Trekkers. Trackers.

Of hoe een gesprek kan ontsporen…

Door Feike Tibben | 24 juli 2020

Afgelopen week had ik een gesprek waarbij het onderwerp kwam op de inzet van trekkers bij de roeisport. ‘Ik snap werkelijk niet wat trekkers nu voor meerwaarde kunnen bieden’, klonk aan de andere kant van de lijn, ‘dat hebben we toch niet nodig, dat is onze doelgroep niet en bovendien te lomp, te groot en te langzaam. Ik vind het ook niet passen in de stad. Geloof me daar krijgen we alleen maar gedoe van…etc.’.

En terwijl ik stevig van leer trok om hem te overtuigen besefte ik hoe we langs elkaar heen praatten.
Mijn gesprekspartner, wonend buiten de bebouwde kom en duidelijk met de actuele opwinding in de agrarische wereld in zijn hoofd, zag bij het woord trekkers ronkende tractoren en ander groot materieel bezwaailicht en wel demonstratief toeterend onze achten begeleiden langs de Amstel of Bosbaan, (wel een mooi beeld overigens!), een stevig oproer veroorzakend.

Nee, die trekkers bedoelde ik niet. Dat soort tractoren hoort toch meer bij schaatsen (dat blijft toch knap hoe onze collega’s zorgvuldig het beeld cultiveren van polderjongens en -meisjes die zo vanachter de koeien het ijs opstappen, de wereld aan gort schaatsen en dan stoïcijns op het eigen erf doorgaan met waar ze gebleven waren.) Die trekkers dus niet.

‘Ik bedoel trackers van track & trace’, antwoordde ik toen me de misvatting langzaam duidelijk werd. ‘Na de zomer gaan we bij een paar coastalwedstrijden testen wat de meerwaarde kan zijn van trackers, een simpel kastje in iedere boot dat aangeeft wat de positie is.’ Een zucht van verlichting klonk. Bij coastalwedstrijden op open water is het lastig de wedstrijd mee te maken. De boten worden al gauw stipjes en zelfs met verrekijkers wordt het vanaf de kant soms gokken wie zich waar bevindt in het veld. Net als bij zeilen is het een uitdaging om het walpubliek te laten meebeleven met de spanning op het water.

Onze sloeproeicollega’s hebben een mooi en betrouwbaar trackingsysteem ontwikkeld: sloepvolgen.nl waarbij ze de posities van boten continu in beeld hebben. Goed voor de veiligheid, handig voor de jury, maar vooral aantrekkelijk voor publiek. Dankzij goede contacten met hen gaan we dit voor het coastal roeien testen. Het eerste weekend in september in Rotterdam nog met een basic pakket, later in Muiden hopelijk ook gekoppeld aan camera’s, beeldschermen op de wal en misschien zelfs de gelegenheid om de wedstrijd coronaproof live te volgen vanuit je luie stoel thuis.

Ik droom weg. Hoe gaaf zou het zijn als je als kijker nog dichter op de roeiers kunt komen, dat je via camera’s aan boord de echte inspanning van iedere roeier ziet, dat je door meetgegevens nog nauwkeuriger ziet hoeveel vermogen wordt geleverd, leest hoe hoog de hartslagen zijn en hoe de actuele bootsnelheid is. Dat je op het puntje van je stoel, met elkaar in de clinch gaat liggen wie gaat winnen: ‘A want die gaat sneller’, ‘nee joh, B, want er moeten nog twee bochten en hun stuurman heeft meer bootgevoel’. Dat je terwijl je live kijkt, terwijl de wedstrijd aan de gang is, al virtuele klassementen kunt zien. Dat je…  afijn jullie snappen: ik zie kansen.

Ergens in Nederland wordt nu een groepje bêta-studenten wakker en gaat die droom waarmaken. Let maar op. Die sloepvolger zou wel eens een echte trekker kunnen worden.


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van Feike hier.



Mijn schip? Mienskip!

Door Feike Tibben | 10 juli 2020

Nu we langzaam van het voorjaar de zomer in duiken en we het nieuwe normaal, normaal gaan beschouwen, merk ik pas hoe schraal ik deze tijd vind. Eigenlijk had het voorjaar – in het noorden, ver van corona – ook wel iets knussigs. M’n kinderen waren bij mij in huis, we hadden aandacht en tijd voor elkaar, 24/7 een soort communityritme van opstaan, werken, eten, praten met elkaar. Op elkaar aangewezen zijn, beetje cocoonen. En het werk: op afstand. Dagenlang zoomen en teamsen, ook het bestuurswerk voor de bond was digitaal. Soms wel drie vergaderingen op een avond: klik er in, klik er uit, en hup weer in een andere. Vervreemdend ook, aan de ene kant heel close met je dierbaren en aan de andere kant werken in een soort virtuele wereld.. weird.

Nu we weer normaal kunnen roeien valt het abnormale me des te meer op. We reserveren boten, komen aangekleed en wel op de roeivereniging, stappen in, roeien, en gaan daarna weer weg. Focus op de sport. Geen geouwehoer onder de douche, geen nazit aan de bar, of hangen in de hoek..

Wat mis ik dat. En volgens mij ben ik niet de enige. Een roeivereniging is meer dan alleen een plaats om te sporten, ‘dan waren we wel een sportschool’, het is ook een plek waar je elkaar treft, waar je belang aan hecht dat t er is, waar je je voor inzet. Ik betrap me er op dat als je alleen maar roeit en niet elkaar treft, consumentisme op de loer ligt. ‘ze hebben het gras niet gemaaid, mijn boot is niet schoon.’

Voor de vernieuwde ‘Handleiding voor het oprichten van een roeivereniging’ – verschijnt in het najaar – hebben we een aantal oprichters van roeiverenigingen gesproken. Niet degenen die nu aan het roer staan, maar degenen die ooit het vuurtje hebben aangestoken. De durfals die zo maar uit het niets beginnen. Geen boten, geen leden, geen locatie en dan gewoon roepen: ‘Ik begin een sportvereniging’. Dan ben je een held. Vaak beginnen de gesprekken met die starters wat schuchter ‘waarom bel je me’, maar al snel komen herinneringen weer boven en worden ze onstuitbaar enthousiast. Alsof je het vuurtje van toen weer even aanblaast. Wat opvalt bij die pioniers? Het begint dat ze zelf willen sporten op het water. Sommigen komen helemaal niet uit de roeisport, maar het water trekt. Het begint met focus op de sport, de hardware: accommodatie, boten, roeiwater, etc.. Maar wat zie je ook? Al heel snel wordt er gebouwd aan de vereniging, aan de cultuur, het samenzijn, het besef dat je samen verder komt. ‘Koop zo snel mogelijk een koelkast en zet die helemaal vol’, zei één. Zo praktisch kan dat zijn.

Het woord vereniging komt natuurlijk van verenigen. ‘Samenvoegen’, volgens Van Dale. Een vereniging is geen bedrijf of instituut waar je klant bent, maar een gemeenschap van mensen met een gezamenlijk belang. Gemeenschap. In het fries: mienskip. Die mienskip, daar moet je aan werken. Dat is meer dan in een bootje stappen afdrogen en weer weg. Best lastig in deze tijd dus. Misschien vind ik het daarom extra leuk dat bijvoorbeeld Martin Paasman op de faceboekpagina marathonroeien iedere week herinneringen ophaalt aan een marathon die niet doorgaat, de Noordhollandtocht, de 24 uur van de Rotte, de IJsselmondetocht, elke week zijn we er toch een beetje bij. En wat geniet ik ook bijvoorbeeld van Gorinchemse roei-junioren die elke week maar weer in aanstekelijke beelden laten zien hoe ze op het water en met elkaar plezier hebben. Ik hoor van verenigingen met virtuele borrels,van spelletje, uitdagingen. Allemaal zaken om de mienskip actief en levend te houden. Trots ben ik op al die initiatieven die laten zien dat mienskip in de roeiwereld veel meer is dan ‘mijn schip’. Koester dat en hou vol. Roeien doe je samen.


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van FeikeTibben hier.



Achteruitfietsen op de snelweg

Door Feike Tibben | 3 juli 2020

‘Volle fietspaden met verschillende snelheden. Dat kan niet allemaal naast elkaar.’ Dat was het pleidooi van ANWB-directeur Frits van Bruggen recent in het AD in reactie op het steeds populairdere e-biken. En met een ‘anders vallen er nog meer doden,’ zette hij zijn woorden kracht bij. Nog meer doden? Huh? In ons overvolle land hebben we wandelpaden, fietspaden, woonerven, voetgangerszones, fietsvoorrangswegen, lokale wegen, provinciale wegen, autowegen, snelwegen, waterschapswegen, ruiterpaden, mountainbikepaden, rolstoelpaden… allemaal om de verkeersstromen zo goed mogelijk te uit elkaar te houden. En voor de ANWB is die deling nog steeds niet genoeg om te zorgen voor een veilig verkeer? Kom even bij ons kijken, wielrijdersbond!

Want hoe anders is dat op het water. Los van een enkel stukje water speciaal voor snelvaren, waterskiën of beroepsboten is ons water één grote speeltuin. Geen aparte stroken voor kanoërs, voor sloepen of voor vrachtverkeer. Vooruit, achteruit, gemotoriseerd, ongemotoriseerd, zeilend, suppend of zwemmend, sportief, recreatief en beroeps, het krioelt door elkaar heen. Het idee van goed zeemanschap was misschien ooit een even praktische als romantische manier om vrijheid en verantwoordelijkheid recht en ruimte te geven. Maar dat beroep op goed zeemanschap voelt op een toenemend aantal plekken, zeker in de steden, niet meer als een kundig en verantwoord met elkaar omgaan, maar meer als russisch roulette. De vraag is niet óf je moet uitwijken, bijsturen, inhouden of remmen als je midden in een training met je skiff, dubbel, vier of acht tussen brugspringers, rosésloepers, spookzwemmers, of ‘surfende’ strijkijzers manoeuvreert, maar wannéér.

Om beginnende roeiers veiligheids-alertheid bij te brengen leert Theo van den Broek (Saarrowingcenter) zijn roeiers: ‘roeien is als achteruitfietsen op de snelweg: het is ongemakkelijk, onhandig en het verkeer om je heen is groter en gaat bovendien sneller dan jij. Onthoud dat.’
Dat achteruitfietsen wordt er in onze boten niet altijd gezelliger op. Op veel plekken was het al druk, de afgelopen jaren is het drukker geworden en het wordt nog erger. ‘Een volle boot’, duidt steeds vaker niet op een volledige bemanning maar op een hooswaardig schip. En goed zeemanschap verwordt tot ‘goed scheefvaarschap’ of een chagrijnig ‘goed schreeuwmanschap’. De Volkskrant wijdde afgelopen week een artikel aan de toegenomen drukte. Citaat: ‘Vooral de sloepenmarkt is geëxplodeerd. Laatst was ik nog varen van Amsterdam naar de Kaag. Je kon over de sloepen lopen. Ik kon niet eens meer aanleggen en moest mijn boot voor anker leggen.’ (De man was sloepvaarder) De regionale krant Stentor citeerde eerder een bootverhuurder: ‘Het is het ergst op hete dagen. Dan zijn er veel aso’s, testosteronbommen die onder de brug nog even hard optrekken, zodat het water tegen de onderkant van de brug (!) aan komt”.

En daartussen sporten wij dus…

Wordt ‘t niet tijd dat we op een aantal plaatsen afspraken maken over gebruik van het water, ter bescherming van onze sport én onze eigen veiligheid? Veldsporten zijn heer en meester binnen de lijntjes. Zaalsporten hebben de bescherming van vier muren en een dak, en ook wielrennen en schaatsen hadden al snel na het begin van de sport de eerste afgesloten stukken parcours waar sportmensen veilig konden trainen. Wielrennen en schaatsen zijn ongeveer even groot als wij (beide ca 36.000 leden), maar hebben inmiddels beduidend betere voorzieningen:
schaatsen: 30 ijshallen en 90 skeelerbanen
fietsen: 75 wegparcoursen, 5 wielerbanen, 67 veldritbanen, 223 mountainbikevoorzieningen en 49 BMX-banen.
Allemaal afgesloten, veilige parcoursen.

En wij? Wij sporten op 5 roeibanen… als we tenminste ruim rekenen (zie vorige week). En wie daar niet roeit, fietst dus week in week uit achteruit op de snelweg… je zou je handen voor je ogen doen.


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van FeikeTibben hier.



Polder-chique: RVD, Lily-goes-Henley

Door Feike Tibben | 26 juni 2020

Afgelopen week was ik met Barend van Kouterik (Die Leythe) en Martin Ottow (Tubantia), beide actief voor nieuwe roeiverenigingen, op bezoek bij RVD ’17.

RVD ’17… trouwe kijkers van Blauw Bloed herkennen in deze afkorting de RijksVoorlichtingsDienst.  Zij zullen denken ‘wat moeten die bondsjongens daar nu weer? Gaat ’t koninklijk huis coronavrij sporten in de buitenlucht. Krijgen we een eerstejaarsprinsesje? Een koninklijke sloep?’ Helaas, helaas… geen geheimzinnigheid, geen prinsessen, sloep of codetaal: RVD’17 staat in onze wereld voor Roeivereniging Dronten.

Een bezoek aan RVD’17 is geen glitter, glamour of een van de drie AAA’tjes, maar eenvoudige hardwerkende mannen Raymond en Jan Willem. De eerste heeft wel in een roeiboot gezeten, de tweede nog nooit. Samen timmeren ze in Dronten een roeivereniging uit de grond. Doelgericht en onbescheiden. Zo heeft de kleinste vereniging naar eigen zeggen wel ’t grootste gazon! Je moet je ergens mee onderscheiden.’

Wat me ook nu weer opvalt: wat een prachtig water hebben ze daar toch in de polder. Breed, diep, rustig, mooie ‘Langstrecken’. Wat een kansen. Zelfs een Leyenaar als Barend, toch verwend met Galgewater, Oude Rijn, Nieuwe Rijn, Vliet, Oude Vest en de Singels, is zichtbaar onder de indruk. Het water daar lonkt en roept… Dat het mooi roeiwater is weet onze nationale equipe. Bijna even vaak als op de Bosbaan trainen ze vanaf roeivereniging Pampus op de Grote Vaart in Almere. 

Maar het leukste water in de polder is toch wel het Gelderse Diep, oftewel onze Vijfde Roeibaan… De Vijfde roeibaan, is die er dan? 

Verder van Bosbaan, WAB en – vooruit dan – Zuid-Willemsvaart komen de meesten niet. Een enkeling, boven de veertig óf van boven Assen, pinkt nog een traan weg om het verlies van Harkstede, de ex-vierde. Maar de vijfde?

Roeivereniging Pontos, Lelystad meldt zich: ‘Die vijfde baan hebben wij. Pal voor de deur, prcies 2k, en speciaal voor ons gemaakt: destijds twee wedstrijdbanen én een oproeibaan.

Dat kwam zo: onze leden Ernst jan Harmsen (Wageningen, Argo), en Gidi Cals (Delft, oud-Proteus) hebben zich hier hard voor gemaakt. Ernst Jan werkte bij de Rijksdienst IJsselmeerpolders bij stedebouw die ook sportaccomodaties ontwikkelde. Het geschikt maken van het afgedamde stuk Lagevaart / Gelderse Diep voor roeiwedstrijden was een relatief goedkope zaak. Zo kon vanaf de tekentafel worden geregeld dat er midden in de stad een baan van 30 m breed en ruim 2 km lang vanaf ons clubhuis loopt, dat er bij de start een soort startkom is, dat de bruggen daar 30 m overspanning (vrije doorvaart, zie artikel vorige week) hebben en dat er een fietspaadje ligt.’ 

Goed beschouwd en met een beetje fantasie ligt daar in Lelystad een soort polder-Henley waar ploegen boord aan boord door de stad kunnen raggen: ik krijg er nu al zin an… alleen nog iemand die die zo’n event eens gaat organiseren: ik krijg visioenen van  ‘Lily goes Henley’… en de hele polder-chique op bezoek.

@MariekeBal, mag ik jou vast uitnodigen?

PS: dat we ons als roeiers tevreden stellen met maar vijf roei-accommodaties verbaast me nog steeds. Volgende  week meer daarover.


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van FeikeTibben hier.



De factor R

Door Feike Tibben | 19 juni 2020

‘Er wordt gewerkt aan een plan voor de bouw van een nieuwe fietsbrug over de Rotte, net ten noorden van Rotterdam… roeiers maken bezwaar… de brug voldoet niet aan de richtlijnen die de bond heeft opgesteld… en die zullen worden overgenomen in de Richtlijn Vaarwegen 2020...’

Dit was zo maar een berichtje, recent op ROEI.NU. Een situatie waar we als sport zo vaak me te maken krijgen: een ontwikkeling bedreigt of hindert ons vaarwater.

Ook een bericht waar een wereld achter zit: Richtlijnen van de Bond? Richtlijn Vaarwegen 2020?  Ik neem jullie mee in de wereld van de KNRB-commissie Roeiwateren en de KNRB-commissie Infrastructuur. Twee commissies die als een gewiekste twee-eenheid op de achtergrond verenigingen direct of indirect ondersteunen zodat we onze sport kunnen blijven beoefenen. Omdat ze zoveel op de achtergrond werken, zet ik ze in de spotlight.

De commissie Infrastructuur adviseert verenigingen over gebouwen en locaties, dat weten ze in Nijmegen, Groningen, Delft, etc maar al te goed. Minder bekend is dat deze commissie ook formuleert ook wat geschikt roeiwater is: hoe breed, hoe diep, hoe hoog minimaal de bruggen etc. Die criteria worden vastgelegd in het KNRB-handboek accommodaties.

Net als de maten van een voetbalveld, de lengte van een ijsbaan of de hoogte van een volleybalhal hebben we dus ook richtlijnen voor de roeiverenigingen. Verenigingen kunnen deze gebruiken bij nieuwbouw óf voor bescherming van hun roeiwater, zoals in Rotterdam gebeurt.

Dat handboek wordt steeds actueel gehouden, Dit jaar is er weer een herziening. De verenigingen hebben afgelopen week een vragenlijst gekregen.  

Die andere commissie, de commissie Roeiwateren, brengt in kaart waar er in Nederland geroeid wordt en hoe vaak. Op het plaatje onder aan dit artikel staat een screenshot van een deel van de GIS-kaart waar aan gewerkt wordt. Het screenshot laat het roeiwater in een deel van Noord Holland zien. De dikte van de lijn geeft de roei-intensiteit weer. De Amstel als dikste, niet verwonderlijk, maar ook De Zaan en de Ringvaart doen lekker mee.

Met deze kaart en de eisen uit het handboek in de hand spreekt de commissie met waterbeheerders. En dan komen ze te spreken met deskundigen over CEMT-klassen, ZM- en M-routes, verbindingswater, ontsluitingswater, en boottypes A,B,C en D. Allemaal typeringen van water en boten, met één gebrek: géén aandacht voor roeiers. Gelukkig komt nu langzaam beweging in. Rijkswaterstaat lijkt de roei-eisen mee te nemen in de nieuwe Richtlijn Vaarwegen 2020. Onze bondsrichtlijnen worden dan (rijkswater-)Staatsrichtlijnen. Dat helpt.

Maar ja, dat is mooi van Rijkswaterstaat… we hebben nog zoveel andere waterbeheerders: provincies, waterschappen, gemeenten… Als we die ook allemaal moeten bewerken… Zou het niet veel mooier zijn als we als roeiers op de vaarkaart een eigen beschermde aanduiding krijgen waar ánderen rekening mee moeten houden: ‘R-water’? Met de eisen uit het handboek en de vaarwegen van de GIS-kaart zouden we met één zo’n letter ons roeiwater kunnen beschermen. Beschermen tegen bruggen óver het water (De Maas, Nautilus, Skadi, Rijnmond, Stichting Roeivalidatie), tegen brugpijlers ín het water (Proteus, Laga), tegen de harde oevers (Gyas), tegen te veel andere boten (Naarden, De Hertog), tegen te hoge snelheden (waar niet), of dat allemaal tegelijk (Orca, Viking, Triton). 

Zo’n R is niet alleen op de Rotte, maar voor alle Roeiers van belang.

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van FeikeTibben hier.



Houden van Herma

Door Feike Tibben | 12 juni 2020

Deze week zetten we de laatste puntjes op de i voor de digitale Algemene Vergadering van de Roeibond volgende week. Normaal gesproken is die week vóór een AV een stille week: de agenda is gemaakt, de stukken zijn klaar, hooguit nog wat finetunen. Je merkt dan wel een zekere buzz in het land want de AV is ook een dag om met deze en gene bij te praten, prangende kwesties aan de orde te stellen en partijen aan elkaar te verbinden. Hoe anders is dat nu: we vergaderen digitaal en dat vraagt de nodige strakheid en discipline. Ook het vragenrondje is dit keer anders; niet een partijtje vrijworstelen maar veel formeler: vooraf en schriftelijk. Onze antwoorden geven we ook vooraf. In plaats van een weekje stilte, mailen en bellen we deze dagen om dat scherp te krijgen.

De ereleden van de KNRB hebben dit keer een andere plek. Normaal zitten ze, wat onzichtbaar voor de verenigingen maar voor ons prominent aanwezig, op de eerste rij in de zaal. En ze zitten niet alleen, maar laten ook met lichte mimiek instemming of kritiek blijken. Voor mij ook altijd een tikje intimiderend…

Nu is dat anders. We hebben voor hen geen digitale loge of eregalerij. Het zal een beetje puzzelen worden om te ontdekken wie waar zit op het digitale schaakbord. Met spijt zie ik een berichtje van erelid Herma Bik:  ‘Beste Feike, vandaag heb ik me afgemeld voor het digitaal vergaderen, dat is niets voor mij…‘ Ze verwijst naar zoom-ervaringen met vriendinnen die maar door elkaar praten. Jammer dat ze zich afmeldt.

Die Herma… Ons eerste contact was eind jaren negentig. Herma was redacteur bij bondsblad(!) ‘Roeien’, en ik kersvers actief bij Hemus. Bij Hemus vonden we dat het tijd was om de club meer bekendheid te geven en dat werd vertaald in: ‘Elke maand een artikel in een lokale krant, elke maand deelnemen aan een roeiactiviteit in het land en in iedere uitgave van het bondsblad een stukje over  onze vereniging’. Dat ging al snel opvallen bij de redactie. Herma en ik kregen contact en met al haar ervaring ging ze meedenken. Wat heeft ze vanuit Uithoorn goed geholpen om die vereniging uit Amersfoort op de kaart te krijgen en mij de weg te wijzen in de roeiwereld.     

Onderhand moet ze haast wel een meer dan mythische leeftijd hebben bereikt. We blijven elkaar tegenkomen. Zoals zaterdagmorgen 8 juni 2019, de start van Kikarow in Uithoorn, het is 6.30 u en -20C: Wie schraapt het ijs van de boot, wie is de eerste stuurvrouw… precies.

En dan dat mailtje deze week. Want natuurlijk bleef het niet bij een formele afzegging, ‘…want daar wil ik je helemaal niet mee lastig vallen’. Scherp als altijd plaatst ze de breedtesportvisie en het juniorenplan in een actueel tijdsperspectief: ‘aangezien de economie binnenkort hollend achteruit gaat, zal ook het deelnemen van junioren aan wedstrijden elders dan in de directe omgeving moeilijker worden. Het lijkt me belangrijk dit in het achterhoofd te houden’, .. ze schrijft ook dat ze hoopt dat ze ongelijk krijgt. Wat ik wil zeggen: fijn deze betrokkenheid en kritische blik. Het houdt ons scherp.

Ik beken: Ik hou van Herma. Het is een eer om op haar schouders te staan.


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van Feike Tibben hier.



Ajax in een kano

Door Feike Tibben | 5 juni 2020

Mijn bijdrage vorige week met de titel ‘Waar is de roei-Sjoerd?’ over het belang van sappige roeiverhalen heeft veel reacties losgemaakt. Ik heb lijsten met binnen- en buitenlandse roeiboeken gekregen. Ik werd doorverwezen naar zolders ‘waar nog veel meer ligt’. Dank daarvoor!

Niemand was gepikeerd. Ook in onze reacties blijven we keurig als roeiers. Misschien bevestigt die keurigheid juist wel mijn punt. De roeiverhalen zijn vaak zo gladjes en technisch.

Het zal aan mij liggen, maar ik mis wat in gladde verhalen. Want wat geniet ik van het maniakale van Sven Kramer, de eenzaamheid van Marco Pantani, het uit de bocht vliegen van Thomas Dekker, de twijfel van Marcel Wouda, het vuile van Lance, de kwetsbaarheid van Femke Heemskerk, het complexe van Bettine, de tragiek van Foekje Dillema of de strijd tussen Zola Budd en Mary Decker (boeiend om het retrospectief te zien van die twee gemankeerde zielen).

Misschien zoek ik de emotie en romantiek in het roeien wel in de verkeerde dingen en gaat het om iets anders. Misschien zitten die emotie en romantiek niet in de keerzijde van keurigheid of in de tragiek als keerzijde van geluk.  

Mijn achtergrond in het wielrennen kwam jaren geleden bij Hemus schrijnend aan het licht kwam toen ik voorstelde dat we bij het aantrekken van een goede verenigingssponsor toch vooral bereid moesten zijn om onze klubkleuren en bootkleuren aan te passen onder het mom: ‘nou en als die sponsor bloemetjesroze wil, dan roeien we toch in bloemetjesroze… of kanariegeel’. Verbijstering alom: dat nooit!

Ook een poging jaren later om onze clubkleding aan te passen (‘met die rode dwarsstreep lijken we wel Duitsers’) in een heus Joriskruis – het stadswapen van Amersfoort – viel in het niet. En ik had me nog wel zo goed voorbereid: ik had een heus voorbeeldpakje gemaakt en aangedaan en deed staande de vergadering als voorzitter een heuse stripact om dat pakje te showen… helaas. Zelden stond een voorzitter meer in zijn hemd.

Ik zie ineens vaders en opa’s vorig jaar op de Varsity bij de winst van Triton diep geroerd, tranen biggelend: ‘oh jongen wat is dit mooi, dat ik dit nog mag meemaken… Ozze kllup…’, elkaar omhelzen en hun gezicht met wit/blauw afvegen. Onze club.

Emotie en romantiek in het roeien? Hup met de klup, hoezee, hoezee, hoezee!

En nu snap ik ook dat roeiers van RIC tóch trots waren toen iemand vanaf de brug naar ze riep: ‘hé kijk, Ajax in een kano!’

Foto: website RIC

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van Feike hier.