Argumenten te over om met juniorenroeien aan de gang te gaan

Door Feike Tibben | 20 februari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Toen ik een paar jaar geleden als nieuweling toetrad tot het bestuur van de roeibond heb ik in de eerste maanden me, naast allerlei kennismakingen, vooral verdiept in getallen: hoe staan we ervoor, hoeveel roeiers hebben we, hoe lang blijven die lid, in welke takken van roeisport is iedereen actief, hoe is de leeftijdopbouw etc.

Een van de onthutsende zaken die naar voren kwam uit die verdieping is de neergang van het juniorenroeien, een daling van ruim 20 % junioren in 1978 naar 7% van de roeipopulatie veertig jaar later. Het grafiekje is inmiddels bekend. Die daling in percentage is voor een deel te schuiven op de sterke groei van het aantal seniore roeiers. Helaas is dat niet het hele verhaal: het absolute aantal juniorenroeiers daalt ook. Al met al dreigen we een ouwelullensport te worden.

Het vervolg is bekend: de breedtesportvisie, een brief van 50 ondertekenaars  die de KNRB manen om meer werk te maken van de juniorenaanpak, de instelling van een zwaar bezette juniorencommissie, de start van een juniorencompetitie, een actie richting scholen, filmpjes en webinars om instructeurs voeding te geven. Dat moet goed gaan zou je zeggen.
Helaas is de werkelijkheid weerbarstiger. De cijfers over 2020 laten zien dat de daling nog steeds niet is gestuit. Sterker. Het afgelopen was deze sterker dan ervoor: 1 op de twintig roeiers (5%) is maar junior, het absolute aantal is gezakt tot onder de 2000.. in heel Nederland. Een all time low.
Hoewel er inmiddels de nodige aandacht is voor het junioren roeien, hoor ik toch ook nog steeds bezwarende argumenten:


‘Junioren zijn zo weer weg’

Junioren zijn gemiddeld(!) 3 jaar lid. Dat is meer dan menig studentenlid, om mee te beginnen. Maar belangrijker: ze zijn wel even weg, maar ze komen terug! Meer dan roeiers die als student zijn begonnen vinden ze de weg terug naar de algemene vereniging. Dat zie je niet alleen bij ons, ook bij onze buren. Marieke Bal van British Rowing: “Als men op jonge leeftijd begint met roeien is de kans groter dat ze later terug komen. Het zijn vooral de skills en het vertrouwen op het water die ervoor zorgen dat ze later terugkomen.” Investeren in junioren is dus vooral een renderende investering in senioren.

‘Wij leiden op en een ander gaat met de eer strijken’ (het ajax-syndroom)
Niet sippen: leer van SV Bedum en Arjan Robben, ‘Zeg je Robben, dan zeg je Bedum’, dat zijn de citaten. Sporters: Koester je verleden, laat je zien, wees de inspiratie. Het kan, ook bij roeien. Kijk eens hoe met open mond de junioren van Hemus aan de lippen hangen van Maarten Hurkmans op zijn masterclass: die  pubers blijven nog wel even roeien. 

‘Junioren kosten handenvol begeleiding’
Jazeker en zo bezorgen ze heel veel ouderen veel plezier. Uit de webinar Samenwerking studenten en algemene verenigingen op het roeicongres kwam het belang dat studentenverenigingen hebben bij junioren die al kunnen roeien. Algemene verenigingen op hun beurt zijn gebaat bij studenten die tijd en skills hebben om junioren op te vangen. Mooie voorbeelden, zoals het bètaroeien bij Thêta. Juniorenroeien levert dus juist veel begeleiders op.

Junioren hebben geen ambitie meer. ‘in mijn tijd…’
Driekwart van de jongeren komt voor het plezier, de gezelligheid en de vriendschappen op een sport. Da’s bij onze sport niet anders. Deze week stond er een leuk stukje op roeien.nl van onze voorzitter over zijn begintijd bij RV Naarden: ‘ik begon met jeugdinstructie, daarna met ladderwedstrijdjes tussen piketten door varen en estafettes; gewoon veel plezier dus. Ik sleet hele weekenden op de vereniging met mijn vrienden, pielen in de skiff en de dubbeltwee. Het was voor ons gewoon de sport je riemen te wisselen, op je hoofd te gaan staan in een skiff en dat soort dingen. Ik ben daarbij vaak te water gegaan.’
Plezier, klooien, het hoort er ook nu gewoon bij. Prestaties en ambities komen echt wel als je daar ruimte en gelegenheid voor biedt, maar altijd vanuit plezier.

‘We hebben niet genoeg boten’ of ‘ze pikken onze boten in’ (echt gehoord)
Echt waar? Die  paar junioren? Kom nou. Nait aimeln. Beetje creatief zijn. Verdeel de groep, roei op andere uren, zet andere boten in.

‘Er zijn niet genoeg activiteiten voor junioren’
Ik zou zeggen, integendeel: Bijna elke regio heeft een juniorencompetitie waar het hele jaar door wedstrijden zijn. Dan zijn er ook nog jeugdkampen bij studentenverenigingen, een juniorencoastalkamp, de DIYR speciaal voor junioren. Wees eerlijk: juist nu is er ruimte voor junioren.
Argumenten te over om juist wél en vooral heel hard en met heel veel plezier met juniorenroeien aan de gang te gaan.

Geen argumenten meer? Vooruit nog ééntje dan: Met veel junioren worden we gewoon een nog leukere sport met nog leukere verenigingen. Of zoals onze bondsvoorzitter het stelt op roeien.nl: ‘Een juniorensectie op je vereniging is een verrijking voor de hele vereniging. Jongeren die zich ontwikkelen; dat stimuleert en daar leert iedereen van.’

Foto’s Karel van Wijk

Schaatsen!

Door Feike Tibben | 5 februari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Wat word ik afgestraft. Vorige week schreef ik wat snoevend hoe de schaatsers lijden onder het veranderende klimaat en dat roeien het nieuwe schaatsen wordt. Bam. Een week later staan we aan de vooravond van 20 cm sneeuw en een heuse -10oC. Dat schaatsvolk, daar moet je niet mee spotten!
Dat wordt dus glijden in de achtertuin de komende dagen. Heerlijk.

Voor wie de kou niets vindt: heel andere beelden vandaag van de derde Nederlandse ploeg de Dutchess of the Sea die vanmorgen vroeg, bij een heerlijke 26oC in Antigua aankwamen ze na 54 dagen, 20 uur en 12 minuten op zee. Alle Nederlanders zijn nu binnen. We hebben deze editie als roeivolk wel wat neergezet: the dominating Dutch. Niet alleen op het afgelopen EK, maar ook crossing the Atlantic.

Ik weet niet hoe het jullie verging maar mijn roeiweek stond deze hele week in het teken van het digitale roeicongres: alle avonden één of twee webinars. ‘Alweer roeien’ was de klacht als ik ’s avonds aansloot bij het zoveelste webinar. ‘ja weer’. Wat een goede opkomst op dat congres. De digitale beperkingen leiden zeker niet tot minder deelname.
En een leuke inhoud: Jan Janssens die ons uitdaagde om de sport veel professioneler en klantgerichter te benaderen, een avond over inclusiviteit met heel veel jongeren.

Een mooie bijeenkomst met en over jeugdbesturen. Ik had ‘t geluk dat ik in de breakoutroom met de juniorenbesturen zelf mocht aanschuiven. Wat een energie en creativiteit daar, binnen en tussen de verschillende verenigingen. Ik weet niet hoeveel verenigingen junioren zelf hun gang laten gaan, maar ik zou zeggen: laat ze gewoon schuiven. Geef jongeren wat budget en vooral ruimte: Dat komt helemaal goed. Dat bleek ook de woensdagavond toen we het hadden over samenwerking tussen studenten- en algemene verenigingen. Mooi dat dezelfde avond al de eerste lijntjes werden gelegd en studenten ingezet gaan worden om de instructie van nieuwe leden op een aantal algemene verenigingen te ondersteunen. Kijk, dat is dan weer in de pocket.

Zaterdag 6 februari nog twee webinars. Eentje over de richtlijn zichtbaarheid: hoe zichtbaar moet je zijn als roeier op het water. De commissie veiligheid heeft zich daarover gebogen en presenteert haar advies. Benieuwd hoe dat valt.
En als uitswinger de presentatie van de digitale roeikaart van Nederland, een mooie tool voor roeiers om te zien waar je overal kunt roeien en voor verenigingsbestuurder makkelijk kunt opkomen voor de belangen van je vereniging. Roeien letterlijk op de kaart. Heb je je nog niet ingeschreven, doe het dan even snel. Er is nog plek. Voor wie niet kan: kijkt het digitaal en anders nog 358 nachtjes slapen.

Voor mij? Na morgen… even geen geroei, maar op de schaats, nog drie nachtjes slapen, kanniewachten…


Ice, ice baby #roeienishetnieuweschaatsen

Door Feike Tibben | 29 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


‘Krijgen we een Elfstedentocht?’ met die vraag opende op Eva Jinek twee weken geleden het gesprek met een dooi-ontkenner , een fryske tradysje-hooghouder en een weeromroeper. ‘Krijgen we een Elfstedentocht?’.
Ze was niet de enige met een verlangen naar echte winters. In mijn eigen Opregte Steenwijker Courant (‘uw venster op de wereld’) werd deze week teruggeblikt naar de laatste Dorpentocht en de HollandVenetiëtocht, ‘dwars door Giethoorn’ in 2013.
Zowel bij Jinek als in mijn eigen OSC droop de melancholie ervanaf. Nu al 24 jaar geleden (de ‘alve’) of 8 jaar geleden. En hoewel de dooi-ontkenner zijn uiterste best deed om vooral klimaatkansjes te zien, gaf de weeromroeper geen krimp: de kans op een Elfstedentocht zou nu gemiddeld 1 in de 20 jaar (met een 95%-betrouwbaarheidsinterval van eens in de zeven tot eens in de 64! Jaar) zijn maar neemt de komende jaren sterk af. De kans dat het gedurende 15 dagen in de Bilt gemiddeld onder de −4,2ºC is geweest – graadmeter voor een Elfstedentocht – wordt steeds kleiner. ‘Na 2050 is er nog eens kans van misschien één op vijftig’ stelde de weeromroeper resoluut. De dooi-ontkenner werd zichtbaar moedeloos.

Iets dichter bij huis dan die mega-tochten was natuurlijk het nieuws deze week dat al die schaatsverenigingen om de hoek het steeds lastiger hebben. Als roeiers piepen we als we door de corona één jaar moeten skiffen in plaats van ploegroeien. Die ijsverenigingen hebben last van die grotere crisis, die van het klimaat. Ze hebben nu al vier jaar niet open kunnen gaan en trend is niet in hun voordeel.
Ik weet niet hoe het u vergaat maar ik heb een groot zwak voor dat schaatswereldje, een soort slapende folklore-reus die wakker wordt bij het vooruitzicht op een paar dagen vorst. Het maakt mij bijna niet uit in welke tijd van het jaar ik bij zo’n ijsbaan ben, maar je voelt de nostalgie, de romantiek, het gezellige, met z’n allen op het ijs. Het hele dorp, de hele stad, één.

Mooie namen: ‘Voorwaarts Delgauw’, ‘Nooitgedacht’ ‘Eensgezindheid’ of gewoon ‘IJsvereniging Bargeroosterveen’. De locaties passen naadloos op dat beeld: Deze week nog, wandelend door het uitgestrekte Fochteloërveen liep ik zomaar midden in het bos aan tegen IJsvereniging de Kweek uit Veenhuizen.Moeilijk vindbaar? Helemaal niet. Dit zegt hun eigen site: ‘De ijsbaan is gelegen in het bos. De toegangsweg is via het witte bruggetje over het kanaal ter hoogte van de kruising van de Hoofdweg en de Kerklaan.’ Alleen al van zo’n routebeschrijving word ik vrolijk.
Misschien zijn we nog net op tijd om Mark van Wonderen (schrijver van chin.ind.spec.rest een beeldboek te laten maken van al die locaties. Wel een beetje opschieten graag.

Terwijl sommige ijsverenigingen onder die ontwikkelingen kopje onder gaan, zoeken andere nieuwe alternatieven onder het mom ‘van alleen schaatsen ga je het niet reden’ Ze gaan skeeleren, wandelen, klaverjassen. Als ze toch zoeken: kunnen wij ze misschien een handje geven?
Zouden we als roeiverenigingen niet allemaal één dag één ijsbaan kunnen adopteren, zullen we allemaal eens gaan roeien op de ijsbaan. Roeien op de ijsbaan, ja. Een gek idee? Nee hoor. Roeivereniging de IJssel heeft het gedaan. Laagdrempelig, toegankelijk, kennismaken, wedstrijdjes 100m

Goed voor de ijsvereniging, goed voor de roeisport. Doen? We kunnen wel wat gekkigheid gebruiken. #rihns

Vier foto’s van Freddy Schinkel en één van Richard Tennekes:

RoeiverenigingDeIJsselbijVZODFotoFreddySchinkel1
RoeiverenigingDeIJsselbijVZODFotoFreddySchinkel2
RoeiverenigingDeIJsselbijVZODFotoFreddySchinkel3
RoeiverenigingDeIJsselbijVZODFotoFreddySchinkel4
RoeiverenigingDeIJsselbijVZODFotoRichardTennekes5
previous arrowprevious arrow
next arrownext arrow
Shadow

De laatste, de eerste…

Door Feike Tibben | 22 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


De Talisker Whiskey Atlantic Challenge zit in z’n eindspurt. De eerste boten zijn binnen, met natuurlijk een fantastisch record van Mark en Kai, the fastest double crossing the atlantic. Niet de snelste transatlantische roeiploeg ooit, dat was Mark in z’n eentje een paar jaar geleden, maar hé: wat een prestatie.
De tweede nationale trots de ‘queen of hearts’ van de Fries/Zeeuwse vrouwenploeg ‘The Atlantic Duchesses’ ligt ruim op kop in het vrouwenveld en komt volgens de leaderboard op taliskerwiskeyatlanticchallenge.com over een paar dagen, op 25 januari om 4.35, aan (live te volgen). Weer oranjeboven die de wereldzee bedwingt.
Het derde Nederlandse team, de Gelders/Overijsselse combi ‘Dutchess of the sea’ mag nog iets langer genieten. Voor hen eindigt de oversteek op 10 februari. Da’s toch al bijna vier weken achter de eerste ploeg. Man, wat ligt zo’n veld uit elkaar.

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar haast vanzelf ga ik in zo’n race wat naar achteren kijken, want wat gebeurt daar. Daar zitten ze verhalen. De laatste in de race is Jasmine ‘Rudderly mad’ Harrison. Dat is ze steevast en ik vermoed dat ze die rode lantaarn vasthoudt. Op het moment dat ik dit schrijf zit ze echt midden op de oceaan en moet ze nog 1497 NM (2772 km).
1497 NM, dat is 693 keer de Bosbaan op en neer of voor Niki van Sprang: 328 keer hen en weer tussen den Helder en Texel. Naar verwachting komt Jasmine op 20 maart aan in Antigua: ze is dan net geen 100 dagen op zee geweest, in d’r eentje, in een bootje. Ze belt wel elke dag haar moeder, dat dan weer wel.


Jasmine komt uit Thirsk, Yorkshire, een slaperig dorpje tussen de dales en de moors en met als belangrijkste trekpleister het ‘the world of james herriot experience center’, (je hoort ‘t klinken: ‘this puts Thirsk on the international map’). Anderhalf uur van zee, met als enige watertje de Cod Beck… je kunt er verdorie net een kano op kwijt.  Ik moet er wel eens door zijn gekomen toen ik nog in Hull studeerde en in de weekenden een rondje North York Moors National Park fietste. Dat was begin jaren negentig. Jasmine was toen nog niet geboren.

Als je op de site van Jasmine kijkt, lees je een leuk verhaal hoe ze tussen het biertappen en het geven van zweminstructie tot dit besluit kwam. Natuurlijk heeft ze net als de andere ploegen een goed doel dat ze ondersteunt, maar zij wil meer. Ze wil ook een inspiratie zijn voor jongeren, vrouwen om grenzen te verkennen en die te slechten. ‘Ik wil meer jonge mensen, vooral meisjes, inspireren om gewoon iets te proberen. Hoe meer het je bang maakt, hoe meer prestaties je kunt behalen. Als je iets wilt doen, is het NU het moment.
Ik snap nu ook waarom ze het motto van Mark Slats (ze vaart in zijn oude boot) ‘be stronger than your excuse’ gewoon heeft laten staan.

Prachtig verhaal, mooie inspiratie, vast niet het laatste wat we van deze 21-jarige horen. Het zou zo maar kunnen dat we over enige tijd in Thirsk naar het Jasmine Harrison Experience Center kunnen. Al vermoed ik dat zij zelf zo’n bezoek zou ontmoedigen en ons er uit zou bonjouren met de woorden ‘Get out and do something’.
Nog 50 dagen dan is ze over. Ook de laatste is dan de eerste.
PS Aan mijn dochters: Wáág het niet ?  


Sport gaat over verlangen

Door Feike Tibben | 17 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Van een aantal lezers kreeg ik reactie dat mijn stukje van vorige week een tikkie of twee te positief zou zijn. Ik riep toen verenigingen op om als we zometeen als sportclubs weer langzaam open gaan, zich niet alleen te richten op eigen leden, maar gelijk de deuren op te te zetten voor nieuwe sporters, mensen die weer willen gaan bewegen, die de ruimte op het water zoeken.
De essentie van de reacties was ongeveer: 

‘We hebben als verenigingen wel wat anders aan ons hoofd’
‘We zijn al blij als onze leden weer wat sport kunnen bieden.’
‘Ik hoop dat we ons ledenaantal weten vast te houden.’

Natuurlijk was achteraf gezien de timing van het artikel wat ongelukkig, zo net vóór de aankondiging van verlenging van maatregelen, en midden in een golf van de nieuwe virusmutanten die de opluchting van het vaccineren lijkt uit te doven. Maar toch…
Wellicht zullen er leden zijn die opstappen. Dat gebeurt elk jaar en misschien dit jaar nét wat vaker.
Maar aan de andere kant zullen er veel meer mensen zijn die op zoek gaan naar een nieuwe sport, die openstaan voor nieuwe ervaringen, die een sport zoeken die veilig is, die ruimte biedt. Echt waar. Misschien is het nu nog ver weg, maar het gaat gebeuren. Over enkele maanden al.
Juist wij als roeisport kunnen hen nieuwe uitdagingen en nieuwe ruimte bieden.  

Maar er is nóg een reden om energie te steken in het nadenken over nieuwe leden: de vitaliteit van de vereniging zelf. Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik vind het best wel een beetje saai. Bij gebrek aan elkaar zien, bij gebrek aan evenementen raakt er meer leeg dan alleen de agenda.
Zouden we nu niet juist dit jaar niet heel nieuwe dingen kunnen proberen op de verenigingen, andere groepen aanspreken, andere instructievormen zoeken. Niet meer van hetzelfde, maar meer van het andere. Voor de sporters, én voor de verenigingen. Juist daarmee houden we leden binnen, juist daarmee bieden we onze leden nieuwe lol in de sport en juist hierdoor worden we aantrekkelijk voor nieuwe groepen. Er is tijd en er is ruimte voor inspiratie.

Op internet vind je het boek voor de nieuwprijs van 35 euro en ook voor veel minder tweedehands.

Ik schreef hier vorige week dat sportstimuleringsprogramma’s voor niet-leden lonen, óók voor verenigingen. Voor wie het onderzoek dat ik aanhaalde te zware kost vindt en liever hands-on werkt: kijk eens in het grote ideeënboek voor sportclubs: verhalen uit de praktijk van andere verenigingen en uit andere sporten. Je wordt alleen al vrolijk van al die energie, en je wilt gewoon aan de slag.

Sandra Meeuwsen schreef ‘t al in haar ‘kritiek van de sportieve rede’: sport gaat over verlangen.


Sportverenigingen: de kiloknallers van 2021

Door Feike Tibben | 8 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Koninklijk bezoek bij Willem III – links Anneke van Zanen | © Merijn Soeters – www.merijnsoeters.com

‘We zijn in de coronatijd met z’n allen 50.000.000 kilo zwaarder geworden’ wierp NOC*NSF-voorzitter Anneke van Zanen koning Willem-Alexander, medio december op bezoek bij Willem III, voor de voeten, ‘en dat komt doordat we met al die lockdowns te weinig bewegen’. Met een ‘we zitten teveel en bewegen te weinig’, probeerde ze hem oog te laten krijgen voor de keerzijde van de coronamaatregelen.
50 miljoen kilo, en de kerst moest toen nog komen… pff.

Los van de vraag hoe Anneke aan dat monsterlijke getal komt (houdt de sportkoepel dat stiekem bij, hoe dan? wie dan?), die 50.000.000  kilo, dat is bijna 3 kilo per persoon, of 581.395.349 magnum-ijsjes, 10 keer meer dan er jaarlijks verkocht worden. Unilever smult.
Met die 50 miljoen kilo is trouwens wat raars aan de hand. Nog in 2016 werd opgeroepen dat we met z’n allen ditzelfde aantal kilo’s moesten afvallen om van obesitas af te komen. Geen idee of dat gelukt is of dat we nu voor een dubbele uitdaging staan.
50 miljoen is ook het aantal kilo’s rundvlees dat een paar jaar geleden werd teruggeroepen, en precies de hoeveelheid kippenvlees die Oekraïne in 2019 extra mag exporteren.
Gevoelsmatig hebben al deze getallen wat met elkaar te maken.

Maar goed, even terug naar het onderwerp: we hebben komend jaar dus een stuk of 50 miljoen uitdagingen om af te komen van de stilzitkilo’s en Nederland weer in beweging te krijgen. Hier ligt een mooie kans voor onze sport, voor onze verenigingen. Want ja, in 2021 zal de sport  – langzaam – weer open gaan.  En misschien dat verenigingen daarbij de neiging hebben om eerst de focus leggen op de vertrouwde leden, ‘eigen roeiers eerst’. Begrijpelijk. Het is fijn als we weer mogen sporten, het is fijn elkaar weer te zien, maar het zou jammer zijn ons tot eigen leden te beperken. Als geen ander zijn verenigingen in staat om mensen langere tijd te binden en dus écht in beweging te houden.

Linda Ooms heeft onderzocht hoe sportstimuleringsprogramma’s daarbij kunnen helpen. Zo’n sportstimuleringsprogramma is een kort traject waarbij mensen nog niet gelijk lid hoeven te worden en zich moeten voegen naar de mores en sores van een vereniging maar een gericht programma krijgen van een paar weken. Denk aan start2bike, Run 2befit of zo’n drieweeks programma om je klaar te stomen voor een cityswim. Ze geeft zes ingrediënten voor een succesvol programma:

  • Bied een laag instapniveau. 
  • Maak een stapsgewijze opbouw.
  • Zorg voor persoonlijke aandacht van kundige en betrokken trainers. 
  • Sport in groepsverband. Dit geeft sociale steun om te beginnen én om het vol te houden.
  • Bied vervolgactiviteiten. Laat deelnemers na afloop van het sportprogramma bijvoorbeeld doorstromen naar een beginnersgroep.
  • Hanteer lage deelnamekosten. Gebrek aan geld moet geen barrière zijn om mee te doen.

Die zes puntjes zijn natuurlijk appeltje-eitje voor onze 122 verenigingen. Hier ligt een fantastische kans. Veel mensen zullen dit jaar op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden, nieuwe sporten. Veel mensen hebben vorig jaar al de ruimte op het water ontdekt, laten we hen die ruimte geven. Het roeicongres heeft als thema Veerkracht en dat is niet voor niets. Komend jaar veren we weer op. Komend jaar gooien we de deuren open.

2020 was het jaar van Covid.
2021 wordt ‘t jaar van ‘Go Fit’
en sportverenigingen worden de kiloknallers van 2021.


De echte verandering V: dudes & rockers

Een serietje over licht en coastal

Door Feike Tibben | 1 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Dat coastalroeien meer is dan een leuk opstapdingetje voor de junioren of meer is dan een overstapkans voor lichte roeiers, meer is dan de enige mogelijkheid om mixed te roeien, (mixed roeien is natuurlijk helemaal niet aan open water gebakken, het was gewoon makkelijker hiervoor een nieuw nummer te vinden dan een bestaand nummer om te vormen) of een mogelijkheid is oude vrienden te treffen schreef ik al.

Maar het écht nieuwe is natuurlijk de compleet andere roei-omgeving en de andere sfeer.

Want coastal dat is ook strand, zee, ruimte, vrolijkheid. Strand dat is de nieuwjaarsduik, flaneren, zwemmen, surfen, chillen en nu dus ook zeeroeien. Misschien boren we met dat coastal wel een heel nieuwe groep roeiers aan. Dudes die niets moeten hebben van dat hogeschool-roeien op strakke banen. Vrije vogels die zelf hun koers bepalen en het gevecht met de golven willen aangaan en daarna achteloos het strand opkuieren. Wat zou dat leuk zijn. Ik kijk er nu al naar uit dat op ledenbijeenkomsten de jasje-dasjes van de studenten worden afgewisseld met slippers, nonchalant linnen en de onvermijdelijke wave-kettingen van de beach boys & girls. Of nog beter: prijsuitreikingen die groovy worden begeleid door clubzang in jamaica-stijl: ‘me life is only important if me can live/row plenty’. Yeah man.

Maar ja, we blijven natuurlijk niet aan zee: Wie op de harbourraces is geweest in Rotterdam weet dat coastalroeien ook een echte urban sport is. Ideaal voor ruig raggende rockers voor wie de stad niet groot genoeg kan zijn, die meer willen dan 3*3 basketbalboulderen, inline skaten, stuntsteppen, skateboardenslacklinenstreethockey/streetvolley, of panna. Urbanísta’s die een crossover zoeken met trailrunnen, bootcampen of streetbiken. Misschien zelfs coastal inpluggen op het framed festival of plekje vinden in de urbansports coalition.

Joris Bergman van WSR Argo maakte een paar weken geleden de vergelijking op de regiobijeenkomsten: ‘het coastalroeien is als het shorttracken bij schaatsen of bmx-en bij het fietsen. Het is snel, heeft spektakel en spreekt nieuwe groepen aan.’ Die rappe Rijnroeiers uit Wageningen hebben het begrepen. Ze zijn niet de enige: Roeivereniging de Maas schijnt met een idee te spelen om ‘op Zuid’ een heus coastal-initiatief op te zetten en daarmee nieuwe groepen aan te boren. Ik zeg: pak maar door.

De juniorencommissie duikt helemaal in het diepe. Beklaagde ik me een paar weken geleden nog dat er zo weinig geroeid wordt in Zeeland: hoppa: zij organiseren van 7- 10 mei het juniorencoastalkamp op het Veerse Meer. Zeeland, coastal, junioren… zomaar drie kansgebieden gebundeld in één actie. Wat een mooi initiatief om onze roeiende jongeren meer ruimte te geven! Een feestje voor roeiers, dudes en rockers. Nog 18 weken.
(Voor wie niet meer zo jong is: 29 mei zeeroeien ‘op Scheveningen’. Nog 21 weken.)
Let’s rock. Het wordt een mooi, nieuw jaar.

Foto Roei!

De echte verandering IV: met oude vrienden in de kerststal

Een serietje over licht en coastal

Door Feike Tibben | 26 december 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Ik neem jullie mee naar de wortels van onze sport.

Wat misschien maar weinigen weten is dat roeien een van de eerste betaalde sporten was: rond 1660 waren er ongeveer 10.000 veermannen en beroepsroeiers nabij de Theems actief. Die verdienden hun geld niet alleen met loods- en transportwerk: regelmatig waren er wedstrijden, waarbij de aristocratie flink inzette met weddenschappen en de beroepsroeiers met het prijzengeld hun inkomen mooi konden aanvullen (kom daar nu nog eens om). De boten: gewoon dezelfde waar men op andere dagen mee werkte.

Maar ja, er kwamen roeiers die geen bootjes nodig hadden voor het werk. Zij konden hun bootjes smaller maken. De nieuwere boten waren sneller en vergden een andere techniek dan de traditionele boten. Met de komst van de snellere boten, met de riggers, en de rolbankjes kwam er ook een scheiding tussen broodroeiers en amateurroeiers. Exclusiviteit werd een kernwaarde. Er kwamen exclusiverende maatregelen: ballotage, contributieheffingen en kledingvoorschriften. De roeiverenigingen van de universiteiten van Cambridge en Oxford stelden hun vereniging alleen open voor mensen met een bepaalde opleiding of sociale herkomst. Toen de Amateur Rowing Association in 1882 werd opgericht kreeg deze als eerste opdracht om amateurregels te formuleren. Het was een periode van heftige klassentegenstellingen, dus die regels werden scherp: Iedereen “who is or has been by trade or employment for wages, a mechanic, artisan, or labourer, or engaged in any menial duty” werd uitgesloten om lid te worden.

In ons land was het niet veel anders. De Koninklijke Nederlandsche Yachtclub hield midden negentiende eeuw nog roeiwedstrijden volgens het oude Engelse systeem: de boten werden niet bemand door clubleden, maar door betaalde huurlingen. Verenigingen als De Maas en De Hoop gaven soms roeiles aan leerling-matrozen en stuurde hen als verenigingsafvaardiging naar wedstrijden. Geroeid werd er om geld. De matrozen mochten dan een deel van het prijzengeld houden. Vanaf ca 1880 – de grote opkomst van de Engelse sporten op het vasteland – worden in verschillende universiteitssteden eigen roeiclubs opgericht met de Engelse amateurregels en natuurlijk Engelse wedstrijdboten. Arbeiders werden uitgesloten van lidmaatschap.

Gevolg: weddenschappen verdwenen, de geldschieters trokken zich terug, het beroepsroeien dat rond het midden van de 19e eeuw – zeker in Engeland – erg populair was,  verdween al voor de eeuwwisseling van de radar. De werelden van het vlakwaterroeien en het roeien in traditionele boten (of in jargon: dakgootroeien en badkuiproeien) ontwikkelden vanaf dat moment zich in gescheiden werelden: met andere boten, ander water, andere regels, en andere omgangsvormen.    

Het vlakwaterroeien ontwikkelde zich in een klimaat dat verbonden was met het studentenleven. Het roeien in grote werkboten ontwikkelde zich vooral her en der lokaal en op de zeevaartscholen, als verplicht onderdeel van de opleiding. De groei en ontwikkeling van beide sportvormen – inmiddels is 2/3 van de KNRB-roeiers geen student en sloeproeien kan in meer plaatsen worden gedaan dan rolbankroeien – verandert daar niets aan: we roeien in gescheiden werelden.

Maar dan komt daar coastal. Coastal ontpopt zich als nieuwe sport, die ons even logisch als onvermijdelijk verbindt. De vlakwaterroeiers die een verzetje op open water zoeken, de sloeproeiers die eens wat sneller willen varen, stappen, ieder vanuit de eigen sportomgeving, in deze ontwikkeling. Bij de nieuwe coastal initiatieven in Harderwijk, Katwijk en Scheveningen zien we het: vlakwater- en vastebankroeiers treffen elkaar op ledenavonden of in de haven. Bij de deelnemers aan de Talisker Whiskey Atlantic Challenge die nu op zee zijn, zien we het ook: Mark en Kai, de Atlantic Dutchesses en Dutchess of the Sea zijn leden van verschillende verenigingen, vanuit verschillende disciplines. Het zijn sloeproeiers én rolbankroeiers en nu samen in één boot op weg om de oceaan over te steken.

Samen in één boot, als oude vrienden die elkaar weer ontmoeten: ‘waar was je zo lang.’ Toch wel een mooie verbroederingsgedachte op deze 2e kerstdag.

Coastalroeien is eigenlijk een soort kerststal-roeien.
Fijne dagen!


De echte verandering III: een complete sport

Een serietje over licht en coastal

Door Feike Tibben | 19 december 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Onder roeiers maar al te populair: ‘Licht roeien is als basketballen voor kleine mensen’. Oftewel: ‘We kijken er wat ginnegappend naar, maar je moet het niet al te serieus nemen. Het échte roeien is een sport van grote, zware mannen en vrouwen. De rest: Spielerei.’

Natuurlijk zit er een zekere lichtheid in die spot en moeten we dat niet al te serieus nemen. Maar toch… het stoort me toch ook. We zeggen toch ook niet dat Usain Bolt, king of sprint, een marathonloper is zonder uithoudingsvermogen. Of dat Eliud Kipchoge, wereldrecordhouder op de marathon, een lousy atleet is omdat ‘ie maar niet op gang komt. Of dat Roy van de Berg met z’n 75 cm om die reden een betere wielrenner is dan skinny Tadej Pogačar.
De compleetheid van het roeien toont zich in het grote aantal nummers. Skiff, dubbel, quadrupel, octet, boord, scull. (‘Waar kijk ik naar’, vroeg een bekende hockeyster me op de Holland Beker, ‘de heren waren toch net al?’) Behalve het grote aantal nummers is het voor de rest eenheid wat de klok slaat: iedereen vaart de standaard 2000 meter. Allemaal 2000 meter, met als enige verschil het type boot.

Als een schaatstoernooi voor schaatsers die allemaal 1500 m schaatsen: een groep op houtjes, een andere op vaste noren, een derde groep op klapschaatsen, en een vierde keer in een groepje kop-over-kop. Of de atletiek met maar één afstand: een keer voor iedereen op blote voeten, een keer voor mensen met gympen, en één voor trotse vaporfly-eigenaren.
Kijkend naar bijvoorbeeld atletiek, wielrennen en schaatsen in vergelijking tot roeien, dan hebben die andere prestatiesporten een grotere variatie: van sprint tot marathon, van 200 meter met vliegende start tot Tour de France of van 500 meter tot 10 km of 50 rondjes massastart. Dezelfde sport, maar met variëteiten die een ander fysiek vragen. Daar hebben we geen discussie of lang, kort of licht, zwaar: je zoekt het nummer waar je fysiek het best tot z’n recht komt en gaat excelleren.

En ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar het meest interessant vind ik de afstanden waar specialisten uit verschillende disciplines de degens kruisen: de 200 meter waar sprinters en 400 meter-lopers elkaar treffen of de 1000 meter schaatsen waar een snelstartende sprinter stervend vooruit probeert te blijven voor de sluipend naderende 1500 meterspecialist. De Giro met klimmers versus tijdrijders.

Het bruggetje naar het roeien is snel gemaakt: met het coastal roeien voegen we meer toe dan alleen ander water, meer dan alleen een mixed nummer. ‘Als de afstand langer wordt, heb je minder aan lengte en kracht. Dan gaan andere fysiologische variabelen een rol spelen. Als het op uithoudingsvermogen aankomt, zijn kleinere, lichtere mensen in het voordeel’, stelt Hessel Evertse in de Roei! van oktober 2020. Kijk aan!

Met coastalroeien wordt het echte roeien, het gewone roeien uitgebreid. We gaan op weg naar het complete roeien. De lichte roeiers: de klimgeiten van de roeisport. Dansend op de golven.


De echte verandering II: mixed-feelings

Door Feike Tibben | 11 december 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Ken je die mop van die twee die naar <vul  maar in> gingen? Die gingen niet. Zo’n week was het voor de olympiërs: de veranderingen van Parijs 2024, jaren besproken, zorgvuldig voorbereid… ze kwamen er niet. Het IOC nam geen van de 41(!) door de sectorale bonden voorgestelde wijzigingen over, maar veegde ze allemaal van tafel. De reden: kostenbeheersing.

Minder events, minder atleten. Parijs 2024 wordt een beetje Olympics light. Zij we daarmee terug bij af?  Is de vernieuwing voorbij? Zeker niet. Het IOC ziet als focus: reduce cost & complexity, promote sustainability, innovation with a youth focus and gender balance.

Tekst gaat door onder de afbeelding

Gender balance. ‘Makkie’ zul je zeggen, ‘met een ongeveer 50/50-man/vrouw-verdeling in ledenaantallen, met een exacte 50/50-verdeling in sportnummers, scoren we met onze roeisport bijzonder goed. Nog even zorgen dat er vaker een vrouwennummer het slot-event vormt van het toernooi en we zijn klaar met die balance.’

Ik denk niet dat we wegkomen met zulke zelfgenoegzaamheid. Wie goed leest ziet dat IOC ook steeds meer inzet op mixed sporten. In Parijs zijn er al 22 mixed-events, 4 meer dan in Tokio en 4 jaar later in LA zal het aantal weer meer gegroeid zijn. Je mag aannemen dat wij er dan ook bij zijn met het nummer mixed-coastal. De beslissing die voorlag voor Parijs 2024 wordt immers verschoven naar LA 2028.
Mixed-sporten: je ziet het pas als je het doorhebt. Skiën, biathlon, curling, kunstschaatsen, rodelen, en natuurlijk de mixed dubbels in badminton en tennis. Ook het schaatsen kent sinds kort mixed sporten: de mixed gender relay op shorttrack en lange baan.

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, ik zie best wel veel gemixte teams op verenigingen, maar nooit als het om het eggie gaat. Dan vinden we het al heel vernieuwend als er een vrouw een mannenploeg stuurt. Bijzonder dat dat nog zo gesegregeerd is. Het zal iets met traditie of gewoonte zijn. Bij de nieuwere roeivormen wordt er volop gemixt: in het sloeproeien, bij de roeimarathons, en ook dus op coastal wedstrijden.

Bijzonder dat de discussies over coastal roeien in vergelijking met het gewone roeien nooit ingaan op het mixed, terwijl dat toch écht ook een vernieuwing is. Vinden we het al heel gewoon of zien we het als een niche die we maar moeten negeren? Ik hoop het eerste. Het is een mooie ontwikkeling op weg naar gender equality & gender balance.

Meer mixen: prima. En om ‘m helemaal af te maken: laten we ook gelijk de term ‘knuffeldubbel’ overboord gooien voor het mixed roeien. Je snapt wel waarom.. Het is niet voor niets vandaag paarse vrijdag.


De echte verandering 1: het verkeerde rijtje

Door Feike Tibben | 13 november 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Dit najaar heeft FISA aan IOC voorgesteld om met ingang van de spelen van Parijs drie coastalnummers toe te voegen aan het olympische programma ten koste van de twee lichte dubbelnummers. Op maandag 7 december zal de Executive Board van het IOC dit voorstel bespreken.

Meteen stak er een storm van kritiek op: Van lichte roeiers zelf die hun perspectieven zagen verbleken, van Helma Neppérus die toch ook wel lijkt te erkennen dat het lichte roeien niet die mondialisering heeft gebracht die beoogd was. En natuurlijk vanuit de pro-ana beweging die nog een duit in het zakje deed met hun statement dat de beweging ‘de broeders en zusters die dagelijks uit vrije wil het gevecht tegen de weegschaal voeren, altijd te zullen blijven steunen’.

Je mag aannemen dat het advies van FISA was voorgekookt en het IOC dit overneemt: exit olympic lightweights. Komen we daarmee met deze roeiers in het rijtje van olympische losers en wacko’s?  Als je die lijst bekijkt lijkt licht roeien akelig gewoon en acceptabel, want ja, Pelota en lacrosse zijn van de olympische agenda verdwenen, maar die worden tenminste nog gespeeld.

Maar wie weet er nog van die andere verdwenen olympische activiteiten:

Gelukkig zijn we geen demonstratiesport want dat is echt een mix van folklore & extravaganza:

Je gaat bijna olympic darts missen in zo’n rijtje… Cent quatre vingt!

Stockholm 1912

Niet om het coastal-roeien koudwatervrees aan te praten -zeker niet-, maar eh.. die stad Parijs heeft wel een naam hoog te houden als het gaat om sporten die in die stad voor het eerst (en vaak ook voor het laatst) olympisch waren. Wat denk je van:

  • olympisch duivenschieten, met levende duiven!,
  • olympisch touwtrekken,
  • olympisch cricket,
  • olympisch croquet: te weinig toeschouwers, nl één,
  • polo: teveel paarden nodig,
  • hoogspringen uit stand,
  • hoogspringen over paarden: een mens springt óver paardenruggen,
  • verspringen door paarden: een paard springt, mens op z’n rug,
  • onderwaterzwemmen,
  • en ook hier een favoriet: zwemmen met hindernissen, heus gehouden in de Seine. Wij zouden zeggen, zwemmen met keerboei.

Moeten we nou met het lightweight rowing in zo’n rijtje komen.. nou ja zeg. Sterkte komende week.

Komende weken ga ik in op die andere kant van het besluit: coastalkansen