Auw!

Door Kees Verweel | 29 maart 2021

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de zesriemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Bij zonsopkomst op m’n eentje

Vorige week zaterdag was ik vroeg m’n bed uit. Hoogwater viel vroeg, en ik wilde het combineren met een zonsopkomst vanuit m’n kajak. Om half zeven peddelde ik de Oosterschelde op, en een kwartiertje later kwam de zon prachtig op boven de horizon. Machtig mooi! Helemaal alleen op die grote Oosterschelde…

Mijn gedachten dwaalden af naar de Atlantische oceaan, want sinds Paul en ik een week eerder de knoop doorhakten over onze Atlantische droom, is dit avontuur een vast onderdeel van mijn gedachten geworden! Als de Oosterschelde al zo’n gevoel van nietigheid geeft, hoe moet dat gevoel dan eind 2023 zijn, als de zon opkomt boven de Atlantische horizon? Met z’n tweetjes in een klein bootje op die oneindig grote oceaan… Terug peddelend droomde ik weg naar onze challenge, en naar alle uitdagingen die we nog op ons pad tegen gaan komen voordat het zover is. Ik kon toen nog niet vermoeden dat mijn eerste uitdaging zich de volgende dag al zou aandienen.

Een onverwachte challenge

Na een gezellige zaterdag ging ik lekker slapen, en werd enkele uren later wakker van een wat zeurende buikpijn. ‘Misschien iets verkeerds gegeten?’ was mijn eerste gedachte, dus maar weer proberen in slaap te komen. Dat lukte niet goed, de pijn bleef doorzeuren en ook even het bed uit om te gaan zitten hielp niet. ’s Ochtends geen verbetering, en geen trek in eten. Ik gaf aan niet mee te gaan met ons geplande uitje, en besloot om maandag mijn huisarts te bellen als de pijn nog niet over zou zijn. Mijn partner en jongste zoon waren het hier (achteraf gelukkig) niet mee eens, en ik meldde mij na een pijnlijk autoritje om tien uur bij de huisartsenpost. Na wat geprik en geduw in mijn buik – auw! – werd ik doorverwezen naar de spoedeisende hulp, en daar bleek na verder onderzoek – auw! – en een echo dat ik een acute blindedarmontsteking had. Bizar dat dit zich zo snel kan ontwikkelen! Zondagmiddag moest ik gelijk onder het mes, en afgelopen week was ik herstellende van deze ingreep. Volgens de chirurg had ik geen dag later moeten komen, want dan waren de risico’s groter en was de hersteltijd langer geweest. In de vele reacties op social media werd regelmatig geopperd dat dit me in ieder geval niet meer kan overkomen tijdens de oversteek in 2023… inderdaad, je zal maar een acute blindedarmontsteking krijgen halverwege een oceaanroeitocht…

Afijn, die uitdaging kan ik schrappen van mijn lijstje! 😊 In het kader van de voorbereidingen op ons oceaanavontuur ben ik afgelopen week lid geworden van Dutch Coastal Rowing. De tochten op zee en open water lijken mij een mooie aanvulling op het sloeproeien en bovendien prachtige en vooral praktische roei-ervaringen. En dankzij de verplichte cursussen steek ik gelijk al veel relevante kennis op!

Het kan raar lopen in het leven… een jaar of 5-6 geleden stopte ik officieel met sloeproeien, maar bleef als ‘oproep’roeikracht toch met regelmaat trainen, en roeide als invaller 2-3 races per jaar. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en met de oprichting van Sloeproeien Zeeland kwam het fanatisme weer helemaal terug! En nu – ruim een jaar later – staat de grootste roei-uitdaging in mijn leven in mijn agenda, en ga ik andere roeidisciplines verkennen. Machtig! Nu nog even door die coronatijd heen, zodat we weer echt los kunnen!


Álles voor een glimlach?

Door Feike Tibben | 27 maart 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Wie de KNRB, roei.nu of nlroei volgt, heeft gemerkt dat er afgelopen weken flink gesteggeld is over licenties. In essentie: mag je eisen stellen aan instructeurs, coaches, en wie mag dan die eisen stellen en wie betaalt de opleiding. Op nlroei wordt voormalig bondscoach Kris Korzeniowski erbij gehaald die ooit gezegd zou hebben: “Als je een oude fiets en een toeter hebt, ben je in Nederland een roeicoach”. Mocht hij dat al hebben gemeend – ik denk het niet – dan is-ie later zeker tot inkeer gekomen: in 2018 verscheen van hem bij US Rowing het kloeke candidate’s manual level 2, 197 pagina’s stevige roeikost. Ietsie meer dan een fiets en een toeter.

Een vergelijkbare discussie als bij licenties zie we op andere vlakken van sport. In brede zin zien we in de sport een groeiende behoefte aan meer kwaliteit. Sporters willen betere spullen, beter begeleid worden, meer waar voor hun geld. Dat er een structureel tekort aan vrijwilligers is komt niet doordat het aantal vrijwilligers afneemt. Het lijkt er op dat we als sport steeds méér vrijwilligers vragen en ook steeds meer ván vrijwilligers vragen. Ze moeten steeds meer kunnen en de verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid die we neerleggen bij vrijwilligers wordt steeds meer ‘een dingetje’. Toen ik een paar jaar geleden bij een van de regiobijeenkomsten dit onderwerp eens aan de orde sneed, beet een verenigingsvertegenwoordiger me toe: “Als vereniging hebben we leden, en als lid hoor je je in te zetten voor de vereniging. Daar krijg je geen geld voor, dat doe je gewoon, en anders ga je maar weg!” Duidelijke taal.
Het deed me een beetje denken aan een bestuurder van mijn oude vereniging die reageerde op mijn voorstel of we niet eens maar een wat moderne outfit zouden moeten: ‘Feike, roeien dat doe je in je oudste katoenen slobbershirt met gaten en in een broek die van je kont afzakt. Zo hoort het.’
Maar net als we de tijd van uniform slobberkatoen kwijt zijn en we best wel kekke roeikleding zien, zie je ook op verenigingen heus niet alleen verenigingen met het klassieke verenigingsmodel van onbetaalde – en vaak niet opgeleide – vrijwilligers.

Dat andere profiel hoeft heus niet helemaal door te slaan naar een marktmodel: De vereniging als bedrijf, zonder leden en met alleen klanten. Op veel verenigingen leeft de discussie: wat doen we nog voor een glimlach en wanneer is een vergoeding redelijk? Ook dié discussie gaat over: ‘wat voor vereniging wil je zijn’ en ‘voor wie wil je vereniging zijn’

Vaak is het niet óf-óf, (betaald /vrijwillig) maar én-én. De meeste verenigingen bevinden zich ergens op de as in het plaatje hieronder tussen glimlach (rechts) en euro (links).

Het plaatje komt uit dit filmpje, Back to Basics 2, een aanrader

Moet het lidmaatschap per se zo goedkoop mogelijk? Ik denk het niet. Als de prijs doorslaggevend zou zijn dan zouden de goedkoopste verenigingen de grootste zijn. Het is vaker andersom. En wees eerlijk: Je wordt toch geen lid van vereniging Y omdat die een tientje goedkoper is dan vereniging Z? Je kiest toch gewoon de club die het best bij je past?  Je kiest toch voor een rijk verenigingsleven en niet de lage kosten?

Veel verenigingen staan niet stil en bewegen zich, sneller of langzamer, steeds meer naar links. Is dat slecht? Gaat hiermee niet de oerhollandse verenigingscultuur naar de knoppen? Ik denk het niet. Sportverenigingen bieden een dynamisch palet. Net als dé Nederlander bestaat ook dé sportvereniging niet. Verenigen is een werkwoord, niet statisch, maar constant in beweging.

Is een vergoeding logisch? Voor sommige functies wel. Als je van vrijwilligers kwaliteit, inzet, verantwoordelijkheid vraagt, moet je als vereniging ook wat bieden. Of liever andersom: als je wat biedt, dan mag je ook wat vragen. De vanzelfsprekende inzet van vroeger zakt wat weg, we krijgen er kwaliteit voor terug. Zolang we maar samen vereniging blijven is dat helemaal niet erg. Zeker niet.
Niet alles hoeft voor een glimlach.

Wil je meer weten over vrijwilligers en vergoedingen? Kijk op sportwerkgever.nl.


Onze expeditie is begonnen


Door Kees Verweel | 20 maart 2021

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de zesriemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.

Ik eindigde vorige week mijn blog met ‘ik wil dit zelf een keer meemaken!’, en doelde hiermee op een oceaanoversteek in een roeiboot. Ik droom al een aantal jaren over oceaanroeien. Het begon echt serieuze vormen aan te nemen toen ik met sloeproeienNL in 2018 de Dutch Atlantic Four ging volgen. Het liet mij niet meer los, en ik besloot ooit zelf mee te gaan doen aan deze Challenge.
Het enthousiasme kreeg eind vorig jaar een extra boost, ik volgde dagelijks de drie Nederlandse teams die meededen aan de Talisker Whisky Atlantic Challenge (TWAC) 2020. Ik wist het toen zeker, ik ga het doen! Het thuisfront steunde mijn droom, en ik maakte met mijn oudste zoon de eerste concrete plannen om als duo dit avontuur aan te gaan. Toen mijn zoon moest afzien van zijn bijdrage aan de missie dacht ik direct aan Paul van der Linde uit Katwijk. Ik wist van Paul dat hij een jaar of vier geleden ook al eens bezig was met dezelfde Atlantische roei-droom, echter de plannen kwamen niet van de grond. Het lukte hem niet om medestanders te vinden en een team te formeren. We kennen elkaar van het sloeproeien, en hebben beide een royale staat van sloeproei-dienst opgebouwd. Afgelopen jaren hebben we elkaar slechts een paar keer echt ontmoet, maar we hielden altijd contact via social media. Dus ook tijdens en na de TWAC 2020.

Enkele weken geleden hebben we elkaar gebeld, en er volgden een aantal ‘verdiepings’bezoeken over en weer. We hebben een goede klik met elkaar, niet onbelangrijk als je wekenlang op elkaars lip zit in een bootje midden op de oceaan. Vorige week zaterdagavond hebben we de knoop doorgehakt en besloten dat we het avontuur samen aangaan! Na de champagne en corona-vuist hebben we het inschrijfformulier ingestuurd, het officiële startpunt voor onze deelname aan de Talisker Whisky Atlantic Challenge 2023. De naam voor onze expeditie was snel gevonden; we worden beide 60 jaar oud in 2023, dus we gaan meedoen als de Atlantic Sixties ?

We zijn dezelfde avond gelijk aan de slag gegaan met een domeinnaam vastleggen, een eerte opzet voor de site bouwen en de bijbehorende social media accounts aanmaken. Het werd een heel kort nachtje… De basis staat, de eerste interviews met kranten hebben we inmiddels achter de rug, en de eerste verkennende afspraak voor het vinden van een boot staat al in de agenda. Vanaf nu is er veel werk te verzetten; een begroting maken, onze stichting oprichten, onze goede doelen selecteren, een brochure maken voor onze potentiële sponsors, op zoek naar bedrijven die onze missie willen ondersteunen en afspraken maken met oceaanroei(st)ers die de Atlantische oceaan al eens over roeiden, want alle tips zijn van harte welkom! Niet alleen de daadwerkelijke Atlantische oversteek eind 2023 is een enorme uitdaging, ook de lange weg er naar toe heeft meer dan genoeg uitdagingen in petto!

Kat(ten)(w)(d)ijk(e) goes Atlantic! Onze expeditie is begonnen……

Je kunt ons volgen op www.atlanticsixties.com, Facebook, Instagram en Twitter ?


Verenigingsculturen

Door Feike Tibben | 19 maart 2021

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Vorige week schreef ik aan het slot van mijn bijdrage: ‘Het lijkt er op dat verenigingen die actief zijn, die het verenigingsleven levend houden, die beseffen dat een sportvereniging meer is dan een botenuitleenbedrijf, succesvoller zijn in het vasthouden van leden en zelfs in slechte tijden weten te groeien.’
Natuurlijk was dat een wat uitdagende oproep aan verenigingsbestuurders om sporters activiteiten te bieden en actief leden te verenigen en géén beschuldiging ‘eigen schuld, dikke bult’ in de richting van verenigingen die ondanks alle inzet toch hun ledental niet vast weten te houden.
Maar in essentie ging die passage over: wat voor vereniging wil je zijn? Wil je als vereniging vooral sportmiddelen bieden, of goede training, of vooral er zijn om gezelligheid te faciliteren, of… noem het maar. Wat voor vereniging we willen zijn en hoe we ons tot elkaar verhouden, hoe vaak hebben we het daar over in de vereniging of de bond? Veel te weinig toch. Vaak hebben we het over regels, geld, taken, gedoe.

Natuurlijk trap ik ook in die val en is ook mijn week gevuld met regels, geld, taken en gedoe. Fijn is het dat iemand je dan weer eens spiegel voorhoudt.  Ik kreeg een mail van Belia van roeivereniging i.o. RV Harder in Harderwijk. Dit coastal initiatief met de jaloersmakende naam is vorig jaar midden in de coronacrisis ontstaan. Het uitdagende van zo’n nieuwe vereniging is dat je helemaal van nul bouwt aan de vereniging. Dat pakken ze goed aan. Belia: ‘In oktober hebben we een schets gemaakt van het soort vereniging dat we willen zijn. Qua cultuur, zeg maar. Kernbegrip daarin is dat we een open vereniging zijn.‘ In hun geval betekent dit dat onder andere wordt nagedacht over andere vormen van ledenbinding dan een klassiek lidmaatschap. Leuk en helemaal van deze tijd. Het dwingt ons als KNRB tot meedenken: hoe ver willen we en kunnen we hierin meegaan. Dat lijkt een juridisch kwestie, maar gaat natuurlijk over cultuur: hoe open willen we als roeigemeenschap zijn? Dutch Coastal Rowing is vorig jaar toegetreden tot de KNRB met een voor ons helemaal nieuw ledenconcept. RV Harder zet nog weer stapjes naar een open roeicultuur.

Natuurlijk blijft het niet bij die ene kwestie. Belia vervolgt: ‘By the way: Zo’n cultuurschets staat in geen enkel handboek voor oprichting. Maar als je bedenkt dat je met structuren min of meer bepaalt wat voor cultuur je zaait, verdient het aanbeveling vanuit de gewenste cultuur te denken. Het heeft vette gevolgen voor hoe je zaken regelt in statuten en HR.’

Oef… Helemaal gelijk natuurlijk. En wij waren nog wel zo trots dat we een compleet gereviseerd handboek nieuwe verenigingen hadden gemaakt dat in onze ogen meer dan compleet was en bijvoorbeeld aangevuld met praktijkervaringen van zeven recent opgerichte verenigingen..


Ik kijk nog even terug op dat oude filmpje van Berend Rubbingh ‘back to basics’ Niets aan waarde ingeboet.

Een oude managementwijsheid luidt: ‘the urgent drives out the important’. In het dagelijks gedrang komen belangrijke zaken als verenigings- of sportcultuur te vaak tussen wal en schip en voor je het weet is de week gevuld met regels, geld, taken en gedoe. Ik kijk back tot basics en besef dat ik maar al te vaak de essentie van het zijn van een sportvereniging vergeet: een gemeenschap zijn en samen iets voor elkaar krijgen wat in je eentje niet lukt. Dank voor deze spiegel. ‘Verenigen’ is een werkwoord.


Roei! het blad voor alle roeiers

Het juninummer van Roei! is verschenen, met veel Olympische Spelen: van 2021, van 1964, van 1936. En met wherry’s, een interview met Zoe McBride die na een periode van blessures, eetstoornissen en mentale obstakels besloot voor haar eigen gezondheid te kiezen. Neem een abonnement!

Zesmaal per jaar
verhalen,
achtergronden,
interviews
en nieuws met een lange adem
van, voor en over de roeiwereld
thuisbezorgd
voor 31 euro.
Neem een abonnement!

Jan roeit de finale in Henley

OProeien toen – 30

Door Jan Op | 17 maart 2021

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


7 juli 1951 – Derde dag, laatste dag, finales. De “Grand Challenge Cup” voor de winnaar van de acht. Ik herinner me niet (tussen de nog duizenden te maken halen) hoe de voorbereidingen voor deze unieke wedstrijd verliepen. Ongetwijfeld geconcentreerd op de laatste en belangrijkste finale. Eigenlijk zoals voor elke wedstrijd. Tenslotte zijn ze allemaal even belangrijk. Winnen staat immers altijd op het programma. De hele omgeving ademt spanning.

Het verloop van deze wedstrijd moet ik uit de krant(en) vissen:

Het is ook Laga niet gelukt de Nederlandse roeisport de triomf te schenken dat de Grand Challenge Cup, ’s werelds oudste roeitrofee (daterend uit 1839), voor de eerste maal naar Nederland komt. Na een opwindende race waarin beide ploegen tot het maximale van hun kunnen kwamen, zegevierde Lady Margaret met een voorsprong die officieel opgegeven werd als een lengte, maar die stellig minder was. De tijd van de Engelsen was 7.15, die van Laga 7.17½… dat de achten van Laga en Lady Margaret veruit de besten waren en van wereldklasse.

Opvallend is te zien dat de Engelsen, zoals de slag, op korte slidings varen.

Laga zette na een uitstekende start keihard door in een tempo van 35. Het dwong de Engelsen naar een hoger tempo dan ze in vorige races te zien gaven. Bij het bereiken van de Barrier sloegen beide ploegen 33. Laga had daar een lengte voorsprong. Bij de halve mijl gelijk. Laga zette daar een lange spurt in maar het effect bleef uit. Bij de driekwart mijl viel de beslissing. Lady Margaret verhoogde het tempo naar 33. Bij de mijl hadden de Engelsen licht tussen de boten. De Delftse acht gaf zich echter niet gewonnen (natuurlijk). Zij verhoogde haar tempo van 30 naar 32 en hoewel de Engelse ploeg omhoog ging tot 36, liep Laga in deze prachtige eindspurt, die duizenden tot enthousiasme bracht, nog iets in zodat het verschil bij de finish driekwart lengte was.

Uit de rood getinte punts een zeer luid: “Allez Lagaaaii”.

Volgende week roeit Jan verder.


Baas boven (oceaanroei)baas!

Door Kees Verweel | 13 maart 2021Foto’s Ralph Tuijn

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


De ene sloeproeiwedstrijd na de andere moet helaas geannuleerd worden, en het ene jeugdteam krijgt wel toestemming om met de versoepelde corona regels weer te gaan roeien terwijl het andere jeugdteam geen toestemming krijgt. De gemeente Harlingen wijst – conform de regels – op het feit dat buitensporten voor personen tot 27 jaar weer mag mits dit bij de sportaccommodatie is. Tsja, een roeisloep heeft geen accommodatie, hooguit een ligplaats en soms een clubhuis. De accommodatie is in dit geval de Waddenzee, en ik begrijp de verdeelde reacties. Midden op het water is de besmettingskans niet zo groot. En als andere teams blijkbaar wel toestemming krijgen voelt dat niet eerlijk, je zou bijna de sloep op een trailer hijsen en ergens gaan roeien waar het wel mag… Het is in ieder geval verstandig om met de gemeente of veiligheidsregio af te stemmen of je wel of niet mag roeien met de huidige regels. Wij van Sloeproeien Zeeland hoeven dit niet af te wegen, want we zitten fors boven de leeftijdgrens en met 2 personen op 1,50 meter afstand in onze sloep gaat niet lukken ? Het seizoen komt haperend en verwarrend op gang in ieder geval…

Ondertussen is er weer een oceaan challenge van start gegaan! Waar velen ervan dromen om ooit een keer een oceaan over te roeien en enkelen deze droom daadwerkelijk omzetten in een machtig avontuur, is er één oceaanroeier die boven alle andere roei(st)ers uitstijgt; Ralph Tuijn begon zijn imposante oceaanroeicarrière in 2006 toen hij samen met zijn broer Mike Tuijn tijdens de Zeeman Ocean Challenge deel 1 in 86 dagen de Atlantische oceaan van La Gomera naar Curaçao over roeide. Een jaar later roeide hij solo in 281 dagen de Stille Oceaan over van Peru naar Papoea Nieuw Guinea. Vijf jaar laten was er een mislukte poging om de Indische Oceaan over te roeien, en sinds 2015 roeit Ralph bijna jaarlijks een oceaan over.

Maandag 1 maart vertrok Ralph met Team EU voor zijn 10e oceaanoversteek! En voor hem is dit zijn 8e Atlantische oversteek, echt een ongelofelijke prestatie! Team EU bestaat uit Ralph Tuijn – Nederland , Dolores Declaveliere – Spanje/Frankrijk, Stephen Chetcuti – Malta/Zwitserland, Patrice Maciel – Brazilië / Frans-Guinea  en Georgios Ardavanis – Griekenland. Ze roeien vanuit Portimão, Portugal naar Cayenne in Frans-Guinea. Ze zijn inmiddels bijna 2 weken onderweg en naderen de Canarische Eilanden. Op Ralph’s Facebookpagina is te lezen dat dit een van zijn zwaarste oversteken van Portugal naar de Canarische Eilanden is. Je kunt Team EU live volgen via zijn Tracking pagina!

Ik heb zelf 7 jaar gevaren, het grootste gedeelte van deze jaren als stuurman op een hele kleine coaster. Veel op de Noordzee en Oostzee, en in de zomermaanden naar Ierland, Frankrijk en Spanje. Waarbij we even de Atlantische deining konden ervaren. Maar ik heb ook een jaar op de ‘grote vaart’ gezeten. Ik herinner mij de indrukwekkende nachten (ik liep de 00:00-04:00 wacht), varend op de Indische Oceaan van de Golf van Aden langs het Afrikaanse continent richting Zuid-Afrika. De miljoenen kraakheldere sterren aan het firmament, de dolfijnen die ons schip dagenlang begeleidden en ’s nachts surrealistische geelgroene en blauwe oplichtende sporen – veroorzaakt door de lichtgevende ‘zeevonk’ algen –  door het zwarte oceaanwater trokken. Ons kielzog achter het schip was dan ook één groot lang oplichtend spoor. Ik herinner me ook de nietigheid van ons schip die als een eierdopje heen en weer werd geslingerd op de grote oceaangolven. De nietigheid van de mens zelf. Hoe moet dat voelen als je in een oceaanboot van een meter of 8 zit? En op eigen kracht de elementen moet bedwingen? Ik wil dit zelf een keer meemaken!