Argumenten te over om met juniorenroeien aan de gang te gaan

Door Feike Tibben | 20 februari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Toen ik een paar jaar geleden als nieuweling toetrad tot het bestuur van de roeibond heb ik in de eerste maanden me, naast allerlei kennismakingen, vooral verdiept in getallen: hoe staan we ervoor, hoeveel roeiers hebben we, hoe lang blijven die lid, in welke takken van roeisport is iedereen actief, hoe is de leeftijdopbouw etc.

Een van de onthutsende zaken die naar voren kwam uit die verdieping is de neergang van het juniorenroeien, een daling van ruim 20 % junioren in 1978 naar 7% van de roeipopulatie veertig jaar later. Het grafiekje is inmiddels bekend. Die daling in percentage is voor een deel te schuiven op de sterke groei van het aantal seniore roeiers. Helaas is dat niet het hele verhaal: het absolute aantal juniorenroeiers daalt ook. Al met al dreigen we een ouwelullensport te worden.

Het vervolg is bekend: de breedtesportvisie, een brief van 50 ondertekenaars  die de KNRB manen om meer werk te maken van de juniorenaanpak, de instelling van een zwaar bezette juniorencommissie, de start van een juniorencompetitie, een actie richting scholen, filmpjes en webinars om instructeurs voeding te geven. Dat moet goed gaan zou je zeggen.
Helaas is de werkelijkheid weerbarstiger. De cijfers over 2020 laten zien dat de daling nog steeds niet is gestuit. Sterker. Het afgelopen was deze sterker dan ervoor: 1 op de twintig roeiers (5%) is maar junior, het absolute aantal is gezakt tot onder de 2000.. in heel Nederland. Een all time low.
Hoewel er inmiddels de nodige aandacht is voor het junioren roeien, hoor ik toch ook nog steeds bezwarende argumenten:


‘Junioren zijn zo weer weg’

Junioren zijn gemiddeld(!) 3 jaar lid. Dat is meer dan menig studentenlid, om mee te beginnen. Maar belangrijker: ze zijn wel even weg, maar ze komen terug! Meer dan roeiers die als student zijn begonnen vinden ze de weg terug naar de algemene vereniging. Dat zie je niet alleen bij ons, ook bij onze buren. Marieke Bal van British Rowing: “Als men op jonge leeftijd begint met roeien is de kans groter dat ze later terug komen. Het zijn vooral de skills en het vertrouwen op het water die ervoor zorgen dat ze later terugkomen.” Investeren in junioren is dus vooral een renderende investering in senioren.

‘Wij leiden op en een ander gaat met de eer strijken’ (het ajax-syndroom)
Niet sippen: leer van SV Bedum en Arjan Robben, ‘Zeg je Robben, dan zeg je Bedum’, dat zijn de citaten. Sporters: Koester je verleden, laat je zien, wees de inspiratie. Het kan, ook bij roeien. Kijk eens hoe met open mond de junioren van Hemus aan de lippen hangen van Maarten Hurkmans op zijn masterclass: die  pubers blijven nog wel even roeien. 

‘Junioren kosten handenvol begeleiding’
Jazeker en zo bezorgen ze heel veel ouderen veel plezier. Uit de webinar Samenwerking studenten en algemene verenigingen op het roeicongres kwam het belang dat studentenverenigingen hebben bij junioren die al kunnen roeien. Algemene verenigingen op hun beurt zijn gebaat bij studenten die tijd en skills hebben om junioren op te vangen. Mooie voorbeelden, zoals het bètaroeien bij Thêta. Juniorenroeien levert dus juist veel begeleiders op.

Junioren hebben geen ambitie meer. ‘in mijn tijd…’
Driekwart van de jongeren komt voor het plezier, de gezelligheid en de vriendschappen op een sport. Da’s bij onze sport niet anders. Deze week stond er een leuk stukje op roeien.nl van onze voorzitter over zijn begintijd bij RV Naarden: ‘ik begon met jeugdinstructie, daarna met ladderwedstrijdjes tussen piketten door varen en estafettes; gewoon veel plezier dus. Ik sleet hele weekenden op de vereniging met mijn vrienden, pielen in de skiff en de dubbeltwee. Het was voor ons gewoon de sport je riemen te wisselen, op je hoofd te gaan staan in een skiff en dat soort dingen. Ik ben daarbij vaak te water gegaan.’
Plezier, klooien, het hoort er ook nu gewoon bij. Prestaties en ambities komen echt wel als je daar ruimte en gelegenheid voor biedt, maar altijd vanuit plezier.

‘We hebben niet genoeg boten’ of ‘ze pikken onze boten in’ (echt gehoord)
Echt waar? Die  paar junioren? Kom nou. Nait aimeln. Beetje creatief zijn. Verdeel de groep, roei op andere uren, zet andere boten in.

‘Er zijn niet genoeg activiteiten voor junioren’
Ik zou zeggen, integendeel: Bijna elke regio heeft een juniorencompetitie waar het hele jaar door wedstrijden zijn. Dan zijn er ook nog jeugdkampen bij studentenverenigingen, een juniorencoastalkamp, de DIYR speciaal voor junioren. Wees eerlijk: juist nu is er ruimte voor junioren.
Argumenten te over om juist wél en vooral heel hard en met heel veel plezier met juniorenroeien aan de gang te gaan.

Geen argumenten meer? Vooruit nog ééntje dan: Met veel junioren worden we gewoon een nog leukere sport met nog leukere verenigingen. Of zoals onze bondsvoorzitter het stelt op roeien.nl: ‘Een juniorensectie op je vereniging is een verrijking voor de hele vereniging. Jongeren die zich ontwikkelen; dat stimuleert en daar leert iedereen van.’

Foto’s Karel van Wijk

Naar Henley

OProeien toen – 26

Door Jan Op | 17 februari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Met Jan op vier heeft Lage Njord verslagen tijdens de Laga Lustrumwedstrijden. Njord gaat naar Henley, Laga dus ook.

Deze vrij plotselinge uitzending levert enige punten van grote aandacht op: onderdak in Henley. DDS (van Wankum) heeft al geruime tijd geleden alles geregeld voor het deelnemen met een ach maar geen ploeg kunnen samenstellen. Wij kunnen deze voorbereidingen overnemen. En transport: hoe komen we daar samen met onze boot? Die is niet deelbaar, een onbekend begrip. Hij gaat, in een speciaal door Harry gemaakte kist, goed ingepakt (niet in plastic, dat bestaat niet) tegen de ongunstige omstandigheden. Met een kraan het schip in. Het vervoer naar Hoek van Holland gaat per platte wagon over rails. De kist-met-boot wordt handmatig door sterke leden naar het station in Delft gebracht.

Wij gaan met hetzelfde schip (gratis!) naar de overkant (en terug), We zijn de enige passagiers. Het is de laatste reis. De rederij stopt het varen met dit verouderde schip.

Voor we naar Henley vertrekken eerst een blijk van enthousiasme van onze inwoners. In de Delftsche Courant: Bram van Delft (verkort):

Van de tocht naar Henley herinner ik mij eigenlijk alleen dat we in de  trein  naar  Henley  zaten en ons afvroegen waarom er op de Engelse huizen een overvloed aan schoorstenen staat.

Afbeeldingsresultaat voor thamesfield henley on thames
Thamesfield nu, veel groter: een verzorgingstehuis voor bemiddelden
Jan maakte deze tekening 70 jaar geleden in de tuin…

Ons logeeradres is een groot oud buitenhuis, “Thamesfield”, aan de oever van de Thames. Het dient als onderkomen voor studenten. Maar die zijn naar huis gestuurd. Het is wel wennen aan de lage deuropeningen en talloze trappetjes en drempels. De huisdame voert het beheer en zorgt voor de maaltijden.
Het eerste “gerecht” dat wij op een groot bord voor ons krijgen is een biscuitje in een donkerbruine vloeistof. Wij wachten op iets dat erbij hoort. Zij wacht tot wij dit “voorafje” hebben verorberd.

Voor we gaan dineren halen we eerst onze boot. Die staat keurig op de platte wagon zoals door een aantal sterke Laganezen achtergelaten. De kist blijft op het spoor, de boot dragen we naar het botenterrein. Vermoedelijk draagt bootsman Harry de riemen (zonder bootsman naar een wedstrijd gaan is vragen om moeilijkheden). Hij kijkt natuurlijk in de botententen naar de andere boten. Hoe de rest van de spullen zoals riggers en het roer naar de juiste plek kwamen kan ik niet vinden.

Temple Island

Na een redelijk diepe slaap na de overtocht en een Engels ontbijt, dat we met zeer veel mate nuttigen, gaan we de baan verkennen. Nu gekleed in rode hemden met mouwtjes.

We varen richting Temple Island waar de start is. Dat het water onder ons meewerkt in de goede richting te varen is ons niet opgevallen. Oproeien is – hoe kan het anders in Engeland- langs de linker oever. Een eindje voorbij Temple Island keren we. Niet verder doorvaren want daar is een stuw. Een oefenstartje bij de START. Direct na het eiland slaat stuurboord met de riemen op de “booms” (bomen) die de baan markeren. De stuur”man” krijgt flink op zijn so…. Nogmaals starten. Ondanks de bestraffende toespraak van de coach zitten we weer op de booms. Het blijkt de stroom te zijn.

Hiermee kom ik op een verschijnsel dat ertoe heeft geleid dat ik me veel heb bemoeid  met de conditie en aanleg van roeibanen.
Op de schets is het eerste gedeelte na de start te zien. De stroomsterkte in een rivier is, (ook afhankelijk van de diepte), aangegeven met een kromme lijn. In het midden de meeste, aan de oever bijna geen stroomsterkte. Het rivierwater wordt door het eiland in twee delen gesplitst. Dat we twee keer op de booms terecht komen is op schets te zien. Het “pijltje” van de stroomsterkte voor het eiland drukt de boot tegen de booms. Na een paar keer herhalen heeft de stuurman onder de knie hoe hij op tijd naar stuurboord moet trekken.
Overigens speelt de stroom een belangrijke rol bij het verloop van de wedstrijden.

Volgende week: Jan roeit Henley


De communities

Door Kees Verweel | 13 februari 2021

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


De afgelopen weken heb ik regelmatig contact met Charlie Pitcher, founder en eigenaar van Rannoch Adventure Ltd in het VK, vooral bekend als bouwer van oceaanroeiboten. Rannoch bouwt ook coastals, en men organiseert veel roeiexpedities. Hij werkte tijdens de huidige TWAC2020 samen met de Atlantic Dutchesses en heeft van de dames veel enthousiaste verhalen gehoord over de Nederlandse sloeproeicommunity, die voor hem tot die tijd nagenoeg onbekend was. Charlie is onder de indruk van de boeiende verhalen, en schrijft dat volgens hem deze Nederlandse community veel groter moet zijn dan de Engelse. Hij wil graag meer weten van ‘onze’ wereld dus we houden contact!
Ik kreeg juist de indruk dat de community in het Verenigd Koninkrijk veel groter is dan de onze. Bij de lancering van SkiffieWorlds2022 was ik onder de indruk van het aantal sitebezoekers en vele likes van de Facebookpagina, gelijk al in de 1e week na lancering. Er varen alleen al bijna 200 St Ayles Skiffs rond in het Verenigd Koninkrijk, en daar komen dan de honderden andere coastal boten nog bij. Heel wat meer dan de circa 250 roeisloepen die hier in wedstrijdverband varen. Interessant om elkaar beter te leren kennen, en de verschillende werelden meer bij elkaar te brengen. Waar zitten de verschillen, en waar de overeenkomsten?
Onze sloeproeiwereld is eigenlijk een hele vreemde. We roeien in Nederland al eeuwenlang, in de 17e eeuw in snelle whalers tijdens de walvisvaart, in de havens roeiden de ‘vletterlieden’ eeuwenlang de trossen van zeeschepen naar de wal, de reddingsmaatschappijen hadden vroeger roeiboten en onze Nederlandse Marine kent een lange traditie van roeien. Allemaal boten gemaakt voor het roeien.
Onze zeevaartscholen hadden en hebben ook een aardige vloot reddingboten, want als zeevarende moest je tenslotte weten hoe bij onverhoopte schipbreuk in de reddingboot weg te roeien van het zinkende schip, mocht de motor het laten afweten. Roeien in een reddingboot was dan ook een verplicht vak op school. Deze lompe en nauwelijks gestroomlijnde reddingboten zijn absoluut niet gemaakt om grote afstanden in te roeien. Een stukje weg roeien van het zinkende schip was genoeg. Maar juist de voormalige reddingboten vormen een groot deel van onze sloeproeivloot.

Foto: team Seahorse tjdens Gevangentorenrace Vlissingen 2010 met Kees Verweel op bakboord slag


Toen het sloeproeien vanaf de jaren ’60 ging uitgroeien tot een heuse sport, werd er geroeid met de boten die er toen waren, inclusief de reddingboten van de zeevaartscholen. En terwijl aan de overkant van de Noordzee vele bootbouwers waren gespecialiseerd in het bouwen van snelle roeiboten geschikt voor roeien op zee, kochten hier nieuwe teams bij gebrek aan Nederlandse botenbouwers oude reddingboten op, om ze om te bouwen tot roeiboot. Uniek! En ook goed voor de teambuilding. Volgens mij zijn er weinig andere landen met zo’n grote ‘lifeboat’ community, waarmee Charlie dus wel eens gelijk kon hebben als je inzoomt op alleen deze community. Van de circa 250 actieve roeisloepen in Nederland is meer dan de helft een (voormalige) reddingboot. Het opmerkelijke is dan weer dat deze boten tijdens wedstrijden nauwelijks in open en zout zeewater roeien. /’
Alleen tijdens de Harlingen Terschelling race, het Harlinger Kampioenschap Sloeproeien en de Gevangentorenrace voor Zeeuwse teams zijn de boten in hun oude vertrouwde element, de overige races zijn op gesloten en/of zoet water. In tegenstelling tot het Verenigd Koninkrijk, waar ongeveer iedere race op zee is. Leuk om komend jaar eens in te zoomen op de verschillende communities! Maar komende anderhalve week eerst de laatste drie TWAC2020 soloroei(st)ers zien finishen!


Laga Lustrumwedstrijden 1951

OProeien toen – 25

Door Jan Op | 10 februari 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


We zijn net gestart om het meest belangrijke blik uit de geschiedenis te veroveren. Op deze baan is het werk van de stuur(pik) extra belangrijk. 3000 meter varen, met Njord schuin achter ons houden, lukt aardig. Maar net over de finish weten we het zeker.

Ik heb nu pas in de gaten dat het bereiken van de finish al van tevoren hoorbaar is. Voorlichting van de “stuur” (moeilijk wennen) is niet nodig. Dat zou toch niet hoorbaar zijn. (We waren afhankelijk van het “toetertje”. Telefoonverkeer is ondenkbaar. Het is de “trechter”. Naarmate de finish nadert neemt het geluid van menselijke kreten toe. Nog een paar halen. En toch nog een paar. Het verlossende eindschot. Eindelijk over je riem instorten. Achterover gaan liggen is ten strengste verboden. Als je als eerste de finish passeert is overigens die neiging behoorlijk gereduceerd.

Tegenwoordig worden de benen te water gelaten. Het is mij niet duidelijk welke voordelen dat biedt. Bovendien hadden wij gympies aan. Onder een riempje aan de voetenplank. Altijd goed nakijken of het riempje (van leer) nog gezond is. Vaste schoenen op de voetenplank? Moet je dan op blote voeten over grind en ander ongemak de boot naar binnen brengen? Moet je dan ook nóg een paar dure gympies hebben? En hoe doe je dat met een medegebruiker van de boot? ”Eigen” boot? Kan dat ook?

Uiteraard vaart de kamprechter achter ons aan. Maar de boot van een vriend van iemand kan ons nauwelijks bijhouden. Die is behalve met de kamprechter overbeladen met belangrijke heren en verslaggevers Dat overgewicht maakt het voor de motor extra zwaar. En voor ons is het onduidelijk wie de kamprechter is. Ook toen zochten verhitte supporters het verkoelende water op. De blazer bleef met de schoenen aan de wal. Geen tijd te verliezen. Tot onze verrassing kwam Jo bij ons in de boot zitten (tussen de 6 en de 7 met Laga-das om). Je moet wel laten zien bij welke partij je hoort. Maar dat Njord te water zal gaan om hun acht te troosten is uiteraard ondenkbaar. Nu ook.

“We hebben gedaan wat we doen moesten” (zoals het Lagalied ons beveelt). Overigens volgens de 2 ook dankzij zijn hemd waarin hij zijn eerste blik trok. En daarna nooit meer gewassen!! Want dan gaat de kans op winnen verloren, Hij is in “Indië” geboren en daar is bijgeloof normaal.

Er is alom, behalve bij de concurrentie, grote vreugde. We kleden ons weer aan op de deel van de boerderij aan de overkant. Daarnaast is ook het botenterrein. Douchen? Dat kan niet. Wat wel? Uit mijn geheugen vertrokken. Wel dat we met de “kamprechtersboot” naar Delft terugkeren. Njord is al ingeschreven voor Henley, de top in de roeiwereld. Ondanks het feit dat wij hen op hun b.. hebben gegeven gaan ze toch. Dankzij het feit dat wij hen op hun b.. hebben gegeven gaan wij ook. Uiteraard heeft de kas van Oud-Laga een dikke aderlating ondergaan. Daar is deze ook voor bedoeld. De oud-leden zorgen voor een bloedtransfusie.      

Maar eerst vieren we met veel anderen, samen met – nu – de goede vrienden van de andere verenigingen, het Laga-bal. In rok met blazer. (Deze is nog altijd in de staat waarin het menige confrontatie heeft overleefd). Vergezeld van dame-in-’t lang. Dat is voor sommigen (toen) nog best lastig als je dat van tevoren niet hebt geregeld. Het inschakelen van zussen en nichten of een buurdame kan soms voor een oplossing zorgen. Gelukkig hebben de meeste van deze inval-dames ”’t lang” al klaar hangen.                               

Wordt vervolgd


Hall of fame!

Door Kees Verweel | 6 februari 2021

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.

Finish van de Dutchess of the Sea | Foto Atlantic Campaigns

Gisterenochtend om 8:12 uur NL tijd zijn de Dutchess of the Sea gefinisht! Na 54 dagen, 20 uren en 12 minuten kwamen Astrid Janse, Bela Evers, Desiree Kranenburg en Remke van Kleij midden in de nacht aan op Antigua, en zijn daarmee het tweede Nederlandse damesteam dat een oceaan over roeide!  Ze eindigden als 16e overall, echter zijn later op de dag gediskwalificeerd. Een bijna onschuldige handeling op een dag – halverwege de oversteek – dat echt alles tegen zat, en bedoeld om de negatieve stemming om te buigen naar een positieve kostte hen helaas de klassering. [Zie dit artikel in De Stentor, red.] De organisatie blijft echter achter de Dutchess staan, en geeft ze alle support, zoals te lezen valt in hun verklaring gisterenavond. De diskwalificatie doet dan ook helemaal niets af aan de enorme prestatie die ze hebben geleverd! Zeker omdat ze het extra zwaar hadden door veel materiaalpech en slechte weersomstandigheden. Ze hebben het toch maar mooi gedaan, die eindeloos lange afstand over de Atlantische oceaan geroeid, fenomenaal!!
De finish was weer prachtig te volgen via Facebook. De Hall of Fame van Nederlandse oceaanroeiers is in één keer gegroeid met 9 personen tot 24 totaal! Oké, oké… vooral beroemd bij de (sloep)roeicommunity, hoewel… mijn blog van vorige week mag iets herzien worden, want afgelopen woensdag waren Mark Slats en Kai Wiedmer te gast bij Op1 om te vertellen over hun Atlantische avontuur!
Één ding is zeker, het oceaanroeien is afgelopen maanden behoorlijk onder de aandacht bij de Nederlandse roei(st)ers, dus ik denk zomaar dat de Hall of Fame komende jaren fors gaat groeien. Afgelopen week werd een internationale Hall of Fame gelanceerd: Oceanrowingstats.com – een nieuwe website met alle oceaanoversteken sinds 1896 bij elkaar! De komende dagen finishen de laatste zes deelnemers aan de huidige Challenge, waaronder de oudste deelnemer en jongste deelneemster. Ze roeien beide solo. Frank Rothwell, 71 jaar oud(!), komt vanavond NL tijd aan op Antigua. Hij roeide inmiddels bijna £ 630.000 bij elkaar voor het goede doel, geweldig!
Derde week februari komen de allerlaatste deelnemers aan, onder andere Jasmine Harrison die onlangs nog een bijna-aanvaring had. Deze 21-jarige zwemlerares uit Engeland had hiervoor nog nooit geroeid, en is bij aankomst op Antigua de jongste oceaanroeister ooit! We zeggen zo vaak dat roeien voor iedereen, jong en oud is, watFrank en Jasmine bewijzen! Ik blijf de YBTracker dus zeker volgen de komende weken. Als deze Challenge voorbij is staat rond 1 maart de start van een volgende oceaanoversteek van recordhouder Ralph Tuijn gepland, zijn 10e oceaanoversteek! Ook die gaan we uiteraard ook weer volgen met sloeproeienNL ?

Gelukkig wat afleiding met al die oceaantochten, want in Nederland komt het nieuwe roeiseizoen helaas nog niet op gang voorlopig. De zware lockdownmaatregelen duren voort, en steeds meer wedstrijden worden hierdoor helaas geannuleerd. Hiermee komt de competitie voor dit jaar ook onder druk te staan. De voor roeisloepen belangrijke sleepweekenden, traditioneel begin maart, zijn onder voorbehoud reeds verschoven naar eind maart / begin april. En ik verwacht weinig of geen trainings- laat staan wedstrijdmogelijkheden tot ver in het voorjaar. Het FSN-bestuur heeft dus genoeg te wikken en te wegen momenteel, dat is zeker. We horen waarschijnlijk meer op de ALV eind deze maand…


Schaatsen!

Door Feike Tibben | 5 februari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Wat word ik afgestraft. Vorige week schreef ik wat snoevend hoe de schaatsers lijden onder het veranderende klimaat en dat roeien het nieuwe schaatsen wordt. Bam. Een week later staan we aan de vooravond van 20 cm sneeuw en een heuse -10oC. Dat schaatsvolk, daar moet je niet mee spotten!
Dat wordt dus glijden in de achtertuin de komende dagen. Heerlijk.

Voor wie de kou niets vindt: heel andere beelden vandaag van de derde Nederlandse ploeg de Dutchess of the Sea die vanmorgen vroeg, bij een heerlijke 26oC in Antigua aankwamen ze na 54 dagen, 20 uur en 12 minuten op zee. Alle Nederlanders zijn nu binnen. We hebben deze editie als roeivolk wel wat neergezet: the dominating Dutch. Niet alleen op het afgelopen EK, maar ook crossing the Atlantic.

Ik weet niet hoe het jullie verging maar mijn roeiweek stond deze hele week in het teken van het digitale roeicongres: alle avonden één of twee webinars. ‘Alweer roeien’ was de klacht als ik ’s avonds aansloot bij het zoveelste webinar. ‘ja weer’. Wat een goede opkomst op dat congres. De digitale beperkingen leiden zeker niet tot minder deelname.
En een leuke inhoud: Jan Janssens die ons uitdaagde om de sport veel professioneler en klantgerichter te benaderen, een avond over inclusiviteit met heel veel jongeren.

Een mooie bijeenkomst met en over jeugdbesturen. Ik had ’t geluk dat ik in de breakoutroom met de juniorenbesturen zelf mocht aanschuiven. Wat een energie en creativiteit daar, binnen en tussen de verschillende verenigingen. Ik weet niet hoeveel verenigingen junioren zelf hun gang laten gaan, maar ik zou zeggen: laat ze gewoon schuiven. Geef jongeren wat budget en vooral ruimte: Dat komt helemaal goed. Dat bleek ook de woensdagavond toen we het hadden over samenwerking tussen studenten- en algemene verenigingen. Mooi dat dezelfde avond al de eerste lijntjes werden gelegd en studenten ingezet gaan worden om de instructie van nieuwe leden op een aantal algemene verenigingen te ondersteunen. Kijk, dat is dan weer in de pocket.

Zaterdag 6 februari nog twee webinars. Eentje over de richtlijn zichtbaarheid: hoe zichtbaar moet je zijn als roeier op het water. De commissie veiligheid heeft zich daarover gebogen en presenteert haar advies. Benieuwd hoe dat valt.
En als uitswinger de presentatie van de digitale roeikaart van Nederland, een mooie tool voor roeiers om te zien waar je overal kunt roeien en voor verenigingsbestuurder makkelijk kunt opkomen voor de belangen van je vereniging. Roeien letterlijk op de kaart. Heb je je nog niet ingeschreven, doe het dan even snel. Er is nog plek. Voor wie niet kan: kijkt het digitaal en anders nog 358 nachtjes slapen.

Voor mij? Na morgen… even geen geroei, maar op de schaats, nog drie nachtjes slapen, kanniewachten…


Kippenvel!

Door Kees Verweel | 30 januari 2021

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Aan de laptop gekluisterd vorige week zondag! En met mij vele vele anderen, want dat is leuk bij de Facebook live streams; je kunt zien hoeveel er tegelijk meekijken, je kunt reageren en je ziet reacties van de medekijkers. We keken naar de aankomst van de Atlantic Dutchesses, ‘onze’ Nederlandse leeuwinnen die als eerste Nederlandse dames ooit een oceaan overstaken in een roeiboot! Wat een kippenvelmoment! En wat een fenomenale prestatie van deze dames. Iris Noordzij, Melissa Vooren, Renate de Backere en Marieke le Duc roeiden in 43 dagen, 4 uren en 56 minuten de 2.752 NM (5.097 km) lange Atlantic Challenge, dat is bijna 120 km per dag! Ze werden dan ook royaal 1e in het damesklassement en wonnen hiermee de Murden Trophy.
In deze prachtige wisselbeker – vernoemd naar Toni Murden, de 1e vrouw die (solo) in 1999 de Atlantische Oceaan overroeide – staan de namen van alle winnaressen van afgelopen edities. Het 2e damesteam – de Bristol Gulls – kwam iets meer dan 3 dagen na de Atlantic Dutchesses aan.
En komende week zitten we weer klaar achter onze schermen, want vrijdag of zaterdag arriveren de Dutchess of the Sea, die zich na hun finish het 2e Nederlandse damesteam mogen noemen die een oceaan overstak. Want het maakt eigenlijk helemaal niet uit op welke plaats je eindigt, het volbrengen van deze enorme roeitocht is altijd een wereldprestatie en overwinning.
De Dutchess of the Sea werden achtervolgd door pech. De stuurautomaat is er een aantal keren mee gestopt, waardoor het op koers blijven nagenoeg onmogelijk werd. Ook de watermaker gaf diverse keren problemen, waardoor er met de hand water gemaakt moest worden, geen pretje als je net 2 uren aan de riemen hebt gezeten. Het weer zat een aantal malen tegen, waardoor ze extra vaak en lang achter het drijfanker moesten afwachten. Hoe frustrerend moet dat zijn, om te ontdekken dat je in 24 uur tijd 6 NM bent teruggezet! Ze sloegen zich steeds door deze tegenslagen heen, dus hun roeitocht is hierdoor wellicht een nog grotere prestatie! Check de updates en zorg dat je eind komende week erbij bent als ze aankomen op Antigua!
Op Facebook is bij de vrienden van Atlantic Dutchesses een interessante discussie ontstaan; veel mensen vragen zich af waarom de finish van de dames, maar ook de (record)finish van Row4Cancer twee weken geleden geen landelijk nieuws is geweest. Gelukkig zijn er genoeg regionale media die er volop aandacht aan schenken, maar de grote nationale zenders en overige media laten het afweten.
De reden is denk ik simpel: roeien is in Nederland geen nationale sport, en te klein en hiermee onbekend voor het grote publiek. Ik roei inmiddels ruim 40 jaar sloep, en moet nog regelmatig uitleggen wat sloeproeien is. Binnen het roeien zijn er bovendien ook nog eens de verschillende disciplines die elkaar nauwelijks kennen. Want er is weinig vermenging tussen sloeproeien, scullen, coastal roeien etc. Hoe goed kennen wij elkaars disciplines? Een leek kan nauwelijks of niet inschatten welke grote prestaties er momenteel worden geleverd op de Atlantische oceaan. Pas als je zelf een keer heel diep bent gegaan in een boot op open water en door weer en wind, heb je een referentie. Onbekend maakt onbemind, en dus is het niet interessant genoeg voor de grote media.
Ikzelf zit er niet mee, dankzij YB tracking kunnen we alles nagenoeg live volgen, en dankzij de livestreams kunnen we live de finish zien. Van mij mag de wereld van het (sloep)roeien best deze ‘eigen’ en kleine wereld blijven, de wereld van saamhorigheid, van vriendschappen en veel mensen kennen en van mooie momenten samen delen. Ik heb daar geen NPO of RTL voor nodig.

Foto’s Atlantic Campaigns