De Kogge verwelkomt honderdste lid

Op 27 februari verwelkomde voorzitter Theo Patocka  van roeivereniging De Kogge in Onderdijk (NH) het honderdste lid. Mariëlle Foppen uit Hoorn en overhandigde haar een clubtrui als cadeau. In een korte speech zei Patocka dat de ALV in 2018 heeft vastgelegd dat de vereniging streeft naar minstens 100 leden. Dan is een roeivereniging volgens de KNRB financieel bestendig en is er ruimte voor zaken als de aanschaf van nieuwe boten en aanpassingen aan het verenigingsgebouw. “Jarenlang schommelde het ledental ergens tussen de 70 en 80. Corona dreigde in het voorjaar even roet in het eten te gooien maar na de succesvolle open dag in augustus kwamen er in het najaar 30 nieuwe leden bij. Eind december stond de teller op 98. We merken dat er een grote behoefte is aan buitensport en dat mensen ook hebben ontdekt dat roeien in deze prachtige omgeving een geweldige beleving is, elke keer weer”.

Mariëlle Foppen heeft van haar dertiende tot zeventiende jaar geroeid bij De Hoop in Amsterdam. Mariëlle: “Het seizoen startte op de Amstel met de Heineken en Head of the River in maart en de Skiffhead in april. Daarna roeiden we de boten over naar de Bosbaan om mee te doen aan de Randstad Regatta”.
Twee jaar geleden overleed een van haar roeivriendinnen van toen. Dat greep haar zo aan dat ze besloot het roeien weer op te gaan pakken. Haar epicentrum is de afgelopen jaren van Amsterdam naar Hoorn verschoven richtte ze haar blik op het noorden. Nadat ze een aantal keer had gewandeld en gekampeerd in de buurt van de Grote Vliet was de keus voor de Kogge logisch. Ze werd lid en geniet er nu met volle teugen van. De techniek is ze niet verleerd en ze vertrouwt erop dat de conditie terugkomt.
De clubtrui, onderdeel van de nieuwe clubkledinglijn, zit Mariëlle als gegoten. Ze was erg blij met deze aangepaste ceremonie, die als het gekund had zeker aanleiding was geweest voor een mooi feest. Voorlopig zijn haar feestjes wekelijks op het water tijdens het roeien.


Tegen Varese

OProeien toen – 28

Door Jan Op | 2 maart 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Laga, met Jan Op den Velde op 4, heeft in Henley 1951 geloot tegen Varese, de Europese kampioen. Ze zijn net gestart.

Temple Island begint uit het zicht te raken. Maar Varese nog niet. Ik begin inderdaad dat mannetje op vier beter te zien. Hij moet gaan omkijken om mij (en de gehele ploeg) te zien. Verdomd, we liggen vóór!! En dat blijft zo, steeds meer. Hoe zo: veeljarige kampioenen? We gaan lekker (zoals altijd als je voor ligt en zelfs steeds verder uitloopt).
We worden echter gestoord door een mannetje met een Ierse college-blazer aan + bijbehorend petje. Hij rent met ons mee om ons herhaaldelijk – in het Nederlands – toe te roepen dat we voor liggen. Dat zie ik zelf nog beter. Dus groeien bij mij moordgevoelens. Ik weet hem straks wel te vinden.
Eerst deze klus klaren. Ik zie de rug van hun boeg steeds kleiner worden.

Dan begint ergens in je hersens iets wakker te worden. De spieren spannen gaat vanzelf. Voelt goed.  Aanzwellend geluid van stemmen. De trechter waarin je naar de onzichtbare finish vaart.
Aad van Leeuwen  maakt het wel heel bont in de Telegraaf van 6 juli. Hij schrijft:

Het verschil tussen winnen en verliezen. Het is wel even zuchten na de laatste haal als je hem als eerste op de finishlijn vastzet. Waarom is verliezen veel zwaarder? Zijn de hersens geprogrammeerd? Het is voor een Italiaanse coach niet te bevatten om na jaren van succes toe te moeten geven dat er een ploeg ‘roeiduivels’ uit Delft nog sneller is dan de zijne.

Als de boot afgedroogd in de (‘gieken-‘)tent ligt met de riemen eronder, ga ik op zoek naar dat rotjochie dat ons zo uitgesproken hinderlijk op de hoogte hield van hetgeen wijzelf veel beter zagen. Maar in de menigte blazers+petjes niet te vinden. Later blijkt het Rob van Mesdag te zijn die ik nog vaak tegen zal komen. Best een aardige jongen. Ik heb hem in leven gelaten.

Volgende week: tegen Barcelona – weer succes?


Peddelen

Door Kees Verweel | 27 februari 2021

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


De sloep ligt inmiddels alweer 4,5 maand op het droge, maar sinds vorige week heb ik inmiddels weer twee rondjes in de kajak gemaakt. Eindelijk weer het zoute water van de Oosterschelde op! Stukken beter dan op de roeitrainer, want de koude zilte lucht op je gezicht en genieten van de omgeving en zo nu en dan een zeehond vlak bij de kajak is onvergelijkbaar met binnen ‘roeien’. Was ik maar dertig jaar jonger! Dan was ik nu met mijn club alle voorbereidingen aan het treffen om aanstaande woensdag weer te gaan sloeproeien! Ik denk dat de zeevaartschoolteams staan te trappelen van ongeduld! Ik gun het ze van harte! Hopelijk is dit het voorzichtige begin van verdere versoepeling met betrekking tot buitensporten. En tot die tijd peddel ik lekker mijn rondjes!

Gisteren was de online ALV van de Federatie Sloeproeien Nederland. Normaal gesproken is de ALV de echte start van het nieuwe seizoen. Je ziet elkaar weer na de lange winterstop, en voor en na de vergadering kun je lekker bijpraten met elkaar, en samen vooruitblikken op de eerste wedstrijden. In een online setting met heel veel deelnemers is het noodgedwongen erg eenrichtingcommunicatie. Je kunt wel reageren in een chatbox, maar het is nauwelijks echt interactief en al helemaal niet gezellig. De agendapunten worden doorgenomen en afgehamerd en de stemmingen gaan opmerkelijk handig via een paar klikken met de muis, maar in plaats van afsluiten met een gezellige lunch met 150-200 personen sluit je nu de pc af, en besefte ik meer dan ooit dat er voorlopig niet geroeid kan worden. Ik ga ervan uit dat we in 2022 weer een ouderwetse ALV hebben!

Vooruitblikken op het roeiseizoen is dit jaar noodgedwongen nog vol mitsen en maren. De insteek is om dit jaar de competitie door te laten gaan, waarbij de genomineerde wedstrijden allemaal in de tweede helft van het jaar geroeid zullen moeten worden. Minimaal één of enkele genomineerde wedstrijden zullen dan hun race moeten verplaatsen naar het najaar, en MPM krijgt voor 2021 ook een nominatie toegewezen. Het zou toch super zijn als we na de zomer weer echt onderling wedstrijdjes kunnen roeien! En mocht het slepen – voor nieuwe sloepen een must om mee te kunnen doen aan de competitie en voor bestaande sloepen een plicht iedere 6 jaar – dit jaar onverhoopt niet door kunnen gaan, ook daar heeft de FSN reeds een oplossing voor bedacht, top! Petje af voor het FSN-bestuur! Maar alles blijft onder voorbehoud en hangt af van de coronaontwikkelingen. Inmiddels zijn er al 6 races (tot in juli!) geannuleerd, en daar zouden er zomaar nog een stuk of 10 bij kunnen komen….

Het is nu hopen dat de balans tussen het merkbaar groeiende corona ongeduld en de vaccinaties doorslaat naar de laatste. Als ik mijn rondje langs de Oosterschelde peddel zie ik helaas steeds meer grote groepen fietsers, die zich dus niet houden aan de maatregelen en soms met 15-20 man in één groep hun rondje doen. Afgelopen weken met het fraaie winter- en lenteweer gingen heel veel mensen logischerwijs helemaal los en moesten schaatslocaties, parken en parkeerplaatsen aan de kust afgesloten worden. Inmiddels stijgt het aantal besmettingen weer. Het blijven spannende tijden!


Digitale bijlagen bij Roei! 42 | februari 2021

Roei! 42 pagina 4

Vooruitkomen op de ergo

Het artikel van John McAvoy lees je hier.


Roei! 42 pagina 6-11

Beroepsvaart en roeiers

De Roeiwaterenkaart Nederland vind je hier.

Oud maar het bekijken waard: instructief filmpje over binnenschippers en roeiers

De rivierpolitie van Nordrhein-Westfalen heeft 30(!) jaar geleden een instructief filmpje gemaakt over het samenspel van binnenvaartschippers en roeiers. Het wordt in Duitsland nog volop gebruikt om roeiers te informeren. Hier het met toestemming ingekorte filmpje van 8 minuten.


Praktijkervaring van binnenschipper Marco Thijssen

Op pagina 9 komt beroepsschipper Marco Thijssen aan het woord. Hij had half januari een voorval bij de Berlagebrug aan de Roeibond gemeld. Een skiffeur die hem tegemoet kwam, wachtte niet maar schoot net voor de boeg van de Zapata langs onder de brug door.
En op 19 februari gebeurde precies hetzelfde, daarvan zijn deze seconden film.


Roei! 42 pagina 34-37

Eindhovense indoorkampioenen

De presentatie van Martin Luirink over zijn wijze van trainen. Met muisklik of muiswiel ga je naar de volgende pagina.

0001
previous arrowprevious arrow
next arrownext arrow
Shadow

Roei! 42 pagina 44-47

Schouder-, arm- en polsklachten

De oefening die niet in woorden te vatten is, zie je hier:


Buiten is beter dan binnen, georganiseerd beter dan ongeorganiseerd

Door Feike Tibben | 27 februari 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Wat een – toch nog onverwacht – feest deze week, het besluit van het kabinet om jongeren tot 27 binnen 1,5 meter te laten sporten. Nog geen wedstrijden maar wel fijn samen trainen in dubbels, vieren en achten.. Heerlijk.
Wat.Een.Feest. Het voorjaarzonnetje lokt en lonkt.

Het regeringsbesluit laat ook maar weer zien hoe goed we als roeiers in beeld zijn bij beslissers: hoewel er ook in onze sport nog mensen mopperen omdat ze letterlijk buiten de boot vallen zal het rijk niet voor niets ónze sport hebben gekozen toen een logische leeftijdsgrens moest worden bepaald. Een goede keuze die 27, onze leeftijdsgrens tussen senior en master / veteraan. Was wielrennen leidend geweest dan zou 30 jaar de grens zijn, atletiek had een leeftijd van 35 opgeleverd en bij schaatsen iedereen tot 40, terwijl golf de veteranengrens pas bereikt bij de leeftijd van 50… maar ja of bij dat soort leeftijden het besluit om te gaan sporten zou zijn genomen. We zullen het niet weten, maar hé: deze is binnen.

Dat mocht ook wel, we worden als sport ernstig beperkt door die verhipte 15(!) centimeter die we tekort komen om de verplichte 1,50 meter afstand tot elkaar te houden en de onmogelijkheid om aan de afstand van bankje tot bankje te doen.

Zo’n verruimingsbesluit zet wel aan het denken: what’s next? Komt er meer ruimte voor sport en zo ja welke sport en als die ruimte er komt: eerst wedstrijden voor de groepen die nu mogen of een verdere leeftijdverruiming?

Volkskrant, 27 februari 2021

Eerst maar die eerste vraag: komt er meer ruimte voor sport en zo ja voor welke sport. Het antwoord kregen we vanmorgen van Paul Depla, burgervader van Breda en fervent voetballiefhebber op een presenteerblaadje: Hij stelt klip en klaar in moderne burgemeesterstaal: “Buiten is beter dan binnen, georganiseerd beter dan ongeorganiseerd.” Ik vertaal het als: buitensport vóór binnensport, en voorkeur voor georganiseerde sport.
Wéér zitten we dan goed. Als er één sport de ruimte heeft en de ruimte zoekt zijn wij watersporters dat. Als er één sport georganiseerd is (de discipline bij het uitbrengen van een acht, need I say more) dan zijn roeiers dat!
Paul, bedankt voor deze steun! Misschien dat de roeiers uit Breda deze dank willen overbrengen.

Dan de volgende: eerst wedstrijden voor de groepen die nu mogen, of eerst een verdere leeftijdverruiming?
Als ik zo eens mijn oor te luisteren leg, lijkt er een brede voorkeur voor de laatste. Eerst grotere groepen ruimte geven. Het houden van wedstrijden zou leiden tot te veel verplaatsingen, misschien zelfs gejuich (weet u het nog: ‘schreeuwen is niet toegestaan’) of nog erger: verbroedering. Ieuw, je moet er niet inderdaad aan denken.

Wat zou dat fijn zijn als we weer met meer. Ik snak naar ruimte voor nabijheid. Het komt er aan. De deur is wéér een eindje open, nu voor iedereen tot 27 jaar. Kijk aan, de zon schijnt al weer een beetje meer.

Psst..Trouwens geen wedstrijden mogelijk? Wat let je om vanaf volgende week net als de junioren virtuele wedstrijden te houden? Easy: Uitdagers kiezen. Afstandje kiezen. Afstand 2x varen (windje mee windje tegen). Tijden doorgeven. Virtueel huldigen. Biertje.
Zonder Fieldlabbesluit, zonder organisatie, zonder verplaatsing, zonder besmetting. De junioren praten je bij.

Junioren van Hemus afgelopen weekend tijdens een virtuele onderlinge strijd | Foto Karel van Wijk

Vier Nederlandse wereldtitels bij WK Indoor

Bij de World Rowing Virtual Indoor Championships, die deze week worden gehouden, heeft Nederland na twee van de drie dagen niet minder vier wereldtitels in de wacht gesleept. 

Ladies first: bij de dames 75-79 werd Mies Bernelot Moens (Rijnland) niet alleen wereldkampioen, maar verbeterde daarbij ook nog haar eigen wereldrecord. Zij finishte op de 2000 meter in 8:15,5! Rijnlander Johan IJff verzorgde op de vereniging de ict- en videotechniek van de race, en die had er ook een Teams-bijeenkomst van gemaakt, zodat Mies virtueel kon worden aangemoedigd. Zo werd ze ook toegejuicht door haar ploeggenoten uit de acht van Argo met wie ze in 1965 op het EK in Duisburg zilver won.

Argo 1965: Mies op slag
c
previous arrow
next arrow

Een andere kandidaat voor het predicaat Forever Young is Frans van Mierlo (RIC). Hij versloeg in de categorie M70-74 na een spannende race zijn Tsjechische belager in een tijd waar menige jongere alleen maar van kan dromen: 7:04,0. 

Martin Luirink
Martin Luirink

Baas boven baas is Martin Luirink (Beatrix). Op dinsdag sloeg deze trainingsfanaat in de allerlaatste meters van de 500 meter bij de lichte mannen 60-64 toe en finishte in 1:29,7, een neuslengte van 0,2 seconde voor een gelouterde Fransman. Alsof dat niet genoeg was, pakte Martin op de tweede dag van het toernooi ook nog de wereldtitel op de 2000 meter. Tot 1200 meter lag hij op koers om zijn eigen wereldrecord aan te scherpen, maar voelde na 1200 meter dat de ultieme inspanning van de 500 meter hem nog parten speelde en besloot “rustig” zijn tweede kampioenstitel veilig te stellen. 

Corien Prins

Bij de mannen 65-69 veroverde Hans Vendrig (De Amstel) een uitstekende zilveren medaille dankzij een slim opgebouwde race.

Wie de resultaten van de Nederlandse deelnemers bestudeert, ziet dat het Eindhovense Beatrix niet alleen kwalitatief maar ook kwantitatief een grote inbreng heeft bij dit WK. De vier clubgenoten nemen samen zeven van de achttien Nederlandse starts voor hun rekening. Corien Prins overtrof zichzelf met twee vierde plaatsen (LW30-39), terwijl Jan Portegijs (LM60-64) en Robin Sterk (M70) hun kwalificatie ruimschoots waarmaakten met respectievelijk een zevende en een zesde plaats.