Stuurperikelen

OProeien toen – aflevering 36
Tekst en tekeningen Jan Op | 26 mei 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Jan is op de EK van 1951 in Macon

De “École” Is onze rust- en slaapplek. Onze voeding wordt verzorgd in een restaurant aan de boulevard langs de Saône. Geregeld door het Roeibondbestuur. Om de Nederlandse wensen te vertalen in het Frans, waarbij de culinaire opvattingen nogal verschillen, is een echte kluif. Na exotische gerechten van geringe omvang is vrede gesloten en krijgen we “trainingsvoedsel”. Dit geldt voor het diner. Het ontbijt is sober en de lunch licht. Na de lunch gaan we “rusten”! Een ongekend fenomeen. Dus strekken we ons uit op de bedjes van de ”Jeunes filles”. Hoewel het “strekken” nogal beperkt is voor de meesten. Echter, coach en “stuur” rusten uit achter een fles met heel goedkope “champagne”. Met het doel de volgende training vorm te geven.

En dan gebeurt er iets dat zeker in de herinnering van de hele bemanning een voorname plaats inneemt. (Ik kan het ze nu, na 70 jaren, op één bemanningslid na, niet meer vragen). We dalen geheel uitgerust af naar de baan. In de verkleed-tent klimt onze stuur(p..) op een bank en houdt een toespraak!! Dat is heel bijzonder want meestal doet hij alleen in de boot zijn mond achter de toeter open. Kennelijk heeft Jo bij het overleg instructies gegeven die tot dit verschijnsel leiden. Het komt erop neer dat we beter moeten luisteren en betere halen maken. Nog beter?

We varen buiten langs de baan naar de start.

De bochtige ondiepe oever noopt tot sturen. Echter op zeker moment zijn we tot maaimachine bevorderd. We varen dwars door een veld met biezen. Gelukkig staat er genoeg water. De vraagtekens onder onze schedels hopen zich op. En er komen er steeds meer bij. Door het ongebruikelijke enthousiasme waarmee Peter ons over het water jaagt. Teruggekeerd bij het vlot kunnen we op eigen initiatief voorkomen dat het vlot en onze boot zich innig verenigen. Dat we daarbij zeer luidkeels onze afkeuring uiten zal geen verbazing wekken. Peter springt uit de boot en verdwijnt uit het zicht voordat we hem kunnen vragen…

Aan het diner ontbreekt hij. Zorgelijk? Hij zal zich zeker niet geroepen voelen om zich in ons bijzijn te begeven.

Lees volgende week verder!

Eerst de NK, en dan de EK 1951 in Macon

OProeien toen – 35

Door Jan Op | 19 mei 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Terug naar het roeien in 1951. De Acht op weg naar de NK. Door Jo zijn we na zijn aanvankelijke “nonchalante” aanpak zijn we weer op het rechte pad terug. Onze “kak” is vrijwel verdwenen, we kunnen enige tijd zonder druk lekker varen. En daar zijn snelle stukjes bij. Jo houdt ons bij de les.

Onze enige tegenstander is Nereus (acht de rest ons onoverwinnelijk?). Enige dagen voor de wedstrijd is een lid van de bemanning ziek. Bij Aegir wordt een invaller gevonden. In de krant staat: Laga had het moeilijk met versterkt Nereus. Sterker met één man uit het hoge Noorden! Voor hen die zijn gesteld op volledige informatie: dit zijn de ploegen:

Opmerkelijk is inderdaad dat we voor de tweede helft 20 seconden meer nodig hebben. (Een ander opmerkelijk feit is dat Aad lijkt te weten dat Laga een godin is. Hij weet vast niet dat ze drie(!) borsten heeft). In afwachting van de prijsuitreiking op de tribune(!) heeft de menigte zich alvast opgesteld op het grasveld ervoor.

We zijn goedgekeurd voor de EK in Macon (Fr). Samen met de vier-zonder (Laga) en de vier-met van WIII. En dames: de acht van Het Spaarne, de vier-met van de Hunze en de skiffeuse van Nautilus.


Naar de EK

Op weg naar de EK in Macon reizen we per trein. De wagons zijn verdeeld in “coupés“ en hebben ieder aan de instap-kant een “gewone” deur. Dus geen onderlinge verbinding. Het gezelschap stapt in. Ik weet niet meer hoeveel mensen in een coupé gaan. In ieder geval kleine groepjes van 10 tot 12 personen. Dus een mengsel van ploegen; een uitstekende manier om elkaar te leren kennen.

Een mooie gelegenheid om de “Code des Courses” te bestuderen. Vertaald uit het Frans, toen nog de officiële taal van de F(édération) I(nternationale) des S(ociétés) (d’)A(viron). Het starten is ook in ’t Frans. Onderaan staat :

DE VOLLEDIGE PLOEG MOET DUS DE WEDSTRIJD UITROEIEN (Het is voorgekomen dat een riem brak en de eigenaar te water ging om het gewicht in de boot te verminderen)

Ik kan van deze reis noch in mijn documenten noch in mijn geheugen iets terugvinden. Zoals In Parijs lunchen en van de Gare du Nord naar ’t Gare de Lyon (per bus?). Wat wel indruk heeft gemaakt is de aankomst bij ons tijdelijke verblijf: “School voor meisjes”.

Maar die waren er niet, vacantie. Wij, de mannen, kregen een gigantisch grote slaapzaal toegewezen (onze afvaardiging is ook groot). Daar staan aan beide zijden bedden. De dames (natuurlijk) ergens anders in de school. Wat mij wel is bijgebleven is dat de weg naar de baan (op de Saône) naar beneden gaat. Na het roeien naar boven lopen is een vermoeiende oefening na vermoeiende training. Natuurlijk tweemaal per dag. Overigens is het transport van de boten ook een witte vlek in mijn al jaren overvolle (roei-)geheugen.

Een stukje krant: “De acht van Laga weet de boot onberispelijk aan de gang te houden. Bij de boten die zo perfect doorlopen moet men gewoonlijk de winnaar zoeken. Bij de Delftenaren kan de zuiverheid van het waterwerk en de gelijkheid binnenboord nog wel iets beter maar de haal is eenvoudig formidabel.

We lezen dit natuurlijk pas toen we terug waren in Delft. Met de kennis van de uitslag.

Lees volgende week verder!

Weer in de tub

OProeien toen – 33

Door Jan Op | 27 april 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Na een omweg in de toekomst terug naar het ‘heden van toen’ (1951). Eindelijk mogen we weer het water op. Ook weer in de ’tub’. Natuurlijk niet zoals op dit plaatje.

Dat brengt mij op de oefeningen die Jo bedenkt. Hij heeft in Henley gezien dat de Amerikanen een lange haal kunnen maken door het water naar voren toe te pakken zonder heel ver achterover te vallen bij de finish. En de slidings zijn langer. Het is duidelijk dat het laatste stukje haal bij ver achterovervallen niets bijdraagt aan de snelheid. Verder naar voren toe ‘pakken’ wel.

Het plaatje is zo goed mogelijk opgekalefaterd. Het is een kopie van een kopie, enz. Maar een dermate goed voorbeeld dat ik het niet weg kan laten).

Dat ‘pakken’ is nieuw, het ‘vliegen vangen’ is duidelijk een misvatting. Het totaal anders ‘pakken’ vergt de nodige inspanning (ook van de hersenen). Jo heeft een oefening bedacht die moet aantonen dat  het ‘pakken’ en vastzetten van het blad in het water is aan te leren. Met twee roeiers in de tub moet een van de roeiers met het blad boven water stil blijven zitten en de andere halen. Dat betekent niet alleen ‘omtrekken’ maar ook over het andere boord vallen. En dat moet worden voorkomen. Dat kan alleen door het blad bij de inpik vast te zetten en onder aanhoudende druk, met eerst gestrekte armen, de haal te maken. Op die manier kan je de dol op z’n plaats boven water houden. Best lastig. (Natuurlijk moet de coach/stuur steeds bijsturen).

Jo heeft meer van die trucjes en aanpassingen zoals bredere (1½ cm) en iets kortere bladen. Het effect blijft niet uit. Misschien ook psychologisch maar uit de tijden blijkt dat we sneller kunnen gaan dan voorheen. Toen een ongekende aanpak van de techniek.

Dat de benen van de mens door de eeuwen heen, en zeker sinds een eeuw geleden, langer zijn geworden, is nog niet helemaal in de wereld van het roeien doorgedrongen. Bij de Amerikanen wel. De Amerikaanse slidings zijn dan ook langer. Die van ons nu ook. Een beetje. Onze Engelse tegenstander in Henley, Cambridge, vaart nog op de ouderwetse korte slidings. Het zal duidelijk zijn dat de heupen goed opvouwbaar moeten zijn.


Over de omstandigheden tussen de schaarse wedstrijden in

OProeien toen – 32

Door Jan Op | 14 april 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


De ontspanning tussen de wedstrijden draagt ook bij aan het smullen van roeien.


We zijn op de weg terug uit Henley. Mogelijk een verdwenen fenomeen is het al genoteerde uit-training-gaan. Een soort afschudden van de inspanningen, lijfelijk en mentaal, van de wedstrijd(en). Dus “mogen” we even alcohol innemen. Verpakt in diverse smaken.
We arriveren op “ons” schip voor de laatste reis met passagiers die de Batavier-lijn uitvoert. Onze coach, Jo, heeft toestemming gegeven om de training nog even uit te stellen.
We zijn de enige en allerlaatste passagiers. Onder de brug blijkt een bar te zijn. Met barkeeper. Die gelegenheid kunnen we niet weerstaan, dus heeft de barkeeper veel klandizie. Het is intussen avond geworden en aan boord gelden de Nederlandse regels met betrekking tot de werktijden. Verrassend! Op zeker moment roept de barkeeper: laatste bestelling!”. We aarzelen geen moment: “Zet alle flessen maar buiten de afsluiting”. Op die manier kunnen we tenminste ons slaapdrankje veilig stellen.

Bij daglicht komen we in Rotterdam aan. We staan langs de railing te kijken naar het aanleggen. Dat verloopt niet zo soepel. Alsof de sloop al is begonnen. Het schip raakt de dukdalf voor de kademuur met een flinke dreun waardoor de stootrand langs het schip breekt en de stalen strip erop met de snelheid, die het schip nog heeft, voor een deel opkrult. Hetgeen door ons met gejuich wordt begroet. Niet erg dankbaar voor een veilige overtocht.

In Delft aangekomen maken we de afspraak voor de training morgen. Maar tot onze ontsteltenis blijkt dat niet de bedoeling van Jo te zijn! Hij organiseert een feestje – mét dames – bij hem thuis op OD 37. Een verrassende ontwikkeling. Moeten we niet trainen voor de NK? Het maakt ons ongerust. En dat is ook Jo’s bedoeling. Onze toch wat bekakte houding na onze successen en status in de roeiwereld moet worden teruggebracht naar bijna nul. Opnieuw beginnen met leren halen maken en de boot te laten lopen.

Het snelle regelen van dames leidt de groeiende ongerustheid af. Patsy is overgekomen uit Henley! Ze zit achter Jo aan. Maar ook de volgende dag wordt onze “honger” niet gestild. We moeten maar een paar dagen wat aan onze studie doen! Maar het is al vakantietijd!

Volgende week gaat Jan weer in training.


Pas veel later krijgen we spijt. Maar heel weinig.

OProeien toen – 31

Door Jan Op | 8 april 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het roeileven is niet compleet als er geen aandacht wordt geschonken aan hetgeen buiten de boot gebeurt. Het aanleren van alle ideale handelingen met riem en lijf inclusief het ook nog eens precies uitvoeren ervan zoals de slag dat aangeeft is de technische kant. Maar wat er samen met dezelfde maten (met uitzondering van de op zichzelf aangewezen skiffeur) aan de wal gebeurt is tenminste even belangrijk. Natuurlijk is er een groot verschil tussen toen en nu. Wij roeiden in onze vrije tijd (die overigens in overleg werd vastgesteld wegens studieverplichtingen). Eénmaal per dag, en ook nog eens met de hele ploeg in de boot, was niet altijd haalbaar. Dan maar met wat minder in kleine boten, maar wel “boord”. Met in iedere hand een riempje is niet écht roeien. En achter je naam staat een B of een S.

Ik kan me niet heugen of ik wel eens een S-haal heb gemaakt tussen die “duizenden” B-halen. Heel veel later heb ik, toch met enige tegenzin, nog leren “scullen”. Best lastig voor mijn linkerarm.

Dat de Engelsen, vooral de oud-leden, zich ernstige zorgen hebben gemaakt over de stugge tegenstand van de “continentals” blijkt als we met alle mogelijke egards worden begroet en van de voor ons vaak onbekende drankjes worden voorzien. We zijn de – op één na – beste ploeg van de wereld en daar hebben “ze” van gewonnen. Dat moet worden gevierd. Engelse tevredenheid!

Een deel van de tijd tussen onze wedstrijden kunnen we ontspannen naar de ploegen kijken die over de finish komen. Jo heeft een dame, Patsy, ontmoet. Die heeft ons aangeboden om van het grasveld van haar huis aan de Thames ter hoogte van de finish gebruik te maken. Uiteraard binnen de mogelijkheden van ons programma. Trainen tijdens de wedstrijden is niet mogelijk.

Na onze bijeenkomst met de “Heren” (oud-roeiers) bij Phyllis Court tegenover het botenterrein en de tribunes, valt de ploeg uiteen. Ik behoor tot een kleine groep die terechtkomt in het huis van Patsy. Niet op slot. Zij is er niet. Haar echtgenoot is officier bij de luchtmacht. Onze dorst is nogal overmatig gelest. Maar de trek naar iets meer substantieels is onrustbarend gestegen. In de kelder vinden we een hele ham! Het bot laten we bloot achter. Met sparen van veel distributiebonnen heeft Patsy kans gezien dit top-ingrediënt aan te schaffen… Pas veel later krijgen we spijt. Maar heel weinig.

Wordt vervolgd

Jan roeit de finale in Henley

OProeien toen – 30

Door Jan Op | 17 maart 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


7 juli 1951 – Derde dag, laatste dag, finales. De “Grand Challenge Cup” voor de winnaar van de acht. Ik herinner me niet (tussen de nog duizenden te maken halen) hoe de voorbereidingen voor deze unieke wedstrijd verliepen. Ongetwijfeld geconcentreerd op de laatste en belangrijkste finale. Eigenlijk zoals voor elke wedstrijd. Tenslotte zijn ze allemaal even belangrijk. Winnen staat immers altijd op het programma. De hele omgeving ademt spanning.

Het verloop van deze wedstrijd moet ik uit de krant(en) vissen:

Het is ook Laga niet gelukt de Nederlandse roeisport de triomf te schenken dat de Grand Challenge Cup, ’s werelds oudste roeitrofee (daterend uit 1839), voor de eerste maal naar Nederland komt. Na een opwindende race waarin beide ploegen tot het maximale van hun kunnen kwamen, zegevierde Lady Margaret met een voorsprong die officieel opgegeven werd als een lengte, maar die stellig minder was. De tijd van de Engelsen was 7.15, die van Laga 7.17½… dat de achten van Laga en Lady Margaret veruit de besten waren en van wereldklasse.

Opvallend is te zien dat de Engelsen, zoals de slag, op korte slidings varen.

Laga zette na een uitstekende start keihard door in een tempo van 35. Het dwong de Engelsen naar een hoger tempo dan ze in vorige races te zien gaven. Bij het bereiken van de Barrier sloegen beide ploegen 33. Laga had daar een lengte voorsprong. Bij de halve mijl gelijk. Laga zette daar een lange spurt in maar het effect bleef uit. Bij de driekwart mijl viel de beslissing. Lady Margaret verhoogde het tempo naar 33. Bij de mijl hadden de Engelsen licht tussen de boten. De Delftse acht gaf zich echter niet gewonnen (natuurlijk). Zij verhoogde haar tempo van 30 naar 32 en hoewel de Engelse ploeg omhoog ging tot 36, liep Laga in deze prachtige eindspurt, die duizenden tot enthousiasme bracht, nog iets in zodat het verschil bij de finish driekwart lengte was.

Uit de rood getinte punts een zeer luid: “Allez Lagaaaii”.

Volgende week roeit Jan verder.