Frans van der Steen woont en roeit in de Weerribben. Om te genieten van de stilte stapt hij ’s ochtends vroeg in zijn skiff. Zoals onlangs, 7 uur, toevallig liep Sara Muis daar, fotograaf, zij maakte deze foto’s.
Roeiverbod onder Hammersmith Bridge
Door Marieke Bal, British Rowing | 18 augustus 2020

Ditmaal wordt de column geschreven vanuit Nederland. Na twee weken vakantie ben ik vandaag weer begonnen met werken. In mijn inbox zitten veel positieve berichten die gaan over roeien in grote boten, wedstrijden en lidmaatschapscijfers die langzaam weer wat opkrabbelen. Ons voorstel voor het geleidelijk starten van lokale, regionale en dan landelijke competities ligt op dit moment bij DCMS (Department for Digital, Culture, Media & Sport) voor goedkeuring. Hopelijk kunnen we eind deze maand bekendmaken of ons voorstel goedgekeurd is. Vervolgens is het aan competities om een covid-19 veilig evenement te organiseren. Iets waar mijn team advies in zal gaan geven dus we leren met z’n allen erg veel bij over de veiligheidsmaatregelen.
De Return to Competitions geeft de roeiers ook een focus om naar een wedstrijd toe te trainen. In het najaar zijn de belangrijke nationale wedstrijden de Pairs Head, Fours Head en Scullers Head. Allemaal in London op de Thames over de ‘Championship Course’. Dat is de Boat Race afstand van 4,2 miles (6,8 km) maar bij deze wedstrijden wordt de afstand meestal andersom geroeid omdat je met de stroom mee wil racen (start in Chiswick – finish in Putney).
Het nieuws dat tijdens de vakantie binnenkwam via Whatsapp en Instagram dat Hammersmith Bridge (de mooie groene brug naast het British Rowing kantoor) op instorten staat was dan ook even schrikken. De brug is al tijden gesloten voor autos maar niet voor voetgangers en fietsers en zeker niet voor roeiers! De aanleiding tot de vele berichten was dat door de hitte de scheur in de brug nog groter is geworden, dus nu mag je er ook niet meer onderdoor roeien. Met 75 roeiverenigingen (ca. 9000 roeiers) op het drukste stuk roeiwater van het land was de reactie van iedereen te begrijpen. We hebben snel een update naar de roeiers gestuurd en mijn collega werkt nu met de council om dit op te lossen.
Een groot deel van de roeiers op de Tideway zijn scholieren en zij gaan in september eindelijk weer naar school en kunnen weer komen roeien. Helaas zal dat voor sommige betekenen dat ze enkel rondjes naar Hammersmith Bridge en terug kunnen varen van ongeveer 1,5 km (je mag alleen met specifieke toestemming voorbij Putney Bridge richting te stad roeien want daar is veel verkeer op de rivier). Al denk ik dat de meesten blij zullen zijn dat ze überhaupt weer naar school kunnen en mogen roeien!

Marieke Bal is Head of Membership bij de Britse Roeibond. Ze kwam in 2005 voor het eerst in aanraking met roeien toen ze lid werd van Tilburgse Studenten Roeivereniging Vidar en is sinds 2014 in een boot te vinden op de Thames in London. Momenteel maakt ze deel uit van de damessectie bij Tideway Scullers School.
Lees alle bijdragen van Marieke Bal hier.
Het lockdownvoorjaar van Hélène
Hélène Fobler, bestuurssecretaris van de KNRB en lid van De Maas, schrijft in het augustusnummer van Roei!, dat binnenkort verschijnt, de column.
Zij liep in lockdowntijd elke dag een rondje. Vanaf 17 maart maakte ze elke dag vanaf ongeveer dezelfde plek een foto van de Rotte, van vlakbij de roeiloods van De Maas.
In dit filmpje zie je de planten en bomen groen worden en groeien. Er vliegt een reiger op, er komt een kanoër langs, verder is het stil.
Op het eind, eindelijk, na de aftiteling, roeit Hélène met haar ploeg voorbij.
OProeien toen ~3
Door Jan Op | 16 augustus 2020
Ik, Jan Op den Velde, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag. De vergelijking tussen toen en nu zal, naar ik hoop, voor hetgeen nu in de roeiwereld geboden wordt (nog meer) waardering oogsten.
De laatste wedstrijden in de jaren na de oorlog zijn de nationale kampioenschappen. Aan de hand van de uitslagen wordt door de Roeibond, gesteund door een bevriende commissie, besloten of er ploegen naar de Europese kampioenschappen kunnen worden afgevaardigd. Wereldkampioenschappen roeien bestaan niet. Lange reizen + materieel vrijwel onmogelijk. De Olympische Spelen wel. Alleen voor echte amateursporten. En het woord “sponsoren” is totaal onbekend. Alle deelnemers zijn amateurs. Het Olympisch Comité betaalt alles. Uiteraard niet alleen van de bescheiden contributie van de verenigingen. Allerlei inzamelingen, zoals onder andere een speciale loterij, moeten het benodigde kapitaal bijeenbrengen. Meer daarover later.
Weer terug naar de harde leerschool om de (roei-)haal perfect te kunnen uitvoeren. Uit de “brede” tub kan je worden gepromoveerd naar de “smalle”. Dan is het al november. Er zijn al veel kandidaten die het volgend jaar opnieuw mogen proberen de felbegeerde status van “raceroeier” te veroveren. Ik bevind me nog steeds in het selecte gezelschap van blijvers maar ik raak achter in de promotie. Een aantal collega’s gaat al in een overnaadse 4 te water. Met een echte stuurpik en een coach + toeter op de fiets.
Als je een “goede” coach wil zijn maak je gebruik van de “toeter”. Met luide stem aanwijzingen geven aan de leden van de bemanning betekent dat je een “goede” coach bent. Ook al begrijp je niet precies wat je wilt bereiken. Behalve dat er ”hard” moet worden getrokken. De meeste coaches hebben die boodschap meegekregen toen zij in het schuitje zaten. Veel meer dan “harde halen maken” bevat hun kennis niet.
Sommige coaches die naar Delft zijn gekomen om te studeren voelen zich genoodzaakt ook eens te bezien of er ergens een studieboek over roeien bestaat. Dat blijkt inderdaad het geval. Een oude Australiër, Fairbairn, heeft zijn inzichten over de techniek van het roeien op papier gezet. Bij gebrek aan iets anders wordt zijn leerboek een basis om de onschuldige leerlingen de fijne kneepjes bij te brengen

Een onderdeel van de haal, de inpik, krijgt nogal wat aandacht. Fairbairn vergelijkt het inpikken met het vliegen vangen. Ook de theorie dat het blad met de draairichting van een wiel-met-spaken mee contact met water moet krijgen, vindt aanhangers. Niemand lijkt zich in die tijd, voor, maar ook na de oorlog, te realiseren dat de lengte van de haal in het water dan aanmerkelijk wordt gereduceerd.
Oceaanboot Maria te water
De champagnefles werd leeggespoten, niet kapotgeslagen, op de romp van de nieuwe oceaanboot ‘Maria’ van Mark Slats. “Anders ligt-ie waarschijnlijk gelijk binnen”, lichtte de goedmoedige reus toe. Op zaterdag 8 augustus, na 1.350 uur hard werken kon de oceaanroeiboot, die hij samen met Dick Koopmans ontwierp en in samenwerking met Paul Dijkstra Composites bouwde, in Warmond te water. De bouw van de Maria staat beschreven in Roei! 38, juni 2020.

Tot nu toe trainden Mark Slats (43) en Kai Wiedmer (25) afzonderlijk. Nu gaan ze samen zeemijlen maken om op 12 december in La Gomera als geoliede machine aan de start van de Talisker Whisky Ocean Challenge te verschijnen. Ze beogen niets minder dan een record oversteek naar de Cariben.
De ‘Held op Zee’ vernoemde de boot naar zijn moeder die afgelopen voorjaar aan kanker overleed. Zij was zijn trouwste fan.
Seizoen 2021
Door Kees Verweel | 15 augustus 2020
Donderdag 20 augustus aanstaande is de 1e ‘sloeproeiwedstrijd’ van dit jaar! De Vechtstrijd is een ludieke wedstrijd waarbij de regionale teams uit Weesp en Muiden sprinten vanaf de finish van Vechten op de Vecht naar de sluis in Muiden. Er zijn 10 sloepen die seizoen 2020 mogen aftrappen. En we hopen natuurlijk allemaal dat de resterende wedstrijden ook door zullen gaan.
Hoe dan ook, seizoen 2020 is een verloren seizoen, en ik ben ondertussen erg benieuwd welke gevolgen covid-19 heeft voor seizoen 2021. Sloeproeien en de bijbehorende wedstrijden kunnen niet zonder sponsors, en het zal ongetwijfeld een stuk lastiger worden om de benodigde financiën rond te krijgen. Ik kan me nog goed de HT 2013 herinneren, deze Koninginnerace van Harlingen naar Terschelling dreigde dat jaar niet door te gaan. De organisatie werd overvallen door wegvallende sponsors waardoor er een onoverbrugbaar gat in de begroting ontstond. Als zoiets nu zou gebeuren dan staan er in deze coronatijden niet snel nieuwe sponsors klaar om een dergelijk gat te vullen. En kan het zomaar over en uit zijn voor een organisatie.
Enkele weken geleden startte de beroemde Great River Race een crowdfunding actie om de race te redden. Als ze geen 35.000 pond ophalen is het einde oefening voor deze klassieker.
Onze economie heeft van april t/m juni een recordkrimp van 8,5% te pakken, en volgens velen is dit het begin van een lange en diepe recessie met veel faillissementen. En dan hangt ons ook nog een ‘tweede golf’ boven ons hoofd. Dit heeft absoluut gevolgen voor de honderden sloeproeiverenigingen die de laatste maanden van het jaar juist weer de sponsoring voor het volgende seizoen moeten zeker stellen. Zelfs bij een kleine sloeproeivereniging gaat het al snel over duizenden euro’s in de jaarlijkse begroting. En de wedstrijdorganisaties zullen meer dan ooit hun best moeten doen om alles financieel rond te krijgen. Het gaat snel over aanzienlijke bedragen, en bedrijven zullen minder scheutig zijn. Het kan bijna niet anders of de impact van het virus zal ook in 2021 merkbaar zijn.
Het is te hopen dat de schade voor de (sloep)roeiwereld beperkt zal blijven, we zullen nog meer moeten gaan roeien met de riemen die we hebben!

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien.
Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.
Vitaal verenigd
Door Feike Tibben | 14 augustus 2020
Vorige week heb ik beschreven dat we naast de klassieke sportverenigingen nieuwe vormen van sporten zien ontstaan. Wat vakantie-overpeinzingen.
Als het gaat over de toekomst van verenigingen gaat het eigenlijk over vitaliteit. Hoe vitaal kunnen verenigingen naar de toekomst toe blijven. Toen wij in 2004 van Amersfoort naar Onna verhuisden duurde het niet lang of er belde iemand aan of onze kinderen geen lid wilden worden van de voetbalvereniging FDS (fit door sport) te Havelterberg, ‘want dan kunnen we één jeugdteam overeind houden’. Eén jeugdteam verenigingsbreed. Het team zou gemengd zijn in geslacht en leeftijd, jongens en meiden van ca 6 tot 13 jaar samen… tja. Hoewel de actieve benadering te prijzen was – welke vereniging gaat nog huis aan huis leden werven – zag ik er geen brood in.
Over vitaliteit van verenigingen zijn boeken vol geschreven en onderzoeken gedaan. In die boeken worden spanningsvelden beschreven die er zouden zijn tussen vrijblijvend lidmaatschap (de sportconsument) en verplichte kaderactiviteiten, tussen formele kaders en informeel organiseren, over het laveren tussen verschillende stakeholders, want de moderne vereniging heeft niet alleen te maken met leden, maar ook steeds meer met sponsoren en overheden. Partijen die eisen stellen aan prestaties en publiciteit, die graag willen dat verenigingen meedoen met JOGG-activiteiten of programma’s bieden voor bepaalde wijken. Over de ideale omvang van verenigingen: niet te klein want dan word je kwetsbaar, maar ook niet te groot want dan is er geen commitment meer. Over spanningsvelden tussen oude culturen die gericht zijn op hiërarchie en het in stand houden van de sportfamilie en nieuwelingen die kijken naar markt, snelheid en vernieuwing. Je zou door de bomen het bos niet meer zien.
Als je al die studies naar verenigingsvitaliteit op een hoop gooit zijn er op de keper beschouwd twee aspecten maatgevend: organisatiekracht (heb je intern de boel op orde, financieel, ledenopbouw, kader, etc.) en maatschappelijke oriëntatie (zie je wat er om je heen gebeurt en kun je daarop inspelen). Beide zijn even belangrijk. Mis je één van de twee, dan mis je de boot.
In de praktijkonderzoeken die zijn gedaan naar vitaliteit van verenigingen komen deze twee aspecten terug. Het bijzondere is dat deze onderzoeken niet gedaan zijn in opdracht van sportbonden – de vereniging van de sportverenigingen -, maar door gemeenten. Alkmaar, Roermond, Utrecht, Almere, Den Haag, Enschede, Rotterdam… allemaal deden ze onderzoek naar de kwaliteit van hun sportaanbieders alsof gemeenten hier meer aan hechten dan bonden. Die onderzoeken leveren interessante inzichten, maar zijn helaas niet vertaalbaar naar onze roeiwereld.
Ik zie ondertussen mooie dingen wel voorbij komen, bijvoorbeeld bij de inzendingen van de jaarlijkse bestuursbokaal, een wedstrijd voor besturen van studentenroeiverenigingen. Ik zie verenigingen die zich richten zich op gezond eten, op het actief zijn in de buurt, of die ambassadeur zijn voor een veilig sportklimaat. Het sporten, de sport is bij deze verenigingen veel meer onderdeel van een lifestyle en de vereniging een lifestyle-community. Er is een duidelijke blik naar buiten die gestuurd wordt door een sterke organisatiekracht. Maar helaas zijn er ook andere verenigingen. Klassieke verenigingen die stiller zijn, die zich vooral op eigen leden richten en op bestendiging van routines. Hoe verhouden die twee zich? Een totaalbeeld ontbreekt. Zou dat een vitaliteitsonderzoek iets zijn waar een bond zich op zou moeten richten? Zouden verenigingen bereid zijn die informatie te delen met elkaar? Dat zou wel mooi zijn. Ik denk dat het kansen zichtbaar maakt. We zouden ons hier als roeicommunity mee kunnen onderscheiden
FDS Havelterberg bestaat overigens nog steeds. Ze vieren dit jaar hun zestigjarig bestaan. Ze hebben nog één team, één veld en spelen reserve zesde klasse zaterdag. Sommige structuren kunnen gewoon niet stuk.
Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.
Lees alle bijdragen van Feike hier.





