Zorgen om veiligheid II

Door Feike Tibben | 12 april 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandse Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Vorige week schreef ik al dat ik zorgen heb om de veiligheid van roeiers. Het aantal incidenten is dit jaar ongemeen hoog en helaas vaak te herleiden tot een gebrek aan ervaring, inzicht en kennis.

Het webinar begint hier bij het roei-deel, maar bekijk de hele webinar een keer!

Die veiligheidszorgen zijn er niet alleen bij mij, maar worden breed gedeeld in het bestuur. Niet voor niets deed Rutger Arisz op de KNRB-ALV deze week een klemmend beroep op de verenigingen om hieraan meer aandacht te besteden.

Een klemmend beroep kwam er ook van BLN-Schuttevaer (de bond van beroepsschippers)-bestuurslid Andries de Weerd op het webinar ‘vaar mee met de binnenvaart’. Hij geeft hij een aantal concrete adviezen aan roeiers. Kijk die hele webinar eens na.
Een van de concrete zaken die hij aangeeft is: probeer niet een binnenvaartschip in te halen en blijf er zeker niet vóór hangen. Om in te halen moet je door de zuiging van het schip heen roeien en lukt je dat dan moet je nog helemaal voorbij de dode hoek om weer te kunnen invoegen. Een binnenvaartschip heeft een dode hoek van max 350 meter… dat is een heel eind om in te halen. Daar doe je zomaar 2 à 3 km over. Weet je zeker dat je zoveel vrij water hebt?

Ik snap het wel hoor, die behoefte om ervoor te blijven. Ook ik vaar liever vóór een schip dan erachter in het vuile water. Maar kijk eens op onderstaande foto’s, genomen afgelopen week. Een boordviertje krijgt van de coach de opdracht om snel nog even te vertrekken vóór het aankomende schip. De boot blijft echter hangen in de dode hoek. Op een waarschuwingssignaal wordt niet gereageerd. De eerste foto laat zien wat de schipper ziet vanuit de stuurhut.. helemaal niets. Geen roeiboot te zien. De tweede foto toont het beeld van de boegcamera aan boord van de binnenvaarder. Hierop is de roeiploeg wél te zien. Moet de schipper dan vooral niet zeuren en maar op de camera kijken? Nee. Denk je eens in hoe onveilig dit voelt te weten dat er een boot voor je vaart die je wél op camera maar niet met eigen ogen ziet. Denk daarbij ook aan de remweg – stopweg heet dat in schipperstermen – van zo’n schip. Zo’n boot leg je niet zomaar stil.

Helaas bleef het ook deze week niet bij onoverzichtelijke situaties zoals hierboven of op knrb.nl gemelde near-misses.  
Helaas ging het deze week bij Saurus in Maastricht écht mis.
Helaas zien we ook te vaak onveilige situaties. Bij werkzaamheden wordt maar al te vaak te weinig rekening gehouden met veiligheid op het water en al helemaal met de belangen van de kleine watersport: We zien gemeenten die graag huizen met ligplaatsen willen verkopen en zo roeiers in de knel brengen zoals in Lisse. We zien provincies die bruggen aanpassen om het wegverkeer veiliger te maken zoals bij Cruquius.
Dat soort ingrepen noodzaken de roeiverenigingen om alleen of samen met de KNRB in het geweer te komen. Soms op tijd, maar al te vaak te laat en moeten we achteraf zaken proberen te repareren..

Deze week was er op initiatief van de KNRB overleg met provincie Zuid-Holland, BLN-Schuttevaer en de Federatie Sloeproeien Nederland over de onveilige situatie van de Joop van der Reijdenbrug in Katwijk. Daar was vorig jaar een fataal ongeval tussen een sloep van roeivereniging Ferox en een binnenvaarder <>.

Als je leest hoe de brug is ontworpen: ‘Een sculptuur. Letterlijk goed gebalanceerd, rank en slank. De architectuur is zowel helder als enigmatisch. De rijzige pyloon en de remmingwerken in de rivier tonen onmiskenbaar dat het hier een beweegbare brug betreft. Tegelijk is de horizontale draaiing verrassend, in gesloten situatie vrijwel onzichtbaar’, dan leest dat als een klok maar lees ik niets over veiligheid. 
Terwijl ‘m daar nu wel de kneep zit. Want wie legt er nu een brug aan midden in een scherpe bocht, met een pyloon aan de binnenkant waardoor het doorzicht wordt ontnomen en wie plant er nu ook nog eens een keer een jachthaven (het witte vlekje op de foto) direct bij de brug… Dit lijkt vragen om ellende.

Het oplossen van deze onveilige situatie lijkt nu niet eenvoudig: er is weinig ruimte en afhankelijkheid van borden, toeters, lichtsignalen of camera’s is te kwetsbaar. De mogelijkheden voor intrinsieke veiligheid lijken beperkt. Het toont maar weer aan hoe belangrijk het is om in een vroeg stadium aan tafel te zitten om mee te denken met een ontwerp.

Gelukkig zijn steeds meer roeiverenigingen alert. Bij de Cruquius lijkt het Spaarne bediend te worden en wordt de vaarsituatie aangepast. Roeivereniging Iris moet nog even vechten. Ze maken stampij via de gemeenteraad en eisen dat stukken openbaar worden gemaakt. Goedzo, laat van je horen!

Als verenigingen en als bond zetten we ons in voor een veiliger vaarwater. Maar dat is niet genoeg. Het is belangrijk dat iedere roeier zich veilig gedraagt. Ik zei vorige week al dat ik me zorgen maak om onze veiligheid. Ik zie teveel filmpjes, krijg teveel signalen en teveel berichten van onhandige en ondeskundige acties van roeiers. Helaas was het deze week weer raak. Zie het verhaal van Saurus.

In essentie is het zorgen voor je eigen veiligheid en die van je ploeg zo simpel. je hoeft maar tot tien te te kunnen tellen. Doe dat.

Zorgen om veiligheid

Door Feike Tibben | 5 april 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandse Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Ik had me deze week voorgenomen om door te gaan op een aantal bespiegelingen over verenigingen.  Na een serietje over activering, cultuur en vrijwilligers zou deze week een stuk volgen over de clubkadercoach. Die houden jullie nog te goed.

Het ongeval op de Schie had prio. Achten van Laga en Proteus-Eretes knalden tussen Delft en Rotterdam bovenop elkaar, met de nodige schade, letsel en gedoe tot gevolg. Net als Kees Verweel een week had die in het teken stond van veiligheid, werd dat bij mij ongewild niet anders.

De afgelopen jaren is op papier de aandacht voor veiligheid toegenomen: Er is een KNRB-Commissie Veiligheid, in Zuid-Holland en oost-Nederland hebben roeiverenigingen veiligheidsconvenanten getekend, er is een mooie folder met regels voor veilig varen (vorig jaar nog maar weer eens uitgedeeld aan alle abonnementshouders van Roei!). Rijkswaterstaat heeft 10 gouden tips en de Stichting Waterrecreatie richt een landelijke werkgroep ‘gedrag en veiligheid’ op en nodigen ons uit eraan deel te nemen. Zoveel aandacht, zoveel organisatiekracht, zoveel goede tips, zoveel afspraken met handtekeningen er onder, dat moet wel goed gaan denk je… Helaas is de werkelijkheid weerbarstiger..  Het uitvoeren van elementaire veiligheidshandelingen lijkt voor roeiers soms ver weg.

We krijgen best veel meldingen van overheden en van beroepsschippers over roeiers die onhandige acties doen. Het aantal meldingen lijkt toe te nemen. En dat komt niet alleen omdat het drukker wordt op het water of omdat boten stomme dingen uithalen doen. Maar al te vaak wijst de beschuldigende vinger naar ons, roeiers. Deze week bijvoorbeeld een mail van Schipper Jan (hij wil niet in het nieuws, dus ik laat zijn achternaam achterwege). Hij schrijft ons:

’Het valt mij op dat roeiers zich vaak niet aan de regels houden. Bij bruggen wordt het onderdoorvaartlicht vaak genegeerd wat erg gevaarlijk kan zijn wanneer er een groot schip van de andere zijde een vrije doorvaart verwacht. Grote schepen zijn erg lastig snel tot stoppen te brengen.
Ook wanneer een brug bijna dicht is gaan roeiers al door de brug wat bij lage bruggen natuurlijk gevaarlijk is. Ook dan is het onderdoorvaartlicht nog gedoofd.
Hierbij is vaak ook de verlichting door de roeiers in de avond behoorlijk slecht verzorgd.
Ik verzoek u als KNRB hier aandacht aan te besteden zodat de roeiers niet alleen aan hun techniek werken maar zeker ook ALLE vaarregels kennen en hanteren. Snel thuiskomen is immers minder belangrijk dan  heelhuids thuiskomen. Ik hoop dat u mijn mail niet beledigend opvat want dat zorgt meestal voor weerstand in plaats van begrip. Mijn bedoeling is echt om alleen maar om aandacht te vragen voor de matige wijze waar roeiers zich aan de regels houden.


Wat er kan gebeuren laat dit filmpje van een situatie bij de Euvelgunnerbrug in Groningen zien (uit 2017, maar is nog net zo actueel)… het gaat net goed.

Bijschrift van Provincie Groningen: “De Inspectie Scheepvaart van de provincie Groningen is al geruime tijd bezig met voorlichting aan gebruikers van de provinciale vaarwegen, waaronder de roeiers. Toch gaat het soms bijna mis. Hier zien roeiers een groot containerschip over het hoofd. De schipper van het containerschip voorkomt een aanvaring.”

Een ander voorbeeld is deze inhaalactie op de Schie, drie weken geleden: een viertje denkt optimistisch het vrachtschip Shalom van schipper Rick in te halen. Een staaltje overschatting van eigen kunnen en schromelijke onderschatting van de risico’s (hoe groot is de dode hoek vóór het schip denk je..). Gelukkig breken ze op tijd de onbesuisde actie af.


Is dit om angst aan te jagen of dreigt dat we übervoorzichtig worden als roeibond? Wat mij betreft niet. Wat mij betreft dient het vooral om aan te geven dat het veiligheidsbewustzijn en het veilig handelen onder roeiers écht beter moet. Dat vind ik niet te veel gevraagd: Een beetje roeier kan tot 10 tellen, nou, dan kun je ook de tien tips van varen doe je samen en van Rijkswaterstaat uit je hoofd leren lijkt me.  En als je als fietser of wandelaar zorgt dat je goed zichtbaar ben in het verkeer, dan doe je dat als roeier natuurlijk ook, zeker als je behoort tot de verenigingen die dat  plechtig beloofd hebben.

Verenigingen zouden meer op het weten en toepassen van deze basale kennis moeten toezien. En dat is niet alleen vanwege mogelijke schade of letsel. In het begin van dit artikel heb ik het over schade, letsel en gedoe. Dat gedoe moeten we niet onderschatten. Werd vroeger een ongeluk misschien nog gezien als een kwestie tussen twee partijen die dat maar onderling moest oplossen, tegenwoordig worden dergelijke situaties steeds meer beoordeeld vanuit de verkeerswetgeving en komen politie en Openbaar Ministerie eraan te pas om de verwijtbaarheid en strafbaarheid te beoordelen. En tja… dergelijke juridische consequenties had je misschien nou net niet overzien toen je je clubgenoten een dienst wilde bewijzen door de stuurtouwtjes in handen te nemen.

Want wees eerlijk: welke roeier is zich ervan bewust dat de stuurman volgens het BPR:

  • voor de hele boot verantwoordelijk is dat de verkeersregels worden nageleefd (artikel 1.02)
  • en dat hij/zij ook ervoor moet zorgen dat ie écht de baas is in de boot (artikel 1.03)
  • en hij/zij (artikel 1.04) alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen moet nemen om te voorkomen dat personen in gevaar komen, schade ontstaat of de veiligheid of het vlotte verloop van de scheepvaart in het geding komt?

Als je hier als stuurman niet aan voldoet kan het worden gezien als overtreding of erger, met alle consequenties die daaraan vastzitten. Om het maar wat concreter te maken: Wie checkt buienradar, of windy voor actueel weer. Wie kijkt op www.marinetraffic.com of er nog vrachtschepen onderweg zijn vóór ie gaat roeien?  Wie kan het lijstje voorzorgsmaatregelen opdreunen? Wie oefent met de ploeg regelmatig de ‘bijzondere verrichtingen’?

Ik maak me zorgen om onze veiligheid. Op papier lijkt veel geregeld, maar ik zie teveel filmpjes, teveel signalen en teveel berichten van onhandige en ondeskundige acties van roeiers. Misschien is dit artikel een aanzet om je meer bewust te laten zijn van onze verantwoordelijkheid op het water.

Het is zo simpel: je hoeft maar tot tien te kunnen tellen, maar het is oh zo belangrijk om dat dan ook echt te dóen. Steeds weer, iedere keer. Voor de zekerheid. Voor je veiligheid.
Wordt vervolgd


Álles voor een glimlach?

Door Feike Tibben | 27 maart 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Wie de KNRB, roei.nu of nlroei volgt, heeft gemerkt dat er afgelopen weken flink gesteggeld is over licenties. In essentie: mag je eisen stellen aan instructeurs, coaches, en wie mag dan die eisen stellen en wie betaalt de opleiding. Op nlroei wordt voormalig bondscoach Kris Korzeniowski erbij gehaald die ooit gezegd zou hebben: “Als je een oude fiets en een toeter hebt, ben je in Nederland een roeicoach”. Mocht hij dat al hebben gemeend – ik denk het niet – dan is-ie later zeker tot inkeer gekomen: in 2018 verscheen van hem bij US Rowing het kloeke candidate’s manual level 2, 197 pagina’s stevige roeikost. Ietsie meer dan een fiets en een toeter.

Een vergelijkbare discussie als bij licenties zie we op andere vlakken van sport. In brede zin zien we in de sport een groeiende behoefte aan meer kwaliteit. Sporters willen betere spullen, beter begeleid worden, meer waar voor hun geld. Dat er een structureel tekort aan vrijwilligers is komt niet doordat het aantal vrijwilligers afneemt. Het lijkt er op dat we als sport steeds méér vrijwilligers vragen en ook steeds meer ván vrijwilligers vragen. Ze moeten steeds meer kunnen en de verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid die we neerleggen bij vrijwilligers wordt steeds meer ‘een dingetje’. Toen ik een paar jaar geleden bij een van de regiobijeenkomsten dit onderwerp eens aan de orde sneed, beet een verenigingsvertegenwoordiger me toe: “Als vereniging hebben we leden, en als lid hoor je je in te zetten voor de vereniging. Daar krijg je geen geld voor, dat doe je gewoon, en anders ga je maar weg!” Duidelijke taal.
Het deed me een beetje denken aan een bestuurder van mijn oude vereniging die reageerde op mijn voorstel of we niet eens maar een wat moderne outfit zouden moeten: ‘Feike, roeien dat doe je in je oudste katoenen slobbershirt met gaten en in een broek die van je kont afzakt. Zo hoort het.’
Maar net als we de tijd van uniform slobberkatoen kwijt zijn en we best wel kekke roeikleding zien, zie je ook op verenigingen heus niet alleen verenigingen met het klassieke verenigingsmodel van onbetaalde – en vaak niet opgeleide – vrijwilligers.

Dat andere profiel hoeft heus niet helemaal door te slaan naar een marktmodel: De vereniging als bedrijf, zonder leden en met alleen klanten. Op veel verenigingen leeft de discussie: wat doen we nog voor een glimlach en wanneer is een vergoeding redelijk? Ook dié discussie gaat over: ‘wat voor vereniging wil je zijn’ en ‘voor wie wil je vereniging zijn’

Vaak is het niet óf-óf, (betaald /vrijwillig) maar én-én. De meeste verenigingen bevinden zich ergens op de as in het plaatje hieronder tussen glimlach (rechts) en euro (links).

Het plaatje komt uit dit filmpje, Back to Basics 2, een aanrader

Moet het lidmaatschap per se zo goedkoop mogelijk? Ik denk het niet. Als de prijs doorslaggevend zou zijn dan zouden de goedkoopste verenigingen de grootste zijn. Het is vaker andersom. En wees eerlijk: Je wordt toch geen lid van vereniging Y omdat die een tientje goedkoper is dan vereniging Z? Je kiest toch gewoon de club die het best bij je past?  Je kiest toch voor een rijk verenigingsleven en niet de lage kosten?

Veel verenigingen staan niet stil en bewegen zich, sneller of langzamer, steeds meer naar links. Is dat slecht? Gaat hiermee niet de oerhollandse verenigingscultuur naar de knoppen? Ik denk het niet. Sportverenigingen bieden een dynamisch palet. Net als dé Nederlander bestaat ook dé sportvereniging niet. Verenigen is een werkwoord, niet statisch, maar constant in beweging.

Is een vergoeding logisch? Voor sommige functies wel. Als je van vrijwilligers kwaliteit, inzet, verantwoordelijkheid vraagt, moet je als vereniging ook wat bieden. Of liever andersom: als je wat biedt, dan mag je ook wat vragen. De vanzelfsprekende inzet van vroeger zakt wat weg, we krijgen er kwaliteit voor terug. Zolang we maar samen vereniging blijven is dat helemaal niet erg. Zeker niet.
Niet alles hoeft voor een glimlach.

Wil je meer weten over vrijwilligers en vergoedingen? Kijk op sportwerkgever.nl.


Verenigingsculturen

Door Feike Tibben | 19 maart 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Vorige week schreef ik aan het slot van mijn bijdrage: ‘Het lijkt er op dat verenigingen die actief zijn, die het verenigingsleven levend houden, die beseffen dat een sportvereniging meer is dan een botenuitleenbedrijf, succesvoller zijn in het vasthouden van leden en zelfs in slechte tijden weten te groeien.’
Natuurlijk was dat een wat uitdagende oproep aan verenigingsbestuurders om sporters activiteiten te bieden en actief leden te verenigen en géén beschuldiging ‘eigen schuld, dikke bult’ in de richting van verenigingen die ondanks alle inzet toch hun ledental niet vast weten te houden.
Maar in essentie ging die passage over: wat voor vereniging wil je zijn? Wil je als vereniging vooral sportmiddelen bieden, of goede training, of vooral er zijn om gezelligheid te faciliteren, of… noem het maar. Wat voor vereniging we willen zijn en hoe we ons tot elkaar verhouden, hoe vaak hebben we het daar over in de vereniging of de bond? Veel te weinig toch. Vaak hebben we het over regels, geld, taken, gedoe.

Natuurlijk trap ik ook in die val en is ook mijn week gevuld met regels, geld, taken en gedoe. Fijn is het dat iemand je dan weer eens spiegel voorhoudt.  Ik kreeg een mail van Belia van roeivereniging i.o. RV Harder in Harderwijk. Dit coastal initiatief met de jaloersmakende naam is vorig jaar midden in de coronacrisis ontstaan. Het uitdagende van zo’n nieuwe vereniging is dat je helemaal van nul bouwt aan de vereniging. Dat pakken ze goed aan. Belia: ‘In oktober hebben we een schets gemaakt van het soort vereniging dat we willen zijn. Qua cultuur, zeg maar. Kernbegrip daarin is dat we een open vereniging zijn.‘ In hun geval betekent dit dat onder andere wordt nagedacht over andere vormen van ledenbinding dan een klassiek lidmaatschap. Leuk en helemaal van deze tijd. Het dwingt ons als KNRB tot meedenken: hoe ver willen we en kunnen we hierin meegaan. Dat lijkt een juridisch kwestie, maar gaat natuurlijk over cultuur: hoe open willen we als roeigemeenschap zijn? Dutch Coastal Rowing is vorig jaar toegetreden tot de KNRB met een voor ons helemaal nieuw ledenconcept. RV Harder zet nog weer stapjes naar een open roeicultuur.

Natuurlijk blijft het niet bij die ene kwestie. Belia vervolgt: ‘By the way: Zo’n cultuurschets staat in geen enkel handboek voor oprichting. Maar als je bedenkt dat je met structuren min of meer bepaalt wat voor cultuur je zaait, verdient het aanbeveling vanuit de gewenste cultuur te denken. Het heeft vette gevolgen voor hoe je zaken regelt in statuten en HR.’

Oef… Helemaal gelijk natuurlijk. En wij waren nog wel zo trots dat we een compleet gereviseerd handboek nieuwe verenigingen hadden gemaakt dat in onze ogen meer dan compleet was en bijvoorbeeld aangevuld met praktijkervaringen van zeven recent opgerichte verenigingen..


Ik kijk nog even terug op dat oude filmpje van Berend Rubbingh ‘back to basics’ Niets aan waarde ingeboet.

Een oude managementwijsheid luidt: ‘the urgent drives out the important’. In het dagelijks gedrang komen belangrijke zaken als verenigings- of sportcultuur te vaak tussen wal en schip en voor je het weet is de week gevuld met regels, geld, taken en gedoe. Ik kijk back tot basics en besef dat ik maar al te vaak de essentie van het zijn van een sportvereniging vergeet: een gemeenschap zijn en samen iets voor elkaar krijgen wat in je eentje niet lukt. Dank voor deze spiegel. ‘Verenigen’ is een werkwoord.


Goede Tijden, Slechte Tijden

Door Feike Tibben | 12 maart 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Aan alles is te merken dat we langzaam, langzaam de lock-up loslaten, de teugels wat laten vieren, al mogen we dat blijkbaar niet zo noemen. Sinds vorige week is Delft tot inkeer gekomen en ook daar mag nu geroeid worden door iedereen U27. Zij waren overigens niet de laatste. Pas deze week ging ook het allerlaatste bolwerk Alkmaar door de knieën. Ook daar mag nu iedereen U27 in ploegjes het water op. Alkmaar… ooit begon daar de victorie.., nu zijn ze ’s lands hekkensluiter. The times, they are a changin’.

Nu voor heel Nederland het roeien U27 van het slot is begint natuurlijk gelijk de roep wie de volgende groep zal worden. Afgelopen weken hadden we als KNRB-bestuur diverse overleggen met voorzitters van verenigingen en daar werd deze roep wel heel duidelijk. Een paar voorzitters hadden een uitgesproken visie. In hun ogen zou iedereen die gevaccineerd is weer moeten mogen varen: ‘na de spuit, in de schuit!’. Andere bleken voorzichtiger en willen pas weer open als het voor iedereen veilig is. Het wensspectrum blijft breed.

In de gesprekken met de voorzitters en ook uit de jaarcijfers van de verenigingen komt duidelijk naar voren hoe anders verenigingen het jaar 2020 overleefd hebben en ook anders ze ook 2021 ingaan. Een flink aantal verenigingen heeft het ledental zien krimpen. Opvallend is daarbij dat er landelijk dubbel zoveel vrouwen hebben opgezegd als mannen. Een verklaring? Volgens Marieke Bal van British Rowing zoeken vrouwen meer gezelligheid en samenzijn op verenigingen. Wellicht is dat een verklaring. Wees eerlijk: In een stil coronajaar is het best lastig een vereniging levend te houden. 

Veel verenigingen hebben de boel op slot gedaan. Geen kantine, geen groepsactiviteiten, geen instructie, borden ‘gesloten’, en ‘verboden toegang’. Tja dan wordt het wel heel stil.

Er zijn het afgelopen jaar echter ook verenigingen gegroeid. Opvallend is dat de groeiverenigingen hiervoor dezelfde oorzaak geven als de krimpverenigingen: het komt door corona!

‘Door corona hebben mensen behoefte aan nieuwe dingen, aan ruimte, aan openheid. Wij geven die: zet ze in een skiff en je kunt aan de slag. Dat levert zo nieuwe leden op.’

Roeivereniging De Kogge spant bij mij de kroon. Zo’n vereniging die ineens opvalt. Ik zag ze afgelopen jaar al opvallend actief deelnemen aan onze KNRB-webinars. Er ging  er bijna geen voorbij of een Kogger schoof weer aan (‘hé leuk, daar zijn jullie weer’). Nu is zo’n webinar-deelname niet de maat der dingen, maar dit bleek slechts het topje van activiteiten, want dan zie je even later een stukje in de krant dat ze met steun van Univé drijvers voor skiffs hebben gekocht (‘zo kunnen we tenminste doorgaan met instructie),  pakken ze de vaardigheidsproeven actief op, komen ze op een filmpje met het mooiste roeiwater. En dan zie je ook dat zulke activiteiten beloond worden. En hoe: Ze groeien in het afgelopen coronajaar met tientallen procenten! Daar gebeuren leuke dingen in Medemblik.

Deze verenigingen zien ruimte, zien noodzaak om activiteiten te ondernemen. Niet door regels aan hun laars te lappen, maar door creativiteit en activiteit, door de vereniging op sleeptouw te nemen, ruimte te geven. RV De Waal heeft bijvoorbeeld Edon-skiffs geleend van De Goudse om onervaren roeiers toch instructie te kunnen geven zonder risico op omslaan. Andere verenigingen hebben boten zo omgeriggerd dat met voldoende afstand toch geroeid kan worden. Roeivereniging TOR uit Tilburg hield haar gewoonte om met het woord TOR te spelen warm door in het carnavalsweekend een TOR-tilla-wedstrijd te houden. Weer andere verenigingen wandelen, fietsen, zwemmen, borrelen of hebben digitale indoorsessies en houden zo het verenigingsleven wakker en levend. 

Het lijkt er op dat verenigingen die actief zijn, die het verenigingsleven levend houden, die beseffen dat een sportvereniging natuurlijk meer is dan een botenuitleenbedrijf succesvoller zijn in het vasthouden van leden en in slechte tijden zelfs weten te groeien. Aan de andere, meer behoedzame verenigingsbestuurders zou ik willen zeggen: laat sporters niet alleen, bied activiteiten en middelen en toon je als club actief om leden te verenigen, wees NU actief om nieuwe sporters kansen te bieden, er is ruimte zat. Roeiers snakken.


Gezicht op Delft – De factor R (reprise)

Door Feike Tibben | 5 maart 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


4 maart 2021 AD. Heel Nederland (onder 27) mag weer samen roeien. Heel Nederland? Nee. Terwijl omliggende plaatsen jongeren volop ruimte geven blijft een kleine nederzetting moedig weerstand bieden…
Vorig jaar meenden de gemeente Nijmegen en ook de Veiligheidsregio Drenthe dat roeiers uit die regio (Phocas, de Waal, de Compagnie, ARC) niet zouden mogen rekenen op de sportversoepelingen die toen aan de orde waren omdat de roeiers niet zouden sporten op een vaste plek, er geen toezicht mogelijk zou zijn, er kans zou zijn op niet beheersbaar contact met anderen. Dat voornemen is toen niet in het nieuws gekomen; de regiobestuurders kwamen al snel tot het inzicht dat er maar weinig klopte van hun redenering en er mocht alsnog geroeid worden. Hoera.

Helaas heeft dat betere inzicht van de bestuurders uit Nijmegen en Assen niet te bestuurders van Eindhoven en Delft bereikt. Deze week waren zij het die meenden dat de Rijksregel dat ‘mensen tot en met 26 jaar mogen vanaf 3 maart met meer dan twee personen samen buiten sporten op sportaccommodaties’ niet zou gelden voor roeien omdat geen sprake zou zijn van sporten op een sportaccommodatie… pff.
Inmiddels is Eindhoven al gedraaid en gelukkig tot de slotsom gekomen ‘dat het water/roeiparcours in dit geval als verlengde van de sportaccommodatie kan worden beschouwd. De toegang tot het water/roeiparcours in de praktijk beperkt is tot de leden van de roeiverenigingen. Er vindt op het water geen vermenging met andere vervoersstromen plaats, waardoor de situatie beheersbaar blijft.’

Delft persisteert… vooralsnog.

Al eerder heb ik op dit platform aangegeven hoe belangrijk het is dat we als roeiers opkomen voor de belangen van ons roeiwater en dat water beschermen. In de factor R ging het over Rotterdam dat een brug wil aanleggen over de Rotte. Dergelijke voorbeelden zien we vaker: gemeenten die waterbelangen over het hoofd zien bij ambitieuze plannenmakerij. Deze week nog moesten we als bond een stevige brief sturen aan de gemeente Lisse, die de roeiers van roeivereniging Iris letterlijk klem dreigt te zetten.

Het verbaast me dat de roeisport – niet alleen de bond, ook de verenigingen – tot voor kort zo weinig heeft gedaan om hun waterbelangen zeker te stellen. Echt vreemd.
Want ons belang als roeiers is groot. We zijn op ons thuiswater aangewezen en kunnen niet zomaar verplaatsen. We kunnen niet zomaar, zoals een hardloper of fietser zomaar even op stap om ergens anders te roeien. Dat kan niet met een acht of een vier, en zelfs niet met een skiff. Ons belang is groot, maar de opgave best overzichtelijk: Wij zijn met onze 123 verenigingen gebonden aan zo’n 100 stukken thuiswater, veel meer zal het niet zijn.

Een klein begin is er: in het handboek roeiaccommodaties (what’s in a name!) zijn normen opgenomen voor roeiwater. En de roeiwaterenkaart die we als roeibond een maand geleden hebben gepresenteerd laat exact zien wat onze roeiaccommodaties zijn. Best wel een overzichtelijk landkaartje: Hier wordt geroeid!

Vorig jaar heeft Rijkswaterstaat de roeinormen overgenomen in haar Richtlijnen Vaarwegen 2020. Die richtlijnen gelden voor alle waterbeheerders, dus ook voor waterschappen, gemeenten en provincies. Met die richtlijnen in de hand kunnen we als roeisport een stevig geluid laten horen aan partijen met al te druistige plannen.

De coronaroerselen van afgelopen week laten zien dat dat niet genoeg is. We moeten voor elkaar zien te krijgen dat roeiwater status krijgt zodat de binding tussen thuiswater en roeivereniging vastligt De roeiwaterenkaart en de richtlijnen Rijkswaterstaat zijn nog maar een begin.

Het vastleggen van locaties en status zou een logische volgende stap zijn. Dan is de binding tussen vereniging en water sluitend: Kijk, dít is onze roeiaccommodatie! Dan kunnen we onze accommodaties beschermen en kunnen we Delftse perikelen voor eens en altijd achter ons laten.

Dat onze roeiwaterenkaart al in look and feel aansluit bij de kaart waarop vaarwegen mét status staan? Niet helemaal voor niets.
Dit moet gewoon gaan lukken. Allemaal duwen!
Daar hebben die Delftenaren vandaag nog helemaal niets aan. Tegen gemeente Delft zou ik willen zeggen: geef de ruimte. We roeien als roeiers met alleen leden, vanaf een vaste accommodatie, vanaf het eigen vlot en op een vast stuk water: dat is onze roei-accommodatie.

Kom op Delft: zo wil je toch niet in het nieuws. Iedereen kijkt jullie aan. Deze beeldvorming, dat is toch geen gezicht?


Buiten is beter dan binnen, georganiseerd beter dan ongeorganiseerd

Door Feike Tibben | 27 februari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Wat een – toch nog onverwacht – feest deze week, het besluit van het kabinet om jongeren tot 27 binnen 1,5 meter te laten sporten. Nog geen wedstrijden maar wel fijn samen trainen in dubbels, vieren en achten.. Heerlijk.
Wat.Een.Feest. Het voorjaarzonnetje lokt en lonkt.

Het regeringsbesluit laat ook maar weer zien hoe goed we als roeiers in beeld zijn bij beslissers: hoewel er ook in onze sport nog mensen mopperen omdat ze letterlijk buiten de boot vallen zal het rijk niet voor niets ónze sport hebben gekozen toen een logische leeftijdsgrens moest worden bepaald. Een goede keuze die 27, onze leeftijdsgrens tussen senior en master / veteraan. Was wielrennen leidend geweest dan zou 30 jaar de grens zijn, atletiek had een leeftijd van 35 opgeleverd en bij schaatsen iedereen tot 40, terwijl golf de veteranengrens pas bereikt bij de leeftijd van 50… maar ja of bij dat soort leeftijden het besluit om te gaan sporten zou zijn genomen. We zullen het niet weten, maar hé: deze is binnen.

Dat mocht ook wel, we worden als sport ernstig beperkt door die verhipte 15(!) centimeter die we tekort komen om de verplichte 1,50 meter afstand tot elkaar te houden en de onmogelijkheid om aan de afstand van bankje tot bankje te doen.

Zo’n verruimingsbesluit zet wel aan het denken: what’s next? Komt er meer ruimte voor sport en zo ja welke sport en als die ruimte er komt: eerst wedstrijden voor de groepen die nu mogen of een verdere leeftijdverruiming?

Volkskrant, 27 februari 2021

Eerst maar die eerste vraag: komt er meer ruimte voor sport en zo ja voor welke sport. Het antwoord kregen we vanmorgen van Paul Depla, burgervader van Breda en fervent voetballiefhebber op een presenteerblaadje: Hij stelt klip en klaar in moderne burgemeesterstaal: “Buiten is beter dan binnen, georganiseerd beter dan ongeorganiseerd.” Ik vertaal het als: buitensport vóór binnensport, en voorkeur voor georganiseerde sport.
Wéér zitten we dan goed. Als er één sport de ruimte heeft en de ruimte zoekt zijn wij watersporters dat. Als er één sport georganiseerd is (de discipline bij het uitbrengen van een acht, need I say more) dan zijn roeiers dat!
Paul, bedankt voor deze steun! Misschien dat de roeiers uit Breda deze dank willen overbrengen.

Dan de volgende: eerst wedstrijden voor de groepen die nu mogen, of eerst een verdere leeftijdverruiming?
Als ik zo eens mijn oor te luisteren leg, lijkt er een brede voorkeur voor de laatste. Eerst grotere groepen ruimte geven. Het houden van wedstrijden zou leiden tot te veel verplaatsingen, misschien zelfs gejuich (weet u het nog: ‘schreeuwen is niet toegestaan’) of nog erger: verbroedering. Ieuw, je moet er niet inderdaad aan denken.

Wat zou dat fijn zijn als we weer met meer. Ik snak naar ruimte voor nabijheid. Het komt er aan. De deur is wéér een eindje open, nu voor iedereen tot 27 jaar. Kijk aan, de zon schijnt al weer een beetje meer.

Psst..Trouwens geen wedstrijden mogelijk? Wat let je om vanaf volgende week net als de junioren virtuele wedstrijden te houden? Easy: Uitdagers kiezen. Afstandje kiezen. Afstand 2x varen (windje mee windje tegen). Tijden doorgeven. Virtueel huldigen. Biertje.
Zonder Fieldlabbesluit, zonder organisatie, zonder verplaatsing, zonder besmetting. De junioren praten je bij.

Junioren van Hemus afgelopen weekend tijdens een virtuele onderlinge strijd | Foto Karel van Wijk

Argumenten te over om met juniorenroeien aan de gang te gaan

Door Feike Tibben | 20 februari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Toen ik een paar jaar geleden als nieuweling toetrad tot het bestuur van de roeibond heb ik in de eerste maanden me, naast allerlei kennismakingen, vooral verdiept in getallen: hoe staan we ervoor, hoeveel roeiers hebben we, hoe lang blijven die lid, in welke takken van roeisport is iedereen actief, hoe is de leeftijdopbouw etc.

Een van de onthutsende zaken die naar voren kwam uit die verdieping is de neergang van het juniorenroeien, een daling van ruim 20 % junioren in 1978 naar 7% van de roeipopulatie veertig jaar later. Het grafiekje is inmiddels bekend. Die daling in percentage is voor een deel te schuiven op de sterke groei van het aantal seniore roeiers. Helaas is dat niet het hele verhaal: het absolute aantal juniorenroeiers daalt ook. Al met al dreigen we een ouwelullensport te worden.

Het vervolg is bekend: de breedtesportvisie, een brief van 50 ondertekenaars  die de KNRB manen om meer werk te maken van de juniorenaanpak, de instelling van een zwaar bezette juniorencommissie, de start van een juniorencompetitie, een actie richting scholen, filmpjes en webinars om instructeurs voeding te geven. Dat moet goed gaan zou je zeggen.
Helaas is de werkelijkheid weerbarstiger. De cijfers over 2020 laten zien dat de daling nog steeds niet is gestuit. Sterker. Het afgelopen was deze sterker dan ervoor: 1 op de twintig roeiers (5%) is maar junior, het absolute aantal is gezakt tot onder de 2000.. in heel Nederland. Een all time low.
Hoewel er inmiddels de nodige aandacht is voor het junioren roeien, hoor ik toch ook nog steeds bezwarende argumenten:


‘Junioren zijn zo weer weg’

Junioren zijn gemiddeld(!) 3 jaar lid. Dat is meer dan menig studentenlid, om mee te beginnen. Maar belangrijker: ze zijn wel even weg, maar ze komen terug! Meer dan roeiers die als student zijn begonnen vinden ze de weg terug naar de algemene vereniging. Dat zie je niet alleen bij ons, ook bij onze buren. Marieke Bal van British Rowing: “Als men op jonge leeftijd begint met roeien is de kans groter dat ze later terug komen. Het zijn vooral de skills en het vertrouwen op het water die ervoor zorgen dat ze later terugkomen.” Investeren in junioren is dus vooral een renderende investering in senioren.

‘Wij leiden op en een ander gaat met de eer strijken’ (het ajax-syndroom)
Niet sippen: leer van SV Bedum en Arjan Robben, ‘Zeg je Robben, dan zeg je Bedum’, dat zijn de citaten. Sporters: Koester je verleden, laat je zien, wees de inspiratie. Het kan, ook bij roeien. Kijk eens hoe met open mond de junioren van Hemus aan de lippen hangen van Maarten Hurkmans op zijn masterclass: die  pubers blijven nog wel even roeien. 

‘Junioren kosten handenvol begeleiding’
Jazeker en zo bezorgen ze heel veel ouderen veel plezier. Uit de webinar Samenwerking studenten en algemene verenigingen op het roeicongres kwam het belang dat studentenverenigingen hebben bij junioren die al kunnen roeien. Algemene verenigingen op hun beurt zijn gebaat bij studenten die tijd en skills hebben om junioren op te vangen. Mooie voorbeelden, zoals het bètaroeien bij Thêta. Juniorenroeien levert dus juist veel begeleiders op.

Junioren hebben geen ambitie meer. ‘in mijn tijd…’
Driekwart van de jongeren komt voor het plezier, de gezelligheid en de vriendschappen op een sport. Da’s bij onze sport niet anders. Deze week stond er een leuk stukje op roeien.nl van onze voorzitter over zijn begintijd bij RV Naarden: ‘ik begon met jeugdinstructie, daarna met ladderwedstrijdjes tussen piketten door varen en estafettes; gewoon veel plezier dus. Ik sleet hele weekenden op de vereniging met mijn vrienden, pielen in de skiff en de dubbeltwee. Het was voor ons gewoon de sport je riemen te wisselen, op je hoofd te gaan staan in een skiff en dat soort dingen. Ik ben daarbij vaak te water gegaan.’
Plezier, klooien, het hoort er ook nu gewoon bij. Prestaties en ambities komen echt wel als je daar ruimte en gelegenheid voor biedt, maar altijd vanuit plezier.

‘We hebben niet genoeg boten’ of ‘ze pikken onze boten in’ (echt gehoord)
Echt waar? Die  paar junioren? Kom nou. Nait aimeln. Beetje creatief zijn. Verdeel de groep, roei op andere uren, zet andere boten in.

‘Er zijn niet genoeg activiteiten voor junioren’
Ik zou zeggen, integendeel: Bijna elke regio heeft een juniorencompetitie waar het hele jaar door wedstrijden zijn. Dan zijn er ook nog jeugdkampen bij studentenverenigingen, een juniorencoastalkamp, de DIYR speciaal voor junioren. Wees eerlijk: juist nu is er ruimte voor junioren.
Argumenten te over om juist wél en vooral heel hard en met heel veel plezier met juniorenroeien aan de gang te gaan.

Geen argumenten meer? Vooruit nog ééntje dan: Met veel junioren worden we gewoon een nog leukere sport met nog leukere verenigingen. Of zoals onze bondsvoorzitter het stelt op roeien.nl: ‘Een juniorensectie op je vereniging is een verrijking voor de hele vereniging. Jongeren die zich ontwikkelen; dat stimuleert en daar leert iedereen van.’

Foto’s Karel van Wijk

Schaatsen!

Door Feike Tibben | 5 februari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Wat word ik afgestraft. Vorige week schreef ik wat snoevend hoe de schaatsers lijden onder het veranderende klimaat en dat roeien het nieuwe schaatsen wordt. Bam. Een week later staan we aan de vooravond van 20 cm sneeuw en een heuse -10oC. Dat schaatsvolk, daar moet je niet mee spotten!
Dat wordt dus glijden in de achtertuin de komende dagen. Heerlijk.

Voor wie de kou niets vindt: heel andere beelden vandaag van de derde Nederlandse ploeg de Dutchess of the Sea die vanmorgen vroeg, bij een heerlijke 26oC in Antigua aankwamen ze na 54 dagen, 20 uur en 12 minuten op zee. Alle Nederlanders zijn nu binnen. We hebben deze editie als roeivolk wel wat neergezet: the dominating Dutch. Niet alleen op het afgelopen EK, maar ook crossing the Atlantic.

Ik weet niet hoe het jullie verging maar mijn roeiweek stond deze hele week in het teken van het digitale roeicongres: alle avonden één of twee webinars. ‘Alweer roeien’ was de klacht als ik ’s avonds aansloot bij het zoveelste webinar. ‘ja weer’. Wat een goede opkomst op dat congres. De digitale beperkingen leiden zeker niet tot minder deelname.
En een leuke inhoud: Jan Janssens die ons uitdaagde om de sport veel professioneler en klantgerichter te benaderen, een avond over inclusiviteit met heel veel jongeren.

Een mooie bijeenkomst met en over jeugdbesturen. Ik had ‘t geluk dat ik in de breakoutroom met de juniorenbesturen zelf mocht aanschuiven. Wat een energie en creativiteit daar, binnen en tussen de verschillende verenigingen. Ik weet niet hoeveel verenigingen junioren zelf hun gang laten gaan, maar ik zou zeggen: laat ze gewoon schuiven. Geef jongeren wat budget en vooral ruimte: Dat komt helemaal goed. Dat bleek ook de woensdagavond toen we het hadden over samenwerking tussen studenten- en algemene verenigingen. Mooi dat dezelfde avond al de eerste lijntjes werden gelegd en studenten ingezet gaan worden om de instructie van nieuwe leden op een aantal algemene verenigingen te ondersteunen. Kijk, dat is dan weer in de pocket.

Zaterdag 6 februari nog twee webinars. Eentje over de richtlijn zichtbaarheid: hoe zichtbaar moet je zijn als roeier op het water. De commissie veiligheid heeft zich daarover gebogen en presenteert haar advies. Benieuwd hoe dat valt.
En als uitswinger de presentatie van de digitale roeikaart van Nederland, een mooie tool voor roeiers om te zien waar je overal kunt roeien en voor verenigingsbestuurder makkelijk kunt opkomen voor de belangen van je vereniging. Roeien letterlijk op de kaart. Heb je je nog niet ingeschreven, doe het dan even snel. Er is nog plek. Voor wie niet kan: kijkt het digitaal en anders nog 358 nachtjes slapen.

Voor mij? Na morgen… even geen geroei, maar op de schaats, nog drie nachtjes slapen, kanniewachten…


Ice, ice baby #roeienishetnieuweschaatsen

Door Feike Tibben | 29 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


‘Krijgen we een Elfstedentocht?’ met die vraag opende op Eva Jinek twee weken geleden het gesprek met een dooi-ontkenner , een fryske tradysje-hooghouder en een weeromroeper. ‘Krijgen we een Elfstedentocht?’.
Ze was niet de enige met een verlangen naar echte winters. In mijn eigen Opregte Steenwijker Courant (‘uw venster op de wereld’) werd deze week teruggeblikt naar de laatste Dorpentocht en de HollandVenetiëtocht, ‘dwars door Giethoorn’ in 2013.
Zowel bij Jinek als in mijn eigen OSC droop de melancholie ervanaf. Nu al 24 jaar geleden (de ‘alve’) of 8 jaar geleden. En hoewel de dooi-ontkenner zijn uiterste best deed om vooral klimaatkansjes te zien, gaf de weeromroeper geen krimp: de kans op een Elfstedentocht zou nu gemiddeld 1 in de 20 jaar (met een 95%-betrouwbaarheidsinterval van eens in de zeven tot eens in de 64! Jaar) zijn maar neemt de komende jaren sterk af. De kans dat het gedurende 15 dagen in de Bilt gemiddeld onder de −4,2ºC is geweest – graadmeter voor een Elfstedentocht – wordt steeds kleiner. ‘Na 2050 is er nog eens kans van misschien één op vijftig’ stelde de weeromroeper resoluut. De dooi-ontkenner werd zichtbaar moedeloos.

Iets dichter bij huis dan die mega-tochten was natuurlijk het nieuws deze week dat al die schaatsverenigingen om de hoek het steeds lastiger hebben. Als roeiers piepen we als we door de corona één jaar moeten skiffen in plaats van ploegroeien. Die ijsverenigingen hebben last van die grotere crisis, die van het klimaat. Ze hebben nu al vier jaar niet open kunnen gaan en trend is niet in hun voordeel.
Ik weet niet hoe het u vergaat maar ik heb een groot zwak voor dat schaatswereldje, een soort slapende folklore-reus die wakker wordt bij het vooruitzicht op een paar dagen vorst. Het maakt mij bijna niet uit in welke tijd van het jaar ik bij zo’n ijsbaan ben, maar je voelt de nostalgie, de romantiek, het gezellige, met z’n allen op het ijs. Het hele dorp, de hele stad, één.

Mooie namen: ‘Voorwaarts Delgauw’, ‘Nooitgedacht’ ‘Eensgezindheid’ of gewoon ‘IJsvereniging Bargeroosterveen’. De locaties passen naadloos op dat beeld: Deze week nog, wandelend door het uitgestrekte Fochteloërveen liep ik zomaar midden in het bos aan tegen IJsvereniging de Kweek uit Veenhuizen.Moeilijk vindbaar? Helemaal niet. Dit zegt hun eigen site: ‘De ijsbaan is gelegen in het bos. De toegangsweg is via het witte bruggetje over het kanaal ter hoogte van de kruising van de Hoofdweg en de Kerklaan.’ Alleen al van zo’n routebeschrijving word ik vrolijk.
Misschien zijn we nog net op tijd om Mark van Wonderen (schrijver van chin.ind.spec.rest een beeldboek te laten maken van al die locaties. Wel een beetje opschieten graag.

Terwijl sommige ijsverenigingen onder die ontwikkelingen kopje onder gaan, zoeken andere nieuwe alternatieven onder het mom ‘van alleen schaatsen ga je het niet reden’ Ze gaan skeeleren, wandelen, klaverjassen. Als ze toch zoeken: kunnen wij ze misschien een handje geven?
Zouden we als roeiverenigingen niet allemaal één dag één ijsbaan kunnen adopteren, zullen we allemaal eens gaan roeien op de ijsbaan. Roeien op de ijsbaan, ja. Een gek idee? Nee hoor. Roeivereniging de IJssel heeft het gedaan. Laagdrempelig, toegankelijk, kennismaken, wedstrijdjes 100m

Goed voor de ijsvereniging, goed voor de roeisport. Doen? We kunnen wel wat gekkigheid gebruiken. #rihns

Vier foto’s van Freddy Schinkel en één van Richard Tennekes:

previous arrowprevious arrow
next arrownext arrow
Shadow
Slider

De laatste, de eerste…

Door Feike Tibben | 22 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


De Talisker Whiskey Atlantic Challenge zit in z’n eindspurt. De eerste boten zijn binnen, met natuurlijk een fantastisch record van Mark en Kai, the fastest double crossing the atlantic. Niet de snelste transatlantische roeiploeg ooit, dat was Mark in z’n eentje een paar jaar geleden, maar hé: wat een prestatie.
De tweede nationale trots de ‘queen of hearts’ van de Fries/Zeeuwse vrouwenploeg ‘The Atlantic Duchesses’ ligt ruim op kop in het vrouwenveld en komt volgens de leaderboard op taliskerwiskeyatlanticchallenge.com over een paar dagen, op 25 januari om 4.35, aan (live te volgen). Weer oranjeboven die de wereldzee bedwingt.
Het derde Nederlandse team, de Gelders/Overijsselse combi ‘Dutchess of the sea’ mag nog iets langer genieten. Voor hen eindigt de oversteek op 10 februari. Da’s toch al bijna vier weken achter de eerste ploeg. Man, wat ligt zo’n veld uit elkaar.

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar haast vanzelf ga ik in zo’n race wat naar achteren kijken, want wat gebeurt daar. Daar zitten ze verhalen. De laatste in de race is Jasmine ‘Rudderly mad’ Harrison. Dat is ze steevast en ik vermoed dat ze die rode lantaarn vasthoudt. Op het moment dat ik dit schrijf zit ze echt midden op de oceaan en moet ze nog 1497 NM (2772 km).
1497 NM, dat is 693 keer de Bosbaan op en neer of voor Niki van Sprang: 328 keer hen en weer tussen den Helder en Texel. Naar verwachting komt Jasmine op 20 maart aan in Antigua: ze is dan net geen 100 dagen op zee geweest, in d’r eentje, in een bootje. Ze belt wel elke dag haar moeder, dat dan weer wel.


Jasmine komt uit Thirsk, Yorkshire, een slaperig dorpje tussen de dales en de moors en met als belangrijkste trekpleister het ‘the world of james herriot experience center’, (je hoort ‘t klinken: ‘this puts Thirsk on the international map’). Anderhalf uur van zee, met als enige watertje de Cod Beck… je kunt er verdorie net een kano op kwijt.  Ik moet er wel eens door zijn gekomen toen ik nog in Hull studeerde en in de weekenden een rondje North York Moors National Park fietste. Dat was begin jaren negentig. Jasmine was toen nog niet geboren.

Als je op de site van Jasmine kijkt, lees je een leuk verhaal hoe ze tussen het biertappen en het geven van zweminstructie tot dit besluit kwam. Natuurlijk heeft ze net als de andere ploegen een goed doel dat ze ondersteunt, maar zij wil meer. Ze wil ook een inspiratie zijn voor jongeren, vrouwen om grenzen te verkennen en die te slechten. ‘Ik wil meer jonge mensen, vooral meisjes, inspireren om gewoon iets te proberen. Hoe meer het je bang maakt, hoe meer prestaties je kunt behalen. Als je iets wilt doen, is het NU het moment.
Ik snap nu ook waarom ze het motto van Mark Slats (ze vaart in zijn oude boot) ‘be stronger than your excuse’ gewoon heeft laten staan.

Prachtig verhaal, mooie inspiratie, vast niet het laatste wat we van deze 21-jarige horen. Het zou zo maar kunnen dat we over enige tijd in Thirsk naar het Jasmine Harrison Experience Center kunnen. Al vermoed ik dat zij zelf zo’n bezoek zou ontmoedigen en ons er uit zou bonjouren met de woorden ‘Get out and do something’.
Nog 50 dagen dan is ze over. Ook de laatste is dan de eerste.
PS Aan mijn dochters: Wáág het niet ?