Wellicht zullen er leden zijn die opstappen. Dat gebeurt elk jaar en misschien dit jaar nét wat vaker.
Maar aan de andere kant zullen er veel meer mensen zijn die op zoek gaan naar een nieuwe sport, die openstaan voor nieuwe ervaringen, die een sport zoeken die veilig is, die ruimte biedt. Echt waar. Misschien is het nu nog ver weg, maar het gaat gebeuren. Over enkele maanden al.
Juist wij als roeisport kunnen hen nieuwe uitdagingen en nieuwe ruimte bieden.  

Maar er is nóg een reden om energie te steken in het nadenken over nieuwe leden: de vitaliteit van de vereniging zelf. Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik vind het best wel een beetje saai. Bij gebrek aan elkaar zien, bij gebrek aan evenementen raakt er meer leeg dan alleen de agenda.
Zouden we nu niet juist dit jaar niet heel nieuwe dingen kunnen proberen op de verenigingen, andere groepen aanspreken, andere instructievormen zoeken. Niet meer van hetzelfde, maar meer van het andere. Voor de sporters, én voor de verenigingen. Juist daarmee houden we leden binnen, juist daarmee bieden we onze leden nieuwe lol in de sport en juist hierdoor worden we aantrekkelijk voor nieuwe groepen. Er is tijd en er is ruimte voor inspiratie.

Op internet vind je het boek voor de nieuwprijs van 35 euro en ook voor veel minder tweedehands.

Ik schreef hier vorige week dat sportstimuleringsprogramma’s voor niet-leden lonen, óók voor verenigingen. Voor wie het onderzoek dat ik aanhaalde te zware kost vindt en liever hands-on werkt: kijk eens in het grote ideeënboek voor sportclubs: verhalen uit de praktijk van andere verenigingen en uit andere sporten. Je wordt alleen al vrolijk van al die energie, en je wilt gewoon aan de slag.

Sandra Meeuwsen schreef ‘t al in haar ‘kritiek van de sportieve rede’: sport gaat over verlangen.


Sportverenigingen: de kiloknallers van 2021

Door Feike Tibben | 8 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Koninklijk bezoek bij Willem III – links Anneke van Zanen | © Merijn Soeters – www.merijnsoeters.com

‘We zijn in de coronatijd met z’n allen 50.000.000 kilo zwaarder geworden’ wierp NOC*NSF-voorzitter Anneke van Zanen koning Willem-Alexander, medio december op bezoek bij Willem III, voor de voeten. ‘en dat komt doordat we met al die lockdowns te weinig bewegen’. Met een ‘we zitten teveel en bewegen te weinig’, probeerde ze hem oog te laten krijgen voor de keerzijde van de coronamaatregelen.
50 miljoen kilo, en de kerst moest toen nog komen… pff.

Los van de vraag hoe Anneke aan dat monsterlijke getal komt (houdt de sportkoepel dat stiekem bij, hoe dan? wie dan?), die 50.000.000  kilo, dat is bijna 3 kilo per persoon, of 581.395.349 magnum-ijsjes, 10 keer meer dan er jaarlijks verkocht worden. Unilever smult.
Met die 50 miljoen kilo is trouwens wat raars aan de hand. Nog in 2016 werd opgeroepen dat we met z’n allen ditzelfde aantal kilo’s moesten afvallen om van obesitas af te komen. Geen idee of dat gelukt is of dat we nu voor een dubbele uitdaging staan.
50 miljoen is ook het aantal kilo’s rundvlees dat een paar jaar geleden werd teruggeroepen, en precies de hoeveelheid kippenvlees die Oekraïne in 2019 extra mag exporteren.
Gevoelsmatig hebben al deze getallen wat met elkaar te maken.

Maar goed, even terug naar het onderwerp: we hebben komend jaar dus een stuk of 50 miljoen uitdagingen om af te komen van de stilzitkilo’s en Nederland weer in beweging te krijgen. Hier ligt een mooie kans voor onze sport, voor onze verenigingen. Want ja, in 2021 zal de sport  – langzaam – weer open gaan.  En misschien dat verenigingen daarbij de neiging hebben om eerst de focus leggen op de vertrouwde leden, ‘eigen roeiers eerst’. Begrijpelijk. Het is fijn als we weer mogen sporten, het is fijn elkaar weer te zien, maar het zou jammer zijn ons tot eigen leden te beperken. Als geen ander zijn verenigingen in staat om mensen langere tijd te binden en dus écht in beweging te houden.

Linda Ooms heeft onderzocht hoe sportstimuleringsprogramma’s daarbij kunnen helpen. Zo’n sportstimuleringsprogramma is een kort traject waarbij mensen nog niet gelijk lid hoeven te worden en zich moeten voegen naar de mores en sores van een vereniging maar een gericht programma krijgen van een paar weken. Denk aan start2bike, Run 2befit of zo’n drieweeks programma om je klaar te stomen voor een cityswim. Ze geeft zes ingrediënten voor een succesvol programma:

  • Bied een laag instapniveau. 
  • Maak een stapsgewijze opbouw.
  • Zorg voor persoonlijke aandacht van kundige en betrokken trainers. 
  • Sport in groepsverband. Dit geeft sociale steun om te beginnen én om het vol te houden.
  • Bied vervolgactiviteiten. Laat deelnemers na afloop van het sportprogramma bijvoorbeeld doorstromen naar een beginnersgroep.
  • Hanteer lage deelnamekosten. Gebrek aan geld moet geen barrière zijn om mee te doen.

Die zes puntjes zijn natuurlijk appeltje-eitje voor onze 122 verenigingen. Hier ligt een fantastische kans. Veel mensen zullen dit jaar op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden, nieuwe sporten. Veel mensen hebben vorig jaar al de ruimte op het water ontdekt, laten we hen die ruimte geven. Het roeicongres heeft als thema Veerkracht en dat is niet voor niets. Komend jaar veren we weer op. Komend jaar gooien we de deuren open.

2020 was het jaar van Covid.
2021 wordt ‘t jaar van ‘Go Fit’
en sportverenigingen worden de kiloknallers van 2021.


De echte verandering V: dudes & rockers

Een serietje over licht en coastal

Door Feike Tibben | 1 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Dat coastalroeien meer is dan een leuk opstapdingetje voor de junioren of meer is dan een overstapkans voor lichte roeiers, meer is dan de enige mogelijkheid om mixed te roeien, (mixed roeien is natuurlijk helemaal niet aan open water gebakken, het was gewoon makkelijker hiervoor een nieuw nummer te vinden dan een bestaand nummer om te vormen) of een mogelijkheid is oude vrienden te treffen schreef ik al.

Maar het écht nieuwe is natuurlijk de compleet andere roei-omgeving en de andere sfeer.

Want coastal dat is ook strand, zee, ruimte, vrolijkheid. Strand dat is de nieuwjaarsduik, flaneren, zwemmen, surfen, chillen en nu dus ook zeeroeien. Misschien boren we met dat coastal wel een heel nieuwe groep roeiers aan. Dudes die niets moeten hebben van dat hogeschool-roeien op strakke banen. Vrije vogels die zelf hun koers bepalen en het gevecht met de golven willen aangaan en daarna achteloos het strand opkuieren. Wat zou dat leuk zijn. Ik kijk er nu al naar uit dat op ledenbijeenkomsten de jasje-dasjes van de studenten worden afgewisseld met slippers, nonchalant linnen en de onvermijdelijke wave-kettingen van de beach boys & girls. Of nog beter: prijsuitreikingen die groovy worden begeleid door clubzang in jamaica-stijl: ‘me life is only important if me can live/row plenty’. Yeah man.

Maar ja, we blijven natuurlijk niet aan zee: Wie op de harbourraces is geweest in Rotterdam weet dat coastalroeien ook een echte urban sport is. Ideaal voor ruig raggende rockers voor wie de stad niet groot genoeg kan zijn, die meer willen dan 3*3 basketbalboulderen, inline skaten, stuntsteppen, skateboardenslacklinenstreethockey/streetvolley, of panna. Urbanísta’s die een crossover zoeken met trailrunnen, bootcampen of streetbiken. Misschien zelfs coastal inpluggen op het framed festival of plekje vinden in de urbansports coalition.

Joris Bergman van WSR Argo maakte een paar weken geleden de vergelijking op de regiobijeenkomsten: ‘het coastalroeien is als het shorttracken bij schaatsen of bmx-en bij het fietsen. Het is snel, heeft spektakel en spreekt nieuwe groepen aan.’ Die rappe Rijnroeiers uit Wageningen hebben het begrepen. Ze zijn niet de enige: Roeivereniging de Maas schijnt met een idee te spelen om ‘op Zuid’ een heus coastal-initiatief op te zetten en daarmee nieuwe groepen aan te boren. Ik zeg: pak maar door.

De juniorencommissie duikt helemaal in het diepe. Beklaagde ik me een paar weken geleden nog dat er zo weinig geroeid wordt in Zeeland: hoppa: zij organiseren van 7- 10 mei het juniorencoastalkamp op het Veerse Meer. Zeeland, coastal, junioren… zomaar drie kansgebieden gebundeld in één actie. Wat een mooi initiatief om onze roeiende jongeren meer ruimte te geven! Een feestje voor roeiers, dudes en rockers. Nog 18 weken.
(Voor wie niet meer zo jong is: 29 mei zeeroeien ‘op Scheveningen’. Nog 21 weken.)
Let’s rock. Het wordt een mooi, nieuw jaar.

Foto Roei!

De echte verandering IV: met oude vrienden in de kerststal

Een serietje over licht en coastal

Door Feike Tibben | 26 december 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Ik neem jullie mee naar de wortels van onze sport.

Wat misschien maar weinigen weten is dat roeien een van de eerste betaalde sporten was: rond 1660 waren er ongeveer 10.000 veermannen en beroepsroeiers nabij de Theems actief. Die verdienden hun geld niet alleen met loods- en transportwerk: regelmatig waren er wedstrijden, waarbij de aristocratie flink inzette met weddenschappen en de beroepsroeiers met het prijzengeld hun inkomen mooi konden aanvullen (kom daar nu nog eens om). De boten: gewoon dezelfde waar men op andere dagen mee werkte.

Maar ja, er kwamen roeiers die geen bootjes nodig hadden voor het werk. Zij konden hun bootjes smaller maken. De nieuwere boten waren sneller en vergden een andere techniek dan de traditionele boten. Met de komst van de snellere boten, met de riggers, en de rolbankjes kwam er ook een scheiding tussen broodroeiers en amateurroeiers. Exclusiviteit werd een kernwaarde. Er kwamen exclusiverende maatregelen: ballotage, contributieheffingen en kledingvoorschriften. De roeiverenigingen van de universiteiten van Cambridge en Oxford stelden hun vereniging alleen open voor mensen met een bepaalde opleiding of sociale herkomst. Toen de Amateur Rowing Association in 1882 werd opgericht kreeg deze als eerste opdracht om amateurregels te formuleren. Het was een periode van heftige klassentegenstellingen, dus die regels werden scherp: Iedereen “who is or has been by trade or employment for wages, a mechanic, artisan, or labourer, or engaged in any menial duty” werd uitgesloten om lid te worden.

In ons land was het niet veel anders. De Koninklijke Nederlandsche Yachtclub hield midden negentiende eeuw nog roeiwedstrijden volgens het oude Engelse systeem: de boten werden niet bemand door clubleden, maar door betaalde huurlingen. Verenigingen als De Maas en De Hoop gaven soms roeiles aan leerling-matrozen en stuurde hen als verenigingsafvaardiging naar wedstrijden. Geroeid werd er om geld. De matrozen mochten dan een deel van het prijzengeld houden. Vanaf ca 1880 – de grote opkomst van de Engelse sporten op het vasteland – worden in verschillende universiteitssteden eigen roeiclubs opgericht met de Engelse amateurregels en natuurlijk Engelse wedstrijdboten. Arbeiders werden uitgesloten van lidmaatschap.

Gevolg: weddenschappen verdwenen, de geldschieters trokken zich terug, het beroepsroeien dat rond het midden van de 19e eeuw – zeker in Engeland – erg populair was,  verdween al voor de eeuwwisseling van de radar. De werelden van het vlakwaterroeien en het roeien in traditionele boten (of in jargon: dakgootroeien en badkuiproeien) ontwikkelden vanaf dat moment zich in gescheiden werelden: met andere boten, ander water, andere regels, en andere omgangsvormen.    

Het vlakwaterroeien ontwikkelde zich in een klimaat dat verbonden was met het studentenleven. Het roeien in grote werkboten ontwikkelde zich vooral her en der lokaal en op de zeevaartscholen, als verplicht onderdeel van de opleiding. De groei en ontwikkeling van beide sportvormen – inmiddels is 2/3 van de KNRB-roeiers geen student en sloeproeien kan in meer plaatsen worden gedaan dan rolbankroeien – verandert daar niets aan: we roeien in gescheiden werelden.

Maar dan komt daar coastal. Coastal ontpopt zich als nieuwe sport, die ons even logisch als onvermijdelijk verbindt. De vlakwaterroeiers die een verzetje op open water zoeken, de sloeproeiers die eens wat sneller willen varen, stappen, ieder vanuit de eigen sportomgeving, in deze ontwikkeling. Bij de nieuwe coastal initiatieven in Harderwijk, Katwijk en Scheveningen zien we het: vlakwater- en vastebankroeiers treffen elkaar op ledenavonden of in de haven. Bij de deelnemers aan de Talisker Whiskey Atlantic Challenge die nu op zee zijn, zien we het ook: Mark en Kai, de Atlantic Dutchesses en Dutchess of the Sea zijn leden van verschillende verenigingen, vanuit verschillende disciplines. Het zijn sloeproeiers én rolbankroeiers en nu samen in één boot op weg om de oceaan over te steken.

Samen in één boot, als oude vrienden die elkaar weer ontmoeten: ‘waar was je zo lang.’ Toch wel een mooie verbroederingsgedachte op deze 2e kerstdag.

Coastalroeien is eigenlijk een soort kerststal-roeien.
Fijne dagen!


De echte verandering III: een complete sport

Een serietje over licht en coastal

Door Feike Tibben | 19 december 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Onder roeiers maar al te populair: ‘Licht roeien is als basketballen voor kleine mensen’. Oftewel: ‘We kijken er wat ginnegappend naar, maar je moet het niet al te serieus nemen. Het échte roeien is een sport van grote, zware mannen en vrouwen. De rest: Spielerei.’

Natuurlijk zit er een zekere lichtheid in die spot en moeten we dat niet al te serieus nemen. Maar toch… het stoort me toch ook. We zeggen toch ook niet dat Usain Bolt, king of sprint, een marathonloper is zonder uithoudingsvermogen. Of dat Eliud Kipchoge, wereldrecordhouder op de marathon, een lousy atleet is omdat ‘ie maar niet op gang komt. Of dat Roy van de Berg met z’n 75 cm om die reden een betere wielrenner is dan skinny Tadej Pogačar.
De compleetheid van het roeien toont zich in het grote aantal nummers. Skiff, dubbel, quadrupel, octet, boord, scull. (‘Waar kijk ik naar’, vroeg een bekende hockeyster me op de Holland Beker, ‘de heren waren toch net al?’) Behalve het grote aantal nummers is het voor de rest eenheid wat de klok slaat: iedereen vaart de standaard 2000 meter. Allemaal 2000 meter, met als enige verschil het type boot.

Als een schaatstoernooi voor schaatsers die allemaal 1500 m schaatsen: een groep op houtjes, een andere op vaste noren, een derde groep op klapschaatsen, en een vierde keer in een groepje kop-over-kop. Of de atletiek met maar één afstand: een keer voor iedereen op blote voeten, een keer voor mensen met gympen, en één voor trotse vaporfly-eigenaren.
Kijkend naar bijvoorbeeld atletiek, wielrennen en schaatsen in vergelijking tot roeien, dan hebben die andere prestatiesporten een grotere variatie: van sprint tot marathon, van 200 meter met vliegende start tot Tour de France of van 500 meter tot 10 km of 50 rondjes massastart. Dezelfde sport, maar met variëteiten die een ander fysiek vragen. Daar hebben we geen discussie of lang, kort of licht, zwaar: je zoekt het nummer waar je fysiek het best tot z’n recht komt en gaat excelleren.

En ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar het meest interessant vind ik de afstanden waar specialisten uit verschillende disciplines de degens kruisen: de 200 meter waar sprinters en 400 meter-lopers elkaar treffen of de 1000 meter schaatsen waar een snelstartende sprinter stervend vooruit probeert te blijven voor de sluipend naderende 1500 meterspecialist. De Giro met klimmers versus tijdrijders.

Het bruggetje naar het roeien is snel gemaakt: met het coastal roeien voegen we meer toe dan alleen ander water, meer dan alleen een mixed nummer. ‘Als de afstand langer wordt, heb je minder aan lengte en kracht. Dan gaan andere fysiologische variabelen een rol spelen. Als het op uithoudingsvermogen aankomt, zijn kleinere, lichtere mensen in het voordeel’, stelt Hessel Evertse in de Roei! van oktober 2020. Kijk aan!

Met coastalroeien wordt het echte roeien, het gewone roeien uitgebreid. We gaan op weg naar het complete roeien. De lichte roeiers: de klimgeiten van de roeisport. Dansend op de golven.


De echte verandering II: mixed-feelings

Door Feike Tibben | 11 december 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Ken je die mop van die twee die naar <vul  maar in> gingen? Die gingen niet. Zo’n week was het voor de olympiërs: de veranderingen van Parijs 2024, jaren besproken, zorgvuldig voorbereid… ze kwamen er niet. Het IOC nam geen van de 41(!) door de sectorale bonden voorgestelde wijzigingen over, maar veegde ze allemaal van tafel. De reden: kostenbeheersing.

Minder events, minder atleten. Parijs 2024 wordt een beetje Olympics light. Zij we daarmee terug bij af?  Is de vernieuwing voorbij? Zeker niet. Het IOC ziet als focus: reduce cost & complexity, promote sustainability, innovation with a youth focus and gender balance.

Tekst gaat door onder de afbeelding

Gender balance. ‘Makkie’ zul je zeggen, ‘met een ongeveer 50/50-man/vrouw-verdeling in ledenaantallen, met een exacte 50/50-verdeling in sportnummers, scoren we met onze roeisport bijzonder goed. Nog even zorgen dat er vaker een vrouwennummer het slot-event vormt van het toernooi en we zijn klaar met die balance.’

Ik denk niet dat we wegkomen met zulke zelfgenoegzaamheid. Wie goed leest ziet dat IOC ook steeds meer inzet op mixed sporten. In Parijs zijn er al 22 mixed-events, 4 meer dan in Tokio en 4 jaar later in LA zal het aantal weer meer gegroeid zijn. Je mag aannemen dat wij er dan ook bij zijn met het nummer mixed-coastal. De beslissing die voorlag voor Parijs 2024 wordt immers verschoven naar LA 2028.
Mixed-sporten: je ziet het pas als je het doorhebt. Skiën, biathlon, curling, kunstschaatsen, rodelen, en natuurlijk de mixed dubbels in badminton en tennis. Ook het schaatsen kent sinds kort mixed sporten: de mixed gender relay op shorttrack en lange baan.

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, ik zie best wel veel gemixte teams op verenigingen, maar nooit als het om het eggie gaat. Dan vinden we het al heel vernieuwend als er een vrouw een mannenploeg stuurt. Bijzonder dat dat nog zo gesegregeerd is. Het zal iets met traditie of gewoonte zijn. Bij de nieuwere roeivormen wordt er volop gemixt: in het sloeproeien, bij de roeimarathons, en ook dus op coastal wedstrijden.

Bijzonder dat de discussies over coastal roeien in vergelijking met het gewone roeien nooit ingaan op het mixed, terwijl dat toch écht ook een vernieuwing is. Vinden we het al heel gewoon of zien we het als een niche die we maar moeten negeren? Ik hoop het eerste. Het is een mooie ontwikkeling op weg naar gender equality & gender balance.

Meer mixen: prima. En om ‘m helemaal af te maken: laten we ook gelijk de term ‘knuffeldubbel’ overboord gooien voor het mixed roeien. Je snapt wel waarom.. Het is niet voor niets vandaag paarse vrijdag.


De echte verandering 1: het verkeerde rijtje

Door Feike Tibben | 13 november 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Dit najaar heeft FISA aan IOC voorgesteld om met ingang van de spelen van Parijs drie coastalnummers toe te voegen aan het olympische programma ten koste van de twee lichte dubbelnummers. Op maandag 7 december zal de Executive Board van het IOC dit voorstel bespreken.

Meteen stak er een storm van kritiek op: Van lichte roeiers zelf die hun perspectieven zagen verbleken, van Helma Neppérus die toch ook wel lijkt te erkennen dat het lichte roeien niet die mondialisering heeft gebracht die beoogd was. En natuurlijk vanuit de pro-ana beweging die nog een duit in het zakje deed met hun statement dat de beweging ‘de broeders en zusters die dagelijks uit vrije wil het gevecht tegen de weegschaal voeren, altijd te zullen blijven steunen’.

Je mag aannemen dat het advies van FISA was voorgekookt en het IOC dit overneemt: exit olympic lightweights. Komen we daarmee met deze roeiers in het rijtje van olympische losers en wacko’s?  Als je die lijst bekijkt lijkt licht roeien akelig gewoon en acceptabel, want ja, Pelota en lacrosse zijn van de olympische agenda verdwenen, maar die worden tenminste nog gespeeld.

Maar wie weet er nog van die andere verdwenen olympische activiteiten:

Gelukkig zijn we geen demonstratiesport want dat is echt een mix van folklore & extravaganza:

Je gaat bijna olympic darts missen in zo’n rijtje… Cent quatre vingt!

Stockholm 1912

Niet om het coastal-roeien koudwatervrees aan te praten -zeker niet-, maar eh.. die stad Parijs heeft wel een naam hoog te houden als het gaat om sporten die in die stad voor het eerst (en vaak ook voor het laatst) olympisch waren. Wat denk je van:

  • olympisch duivenschieten, met levende duiven!,
  • olympisch touwtrekken,
  • olympisch cricket,
  • olympisch croquet: te weinig toeschouwers, nl één,
  • polo: teveel paarden nodig,
  • hoogspringen uit stand,
  • hoogspringen over paarden: een mens springt óver paardenruggen,
  • verspringen door paarden: een paard springt, mens op z’n rug,
  • onderwaterzwemmen,
  • en ook hier een favoriet: zwemmen met hindernissen, heus gehouden in de Seine. Wij zouden zeggen, zwemmen met keerboei.

Moeten we nou met het lightweight rowing in zo’n rijtje komen.. nou ja zeg. Sterkte komende week.

Komende weken ga ik in op die andere kant van het besluit: coastalkansen


Allemaal vergaderen

Door Feike Tibben | 13 november 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Volgende week is de Algemene Vergadering van de roeibond. Alweer de tweede digitale. We zien dat een jaar van bijna niet doorgaan van evenementen door corona zijn tol eist. Typische AV-eindejaarsfeestjes zoals de verschillende uitreikingen zijn geschrapt; er is gewoon te weinig geroeid om te kunnen spreken van volwaardige klassementen. Toch jammer. Het kost tijd om goede tradities op te bouwen.

Dit jaar zien we nog een ander fenomeen: De impact van corona op financiën. De week vóór de AV komen de vragen binnen van verenigingen. Dit jaar vragen enkele verenigingen of de afdracht aan de bond niet lager kan. Op hun beurt zien we ook bij een aantal sportverenigingen dat leden opzeggen of geld terug vragen: ‘We hebben immers niet kunnen sporten? Zo krijg ik geen waar voor mijn geld’.

Aan de andere kant zullen er ook bonden zijn die bij NOC*NSF aandringen op lagere afdracht. Een aantal bonden is financieel afhankelijk van inkomsten uit competitie, en tja, als die niet doorgaat…

Zonder het recht om discussies over geld, afdrachten en verantwoorde besteding te betwisten (zeker niet, als sport zijn we gebaat bij een open en transparante besluitvorming hierover), heb ik moeite met de beweging dat leden minder willen betalen aan verenigingen, verenigingen claimen bij bonden en bonden een beroep doen op NOC*NSF. Als we als sporters vooral als consument zouden denken dan zouden we lid worden van een vereniging met de laagste prijs of de hoogste ROI.

Maar is individueel voordeel nu dé reden om lid te worden van een vereniging of een bond? Veel bepalender voor het kiezen is of je je er thuis voelt, of alle ledenbelangen tot hun recht komen. Het zijn van een gemeenschap, elkaar ontmoeten, jezelf ontwikkelen en collectieve belangenbehartiging zijn veel méér doorslaggevend. Daar hoor een zorgvuldig-kritische blik bij, maar ook solidariteit. Dat geldt voor een vereniging, maar is in essentie voor een bond of NOC*NSF niet anders.

Laten we elkaar open beoordelen, worden ledenbelangen evenwichtig gewogen, wordt het geld zorgvuldig besteed, maar laten we ervoor waken dat we tekorten naar elkaar doortoepen. Voor je het weet creëren we een piramide van vorderingen. Zie daar maar weer eens vanaf te komen. Juist nu moeten we met z’n allen de in jaren opgebouwde sportinfrastructuur overeind houden. Laten we het dáárover hebben. Roeien doe je samen.



I want a recount!

Door Feike Tibben | 6 november 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


In een van mijn eerste columns heb ik al eens wat geschreven over datamanagement en bondsbeleid. In de afgelopen vier regiobijeenkomsten voor verenigingen in noord, oost, zuid en west hebben we verenigingen laten zien wat een gaaf dataproduct voor verenigingen in ontwikkeling is. Was je er niet en ben je wel geïnteresseerd? Even wachten tot het roeicongres.

Vorige week schreef ik hier een bijdrage over algemene verenigingen. Ik schreef onder andere: ‘…de roeipopulatie is gewijzigd. Inmiddels zijn er zoveel oudere sporters dat het aandeel studentenleden nog ongeveer 1/3 van het totaal aantal roeiers is…. Over een paar jaar is misschien wel ¾ van de roeiers niet-student…’
‘Ja’ kwam al snel de repliek – en misschien wel geïnspireerd door verkiezingshektiek in de VS -, ‘dat kun je wel stellen, maar wij studenten roeien veel meer. Op grond daarvan zouden wij een grotere stem moeten hebben.’ Gelukkig hebben we die data ook. Verenigingen hebben de afgelopen zomer opgegeven hoe vaak er gevaren wordt. Totaal gaan we in Nederland in een jaar 610.892 keer per jaar het water op! Buiten de wedstrijden… En ja, er zijn provincies waar de studentenverenigingen vaker het water op gaan dan de roeiers bij de algemene verenigingen, zoals in de provincies Utrecht en in Groningen waar 72% resp 54 % van het aantal roeibewegingen toegeschreven kan worden aan studenten. Maar overall overstijgen de studenten de niet-studenten niet in aantallen keren sporten: 42% voor de studenten en 58% voor de niet-studenten.

De provincie waar het meest geroeid wordt: helaas Noord-Holland, jullie hebben wel het grootste aantal roeiers, nl. meer dan 10.000, maar bij de Hollandse zuiderburen wordt meer geroeid. Noord-Holland 162.335 keer, Zuid-Holland 172.159 keer per jaar. In Zuid-Holland roeit iedere roeier gemiddeld 13% meer dan in Noord-Holland. Werkers zijn het.

De provincies waar het minst geroeid wordt: Drenthe en.. Zeeland. Nou ja zeg.. Zoveel water! Misschien moeten we daar eens wat meer activiteiten doen.

Is er dan misschien nog een kleine kans dat de studentenverenigingen meer boten hebben? Helaas. Dit helpt nog minder. Van de in totaal 6.184 roeiboten die er in Nederland bij verenigingen liggen zijn er maar 1.724 in bezit van studentenverenigingen. Een schamele 28%. Zelfs in het roeirijke Utrecht zijn er meer boten in bezit van algemene verenigingen dan van studentenverenigingen.
Hertellen helpt niet altijd…

Algemene roeiboten | Foto Sequana


Bye bye burger

Door Feike Tibben | 29 oktober 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Oplettende roeiers is het al opgevallen… als roeibond gebruiken we het woord ‘burgervereniging’ niet meer. We spreken over algemene verenigingen. Natuurlijk zullen we ons nog wel eens verspreken en ik sluit ook en web-aanduiding hier en daar niet uit, maar lukt ons steeds beter. Steeds meer roeiers gebruiken het ook. ‘Algemene vereniging’ is the word. Natuurlijk zal ‘burgervereniging’ nog wel hier en daar voorkomen op webpagina’s, maar Wikipedia heeft ‘algemene vereniging’ al netjes overgenomen. Je zou kunnen zeggen: zo langzamerhand wordt algemene vereniging algemeen.

Maar waarom doen we dat eigenlijk? We zijn de naam burgervereniging toch zo lekker gewend, het klinkt zo vertrouwd en het bekt zo lekker.

Wie een beetje zoekt ziet dat de term burger vooral gebruikt wordt door bijzondere groepen. Bij studenten, zoals wij maar al te goed weten, maar ook in leger-, brandweer- en politiekringen en niet te vergeten de woonwagensector.
De term ‘burger’ wordt vooral gebruik om je eigen groep te onderscheiden, om aan te geven dat je samen anders bent dan de rest. ‘Burgers? Dat zijn de anderen, hullie zonder vrijheid, zij zonder sterren en strepen of woners zonder wielen, niet wij. Burgers, dat zijn de niet-studenten, de niet-geüniformeerden en zij die in gewone huizen wonen.’
en kwestie van perspectief dus.

Vroeger, toen we in de roeisport veel studentenleden hadden ten opzichte van het aantal niet-studenten, toen bovendien de niet-studentenleden vaak ex-studentleden waren, toen was het misschien wel logisch om vanuit studentenperspectief te denken. Bij die gedachte past het om de term  burgerroeivereniging te gebruiken. Burgerroeivereniging was een makkelijke term om onderscheid te maken met ‘de onzen’, de studentenroeivereniging.
Maar ja, de roeipopulatie is gewijzigd. Inmiddels zijn er zoveel oudere sporters dat het aandeel studentenleden nog ongeveer 1/3 van het totaal aantal roeiers is. En veel van de niet-studentenroeiers zijn geen terugkerende ex-studenten, maar roeiverse ‘late entries’. En die groei zet door. Over een paar jaar is misschien wel ¾ van de roeiers niet-student en is het aantal late-entries ook nog gegroeid.

Daarom is het hoog tijd om als inclusieve sport de bakens te verzetten:
Wij spreken dus voortaan van Algemene Verenigingen en Studentenverenigingen.