‘Bij padvinderij-te-water haak ik af’

Door Feike Tibben | 7 augustus 2020

Vorige week beschreef ik dat we naast de klassieke sportverenigingen nieuwe vormen van sporten zien ontstaan in de roeisport: de roeischool, de zelfsporter, de vriendengroep, de boat-share community Hoe moeten we die ontwikkelingen nu zien? Zijn dit bedreigingen voor verenigingen? Gooien we hiermee de roeisport te grabbel?

Zijn die andere sportvormen de nagel aan de doodskist zijn van onze unieke en bijzondere verenigingscultuur en -structuur? Sommigen denk van wel. Zij denken dat het recht op verenigen dat in 1848 bij wet werd toegestaan en heeft geleid tot zo’n 25.000(!) sportverenigingen zijn langste tijd heeft gehad. Men wijst dan op het dalend aantal sportverenigingen en het nog steeds toenemend aantal mensen die op een andere manier sporten, haalt misschien nog eens het boek van Sladek ‘The end of membership as we know it’ aan. Die hangt het principe van opgaan, blinken en verzinken aan. En helemaal ongelijk hebben ze niet. Dat het aandeel van verenigingssport op het totale sportaanbod afneemt zag je de afgelopen maanden ook in de media: het waren juist de commerciële sportaanbieders die stevig opkwamen voor de sportende mens, die in praatprogramma’s zaten, die met straat- of balkonsportprogramma’s de wijk in gingen. Daar konden we als verenigingen niet tegenop.

Anderen zien de nieuwe organisatievormen als een aanvulling, als een mooi en laagdrempelig middel om mensen tot onze sport – of überhaupt tot sporten – te verleiden. Laat ik maar gelijk bekennen: Ik behoor tot de laatste groep. Ik geloof dat er kansen liggen voor verenigingen. Niet door de plek van ‘historisch sportaanbieder’ als een verworven recht te blijven verdedigen, maar door juist onze eigen kracht te benadrukken. Wat verenigingen onderscheidt is bijvoorbeeld het collectief: we staan er samen voor. Samen draaien we de vereniging. We gingen in de lockdown dan wel niet de wijk in, maar nagenoeg álle roeiverenigingen ruimden binnen enkele dagen na sluiting hun ergoruimte uit en stelden die spullen beschikbaar aan leden. Ik ken geen sportschool die zo zorgzaam was naar klanten. Jan Willem van der Roest zei het op het roeicongres in 2019 al dat de individualistische samenleving niet betekent dat we in ons eentje willen sporten. We willen juist graag samen sporten. De kracht van verenigen heeft in dat opzicht niet aan waarde ingeboet. Maar anders dan vroeger waar het belang van eigen leden en de sociale binding tussen hen leidend was willen we tegenwoordig vooral eigen keuzes maken, minder in een keurslijf zitten van regels en instituties. Daar ligt een uitdaging.

Wat ons ook onderscheidt is de focus op de sport. Wil je echt prestaties halen dan ga je niet naar een sportschool en download je ook niet trainingsprogramma’s van internet maar sluit je je aan bij een vereniging. Juist binnen de verenigingen is ongelofelijk veel kennis aanwezig van de sport zelf. Tegelijk is dat misschien ook wel een zwakte, want waar ga je naar toe als je gewoon lekker wilt bewegen, als je lol wilt hebben of als je die perfecte haal helemaal niet interessant vindt?

Hoe kunnen we meer plezier en gemak bieden en houden we verenigingskracht in stand en gaan we prestaties niet vergeten. Kernachtig zei iemand ‘ik wil best meedenken over vernieuwen, maar bij padvinderij-te-water haak ik af’.


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van Feike hier.



In je eentje samen sporten

Door Feike Tibben | 31 juli 2020

Roeien is een sport waarbij een roeiboot met behulp van roeiriem vooruit gestuwd wordt. De roeiers kijken tegengesteld aan de vaarrichting. De boot levert het draaipunt voor de roeiriem’, stelt Wikipedia als definitie. Kortom: achterstevoren en met een draaipunt aan de boot, dat is essentie van de roeisport.
Maar terwijl de discussie speelt of het écht roeien niet vooral 2k in een acht, een tweezonder of skiff is (marathon-, coastal, oceaan- en sloeproeien zijn in mijn ogen allemaal volle broers en zussen, neven en nichten zo u wilt, van onze familie Achterstevoren-En-Met-Een-Hefboom) speelt zich nog wat anders af. Want voor wie goed kijkt ziet dat er in de sport- en ook in de roeiwereld meer aan de hand is dan alleen die nieuwe sportvormen. Er ontstaan ook allerlei nieuwe samensport-vormen. De belangrijkste aanbieder van de roeisport zijn de 122 roeiverenigingen in Nederland. Dat is het hart van de sport. Dit coronajaar is een zwaar jaar voor alle sport, maar in algemene zin kunnen we stellen dat het goed gaat met onze verenigingen: ze groeien in aantal en in omvang. Voorzover verenigingen voor uitdagingen staan is het: hoe houden we leden vast, hoe accommoderen we instroom en hoe zorgen we dat al die sporters in ons gebouw en de vloot passen. Er staat geen roeivereniging op omvallen, dat is bij andere sporten wel anders.

Naast die verenigingen ontstaan nieuwe vormen: de roeischool, de zelfsporter, de vriendengroep, de boat-share community. Commerciële roeischolen als TopRow spreken een steeds groter wordende groep sporters aan en op steeds meer plekken. Mensen die gewoon lekker willen sporten, misschien zelf maar tijdelijk (‘ik doe een roeicursus’), en zich niet willen binden aan de verplichtingen van een groep of van een club, maar wel willen genieten van samen sporten.

En dan hebben we de zelfsporter, degene die op zolder een ergometer heeft staan en zich daar op uitleeft. Die wil nog minder verplichtingen maar sporten op een manier en een tijdstip dat hem/haar uitkomt. Als we de leveranciers van coastal boten mogen geloven is er de afgelopen maanden een nieuwe groep zelfsporters opgestaan, namelijk mensen die een eigen coastal skiff hebben gekocht en zichzelf, zonder vereniging of instructeur, de roeisport eigen maken. Die willen niet de ellende van jarenlang oefenen, die pakken een iets stabielere boot, kijken een filmpje, en leren zichzelf.

Dan hebben we de vriendengroep. In de atletiek kent men het fenomeen ‘loopgroep’: mensen die regelmatig met elkaar afspreken om een eind te gaan rennen (niet zelden met prozaïsche namen als gRunn!, Droméas, ‘03’ of de Zandloper). Geen klassieke atletiekvereniging met een tartanbaan, kogelbak en discusring, maar gewoon lichtvoetig met gelijkgestemden elke week bij een café of parkeerplaats afspreken en van daar gaan rennen. In andere sporten als de voetballerij zie je ook zulke vriendenteams, geen vereniging, geen faciliteiten of ambitie behalve gewoon lekker sporten. In de roeisport zien we voorzichtige bewegingen deze kant op: Op Roei.nu lazen over de roei-nomaden aan de Rotte en op de Vecht en ook rond Coevorden roeit een groepje. Deze groepen hebben nog geen naam en presenteren zich nog niet als collectief, maar interessant genoeg om eens te volgen.

En dan is er nog het fenomeen boat-share community. Een andere naam kon ik er niet voor bedenken, want zo zie ik Dutch Coastal Rowing. Als je lid wordt van DCR heb je geen clubhuis of eigen water en ook geen roeivereniging in de klassieke zin. De DCR-boten liggen in Harlingen en Alphen aan den Rijn en varen vooral op zee. Via een soort hotelreserveringssysteem kun je de boot reserveren. Veel meer dan in het clubhuis of de soos delen zij hun passie, het open water, via activiteiten en social media.

Hoe moeten we die ontwikkelingen nu zien? Zijn dit bedreiging voor verenigingen? Gooien we met deze ontwikkelingen uiteindelijk de roeisport of de verenigingssport te grabbel?

Als vakantielectuur lever ik de komende weken een paar beschouwingen over vitale verenigingen.

Wordt vervolgd

Regel 1 bij Dutch Coastal Rowing: reddingsvesten aan

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van Feike hier.



Trekkers. Trackers.

Of hoe een gesprek kan ontsporen…

Door Feike Tibben | 24 juli 2020

Afgelopen week had ik een gesprek waarbij het onderwerp kwam op de inzet van trekkers bij de roeisport. ‘Ik snap werkelijk niet wat trekkers nu voor meerwaarde kunnen bieden’, klonk aan de andere kant van de lijn, ‘dat hebben we toch niet nodig, dat is onze doelgroep niet en bovendien te lomp, te groot en te langzaam. Ik vind het ook niet passen in de stad. Geloof me daar krijgen we alleen maar gedoe van…etc.’.

En terwijl ik stevig van leer trok om hem te overtuigen besefte ik hoe we langs elkaar heen praatten.
Mijn gesprekspartner, wonend buiten de bebouwde kom en duidelijk met de actuele opwinding in de agrarische wereld in zijn hoofd, zag bij het woord trekkers ronkende tractoren en ander groot materieel bezwaailicht en wel demonstratief toeterend onze achten begeleiden langs de Amstel of Bosbaan, (wel een mooi beeld overigens!), een stevig oproer veroorzakend.

Nee, die trekkers bedoelde ik niet. Dat soort tractoren hoort toch meer bij schaatsen (dat blijft toch knap hoe onze collega’s zorgvuldig het beeld cultiveren van polderjongens en -meisjes die zo vanachter de koeien het ijs opstappen, de wereld aan gort schaatsen en dan stoïcijns op het eigen erf doorgaan met waar ze gebleven waren.) Die trekkers dus niet.

‘Ik bedoel trackers van track & trace’, antwoordde ik toen me de misvatting langzaam duidelijk werd. ‘Na de zomer gaan we bij een paar coastalwedstrijden testen wat de meerwaarde kan zijn van trackers, een simpel kastje in iedere boot dat aangeeft wat de positie is.’ Een zucht van verlichting klonk. Bij coastalwedstrijden op open water is het lastig de wedstrijd mee te maken. De boten worden al gauw stipjes en zelfs met verrekijkers wordt het vanaf de kant soms gokken wie zich waar bevindt in het veld. Net als bij zeilen is het een uitdaging om het walpubliek te laten meebeleven met de spanning op het water.

Onze sloeproeicollega’s hebben een mooi en betrouwbaar trackingsysteem ontwikkeld: sloepvolgen.nl waarbij ze de posities van boten continu in beeld hebben. Goed voor de veiligheid, handig voor de jury, maar vooral aantrekkelijk voor publiek. Dankzij goede contacten met hen gaan we dit voor het coastal roeien testen. Het eerste weekend in september in Rotterdam nog met een basic pakket, later in Muiden hopelijk ook gekoppeld aan camera’s, beeldschermen op de wal en misschien zelfs de gelegenheid om de wedstrijd coronaproof live te volgen vanuit je luie stoel thuis.

Ik droom weg. Hoe gaaf zou het zijn als je als kijker nog dichter op de roeiers kunt komen, dat je via camera’s aan boord de echte inspanning van iedere roeier ziet, dat je door meetgegevens nog nauwkeuriger ziet hoeveel vermogen wordt geleverd, leest hoe hoog de hartslagen zijn en hoe de actuele bootsnelheid is. Dat je op het puntje van je stoel, met elkaar in de clinch gaat liggen wie gaat winnen: ‘A want die gaat sneller’, ‘nee joh, B, want er moeten nog twee bochten en hun stuurman heeft meer bootgevoel’. Dat je terwijl je live kijkt, terwijl de wedstrijd aan de gang is, al virtuele klassementen kunt zien. Dat je…  afijn jullie snappen: ik zie kansen.

Ergens in Nederland wordt nu een groepje bêta-studenten wakker en gaat die droom waarmaken. Let maar op. Die sloepvolger zou wel eens een echte trekker kunnen worden.


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van Feike hier.



Mijn schip? Mienskip!

Door Feike Tibben | 10 juli 2020

Nu we langzaam van het voorjaar de zomer in duiken en we het nieuwe normaal, normaal gaan beschouwen, merk ik pas hoe schraal ik deze tijd vind. Eigenlijk had het voorjaar – in het noorden, ver van corona – ook wel iets knussigs. M’n kinderen waren bij mij in huis, we hadden aandacht en tijd voor elkaar, 24/7 een soort communityritme van opstaan, werken, eten, praten met elkaar. Op elkaar aangewezen zijn, beetje cocoonen. En het werk: op afstand. Dagenlang zoomen en teamsen, ook het bestuurswerk voor de bond was digitaal. Soms wel drie vergaderingen op een avond: klik er in, klik er uit, en hup weer in een andere. Vervreemdend ook, aan de ene kant heel close met je dierbaren en aan de andere kant werken in een soort virtuele wereld.. weird.

Nu we weer normaal kunnen roeien valt het abnormale me des te meer op. We reserveren boten, komen aangekleed en wel op de roeivereniging, stappen in, roeien, en gaan daarna weer weg. Focus op de sport. Geen geouwehoer onder de douche, geen nazit aan de bar, of hangen in de hoek..

Wat mis ik dat. En volgens mij ben ik niet de enige. Een roeivereniging is meer dan alleen een plaats om te sporten, ‘dan waren we wel een sportschool’, het is ook een plek waar je elkaar treft, waar je belang aan hecht dat t er is, waar je je voor inzet. Ik betrap me er op dat als je alleen maar roeit en niet elkaar treft, consumentisme op de loer ligt. ‘ze hebben het gras niet gemaaid, mijn boot is niet schoon.’

Voor de vernieuwde ‘Handleiding voor het oprichten van een roeivereniging’ – verschijnt in het najaar – hebben we een aantal oprichters van roeiverenigingen gesproken. Niet degenen die nu aan het roer staan, maar degenen die ooit het vuurtje hebben aangestoken. De durfals die zo maar uit het niets beginnen. Geen boten, geen leden, geen locatie en dan gewoon roepen: ‘Ik begin een sportvereniging’. Dan ben je een held. Vaak beginnen de gesprekken met die starters wat schuchter ‘waarom bel je me’, maar al snel komen herinneringen weer boven en worden ze onstuitbaar enthousiast. Alsof je het vuurtje van toen weer even aanblaast. Wat opvalt bij die pioniers? Het begint dat ze zelf willen sporten op het water. Sommigen komen helemaal niet uit de roeisport, maar het water trekt. Het begint met focus op de sport, de hardware: accommodatie, boten, roeiwater, etc.. Maar wat zie je ook? Al heel snel wordt er gebouwd aan de vereniging, aan de cultuur, het samenzijn, het besef dat je samen verder komt. ‘Koop zo snel mogelijk een koelkast en zet die helemaal vol’, zei één. Zo praktisch kan dat zijn.

Het woord vereniging komt natuurlijk van verenigen. ‘Samenvoegen’, volgens Van Dale. Een vereniging is geen bedrijf of instituut waar je klant bent, maar een gemeenschap van mensen met een gezamenlijk belang. Gemeenschap. In het fries: mienskip. Die mienskip, daar moet je aan werken. Dat is meer dan in een bootje stappen afdrogen en weer weg. Best lastig in deze tijd dus. Misschien vind ik het daarom extra leuk dat bijvoorbeeld Martin Paasman op de faceboekpagina marathonroeien iedere week herinneringen ophaalt aan een marathon die niet doorgaat, de Noordhollandtocht, de 24 uur van de Rotte, de IJsselmondetocht, elke week zijn we er toch een beetje bij. En wat geniet ik ook bijvoorbeeld van Gorinchemse roei-junioren die elke week maar weer in aanstekelijke beelden laten zien hoe ze op het water en met elkaar plezier hebben. Ik hoor van verenigingen met virtuele borrels,van spelletje, uitdagingen. Allemaal zaken om de mienskip actief en levend te houden. Trots ben ik op al die initiatieven die laten zien dat mienskip in de roeiwereld veel meer is dan ‘mijn schip’. Koester dat en hou vol. Roeien doe je samen.


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van FeikeTibben hier.



Achteruitfietsen op de snelweg

Door Feike Tibben | 3 juli 2020

‘Volle fietspaden met verschillende snelheden. Dat kan niet allemaal naast elkaar.’ Dat was het pleidooi van ANWB-directeur Frits van Bruggen recent in het AD in reactie op het steeds populairdere e-biken. En met een ‘anders vallen er nog meer doden,’ zette hij zijn woorden kracht bij. Nog meer doden? Huh? In ons overvolle land hebben we wandelpaden, fietspaden, woonerven, voetgangerszones, fietsvoorrangswegen, lokale wegen, provinciale wegen, autowegen, snelwegen, waterschapswegen, ruiterpaden, mountainbikepaden, rolstoelpaden… allemaal om de verkeersstromen zo goed mogelijk te uit elkaar te houden. En voor de ANWB is die deling nog steeds niet genoeg om te zorgen voor een veilig verkeer? Kom even bij ons kijken, wielrijdersbond!

Want hoe anders is dat op het water. Los van een enkel stukje water speciaal voor snelvaren, waterskiën of beroepsboten is ons water één grote speeltuin. Geen aparte stroken voor kanoërs, voor sloepen of voor vrachtverkeer. Vooruit, achteruit, gemotoriseerd, ongemotoriseerd, zeilend, suppend of zwemmend, sportief, recreatief en beroeps, het krioelt door elkaar heen. Het idee van goed zeemanschap was misschien ooit een even praktische als romantische manier om vrijheid en verantwoordelijkheid recht en ruimte te geven. Maar dat beroep op goed zeemanschap voelt op een toenemend aantal plekken, zeker in de steden, niet meer als een kundig en verantwoord met elkaar omgaan, maar meer als russisch roulette. De vraag is niet óf je moet uitwijken, bijsturen, inhouden of remmen als je midden in een training met je skiff, dubbel, vier of acht tussen brugspringers, rosésloepers, spookzwemmers, of ‘surfende’ strijkijzers manoeuvreert, maar wannéér.

Om beginnende roeiers veiligheids-alertheid bij te brengen leert Theo van den Broek (Saarrowingcenter) zijn roeiers: ‘roeien is als achteruitfietsen op de snelweg: het is ongemakkelijk, onhandig en het verkeer om je heen is groter en gaat bovendien sneller dan jij. Onthoud dat.’
Dat achteruitfietsen wordt er in onze boten niet altijd gezelliger op. Op veel plekken was het al druk, de afgelopen jaren is het drukker geworden en het wordt nog erger. ‘Een volle boot’, duidt steeds vaker niet op een volledige bemanning maar op een hooswaardig schip. En goed zeemanschap verwordt tot ‘goed scheefvaarschap’ of een chagrijnig ‘goed schreeuwmanschap’. De Volkskrant wijdde afgelopen week een artikel aan de toegenomen drukte. Citaat: ‘Vooral de sloepenmarkt is geëxplodeerd. Laatst was ik nog varen van Amsterdam naar de Kaag. Je kon over de sloepen lopen. Ik kon niet eens meer aanleggen en moest mijn boot voor anker leggen.’ (De man was sloepvaarder) De regionale krant Stentor citeerde eerder een bootverhuurder: ‘Het is het ergst op hete dagen. Dan zijn er veel aso’s, testosteronbommen die onder de brug nog even hard optrekken, zodat het water tegen de onderkant van de brug (!) aan komt”.

En daartussen sporten wij dus…

Wordt ‘t niet tijd dat we op een aantal plaatsen afspraken maken over gebruik van het water, ter bescherming van onze sport én onze eigen veiligheid? Veldsporten zijn heer en meester binnen de lijntjes. Zaalsporten hebben de bescherming van vier muren en een dak, en ook wielrennen en schaatsen hadden al snel na het begin van de sport de eerste afgesloten stukken parcours waar sportmensen veilig konden trainen. Wielrennen en schaatsen zijn ongeveer even groot als wij (beide ca 36.000 leden), maar hebben inmiddels beduidend betere voorzieningen:
schaatsen: 30 ijshallen en 90 skeelerbanen
fietsen: 75 wegparcoursen, 5 wielerbanen, 67 veldritbanen, 223 mountainbikevoorzieningen en 49 BMX-banen.
Allemaal afgesloten, veilige parcoursen.

En wij? Wij sporten op 5 roeibanen… als we tenminste ruim rekenen (zie vorige week). En wie daar niet roeit, fietst dus week in week uit achteruit op de snelweg… je zou je handen voor je ogen doen.


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van FeikeTibben hier.



Polder-chique: RVD, Lily-goes-Henley

Door Feike Tibben | 26 juni 2020

Afgelopen week was ik met Barend van Kouterik (Die Leythe) en Martin Ottow (Tubantia), beide actief voor nieuwe roeiverenigingen, op bezoek bij RVD ’17.

RVD ’17… trouwe kijkers van Blauw Bloed herkennen in deze afkorting de RijksVoorlichtingsDienst.  Zij zullen denken ‘wat moeten die bondsjongens daar nu weer? Gaat ‘t koninklijk huis coronavrij sporten in de buitenlucht. Krijgen we een eerstejaarsprinsesje? Een koninklijke sloep?’ Helaas, helaas… geen geheimzinnigheid, geen prinsessen, sloep of codetaal: RVD’17 staat in onze wereld voor Roeivereniging Dronten.

Een bezoek aan RVD’17 is geen glitter, glamour of een van de drie AAA’tjes, maar eenvoudige hardwerkende mannen Raymond en Jan Willem. De eerste heeft wel in een roeiboot gezeten, de tweede nog nooit. Samen timmeren ze in Dronten een roeivereniging uit de grond. Doelgericht en onbescheiden. Zo heeft de kleinste vereniging naar eigen zeggen wel ‘t grootste gazon! Je moet je ergens mee onderscheiden.’

Wat me ook nu weer opvalt: wat een prachtig water hebben ze daar toch in de polder. Breed, diep, rustig, mooie ‘Langstrecken’. Wat een kansen. Zelfs een Leyenaar als Barend, toch verwend met Galgewater, Oude Rijn, Nieuwe Rijn, Vliet, Oude Vest en de Singels, is zichtbaar onder de indruk. Het water daar lonkt en roept… Dat het mooi roeiwater is weet onze nationale equipe. Bijna even vaak als op de Bosbaan trainen ze vanaf roeivereniging Pampus op de Grote Vaart in Almere. 

Maar het leukste water in de polder is toch wel het Gelderse Diep, oftewel onze Vijfde Roeibaan… De Vijfde roeibaan, is die er dan? 

Verder van Bosbaan, WAB en – vooruit dan – Zuid-Willemsvaart komen de meesten niet. Een enkeling, boven de veertig óf van boven Assen, pinkt nog een traan weg om het verlies van Harkstede, de ex-vierde. Maar de vijfde?

Roeivereniging Pontos, Lelystad meldt zich: ‘Die vijfde baan hebben wij. Pal voor de deur, prcies 2k, en speciaal voor ons gemaakt: destijds twee wedstrijdbanen én een oproeibaan.

Dat kwam zo: onze leden Ernst jan Harmsen (Wageningen, Argo), en Gidi Cals (Delft, oud-Proteus) hebben zich hier hard voor gemaakt. Ernst Jan werkte bij de Rijksdienst IJsselmeerpolders bij stedebouw die ook sportaccomodaties ontwikkelde. Het geschikt maken van het afgedamde stuk Lagevaart / Gelderse Diep voor roeiwedstrijden was een relatief goedkope zaak. Zo kon vanaf de tekentafel worden geregeld dat er midden in de stad een baan van 30 m breed en ruim 2 km lang vanaf ons clubhuis loopt, dat er bij de start een soort startkom is, dat de bruggen daar 30 m overspanning (vrije doorvaart, zie artikel vorige week) hebben en dat er een fietspaadje ligt.’ 

Goed beschouwd en met een beetje fantasie ligt daar in Lelystad een soort polder-Henley waar ploegen boord aan boord door de stad kunnen raggen: ik krijg er nu al zin an… alleen nog iemand die die zo’n event eens gaat organiseren: ik krijg visioenen van  ‘Lily goes Henley’… en de hele polder-chique op bezoek.

@MariekeBal, mag ik jou vast uitnodigen?

PS: dat we ons als roeiers tevreden stellen met maar vijf roei-accommodaties verbaast me nog steeds. Volgende  week meer daarover.


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van FeikeTibben hier.



De factor R

Door Feike Tibben | 19 juni 2020

‘Er wordt gewerkt aan een plan voor de bouw van een nieuwe fietsbrug over de Rotte, net ten noorden van Rotterdam… roeiers maken bezwaar… de brug voldoet niet aan de richtlijnen die de bond heeft opgesteld… en die zullen worden overgenomen in de Richtlijn Vaarwegen 2020...’

Dit was zo maar een berichtje, recent op ROEI.NU. Een situatie waar we als sport zo vaak me te maken krijgen: een ontwikkeling bedreigt of hindert ons vaarwater.

Ook een bericht waar een wereld achter zit: Richtlijnen van de Bond? Richtlijn Vaarwegen 2020?  Ik neem jullie mee in de wereld van de KNRB-commissie Roeiwateren en de KNRB-commissie Infrastructuur. Twee commissies die als een gewiekste twee-eenheid op de achtergrond verenigingen direct of indirect ondersteunen zodat we onze sport kunnen blijven beoefenen. Omdat ze zoveel op de achtergrond werken, zet ik ze in de spotlight.

De commissie Infrastructuur adviseert verenigingen over gebouwen en locaties, dat weten ze in Nijmegen, Groningen, Delft, etc maar al te goed. Minder bekend is dat deze commissie ook formuleert ook wat geschikt roeiwater is: hoe breed, hoe diep, hoe hoog minimaal de bruggen etc. Die criteria worden vastgelegd in het KNRB-handboek accommodaties.

Net als de maten van een voetbalveld, de lengte van een ijsbaan of de hoogte van een volleybalhal hebben we dus ook richtlijnen voor de roeiverenigingen. Verenigingen kunnen deze gebruiken bij nieuwbouw óf voor bescherming van hun roeiwater, zoals in Rotterdam gebeurt.

Dat handboek wordt steeds actueel gehouden, Dit jaar is er weer een herziening. De verenigingen hebben afgelopen week een vragenlijst gekregen.  

Die andere commissie, de commissie Roeiwateren, brengt in kaart waar er in Nederland geroeid wordt en hoe vaak. Op het plaatje onder aan dit artikel staat een screenshot van een deel van de GIS-kaart waar aan gewerkt wordt. Het screenshot laat het roeiwater in een deel van Noord Holland zien. De dikte van de lijn geeft de roei-intensiteit weer. De Amstel als dikste, niet verwonderlijk, maar ook De Zaan en de Ringvaart doen lekker mee.

Met deze kaart en de eisen uit het handboek in de hand spreekt de commissie met waterbeheerders. En dan komen ze te spreken met deskundigen over CEMT-klassen, ZM- en M-routes, verbindingswater, ontsluitingswater, en boottypes A,B,C en D. Allemaal typeringen van water en boten, met één gebrek: géén aandacht voor roeiers. Gelukkig komt nu langzaam beweging in. Rijkswaterstaat lijkt de roei-eisen mee te nemen in de nieuwe Richtlijn Vaarwegen 2020. Onze bondsrichtlijnen worden dan (rijkswater-)Staatsrichtlijnen. Dat helpt.

Maar ja, dat is mooi van Rijkswaterstaat… we hebben nog zoveel andere waterbeheerders: provincies, waterschappen, gemeenten… Als we die ook allemaal moeten bewerken… Zou het niet veel mooier zijn als we als roeiers op de vaarkaart een eigen beschermde aanduiding krijgen waar ánderen rekening mee moeten houden: ‘R-water’? Met de eisen uit het handboek en de vaarwegen van de GIS-kaart zouden we met één zo’n letter ons roeiwater kunnen beschermen. Beschermen tegen bruggen óver het water (De Maas, Nautilus, Skadi, Rijnmond, Stichting Roeivalidatie), tegen brugpijlers ín het water (Proteus, Laga), tegen de harde oevers (Gyas), tegen te veel andere boten (Naarden, De Hertog), tegen te hoge snelheden (waar niet), of dat allemaal tegelijk (Orca, Viking, Triton). 

Zo’n R is niet alleen op de Rotte, maar voor alle Roeiers van belang.

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van FeikeTibben hier.



Ajax in een kano

Door Feike Tibben | 5 juni 2020

Mijn bijdrage vorige week met de titel ‘Waar is de roei-Sjoerd?’ over het belang van sappige roeiverhalen heeft veel reacties losgemaakt. Ik heb lijsten met binnen- en buitenlandse roeiboeken gekregen. Ik werd doorverwezen naar zolders ‘waar nog veel meer ligt’. Dank daarvoor!

Niemand was gepikeerd. Ook in onze reacties blijven we keurig als roeiers. Misschien bevestigt die keurigheid juist wel mijn punt. De roeiverhalen zijn vaak zo gladjes en technisch.

Het zal aan mij liggen, maar ik mis wat in gladde verhalen. Want wat geniet ik van het maniakale van Sven Kramer, de eenzaamheid van Marco Pantani, het uit de bocht vliegen van Thomas Dekker, de twijfel van Marcel Wouda, het vuile van Lance, de kwetsbaarheid van Femke Heemskerk, het complexe van Bettine, de tragiek van Foekje Dillema of de strijd tussen Zola Budd en Mary Decker (boeiend om het retrospectief te zien van die twee gemankeerde zielen).

Misschien zoek ik de emotie en romantiek in het roeien wel in de verkeerde dingen en gaat het om iets anders. Misschien zitten die emotie en romantiek niet in de keerzijde van keurigheid of in de tragiek als keerzijde van geluk.  

Mijn achtergrond in het wielrennen kwam jaren geleden bij Hemus schrijnend aan het licht kwam toen ik voorstelde dat we bij het aantrekken van een goede verenigingssponsor toch vooral bereid moesten zijn om onze klubkleuren en bootkleuren aan te passen onder het mom: ‘nou en als die sponsor bloemetjesroze wil, dan roeien we toch in bloemetjesroze… of kanariegeel’. Verbijstering alom: dat nooit!

Ook een poging jaren later om onze clubkleding aan te passen (‘met die rode dwarsstreep lijken we wel Duitsers’) in een heus Joriskruis – het stadswapen van Amersfoort – viel in het niet. En ik had me nog wel zo goed voorbereid: ik had een heus voorbeeldpakje gemaakt en aangedaan en deed staande de vergadering als voorzitter een heuse stripact om dat pakje te showen… helaas. Zelden stond een voorzitter meer in zijn hemd.

Ik zie ineens vaders en opa’s vorig jaar op de Varsity bij de winst van Triton diep geroerd, tranen biggelend: ‘oh jongen wat is dit mooi, dat ik dit nog mag meemaken… Ozze kllup…’, elkaar omhelzen en hun gezicht met wit/blauw afvegen. Onze club.

Emotie en romantiek in het roeien? Hup met de klup, hoezee, hoezee, hoezee!

En nu snap ik ook dat roeiers van RIC tóch trots waren toen iemand vanaf de brug naar ze riep: ‘hé kijk, Ajax in een kano!’

Foto: website RIC

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van Feike hier.



De roei-Sjoerd

Door Feike Tibben, bestuurslid KNRB | 29-5-2020

Een van mijn hobby’s is het lezen van sportverhalen. Afgelopen week tijdens de vrije dagen, heb ik de verhalen uit het turnleven van Hans van Zetten (‘hij staat, hij staat, en hij staat, ik ga helemaal uit mijn dak’) gelezen. Ik kende Hans alleen maar als commentator, maar hij blijkt ook wedstrijdturner, clubtrainer, bondscoach, de man achter de totstandkoming van de toptalentscholen(!) geweest te zijn, maar bovenal is hij groot kenner en liefhebber van de turnsport. Zijn verhalen geven een mooi tijdsperspectief en een kijk achter de schermen: over buiten trainen om een beetje indruk te maken, over trainen in een te kleine sporthal met de buitendeur open om de aanloop te oefenen, over gedoe, heel veel gedoe: officials/rechtszittingen/vertrouwen in de verkeerde mensen etc. Heerlijke verhalen op een toneel vol generaties sporters. Hoe bijvoorbeeld het verhaal van Yuri van Gelder – weggestuurd in Rio na een nachtje uit – één op één aansluit bij Han van Zettens eigen turnverleden – die klauterde als turner zelf helemaal brak van de drank via de regenpijp het hotel in en werd niet weggestuurd.

Die verhalen verrijken mijn kijk op de sport en verleiden me om de volgende keer met extra aandacht te kijken.

In ‘vals spel’ beschrijft Bert Wagendorp zijn beeld van de toekomst van de sport. Volgens hem wordt sport een vorm van gelikt massatheater, een gesloten systeem en een gecontroleerd product van vermaak waarin de narigheid ons bespaard zal blijven. Geen dopingschandalen en omkoping meer, want die passen niet meer in het businessmodel. Dat wil niet zeggen dat sport zijn aantrekkingskracht zal verliezen voor degenen die op zoek zijn naar een eerlijke krachtmeting. Maar de onvoorspelbaarheid verdwijnt en dat is in zijn ogen de doodsklap voor de sport.

Hij geeft ook de oplossing: fictionalisering. ‘.. fictie moet de sport redden van de betekenisloosheid, de zinloosheid en de leegte.  Verhalenvertellers tonen ons dat er diep verborgen ook andere waarden schuilen in de sport. Dat de goede waarnemer er algemene menselijke waarden in kan ontdekken.’ Een beetje voor de hand liggende conclusie voor een sportverslaggever zou je denken, maar samengevat zegt hij eigenlijk dat hoe voorspelbaarder de sport is en hoe bovenmenselijker de prestatie, des te groter de behoefte is aan verhalen dat de sporters gewoon mensen zijn. We willen emotie. Romantiek zo je wilt.
De noodzaak van verhalen illustreert hij in de Kees Fens-lezing van dit jaar met een verhaal dat ik één op één overneem:


‘Stelt u zich even de olympische finale 100 m sprint voor. U weet niets van de acht deelnemers, behalve dat het mannen betreft die kennelijk flink hard kunnen lopen. Een van de acht wint, een ander wordt laatste. Dat is het.
Het is onwaarschijnlijk dat u heftig vloekend voor de buis zit. De wedstrijd is zonder omlijstende verhalen volkomen oninteressant geworden. Zonder verhalen is er voor de kijker geen enkele vorm van vereenzelviging mogelijk met een van de atleten en daarmee is er geen betrokkenheid. De lust om te kijken vervalt.
Nu is er een ijverige verslaggever die van elke deelnemer het doopceel heeft gelicht. Er blijkt een man mee te doen die afkomstig is uit een crimineel milieu in de slums van Detroit. Een ander is de zoon van een Franse hoogleraar in de letteren, die zijn vader ernstig heeft teleurgesteld doordat hij al zijn tijd aan atletiek is gaan besteden in plaats van naar de universiteit te gaan. Een derde is een boerenzoon uit de Friese Akkrum die luistert naar de naam Sjoerd. Zijn moeder is hem al jong ontvallen en zijn vader heeft maar één been. Sjoerd zelf is ook niet voor tegenslag behoed maar heeft zich er moedig doorheen geslagen. Op de jeugdige leeftijd van 22 jaar is hij al vader van drie kinderen van wie er eentje blind is. Zijn gezin zit op de tribune, de camera zoomt er vaak op in.
Alleen een volkomen harteloze sportliefhebber blijft nu kijken alsof het allemaal niets voorstelt en het niets uitmaakt wie er wint. Het is van groot belang van Sjoerd als eerste over de finish gaat. Het zou zelfs onverdraaglijk zijn als dat niet zou gebeuren. Dat kan Sjoerd er niet bij hebben en de kijker evenmin. Op het moment dat Sjoerd als eerste over de eindstreep snelt, slaakt de kijker verschrikkelijke vloek van pure emotie. De zege van Sjoerd staat nog lang te boek als de allermooiste sportgebeurtenis ooit. Niet vanwege de prestatie, maar vanwege het bijbehorende verhaal.’


Ik lees Sjoerd, maar zie een jankende Gerrie Knetemann tegen de schouders van Mart Smeets.
Hoe voorspelbaarder de sport, hoe bovenmenselijker de prestatie, des te groter de behoefte aan fictie, aan verhalen dat de sporters gewoon mensen zijn. Hoe is dat bij ons? In onze technische roeisport doen we alles om de prestatie zo maximaal mogelijk te berekenen en te voorspellen. Zijn wij ook niet een sport waar prestaties, zeker voor niet-roeiers, als onhaalbaar of bovenmenselijk worden gezien? In de theorie-van-Bert zou dit betekenen dat voor onze sport verhalen extra belangrijk zijn. Ik lees nog eens terug in ‘Hans van Zetten’ en blader ook maar weer eens in ‘Helden op het water’. Ik lees van Yuri, Verona, Sanne en Lieke, van Nico en Ronald, van Chris, van the ‘Big G’, van Marit en Kirsten… en plots overvalt het me: er zijn zo weinig roei-verhalen.. Waar is de roei-Sjoerd?

PS: Sjoerd is m/v; je mag ook Sophie of Sanne etc. lezen


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van Feike Tibben hier.



Ochtendritueel

Door Feike Tibben | 22 mei 2020

Een van de vaste rituelen van een sportbestuurder is het dagelijks doornemen van de media: wie schrijft er wat over onze sport en waar gebeurt wat. Tegenwoordig is dat via een digitale clip-it service van alle media waar het woord KNRB, roeien of roeiverenigingen in voorkomt. Dus elke morgen om half zeven landt er een serie berichten op mijn kussen. Wat daar zoal tussen zit? Het zal jullie verbazen. Ik neem jullie even mee op een willekeurige dag: Hemelvaartsdag gisteren.

  • Bericht in de Eemsbode dat de gemeente moet besluiten over € 200.000 voor RV Neptunus. Doen lijkt me 😊
  • Dirk Uittenbogaard die op amsterdam.nl vertelt dat ie in de lockdown trainde met z’n vriendin op z’n schouders. Gaat ‘t jongen? Dit is je reinste relatietest!
  • Het Hart van Lansingerland schrijft dat er langs de Rotte, o.a. bij de Willem-Alexander Baan, kunstwerken staan. Dat wordt een rondje om.
  • Delta, het forum van de TUD Delft  laat LAGA optekenen dan ze samen met andere Nederlandse roeiverenigingen nieuwe leden gaan werven. ‘Met elkaar willen we het roeien digitaal promoten’. Top-idee!
  • Op runtodream.com geeft sporthorlogeproducent Polar een inkijkje in zijn metadata: tijdens de lockdown sporten we meer en slapen we beter. Da’s toch een ander geluid dan NOC*NSF laat horen (die zeiden ‘1.7 miljoen minder mensen die sporten’). Huh?
  • Op FoKforum wordt ik verwezen naar een bijdrage over het programma ‘Op1’. Hé was daar iets over roeien dan? Loos Alarm: Een van de reaguurders heeft gereageerd met ‘Ga roeien’ en de nieuwsclip heeft die reactie er feilloos uitgepikt ☹ (zo krijg ik elke dag ook meldingen van allerlei beesten of onkruiden die zouden moeten worden uitgeroeid).
  • Op facebook nodigt de KNRB uit deel te namen aan het Webinar  ‘Hebben we het over hetzelfde?’ door Martijn van Rossum. Interessant, leuk dat-ie dat nog een keer geeft. Zal ik het promoten? Niet nodig. Kwaliteit verkoopt zichzelf.
  • In wielerhaal.com vraagt de redactie roeier Tim Brys  (versloeg een paar wielerprofs in de ContainerCup): Hoe komt een roeier – een Olympische weliswaar – aan zo’n fietsbenen? Tss… ga toch fietsen meneer de verslaggeverd.
  • Marieke Keijser zegt op Instagram dat ze veel energie haalt uit trainen: ‘ik vind roeien gewoon erg leuk!’ Eh… leuk voor ons!
  • Allsportsradiolive! Corné en Annika in de uitzending voor het Fonds Gehandicaptensport. Zometeen in de auto even luisteren.

Zo, het is 7.00 uur. We gaan dauwtrappen. Fijne dagen iedereen.

PS: belofte van vorige week nagekomen hoor. Ik heb zelf ook weer geroeid. Kijk toch eens was een prachtige luchten en ja het was heerlijk.

Foto Feike Tibben

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van Feike hier.



Alkmaar, Amersfoort, Amsterdam, Assen, Delft, Den Haag, Eindhoven, Groningen, Hilversum, Leerdam, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Tilburg, Utrecht, Zwolle

Door Feike Tibben | 15 mei 2020

De titel lijkt wel een verslag van een tocht door Nederland, maar nee,verre dan dat. In deze  corona-tijden zijn we allemaal wat minder mobiel, dus dit soort tochtjes zit er niet in. Geeft het rijtje Amstel, ARC, ARZV, Beatrix, Cornelis Tromp, DDS, De Hoop, De Laak, Gyas, Hemus, Hollandia, Hunze, Leerdam, NSRF, Phocas, Saurus, Skadi, TOR,Triton, Zwolsche, al wat meer inzicht?

Het zijn de namen van de plaatsen en verenigingen waar de leden van de nieuwe juniorencommissie vandaan komen. Afgelopen woensdag was daarvan de langverwachte aftrap. Deze grote en heerlijk diverse groep gaat werk maken van werving, opvang, schoolroeien en dé nationale competitie van junioren. En hoewel zo’n eerste brede bijeenkomst natuurlijk even snuffelen was en ook wennen is voor iedereen, was de energie, ambitie en werklust voelbaar: ‘kunnen we nu uit elkaar in werkgroepen en aan de gang, ja mag ‘t, mag ‘t?’ Top! Elke groep komt volgende week al weer bij elkaar met concrete acties. En ik? Trots dat we zoveel kennis, kunde en enthousiasme aan boord hebben. Je zou kunnen zeggen: Als een kind zo blij. En dus ook ja: vol verwachting klopt ons hart. Op naar de 6000 junioren.

En ik had me nog wel zo voorgenomen dat mijn hoogtepunt deze week zou zijn: eindelijk weer eens in de boot… maar helaas. Het liep weer anders. Ik beloof dat ik m’n leven ga beteren. Daar mag je me aan houden.

Deze week moest flink energie gestoken worden in bestuurlijke zaken. De gemeente Nijmegen die eindelijk de verhuizing van Phocas mogelijk maakt en roeivereniging De Waal perspectief biedt op een drijvende voorziening. Hèhè… een proces van jaren krijgt zo z’n beslag. Mooi om te zien dat de raad van Nijmegen zo vierkant achter de roeisport gaat staan en de verenigingen elkaar gaan opzoeken. Volgend jaar allemaal op de Spiegelwaal!
En dan natuurlijk de corona. Wat blijft dat toch een lastig dossier en wat een tijd en energie vreet dat. Laveren tussen verenigingen en instanties die zekerheid zoeken in wat mag en zij die willen onderzoeken wat kan. Rollen en bevoegdheden die tóch steeds weer anders blijken. Ik mocht deze week aanschuiven bij meerdere overleggen tussen bond en verenigingsvoorzitters en dan is die spanning voelbaar. Ook binnen verenigingen. Zij willen duidelijkheid geven naar leden. Het zijn onzekere tijden. We zoeken met z’n allen naar de juiste weg, de juiste snelheid en de juiste toon. Soms met stevige stap, dan weer weifelend voetje voor voetje of zelfs een stapje terug. Maar ook hier komen we uit. Als we maar samen op blijven gaan. Hou vol, mensen.


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van Feike hier.