Goede Tijden, Slechte Tijden

Door Feike Tibben | 12 maart 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Aan alles is te merken dat we langzaam, langzaam de lock-up loslaten, de teugels wat laten vieren, al mogen we dat blijkbaar niet zo noemen. Sinds vorige week is Delft tot inkeer gekomen en ook daar mag nu geroeid worden door iedereen U27. Zij waren overigens niet de laatste. Pas deze week ging ook het allerlaatste bolwerk Alkmaar door de knieën. Ook daar mag nu iedereen U27 in ploegjes het water op. Alkmaar… ooit begon daar de victorie.., nu zijn ze ’s lands hekkensluiter. The times, they are a changin’.

Nu voor heel Nederland het roeien U27 van het slot is begint natuurlijk gelijk de roep wie de volgende groep zal worden. Afgelopen weken hadden we als KNRB-bestuur diverse overleggen met voorzitters van verenigingen en daar werd deze roep wel heel duidelijk. Een paar voorzitters hadden een uitgesproken visie. In hun ogen zou iedereen die gevaccineerd is weer moeten mogen varen: ‘na de spuit, in de schuit!’. Andere bleken voorzichtiger en willen pas weer open als het voor iedereen veilig is. Het wensspectrum blijft breed.

In de gesprekken met de voorzitters en ook uit de jaarcijfers van de verenigingen komt duidelijk naar voren hoe anders verenigingen het jaar 2020 overleefd hebben en ook anders ze ook 2021 ingaan. Een flink aantal verenigingen heeft het ledental zien krimpen. Opvallend is daarbij dat er landelijk dubbel zoveel vrouwen hebben opgezegd als mannen. Een verklaring? Volgens Marieke Bal van British Rowing zoeken vrouwen meer gezelligheid en samenzijn op verenigingen. Wellicht is dat een verklaring. Wees eerlijk: In een stil coronajaar is het best lastig een vereniging levend te houden. 

Veel verenigingen hebben de boel op slot gedaan. Geen kantine, geen groepsactiviteiten, geen instructie, borden ‘gesloten’, en ‘verboden toegang’. Tja dan wordt het wel heel stil.

Er zijn het afgelopen jaar echter ook verenigingen gegroeid. Opvallend is dat de groeiverenigingen hiervoor dezelfde oorzaak geven als de krimpverenigingen: het komt door corona!

‘Door corona hebben mensen behoefte aan nieuwe dingen, aan ruimte, aan openheid. Wij geven die: zet ze in een skiff en je kunt aan de slag. Dat levert zo nieuwe leden op.’

Roeivereniging De Kogge spant bij mij de kroon. Zo’n vereniging die ineens opvalt. Ik zag ze afgelopen jaar al opvallend actief deelnemen aan onze KNRB-webinars. Er ging  er bijna geen voorbij of een Kogger schoof weer aan (‘hé leuk, daar zijn jullie weer’). Nu is zo’n webinar-deelname niet de maat der dingen, maar dit bleek slechts het topje van activiteiten, want dan zie je even later een stukje in de krant dat ze met steun van Univé drijvers voor skiffs hebben gekocht (‘zo kunnen we tenminste doorgaan met instructie),  pakken ze de vaardigheidsproeven actief op, komen ze op een filmpje met het mooiste roeiwater. En dan zie je ook dat zulke activiteiten beloond worden. En hoe: Ze groeien in het afgelopen coronajaar met tientallen procenten! Daar gebeuren leuke dingen in Medemblik.

Deze verenigingen zien ruimte, zien noodzaak om activiteiten te ondernemen. Niet door regels aan hun laars te lappen, maar door creativiteit en activiteit, door de vereniging op sleeptouw te nemen, ruimte te geven. RV De Waal heeft bijvoorbeeld Edon-skiffs geleend van De Goudse om onervaren roeiers toch instructie te kunnen geven zonder risico op omslaan. Andere verenigingen hebben boten zo omgeriggerd dat met voldoende afstand toch geroeid kan worden. Roeivereniging TOR uit Tilburg hield haar gewoonte om met het woord TOR te spelen warm door in het carnavalsweekend een TOR-tilla-wedstrijd te houden. Weer andere verenigingen wandelen, fietsen, zwemmen, borrelen of hebben digitale indoorsessies en houden zo het verenigingsleven wakker en levend. 

Het lijkt er op dat verenigingen die actief zijn, die het verenigingsleven levend houden, die beseffen dat een sportvereniging natuurlijk meer is dan een botenuitleenbedrijf succesvoller zijn in het vasthouden van leden en in slechte tijden zelfs weten te groeien. Aan de andere, meer behoedzame verenigingsbestuurders zou ik willen zeggen: laat sporters niet alleen, bied activiteiten en middelen en toon je als club actief om leden te verenigen, wees NU actief om nieuwe sporters kansen te bieden, er is ruimte zat. Roeiers snakken.


Gezicht op Delft – De factor R (reprise)

Door Feike Tibben | 5 maart 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


4 maart 2021 AD. Heel Nederland (onder 27) mag weer samen roeien. Heel Nederland? Nee. Terwijl omliggende plaatsen jongeren volop ruimte geven blijft een kleine nederzetting moedig weerstand bieden…
Vorig jaar meenden de gemeente Nijmegen en ook de Veiligheidsregio Drenthe dat roeiers uit die regio (Phocas, de Waal, de Compagnie, ARC) niet zouden mogen rekenen op de sportversoepelingen die toen aan de orde waren omdat de roeiers niet zouden sporten op een vaste plek, er geen toezicht mogelijk zou zijn, er kans zou zijn op niet beheersbaar contact met anderen. Dat voornemen is toen niet in het nieuws gekomen; de regiobestuurders kwamen al snel tot het inzicht dat er maar weinig klopte van hun redenering en er mocht alsnog geroeid worden. Hoera.

Helaas heeft dat betere inzicht van de bestuurders uit Nijmegen en Assen niet te bestuurders van Eindhoven en Delft bereikt. Deze week waren zij het die meenden dat de Rijksregel dat ‘mensen tot en met 26 jaar mogen vanaf 3 maart met meer dan twee personen samen buiten sporten op sportaccommodaties’ niet zou gelden voor roeien omdat geen sprake zou zijn van sporten op een sportaccommodatie… pff.
Inmiddels is Eindhoven al gedraaid en gelukkig tot de slotsom gekomen ‘dat het water/roeiparcours in dit geval als verlengde van de sportaccommodatie kan worden beschouwd. De toegang tot het water/roeiparcours in de praktijk beperkt is tot de leden van de roeiverenigingen. Er vindt op het water geen vermenging met andere vervoersstromen plaats, waardoor de situatie beheersbaar blijft.’

Delft persisteert… vooralsnog.

Al eerder heb ik op dit platform aangegeven hoe belangrijk het is dat we als roeiers opkomen voor de belangen van ons roeiwater en dat water beschermen. In de factor R ging het over Rotterdam dat een brug wil aanleggen over de Rotte. Dergelijke voorbeelden zien we vaker: gemeenten die waterbelangen over het hoofd zien bij ambitieuze plannenmakerij. Deze week nog moesten we als bond een stevige brief sturen aan de gemeente Lisse, die de roeiers van roeivereniging Iris letterlijk klem dreigt te zetten.

Het verbaast me dat de roeisport – niet alleen de bond, ook de verenigingen – tot voor kort zo weinig heeft gedaan om hun waterbelangen zeker te stellen. Echt vreemd.
Want ons belang als roeiers is groot. We zijn op ons thuiswater aangewezen en kunnen niet zomaar verplaatsen. We kunnen niet zomaar, zoals een hardloper of fietser zomaar even op stap om ergens anders te roeien. Dat kan niet met een acht of een vier, en zelfs niet met een skiff. Ons belang is groot, maar de opgave best overzichtelijk: Wij zijn met onze 123 verenigingen gebonden aan zo’n 100 stukken thuiswater, veel meer zal het niet zijn.

Een klein begin is er: in het handboek roeiaccommodaties (what’s in a name!) zijn normen opgenomen voor roeiwater. En de roeiwaterenkaart die we als roeibond een maand geleden hebben gepresenteerd laat exact zien wat onze roeiaccommodaties zijn. Best wel een overzichtelijk landkaartje: Hier wordt geroeid!

Vorig jaar heeft Rijkswaterstaat de roeinormen overgenomen in haar Richtlijnen Vaarwegen 2020. Die richtlijnen gelden voor alle waterbeheerders, dus ook voor waterschappen, gemeenten en provincies. Met die richtlijnen in de hand kunnen we als roeisport een stevig geluid laten horen aan partijen met al te druistige plannen.

De coronaroerselen van afgelopen week laten zien dat dat niet genoeg is. We moeten voor elkaar zien te krijgen dat roeiwater status krijgt zodat de binding tussen thuiswater en roeivereniging vastligt De roeiwaterenkaart en de richtlijnen Rijkswaterstaat zijn nog maar een begin.

Het vastleggen van locaties en status zou een logische volgende stap zijn. Dan is de binding tussen vereniging en water sluitend: Kijk, dít is onze roeiaccommodatie! Dan kunnen we onze accommodaties beschermen en kunnen we Delftse perikelen voor eens en altijd achter ons laten.

Dat onze roeiwaterenkaart al in look and feel aansluit bij de kaart waarop vaarwegen mét status staan? Niet helemaal voor niets.
Dit moet gewoon gaan lukken. Allemaal duwen!
Daar hebben die Delftenaren vandaag nog helemaal niets aan. Tegen gemeente Delft zou ik willen zeggen: geef de ruimte. We roeien als roeiers met alleen leden, vanaf een vaste accommodatie, vanaf het eigen vlot en op een vast stuk water: dat is onze roei-accommodatie.

Kom op Delft: zo wil je toch niet in het nieuws. Iedereen kijkt jullie aan. Deze beeldvorming, dat is toch geen gezicht?


Buiten is beter dan binnen, georganiseerd beter dan ongeorganiseerd

Door Feike Tibben | 27 februari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Wat een – toch nog onverwacht – feest deze week, het besluit van het kabinet om jongeren tot 27 binnen 1,5 meter te laten sporten. Nog geen wedstrijden maar wel fijn samen trainen in dubbels, vieren en achten.. Heerlijk.
Wat.Een.Feest. Het voorjaarzonnetje lokt en lonkt.

Het regeringsbesluit laat ook maar weer zien hoe goed we als roeiers in beeld zijn bij beslissers: hoewel er ook in onze sport nog mensen mopperen omdat ze letterlijk buiten de boot vallen zal het rijk niet voor niets ónze sport hebben gekozen toen een logische leeftijdsgrens moest worden bepaald. Een goede keuze die 27, onze leeftijdsgrens tussen senior en master / veteraan. Was wielrennen leidend geweest dan zou 30 jaar de grens zijn, atletiek had een leeftijd van 35 opgeleverd en bij schaatsen iedereen tot 40, terwijl golf de veteranengrens pas bereikt bij de leeftijd van 50… maar ja of bij dat soort leeftijden het besluit om te gaan sporten zou zijn genomen. We zullen het niet weten, maar hé: deze is binnen.

Dat mocht ook wel, we worden als sport ernstig beperkt door die verhipte 15(!) centimeter die we tekort komen om de verplichte 1,50 meter afstand tot elkaar te houden en de onmogelijkheid om aan de afstand van bankje tot bankje te doen.

Zo’n verruimingsbesluit zet wel aan het denken: what’s next? Komt er meer ruimte voor sport en zo ja welke sport en als die ruimte er komt: eerst wedstrijden voor de groepen die nu mogen of een verdere leeftijdverruiming?

Volkskrant, 27 februari 2021

Eerst maar die eerste vraag: komt er meer ruimte voor sport en zo ja voor welke sport. Het antwoord kregen we vanmorgen van Paul Depla, burgervader van Breda en fervent voetballiefhebber op een presenteerblaadje: Hij stelt klip en klaar in moderne burgemeesterstaal: “Buiten is beter dan binnen, georganiseerd beter dan ongeorganiseerd.” Ik vertaal het als: buitensport vóór binnensport, en voorkeur voor georganiseerde sport.
Wéér zitten we dan goed. Als er één sport de ruimte heeft en de ruimte zoekt zijn wij watersporters dat. Als er één sport georganiseerd is (de discipline bij het uitbrengen van een acht, need I say more) dan zijn roeiers dat!
Paul, bedankt voor deze steun! Misschien dat de roeiers uit Breda deze dank willen overbrengen.

Dan de volgende: eerst wedstrijden voor de groepen die nu mogen, of eerst een verdere leeftijdverruiming?
Als ik zo eens mijn oor te luisteren leg, lijkt er een brede voorkeur voor de laatste. Eerst grotere groepen ruimte geven. Het houden van wedstrijden zou leiden tot te veel verplaatsingen, misschien zelfs gejuich (weet u het nog: ‘schreeuwen is niet toegestaan’) of nog erger: verbroedering. Ieuw, je moet er niet inderdaad aan denken.

Wat zou dat fijn zijn als we weer met meer. Ik snak naar ruimte voor nabijheid. Het komt er aan. De deur is wéér een eindje open, nu voor iedereen tot 27 jaar. Kijk aan, de zon schijnt al weer een beetje meer.

Psst..Trouwens geen wedstrijden mogelijk? Wat let je om vanaf volgende week net als de junioren virtuele wedstrijden te houden? Easy: Uitdagers kiezen. Afstandje kiezen. Afstand 2x varen (windje mee windje tegen). Tijden doorgeven. Virtueel huldigen. Biertje.
Zonder Fieldlabbesluit, zonder organisatie, zonder verplaatsing, zonder besmetting. De junioren praten je bij.

Junioren van Hemus afgelopen weekend tijdens een virtuele onderlinge strijd | Foto Karel van Wijk

Argumenten te over om met juniorenroeien aan de gang te gaan

Door Feike Tibben | 20 februari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Toen ik een paar jaar geleden als nieuweling toetrad tot het bestuur van de roeibond heb ik in de eerste maanden me, naast allerlei kennismakingen, vooral verdiept in getallen: hoe staan we ervoor, hoeveel roeiers hebben we, hoe lang blijven die lid, in welke takken van roeisport is iedereen actief, hoe is de leeftijdopbouw etc.

Een van de onthutsende zaken die naar voren kwam uit die verdieping is de neergang van het juniorenroeien, een daling van ruim 20 % junioren in 1978 naar 7% van de roeipopulatie veertig jaar later. Het grafiekje is inmiddels bekend. Die daling in percentage is voor een deel te schuiven op de sterke groei van het aantal seniore roeiers. Helaas is dat niet het hele verhaal: het absolute aantal juniorenroeiers daalt ook. Al met al dreigen we een ouwelullensport te worden.

Het vervolg is bekend: de breedtesportvisie, een brief van 50 ondertekenaars  die de KNRB manen om meer werk te maken van de juniorenaanpak, de instelling van een zwaar bezette juniorencommissie, de start van een juniorencompetitie, een actie richting scholen, filmpjes en webinars om instructeurs voeding te geven. Dat moet goed gaan zou je zeggen.
Helaas is de werkelijkheid weerbarstiger. De cijfers over 2020 laten zien dat de daling nog steeds niet is gestuit. Sterker. Het afgelopen was deze sterker dan ervoor: 1 op de twintig roeiers (5%) is maar junior, het absolute aantal is gezakt tot onder de 2000.. in heel Nederland. Een all time low.
Hoewel er inmiddels de nodige aandacht is voor het junioren roeien, hoor ik toch ook nog steeds bezwarende argumenten:


‘Junioren zijn zo weer weg’

Junioren zijn gemiddeld(!) 3 jaar lid. Dat is meer dan menig studentenlid, om mee te beginnen. Maar belangrijker: ze zijn wel even weg, maar ze komen terug! Meer dan roeiers die als student zijn begonnen vinden ze de weg terug naar de algemene vereniging. Dat zie je niet alleen bij ons, ook bij onze buren. Marieke Bal van British Rowing: “Als men op jonge leeftijd begint met roeien is de kans groter dat ze later terug komen. Het zijn vooral de skills en het vertrouwen op het water die ervoor zorgen dat ze later terugkomen.” Investeren in junioren is dus vooral een renderende investering in senioren.

‘Wij leiden op en een ander gaat met de eer strijken’ (het ajax-syndroom)
Niet sippen: leer van SV Bedum en Arjan Robben, ‘Zeg je Robben, dan zeg je Bedum’, dat zijn de citaten. Sporters: Koester je verleden, laat je zien, wees de inspiratie. Het kan, ook bij roeien. Kijk eens hoe met open mond de junioren van Hemus aan de lippen hangen van Maarten Hurkmans op zijn masterclass: die  pubers blijven nog wel even roeien. 

‘Junioren kosten handenvol begeleiding’
Jazeker en zo bezorgen ze heel veel ouderen veel plezier. Uit de webinar Samenwerking studenten en algemene verenigingen op het roeicongres kwam het belang dat studentenverenigingen hebben bij junioren die al kunnen roeien. Algemene verenigingen op hun beurt zijn gebaat bij studenten die tijd en skills hebben om junioren op te vangen. Mooie voorbeelden, zoals het bètaroeien bij Thêta. Juniorenroeien levert dus juist veel begeleiders op.

Junioren hebben geen ambitie meer. ‘in mijn tijd…’
Driekwart van de jongeren komt voor het plezier, de gezelligheid en de vriendschappen op een sport. Da’s bij onze sport niet anders. Deze week stond er een leuk stukje op roeien.nl van onze voorzitter over zijn begintijd bij RV Naarden: ‘ik begon met jeugdinstructie, daarna met ladderwedstrijdjes tussen piketten door varen en estafettes; gewoon veel plezier dus. Ik sleet hele weekenden op de vereniging met mijn vrienden, pielen in de skiff en de dubbeltwee. Het was voor ons gewoon de sport je riemen te wisselen, op je hoofd te gaan staan in een skiff en dat soort dingen. Ik ben daarbij vaak te water gegaan.’
Plezier, klooien, het hoort er ook nu gewoon bij. Prestaties en ambities komen echt wel als je daar ruimte en gelegenheid voor biedt, maar altijd vanuit plezier.

‘We hebben niet genoeg boten’ of ‘ze pikken onze boten in’ (echt gehoord)
Echt waar? Die  paar junioren? Kom nou. Nait aimeln. Beetje creatief zijn. Verdeel de groep, roei op andere uren, zet andere boten in.

‘Er zijn niet genoeg activiteiten voor junioren’
Ik zou zeggen, integendeel: Bijna elke regio heeft een juniorencompetitie waar het hele jaar door wedstrijden zijn. Dan zijn er ook nog jeugdkampen bij studentenverenigingen, een juniorencoastalkamp, de DIYR speciaal voor junioren. Wees eerlijk: juist nu is er ruimte voor junioren.
Argumenten te over om juist wél en vooral heel hard en met heel veel plezier met juniorenroeien aan de gang te gaan.

Geen argumenten meer? Vooruit nog ééntje dan: Met veel junioren worden we gewoon een nog leukere sport met nog leukere verenigingen. Of zoals onze bondsvoorzitter het stelt op roeien.nl: ‘Een juniorensectie op je vereniging is een verrijking voor de hele vereniging. Jongeren die zich ontwikkelen; dat stimuleert en daar leert iedereen van.’

Foto’s Karel van Wijk

Schaatsen!

Door Feike Tibben | 5 februari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Wat word ik afgestraft. Vorige week schreef ik wat snoevend hoe de schaatsers lijden onder het veranderende klimaat en dat roeien het nieuwe schaatsen wordt. Bam. Een week later staan we aan de vooravond van 20 cm sneeuw en een heuse -10oC. Dat schaatsvolk, daar moet je niet mee spotten!
Dat wordt dus glijden in de achtertuin de komende dagen. Heerlijk.

Voor wie de kou niets vindt: heel andere beelden vandaag van de derde Nederlandse ploeg de Dutchess of the Sea die vanmorgen vroeg, bij een heerlijke 26oC in Antigua aankwamen ze na 54 dagen, 20 uur en 12 minuten op zee. Alle Nederlanders zijn nu binnen. We hebben deze editie als roeivolk wel wat neergezet: the dominating Dutch. Niet alleen op het afgelopen EK, maar ook crossing the Atlantic.

Ik weet niet hoe het jullie verging maar mijn roeiweek stond deze hele week in het teken van het digitale roeicongres: alle avonden één of twee webinars. ‘Alweer roeien’ was de klacht als ik ’s avonds aansloot bij het zoveelste webinar. ‘ja weer’. Wat een goede opkomst op dat congres. De digitale beperkingen leiden zeker niet tot minder deelname.
En een leuke inhoud: Jan Janssens die ons uitdaagde om de sport veel professioneler en klantgerichter te benaderen, een avond over inclusiviteit met heel veel jongeren.

Een mooie bijeenkomst met en over jeugdbesturen. Ik had ‘t geluk dat ik in de breakoutroom met de juniorenbesturen zelf mocht aanschuiven. Wat een energie en creativiteit daar, binnen en tussen de verschillende verenigingen. Ik weet niet hoeveel verenigingen junioren zelf hun gang laten gaan, maar ik zou zeggen: laat ze gewoon schuiven. Geef jongeren wat budget en vooral ruimte: Dat komt helemaal goed. Dat bleek ook de woensdagavond toen we het hadden over samenwerking tussen studenten- en algemene verenigingen. Mooi dat dezelfde avond al de eerste lijntjes werden gelegd en studenten ingezet gaan worden om de instructie van nieuwe leden op een aantal algemene verenigingen te ondersteunen. Kijk, dat is dan weer in de pocket.

Zaterdag 6 februari nog twee webinars. Eentje over de richtlijn zichtbaarheid: hoe zichtbaar moet je zijn als roeier op het water. De commissie veiligheid heeft zich daarover gebogen en presenteert haar advies. Benieuwd hoe dat valt.
En als uitswinger de presentatie van de digitale roeikaart van Nederland, een mooie tool voor roeiers om te zien waar je overal kunt roeien en voor verenigingsbestuurder makkelijk kunt opkomen voor de belangen van je vereniging. Roeien letterlijk op de kaart. Heb je je nog niet ingeschreven, doe het dan even snel. Er is nog plek. Voor wie niet kan: kijkt het digitaal en anders nog 358 nachtjes slapen.

Voor mij? Na morgen… even geen geroei, maar op de schaats, nog drie nachtjes slapen, kanniewachten…


Ice, ice baby #roeienishetnieuweschaatsen

Door Feike Tibben | 29 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


‘Krijgen we een Elfstedentocht?’ met die vraag opende op Eva Jinek twee weken geleden het gesprek met een dooi-ontkenner , een fryske tradysje-hooghouder en een weeromroeper. ‘Krijgen we een Elfstedentocht?’.
Ze was niet de enige met een verlangen naar echte winters. In mijn eigen Opregte Steenwijker Courant (‘uw venster op de wereld’) werd deze week teruggeblikt naar de laatste Dorpentocht en de HollandVenetiëtocht, ‘dwars door Giethoorn’ in 2013.
Zowel bij Jinek als in mijn eigen OSC droop de melancholie ervanaf. Nu al 24 jaar geleden (de ‘alve’) of 8 jaar geleden. En hoewel de dooi-ontkenner zijn uiterste best deed om vooral klimaatkansjes te zien, gaf de weeromroeper geen krimp: de kans op een Elfstedentocht zou nu gemiddeld 1 in de 20 jaar (met een 95%-betrouwbaarheidsinterval van eens in de zeven tot eens in de 64! Jaar) zijn maar neemt de komende jaren sterk af. De kans dat het gedurende 15 dagen in de Bilt gemiddeld onder de −4,2ºC is geweest – graadmeter voor een Elfstedentocht – wordt steeds kleiner. ‘Na 2050 is er nog eens kans van misschien één op vijftig’ stelde de weeromroeper resoluut. De dooi-ontkenner werd zichtbaar moedeloos.

Iets dichter bij huis dan die mega-tochten was natuurlijk het nieuws deze week dat al die schaatsverenigingen om de hoek het steeds lastiger hebben. Als roeiers piepen we als we door de corona één jaar moeten skiffen in plaats van ploegroeien. Die ijsverenigingen hebben last van die grotere crisis, die van het klimaat. Ze hebben nu al vier jaar niet open kunnen gaan en trend is niet in hun voordeel.
Ik weet niet hoe het u vergaat maar ik heb een groot zwak voor dat schaatswereldje, een soort slapende folklore-reus die wakker wordt bij het vooruitzicht op een paar dagen vorst. Het maakt mij bijna niet uit in welke tijd van het jaar ik bij zo’n ijsbaan ben, maar je voelt de nostalgie, de romantiek, het gezellige, met z’n allen op het ijs. Het hele dorp, de hele stad, één.

Mooie namen: ‘Voorwaarts Delgauw’, ‘Nooitgedacht’ ‘Eensgezindheid’ of gewoon ‘IJsvereniging Bargeroosterveen’. De locaties passen naadloos op dat beeld: Deze week nog, wandelend door het uitgestrekte Fochteloërveen liep ik zomaar midden in het bos aan tegen IJsvereniging de Kweek uit Veenhuizen.Moeilijk vindbaar? Helemaal niet. Dit zegt hun eigen site: ‘De ijsbaan is gelegen in het bos. De toegangsweg is via het witte bruggetje over het kanaal ter hoogte van de kruising van de Hoofdweg en de Kerklaan.’ Alleen al van zo’n routebeschrijving word ik vrolijk.
Misschien zijn we nog net op tijd om Mark van Wonderen (schrijver van chin.ind.spec.rest een beeldboek te laten maken van al die locaties. Wel een beetje opschieten graag.

Terwijl sommige ijsverenigingen onder die ontwikkelingen kopje onder gaan, zoeken andere nieuwe alternatieven onder het mom ‘van alleen schaatsen ga je het niet reden’ Ze gaan skeeleren, wandelen, klaverjassen. Als ze toch zoeken: kunnen wij ze misschien een handje geven?
Zouden we als roeiverenigingen niet allemaal één dag één ijsbaan kunnen adopteren, zullen we allemaal eens gaan roeien op de ijsbaan. Roeien op de ijsbaan, ja. Een gek idee? Nee hoor. Roeivereniging de IJssel heeft het gedaan. Laagdrempelig, toegankelijk, kennismaken, wedstrijdjes 100m

Goed voor de ijsvereniging, goed voor de roeisport. Doen? We kunnen wel wat gekkigheid gebruiken. #rihns

Vier foto’s van Freddy Schinkel en één van Richard Tennekes:

RoeiverenigingDeIJsselbijVZODFotoFreddySchinkel1
RoeiverenigingDeIJsselbijVZODFotoFreddySchinkel2
RoeiverenigingDeIJsselbijVZODFotoFreddySchinkel3
RoeiverenigingDeIJsselbijVZODFotoFreddySchinkel4
RoeiverenigingDeIJsselbijVZODFotoRichardTennekes5
previous arrowprevious arrow
next arrownext arrow
Shadow

De laatste, de eerste…

Door Feike Tibben | 22 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


De Talisker Whiskey Atlantic Challenge zit in z’n eindspurt. De eerste boten zijn binnen, met natuurlijk een fantastisch record van Mark en Kai, the fastest double crossing the atlantic. Niet de snelste transatlantische roeiploeg ooit, dat was Mark in z’n eentje een paar jaar geleden, maar hé: wat een prestatie.
De tweede nationale trots de ‘queen of hearts’ van de Fries/Zeeuwse vrouwenploeg ‘The Atlantic Duchesses’ ligt ruim op kop in het vrouwenveld en komt volgens de leaderboard op taliskerwiskeyatlanticchallenge.com over een paar dagen, op 25 januari om 4.35, aan (live te volgen). Weer oranjeboven die de wereldzee bedwingt.
Het derde Nederlandse team, de Gelders/Overijsselse combi ‘Dutchess of the sea’ mag nog iets langer genieten. Voor hen eindigt de oversteek op 10 februari. Da’s toch al bijna vier weken achter de eerste ploeg. Man, wat ligt zo’n veld uit elkaar.

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar haast vanzelf ga ik in zo’n race wat naar achteren kijken, want wat gebeurt daar. Daar zitten ze verhalen. De laatste in de race is Jasmine ‘Rudderly mad’ Harrison. Dat is ze steevast en ik vermoed dat ze die rode lantaarn vasthoudt. Op het moment dat ik dit schrijf zit ze echt midden op de oceaan en moet ze nog 1497 NM (2772 km).
1497 NM, dat is 693 keer de Bosbaan op en neer of voor Niki van Sprang: 328 keer hen en weer tussen den Helder en Texel. Naar verwachting komt Jasmine op 20 maart aan in Antigua: ze is dan net geen 100 dagen op zee geweest, in d’r eentje, in een bootje. Ze belt wel elke dag haar moeder, dat dan weer wel.


Jasmine komt uit Thirsk, Yorkshire, een slaperig dorpje tussen de dales en de moors en met als belangrijkste trekpleister het ‘the world of james herriot experience center’, (je hoort ‘t klinken: ‘this puts Thirsk on the international map’). Anderhalf uur van zee, met als enige watertje de Cod Beck… je kunt er verdorie net een kano op kwijt.  Ik moet er wel eens door zijn gekomen toen ik nog in Hull studeerde en in de weekenden een rondje North York Moors National Park fietste. Dat was begin jaren negentig. Jasmine was toen nog niet geboren.

Als je op de site van Jasmine kijkt, lees je een leuk verhaal hoe ze tussen het biertappen en het geven van zweminstructie tot dit besluit kwam. Natuurlijk heeft ze net als de andere ploegen een goed doel dat ze ondersteunt, maar zij wil meer. Ze wil ook een inspiratie zijn voor jongeren, vrouwen om grenzen te verkennen en die te slechten. ‘Ik wil meer jonge mensen, vooral meisjes, inspireren om gewoon iets te proberen. Hoe meer het je bang maakt, hoe meer prestaties je kunt behalen. Als je iets wilt doen, is het NU het moment.
Ik snap nu ook waarom ze het motto van Mark Slats (ze vaart in zijn oude boot) ‘be stronger than your excuse’ gewoon heeft laten staan.

Prachtig verhaal, mooie inspiratie, vast niet het laatste wat we van deze 21-jarige horen. Het zou zo maar kunnen dat we over enige tijd in Thirsk naar het Jasmine Harrison Experience Center kunnen. Al vermoed ik dat zij zelf zo’n bezoek zou ontmoedigen en ons er uit zou bonjouren met de woorden ‘Get out and do something’.
Nog 50 dagen dan is ze over. Ook de laatste is dan de eerste.
PS Aan mijn dochters: Wáág het niet ?  


Sport gaat over verlangen

Door Feike Tibben | 17 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Van een aantal lezers kreeg ik reactie dat mijn stukje van vorige week een tikkie of twee te positief zou zijn. Ik riep toen verenigingen op om als we zometeen als sportclubs weer langzaam open gaan, zich niet alleen te richten op eigen leden, maar gelijk de deuren op te te zetten voor nieuwe sporters, mensen die weer willen gaan bewegen, die de ruimte op het water zoeken.
De essentie van de reacties was ongeveer: 

‘We hebben als verenigingen wel wat anders aan ons hoofd’
‘We zijn al blij als onze leden weer wat sport kunnen bieden.’
‘Ik hoop dat we ons ledenaantal weten vast te houden.’

Natuurlijk was achteraf gezien de timing van het artikel wat ongelukkig, zo net vóór de aankondiging van verlenging van maatregelen, en midden in een golf van de nieuwe virusmutanten die de opluchting van het vaccineren lijkt uit te doven. Maar toch…
Wellicht zullen er leden zijn die opstappen. Dat gebeurt elk jaar en misschien dit jaar nét wat vaker.
Maar aan de andere kant zullen er veel meer mensen zijn die op zoek gaan naar een nieuwe sport, die openstaan voor nieuwe ervaringen, die een sport zoeken die veilig is, die ruimte biedt. Echt waar. Misschien is het nu nog ver weg, maar het gaat gebeuren. Over enkele maanden al.
Juist wij als roeisport kunnen hen nieuwe uitdagingen en nieuwe ruimte bieden.  

Maar er is nóg een reden om energie te steken in het nadenken over nieuwe leden: de vitaliteit van de vereniging zelf. Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik vind het best wel een beetje saai. Bij gebrek aan elkaar zien, bij gebrek aan evenementen raakt er meer leeg dan alleen de agenda.
Zouden we nu niet juist dit jaar niet heel nieuwe dingen kunnen proberen op de verenigingen, andere groepen aanspreken, andere instructievormen zoeken. Niet meer van hetzelfde, maar meer van het andere. Voor de sporters, én voor de verenigingen. Juist daarmee houden we leden binnen, juist daarmee bieden we onze leden nieuwe lol in de sport en juist hierdoor worden we aantrekkelijk voor nieuwe groepen. Er is tijd en er is ruimte voor inspiratie.

Op internet vind je het boek voor de nieuwprijs van 35 euro en ook voor veel minder tweedehands.

Ik schreef hier vorige week dat sportstimuleringsprogramma’s voor niet-leden lonen, óók voor verenigingen. Voor wie het onderzoek dat ik aanhaalde te zware kost vindt en liever hands-on werkt: kijk eens in het grote ideeënboek voor sportclubs: verhalen uit de praktijk van andere verenigingen en uit andere sporten. Je wordt alleen al vrolijk van al die energie, en je wilt gewoon aan de slag.

Sandra Meeuwsen schreef ‘t al in haar ‘kritiek van de sportieve rede’: sport gaat over verlangen.


Sportverenigingen: de kiloknallers van 2021

Door Feike Tibben | 8 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Koninklijk bezoek bij Willem III – links Anneke van Zanen | © Merijn Soeters – www.merijnsoeters.com

‘We zijn in de coronatijd met z’n allen 50.000.000 kilo zwaarder geworden’ wierp NOC*NSF-voorzitter Anneke van Zanen koning Willem-Alexander, medio december op bezoek bij Willem III, voor de voeten, ‘en dat komt doordat we met al die lockdowns te weinig bewegen’. Met een ‘we zitten teveel en bewegen te weinig’, probeerde ze hem oog te laten krijgen voor de keerzijde van de coronamaatregelen.
50 miljoen kilo, en de kerst moest toen nog komen… pff.

Los van de vraag hoe Anneke aan dat monsterlijke getal komt (houdt de sportkoepel dat stiekem bij, hoe dan? wie dan?), die 50.000.000  kilo, dat is bijna 3 kilo per persoon, of 581.395.349 magnum-ijsjes, 10 keer meer dan er jaarlijks verkocht worden. Unilever smult.
Met die 50 miljoen kilo is trouwens wat raars aan de hand. Nog in 2016 werd opgeroepen dat we met z’n allen ditzelfde aantal kilo’s moesten afvallen om van obesitas af te komen. Geen idee of dat gelukt is of dat we nu voor een dubbele uitdaging staan.
50 miljoen is ook het aantal kilo’s rundvlees dat een paar jaar geleden werd teruggeroepen, en precies de hoeveelheid kippenvlees die Oekraïne in 2019 extra mag exporteren.
Gevoelsmatig hebben al deze getallen wat met elkaar te maken.

Maar goed, even terug naar het onderwerp: we hebben komend jaar dus een stuk of 50 miljoen uitdagingen om af te komen van de stilzitkilo’s en Nederland weer in beweging te krijgen. Hier ligt een mooie kans voor onze sport, voor onze verenigingen. Want ja, in 2021 zal de sport  – langzaam – weer open gaan.  En misschien dat verenigingen daarbij de neiging hebben om eerst de focus leggen op de vertrouwde leden, ‘eigen roeiers eerst’. Begrijpelijk. Het is fijn als we weer mogen sporten, het is fijn elkaar weer te zien, maar het zou jammer zijn ons tot eigen leden te beperken. Als geen ander zijn verenigingen in staat om mensen langere tijd te binden en dus écht in beweging te houden.

Linda Ooms heeft onderzocht hoe sportstimuleringsprogramma’s daarbij kunnen helpen. Zo’n sportstimuleringsprogramma is een kort traject waarbij mensen nog niet gelijk lid hoeven te worden en zich moeten voegen naar de mores en sores van een vereniging maar een gericht programma krijgen van een paar weken. Denk aan start2bike, Run 2befit of zo’n drieweeks programma om je klaar te stomen voor een cityswim. Ze geeft zes ingrediënten voor een succesvol programma:

  • Bied een laag instapniveau. 
  • Maak een stapsgewijze opbouw.
  • Zorg voor persoonlijke aandacht van kundige en betrokken trainers. 
  • Sport in groepsverband. Dit geeft sociale steun om te beginnen én om het vol te houden.
  • Bied vervolgactiviteiten. Laat deelnemers na afloop van het sportprogramma bijvoorbeeld doorstromen naar een beginnersgroep.
  • Hanteer lage deelnamekosten. Gebrek aan geld moet geen barrière zijn om mee te doen.

Die zes puntjes zijn natuurlijk appeltje-eitje voor onze 122 verenigingen. Hier ligt een fantastische kans. Veel mensen zullen dit jaar op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden, nieuwe sporten. Veel mensen hebben vorig jaar al de ruimte op het water ontdekt, laten we hen die ruimte geven. Het roeicongres heeft als thema Veerkracht en dat is niet voor niets. Komend jaar veren we weer op. Komend jaar gooien we de deuren open.

2020 was het jaar van Covid.
2021 wordt ‘t jaar van ‘Go Fit’
en sportverenigingen worden de kiloknallers van 2021.


De echte verandering V: dudes & rockers

Een serietje over licht en coastal

Door Feike Tibben | 1 januari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Dat coastalroeien meer is dan een leuk opstapdingetje voor de junioren of meer is dan een overstapkans voor lichte roeiers, meer is dan de enige mogelijkheid om mixed te roeien, (mixed roeien is natuurlijk helemaal niet aan open water gebakken, het was gewoon makkelijker hiervoor een nieuw nummer te vinden dan een bestaand nummer om te vormen) of een mogelijkheid is oude vrienden te treffen schreef ik al.

Maar het écht nieuwe is natuurlijk de compleet andere roei-omgeving en de andere sfeer.

Want coastal dat is ook strand, zee, ruimte, vrolijkheid. Strand dat is de nieuwjaarsduik, flaneren, zwemmen, surfen, chillen en nu dus ook zeeroeien. Misschien boren we met dat coastal wel een heel nieuwe groep roeiers aan. Dudes die niets moeten hebben van dat hogeschool-roeien op strakke banen. Vrije vogels die zelf hun koers bepalen en het gevecht met de golven willen aangaan en daarna achteloos het strand opkuieren. Wat zou dat leuk zijn. Ik kijk er nu al naar uit dat op ledenbijeenkomsten de jasje-dasjes van de studenten worden afgewisseld met slippers, nonchalant linnen en de onvermijdelijke wave-kettingen van de beach boys & girls. Of nog beter: prijsuitreikingen die groovy worden begeleid door clubzang in jamaica-stijl: ‘me life is only important if me can live/row plenty’. Yeah man.

Maar ja, we blijven natuurlijk niet aan zee: Wie op de harbourraces is geweest in Rotterdam weet dat coastalroeien ook een echte urban sport is. Ideaal voor ruig raggende rockers voor wie de stad niet groot genoeg kan zijn, die meer willen dan 3*3 basketbalboulderen, inline skaten, stuntsteppen, skateboardenslacklinenstreethockey/streetvolley, of panna. Urbanísta’s die een crossover zoeken met trailrunnen, bootcampen of streetbiken. Misschien zelfs coastal inpluggen op het framed festival of plekje vinden in de urbansports coalition.

Joris Bergman van WSR Argo maakte een paar weken geleden de vergelijking op de regiobijeenkomsten: ‘het coastalroeien is als het shorttracken bij schaatsen of bmx-en bij het fietsen. Het is snel, heeft spektakel en spreekt nieuwe groepen aan.’ Die rappe Rijnroeiers uit Wageningen hebben het begrepen. Ze zijn niet de enige: Roeivereniging de Maas schijnt met een idee te spelen om ‘op Zuid’ een heus coastal-initiatief op te zetten en daarmee nieuwe groepen aan te boren. Ik zeg: pak maar door.

De juniorencommissie duikt helemaal in het diepe. Beklaagde ik me een paar weken geleden nog dat er zo weinig geroeid wordt in Zeeland: hoppa: zij organiseren van 7- 10 mei het juniorencoastalkamp op het Veerse Meer. Zeeland, coastal, junioren… zomaar drie kansgebieden gebundeld in één actie. Wat een mooi initiatief om onze roeiende jongeren meer ruimte te geven! Een feestje voor roeiers, dudes en rockers. Nog 18 weken.
(Voor wie niet meer zo jong is: 29 mei zeeroeien ‘op Scheveningen’. Nog 21 weken.)
Let’s rock. Het wordt een mooi, nieuw jaar.

Foto Roei!

De echte verandering IV: met oude vrienden in de kerststal

Een serietje over licht en coastal

Door Feike Tibben | 26 december 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Ik neem jullie mee naar de wortels van onze sport.

Wat misschien maar weinigen weten is dat roeien een van de eerste betaalde sporten was: rond 1660 waren er ongeveer 10.000 veermannen en beroepsroeiers nabij de Theems actief. Die verdienden hun geld niet alleen met loods- en transportwerk: regelmatig waren er wedstrijden, waarbij de aristocratie flink inzette met weddenschappen en de beroepsroeiers met het prijzengeld hun inkomen mooi konden aanvullen (kom daar nu nog eens om). De boten: gewoon dezelfde waar men op andere dagen mee werkte.

Maar ja, er kwamen roeiers die geen bootjes nodig hadden voor het werk. Zij konden hun bootjes smaller maken. De nieuwere boten waren sneller en vergden een andere techniek dan de traditionele boten. Met de komst van de snellere boten, met de riggers, en de rolbankjes kwam er ook een scheiding tussen broodroeiers en amateurroeiers. Exclusiviteit werd een kernwaarde. Er kwamen exclusiverende maatregelen: ballotage, contributieheffingen en kledingvoorschriften. De roeiverenigingen van de universiteiten van Cambridge en Oxford stelden hun vereniging alleen open voor mensen met een bepaalde opleiding of sociale herkomst. Toen de Amateur Rowing Association in 1882 werd opgericht kreeg deze als eerste opdracht om amateurregels te formuleren. Het was een periode van heftige klassentegenstellingen, dus die regels werden scherp: Iedereen “who is or has been by trade or employment for wages, a mechanic, artisan, or labourer, or engaged in any menial duty” werd uitgesloten om lid te worden.

In ons land was het niet veel anders. De Koninklijke Nederlandsche Yachtclub hield midden negentiende eeuw nog roeiwedstrijden volgens het oude Engelse systeem: de boten werden niet bemand door clubleden, maar door betaalde huurlingen. Verenigingen als De Maas en De Hoop gaven soms roeiles aan leerling-matrozen en stuurde hen als verenigingsafvaardiging naar wedstrijden. Geroeid werd er om geld. De matrozen mochten dan een deel van het prijzengeld houden. Vanaf ca 1880 – de grote opkomst van de Engelse sporten op het vasteland – worden in verschillende universiteitssteden eigen roeiclubs opgericht met de Engelse amateurregels en natuurlijk Engelse wedstrijdboten. Arbeiders werden uitgesloten van lidmaatschap.

Gevolg: weddenschappen verdwenen, de geldschieters trokken zich terug, het beroepsroeien dat rond het midden van de 19e eeuw – zeker in Engeland – erg populair was,  verdween al voor de eeuwwisseling van de radar. De werelden van het vlakwaterroeien en het roeien in traditionele boten (of in jargon: dakgootroeien en badkuiproeien) ontwikkelden vanaf dat moment zich in gescheiden werelden: met andere boten, ander water, andere regels, en andere omgangsvormen.    

Het vlakwaterroeien ontwikkelde zich in een klimaat dat verbonden was met het studentenleven. Het roeien in grote werkboten ontwikkelde zich vooral her en der lokaal en op de zeevaartscholen, als verplicht onderdeel van de opleiding. De groei en ontwikkeling van beide sportvormen – inmiddels is 2/3 van de KNRB-roeiers geen student en sloeproeien kan in meer plaatsen worden gedaan dan rolbankroeien – verandert daar niets aan: we roeien in gescheiden werelden.

Maar dan komt daar coastal. Coastal ontpopt zich als nieuwe sport, die ons even logisch als onvermijdelijk verbindt. De vlakwaterroeiers die een verzetje op open water zoeken, de sloeproeiers die eens wat sneller willen varen, stappen, ieder vanuit de eigen sportomgeving, in deze ontwikkeling. Bij de nieuwe coastal initiatieven in Harderwijk, Katwijk en Scheveningen zien we het: vlakwater- en vastebankroeiers treffen elkaar op ledenavonden of in de haven. Bij de deelnemers aan de Talisker Whiskey Atlantic Challenge die nu op zee zijn, zien we het ook: Mark en Kai, de Atlantic Dutchesses en Dutchess of the Sea zijn leden van verschillende verenigingen, vanuit verschillende disciplines. Het zijn sloeproeiers én rolbankroeiers en nu samen in één boot op weg om de oceaan over te steken.

Samen in één boot, als oude vrienden die elkaar weer ontmoeten: ‘waar was je zo lang.’ Toch wel een mooie verbroederingsgedachte op deze 2e kerstdag.

Coastalroeien is eigenlijk een soort kerststal-roeien.
Fijne dagen!