Vooruitblik

Door Willem van Schelven | 1 juni 2020

Een van de eerdere columns hier droeg de titel Retrovision. Letterlijk dus : ‘achterom kijken’. Maar in het roeien is het dus eigenlijk: vóóruitkijken.
Ik doe het nu allebei.

Eerst vóóruit, naar het volgend jaar. Want dit wedstrijdseizoen is voorbij; misschien nog een Goudse Mijl, de Tromp, Nov-4. Misschien. Want misschien is er straks toch die ‘tweede golf’ die ons in 2021 dwars zit.
De KNRB houdt echter goede moed: het concept wedstrijdprogramma 2021 is al beschikbaar!

Wat valt op? Vanaf eind april twee nieuwe dingen:

  1. Een nieuwe wedstrijd op de Spiegelwaal, waar Phocas en De Waal hun domicilie hebben gekregen, nu tenslotte ook met fatsoenlijke vooruitzichten op passende en betaalbare huisvesting. Zie ook deze column van Feike Tibben.
  2. Nieuw ook is DIYR, de Dutch International Youth Regatta op de Bosbaan. Zou dit jaar juli al plaatsvinden, maar… corona. De nieuwe regatta past in het streven van de KNRB om het juniorenroeien te stimuleren, en daarmee het verhoudingsgewijs erg lage aantal jeugdleden in onze sport op te vijzelen. Het eerste weekend van juli. Mooi!

Iets minder mooi, wat mij betreft, is de maand maart 2021. Ik citeer uit het concept van de KNRB:

  • 6 & 7 maart                Head of the River
  • 13 & 14 maart            Heineken Roeivierkamp  (H4K)
  • 20 & 21 maart            Tweehead & Skiffhead
  • 27 & 28 maart            Nieuwe 2km wedstrijd Bosbaan

U leest het goed: éérst Head, een week later de H4K, en nog een week later de Twee- en Skiffhead.  Bovendien, in dan inmiddels het laatste weekend van maart: een ‘nieuwe 2 km wedstrijd’, op de Bosbaan.

Ik word daar niet blij van. Maar ja, zult u denken: die man is al wat ouder, die is wat ‘innovatieschuw’. Oud wel, maar bang voor vernieuwing niet. Ik heb ook zelf de afgelopen jaren – met andere ‘roei-gekken’ – een tweetal nieuwe wedstrijden op poten gezet. Eén heeft het niet gered – Rotterdam Head First, één wel, de Dutch Masters Open.

Vanwaar dan mijn treurnis? Daarvoor eerst een blik via de ‘retrovision’.
Tot 1973 was de Head of the River de eerste grote wedstrijd van het nieuwe seizoen: laatste weekend van maart. Twee weekenden later: de Skiffhead, zo tussen 8 en 14 april. Eerste zondag van mei: de Varsity. In 1973 kwam de H4K er bij, een week vóór de Head. Aan al die wedstrijden deed iedereen mee: van eerstejaars tot en met de nationale toppers.

In de laatste jaren van de vorige eeuw veranderde dat. In 1997 organiseerde de FISA voor het eerst de World Cup wedstrijden. Dat had gevolgen voor de trainingsopbouw van de nationale toproeiers, want de eerste World Cup viel zó kort na de Head, dat de overgang van training op duurvermogen naar snelheidstraining te weinig tijd kreeg. De deelname van de toppers aan H4K, Head en de Skiffhead liep terug, en in sommige jaren kreeg de nationale selectie zelfs een verbod van de bondstrainer om aan deze wedstrijden deel te nemen.

Om die terugloop tegen te gaan werd de ‘oplossing’ gevonden door de voorjaarsklassiekers wat éérder op de kalender te zetten. Een ander argument daarvoor was dat er steeds meer ‘vroege’ 2-kilometerwedstrijden bij kwamen in april en mei.

Probleem opgelost. Ja, maar een nieuw probleem gecreëerd. Want

  1. De toproeiers kwamen niet echt terug naar Head en Skiffhead. Je hoeft maar te kijken naar de aantallen én de namen. Neem alleen al de Telegraafbeker: daarop – onder véél meer – de namen van de olympische medaillewinnaars Harry Droog (Skiffhead 1966; tevens baanrecord), Ronald Florijn (1982), en uiteraard meervoudig wereldkampioen Frans Göbel (huidig baanrecordhouder). De enorme armada op de Skiffhead is – afgezien van de junioren – tegenwoordig bijna volledig ‘Masters’. Toppers: nauwelijks of niet.
  2. De opwarming van de planeet gaat niet zó snel dat we nu onbezorgd de hele winter kunnen trainen. Tot begin maart is het zo vroeg donker, dat de werkende roeier alleen op zaterdag en zondag in de boot komt. En veel van die weekenden vallen uit: het vriest weliswaar minder dan in 1980/1990, maar wind/storm maakten veel weekenden ‘onroeibaar’, de afgelopen jaren. En de kans dat een Head op 6 maart wordt afgelast is meteorologisch gezien duidelijk groter dan op 30 maart(*)

De analogie met een liberaal dilemma – vrijheid voor de één is onvrijheid voor de ander – dringt zich op. Ook doelgroepenbeleid blijkt minder makkelijk dan je op eerste gezicht denkt. Want waar je de toppers faciliteert (lange-afstandswedstrijden naar vóren) en de subtoppers / het studentenroeien / de junioren tegemoetkomt (meer 2k wedstrijden), daar wordt de ‘doelgroep’ Masters/veteranen (het leeuwendeel van de KNRB-leden!) beknot: een korter winter-voorbereidingsseizoen & minder weekend-boottrainingen & een groter risico op uitvallen van wedstrijden.

Hoe zou het anders / beter kunnen?
Dat is niet simpel. Zeker omdat een aantal van de oplossingen ingrijpend zou zijn én pas op de lange termijn te verwezenlijken is (if ever). O.a. zou je kunnen denken aan méér wedstrijden die op onderscheiden doelgroepen gericht zijn. Bijvoorbeeld een aparte Head-datum voor Masters en junioren, c.q. één voor subtop en top. Daarnaast meer roeibanen, om meerdere wedstrijden te kunnen houden op eenzelfde weekend. (Spiegelwaal, Rijnenburg/Utrecht, …)
Op kortere termijn zou het aan te bevelen zijn dat de KNRB goed peilt wat de behoeften van de verschillende doelgroepen zijn. Dat lijkt nog erg ver weg: de bond heeft de mogelijkheid om te reageren op het concept wedstrijdprogramma ingeperkt tot een week of twee.

Bovendien kunnen alléén wedstrijdorganisaties reageren. ‘Konden’, moet ik zeggen. Want gisteren was de deadline. Dat is ‘innovatie’ wel érg kort door de bocht. En ook tamelijk centralistisch vorm gegeven.

(*)  Voor een volgende keer staat een aflevering over dit onderwerp op de rol, i.s.m. ex-Argo lid Peter Kuipers Munneke en Poseidon-lid Diana Woei .

De opwarming van de planeet gaat niet zó snel dat we nu onbezorgd de hele winter kunnen trainen | Archieffoto Roei!

Willem van Schelven (1948) roeit wedstrijd vanaf zijn veertiende en gaat niet van die verslaving af komen. Coachte lange tijd, zowel junioren, senioren als Masters, van beginnelingen tot WK-gangers. Is lid van Poseidon, maar roeit ook vanuit huis op de Hollandse IJssel, en op de Willem-Alexander Baan.  Is mede-oprichter en secretaris van SWMN, lid van de Commissie Wedstrijden van de KNRB, initiatiefnemer van de Dutch Masters Open  en adviseur bij Waterline. Hoopt als trotse opa dat hij minstens één van de drie kleinkinderen later nog een keer een wedstrijd zal zien winnen.

Lees alle bijdragen van Willem van Schelven hier.



Sabattical?

Door Willem van Schelven | 18 mei 2020

De huidige crisis heeft vele gezichten, zelfs als je het beperkt tot het roeien.
Het brengt mensen tot twijfel; lees erover op NLroei.nl.  Wat deed de Lock Down met topsporters als Inge Janssen, en zeer recent nu ook met Holland-8 roeier Mechiel Versluis? Wat ga je doen als het zicht op de bekroning van je lange carrière opeens minimaal een jaar wordt opgeschoven ?

Maar het treft niet alleen de topsporters in roeiland; denk ook bijvoorbeeld aan het van de ene op de andere dag wegvallen van álle werk van de grootste botentransporteur in Nederland, die onze vloot al jarenlang versleept naar wedstrijden en trainingskampen. Als die toko de riem in de wilgen moet hangen, hoe krijgen we de enorme berg schepen dan straks vervoerd naar al die wedstrijden, als we weer tegen elkaar kunnen racen ?

Dilemma’s en drama’s die hopelijk binnen de perken blijven.
Toch heeft het hele pandemie-gedoe soms ook een onverwacht positieve kant. Voor mijzelf.
Op mijn 15e roeide ik mijn eerste roeiwedstrijd. Nadat ik als senior was gestopt, volgden er een jaar of 10 met vooral veel wielerkoersen en af en toe een roeiwedstrijd bij de veteranen. Maar het cowboykarakter tussen twee wielen in de rondjes om de kerk, met dranghekken en valpartijen, werd me te link. Opnieuw werd het wedstrijdroeien de hoofdmoot, aangevuld met coachen van wedstrijdploegen.

In feite stond vanaf 1963 het leven in het teken van wedstrijden. Zoals ik de vorige keer al schreef: een verslaving. Zeker géén straf, een leuke verslaving!
En toen opeens… toen waren er géén wedstrijden meer. Een zwart gat?  Geestelijke nood achter de geraniums? Vertwijfeling vanwege een gebrek aan zingeving?

Nou, nee.  En eerlijk gezegd: ook wel tot mijn eigen verwondering. Want weliswaar had ik enige ervaringen met forse ommezwaaien – in mijn werkzame leven heb ik een paar keer een behoorlijke ‘wending’ gemaakt, en ook op sportgebied waren er een paar flinke switches – maar een vast element was toch altijd wel: competitie.

En nu dus even niet. Even helemaal géén jaarplanning, géén fasering, per maand, per week. Even geen rekening houden met om-zo-laat-moet-ik-eten want om zo laat ga ik die-en-die zware training doen.  Al naar gelang lust en luim een lange roeitocht van Rotterdam naar Moerkapelle en terug, als het niet waait. En waait het wel, dan op de fiets een rondje Krimpenerwaard – waarbij je uiteraard ook weer Roei!-volk op de fiets tegenkomt!
Aanvankelijk voelde het even als een sabbatical. Maar dan moet er ook altijd wat: een boek geschreven. Misschien beter: een soort vakantie. Maar ook dan heb je toch weer het gevoel dat er wat móét: de Gran Paradiso beklommen, of de Ventoux opgezwoegd. Maar ook dát kan nu niet, we kunnen de grens niet eens over. Verfrissend! Er hoeft nu écht niets.

En dat levert dan, mei 2020, stiekem een béétje een gevoel op van…. bevrijding.

Zicht op Schoonhoven | Foto Evelien Korving

Willem van Schelven (1948) roeit wedstrijd vanaf zijn veertiende en gaat niet van die verslaving af komen. Coachte lange tijd, zowel junioren, senioren als Masters, van beginnelingen tot WK-gangers. Is lid van Poseidon, maar roeit ook vanuit huis op de Hollandse IJssel, en op de Willem-Alexander Baan.  Is mede-oprichter en secretaris van SWMN, lid van de Commissie Wedstrijden van de KNRB, initiatiefnemer van de Dutch Masters Open  en adviseur bij Waterline. Hoopt als trotse opa dat hij minstens één van de drie kleinkinderen later nog een keer een wedstrijd zal zien winnen.

Lees alle bijdragen van Willem va Schelven hier.



Jaloezie

Door Willem van Schelven | 4 mei 2020


Willem van Schelven (1948) roeit wedstrijd vanaf zijn veertiende en gaat niet van die verslaving af komen. Coachte lange tijd, zowel junioren, senioren als Masters, van beginnelingen tot WK-gangers. Is lid van Poseidon, maar roeit ook vanuit huis op de Hollandse IJssel, en op de Willem-Alexander Baan.  Is mede-oprichter en secretaris van SWMN, lid van de Commissie Wedstrijden van de KNRB, initiatiefnemer van de Dutch Masters Open  en adviseur bij Waterline. Hoopt als trotse opa dat hij minstens één van de drie kleinkinderen later nog een keer een wedstrijd zal zien winnen.


Ik was een jaar of 8 à 9. En ik was jaloers. Jaloers op vriendjes die rolschaatsen hadden. Hudora’s, dat waren de beste.

Arm waren we niet, maar het Hollandse Wirtschaftswunder was in 1956 nog niet aangebroken; Hudora’s zaten er niet in. Maar sport vonden Pa en Ma wel belangrijk. Voor mijn eerstvolgende verjaardag kreeg ik rolschaatsen, van een onbekend merk. Na twee maanden waren ze kapot.

Toen het later steeds beter ging in Nederland, kregen mijn zus, mijn broer en ik een piepklein zeilbootje, later een iets groter. Zeilen zat in de familie, van vaderskant. Mijn moeder roeide, dus ook dat ging ik doen. Met roeien won ik vaker dan met wedstrijdzeilen, en toen ik naar Utrecht ging voor de studie ging ik dus door met roeien. Ik won véél ‘blikken’, en dat gaf scheve ogen bij sommige clubgenoten die daar niet in slaagden.

Niet veel later selecteerde Triton mij uit de Oude Vier ‘omdat ik ook kon scullen, en die andere vent niet’. Stikjaloers was ik, op die ‘andere vent’. Scullend verder, dat seizoen, in een geleende skiff – want die had Triton zelf niet. Uiteindelijk die zomer zelfs naar de WK, en dat leverde ‘als voorschot op mijn erfenis’ een eigen skiff op. Destijds was ik daarmee een van de eersten – oh-oh !

Vandaag-de-dag zijn we met zijn allen aanmerkelijk rijker dan in 1956 of 1970. Veel mensen hebben nu een privé skiff. Zóveel, dat vrijwel geen vereniging daarvoor nog ruimte heeft. Skiffeurs zijn jaloers op je als jij ergens een plek hebt! Inmiddels schuiven de panelen opnieuw. Al die mooie boten liggen nu achter slot en grendel. Die materiële rijkdom, wat moet je er nog mee? Cruijffiaans voordeel: ook geen aanleiding meer voor jaloezie. Toch ?

Als je een woonstee met een vlotje aan openbaar water hebt, dan kun je roeien. Net zo goed als je de openbare weg op kunt met je racefiets. En wat krijg je dan te horen van sommige roeikennissen ? ‘Jij bent niet solidair, jij bent niet loyaal’. Pas dus op dat je je kop nooit te ver boven het Hollandse roei-maaiveld uitsteekt!