Vorige week zondag waren we – eindelijk – weer eens met Sloeproeien Zeeland op het water! Onze nieuw gebouwde sloep Seelandia ging vorig jaar eind december te water. Op 29 december gingen we voor het eerst trainen met een mixteam van dames en heren, en tegelijk nieuwe leden werven. Tijdens de koude en natte eerste maanden van 2020 trainden wij op het Veerse Meer, door weer en wind, twee tot drie keer per week. En gingen we ons steeds meer een hecht dames- en herenteam voelen, want voor iedereen is het wennen aan elkaar bij een compleet nieuwe club.
Tot 15 maart hebben we ruim 200 km trainingskilometers gemaakt, en stonden we op het punt een wervingsactie te starten voor de laatste plekjes in de sloep. De spirit zat er na al die kilometers inmiddels goed in, maar door de coronamaatregelen viel niet alleen het trainen stil, maar werd ook de opbouw van de teams bruut onderbroken. We waren dan ook heel blij om afgelopen zondag met 11 leden samen het water op te kunnen! Met de verruiming van de RIVM-regels onlangs, en na officieel akkoord van de veiligheidsregio (want je zal maar een handhaver treffen die de soms onduidelijke regels net anders interpreteert) konden we zondag eindelijk onze tot nu ongebruikte fonkelnieuwe roeikleding aantrekken om elkaar na acht weken weer te treffen bij het Veerse Meer.
We hadden voor iedereen kano’s klaarliggen, en zijn lekker twee uurtjes aan het peddelen geweest! Het was fijn om elkaar weer te zien en onderweg het zoute water te proeven (er stond flinke wind). De teamspirit is er nog, en dat voelt goed! Vanaf 1 juni mogen jongeren van 13 t/m 18 jaar oud nu ook binnen anderhalve meter afstand van elkaar sporten, dus we zijn hopelijk ook weer een stapje dichter bij de dag dat wij – 18-plussers – ook weer kunnen gaan trainen in de sloep. En hoewel het peddelen in geen enkel opzicht vergelijkbaar is met sloeproeien, we gaan de komende weken vaker kanoën!
Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien.
Een van mijn hobby’s is het lezen van sportverhalen. Afgelopen week tijdens de vrije dagen, heb ik de verhalen uit het turnleven van Hans van Zetten (‘hij staat, hij staat, en hij staat, ik ga helemaal uit mijn dak’) gelezen. Ik kende Hans alleen maar als commentator, maar hij blijkt ook wedstrijdturner, clubtrainer, bondscoach, de man achter de totstandkoming van de toptalentscholen(!) geweest te zijn, maar bovenal is hij groot kenner en liefhebber van de turnsport. Zijn verhalen geven een mooi tijdsperspectief en een kijk achter de schermen: over buiten trainen om een beetje indruk te maken, over trainen in een te kleine sporthal met de buitendeur open om de aanloop te oefenen, over gedoe, heel veel gedoe: officials/rechtszittingen/vertrouwen in de verkeerde mensen etc. Heerlijke verhalen op een toneel vol generaties sporters. Hoe bijvoorbeeld het verhaal van Yuri van Gelder – weggestuurd in Rio na een nachtje uit – één op één aansluit bij Han van Zettens eigen turnverleden – die klauterde als turner zelf helemaal brak van de drank via de regenpijp het hotel in en werd niet weggestuurd.
Die verhalen verrijken mijn kijk op de sport en verleiden me om de volgende keer met extra aandacht te kijken.
In ‘vals spel’ beschrijft Bert Wagendorp zijn beeld van de toekomst van de sport. Volgens hem wordt sport een vorm van gelikt massatheater, een gesloten systeem en een gecontroleerd product van vermaak waarin de narigheid ons bespaard zal blijven. Geen dopingschandalen en omkoping meer, want die passen niet meer in het businessmodel. Dat wil niet zeggen dat sport zijn aantrekkingskracht zal verliezen voor degenen die op zoek zijn naar een eerlijke krachtmeting. Maar de onvoorspelbaarheid verdwijnt en dat is in zijn ogen de doodsklap voor de sport.
Hij geeft ook de oplossing: fictionalisering. ‘.. fictie moet de sport redden van de betekenisloosheid, de zinloosheid en de leegte. Verhalenvertellers tonen ons dat er diep verborgen ook andere waarden schuilen in de sport. Dat de goede waarnemer er algemene menselijke waarden in kan ontdekken.’ Een beetje voor de hand liggende conclusie voor een sportverslaggever zou je denken, maar samengevat zegt hij eigenlijk dat hoe voorspelbaarder de sport is en hoe bovenmenselijker de prestatie, des te groter de behoefte is aan verhalen dat de sporters gewoon mensen zijn. We willen emotie. Romantiek zo je wilt. De noodzaak van verhalen illustreert hij in de Kees Fens-lezing van dit jaar met een verhaal dat ik één op één overneem:
‘Stelt u zich even de olympische finale 100 m sprint voor. U weet niets van de acht deelnemers, behalve dat het mannen betreft die kennelijk flink hard kunnen lopen. Een van de acht wint, een ander wordt laatste. Dat is het. Het is onwaarschijnlijk dat u heftig vloekend voor de buis zit. De wedstrijd is zonder omlijstende verhalen volkomen oninteressant geworden. Zonder verhalen is er voor de kijker geen enkele vorm van vereenzelviging mogelijk met een van de atleten en daarmee is er geen betrokkenheid. De lust om te kijken vervalt. Nu is er een ijverige verslaggever die van elke deelnemer het doopceel heeft gelicht. Er blijkt een man mee te doen die afkomstig is uit een crimineel milieu in de slums van Detroit. Een ander is de zoon van een Franse hoogleraar in de letteren, die zijn vader ernstig heeft teleurgesteld doordat hij al zijn tijd aan atletiek is gaan besteden in plaats van naar de universiteit te gaan. Een derde is een boerenzoon uit de Friese Akkrum die luistert naar de naam Sjoerd. Zijn moeder is hem al jong ontvallen en zijn vader heeft maar één been. Sjoerd zelf is ook niet voor tegenslag behoed maar heeft zich er moedig doorheen geslagen. Op de jeugdige leeftijd van 22 jaar is hij al vader van drie kinderen van wie er eentje blind is. Zijn gezin zit op de tribune, de camera zoomt er vaak op in. Alleen een volkomen harteloze sportliefhebber blijft nu kijken alsof het allemaal niets voorstelt en het niets uitmaakt wie er wint. Het is van groot belang van Sjoerd als eerste over de finish gaat. Het zou zelfs onverdraaglijk zijn als dat niet zou gebeuren. Dat kan Sjoerd er niet bij hebben en de kijker evenmin. Op het moment dat Sjoerd als eerste over de eindstreep snelt, slaakt de kijker verschrikkelijke vloek van pure emotie. De zege van Sjoerd staat nog lang te boek als de allermooiste sportgebeurtenis ooit. Niet vanwege de prestatie, maar vanwege het bijbehorende verhaal.’
Ik lees Sjoerd, maar zie een jankende Gerrie Knetemann tegen de schouders van Mart Smeets. Hoe voorspelbaarder de sport, hoe bovenmenselijker de prestatie, des te groter de behoefte aan fictie, aan verhalen dat de sporters gewoon mensen zijn. Hoe is dat bij ons? In onze technische roeisport doen we alles om de prestatie zo maximaal mogelijk te berekenen en te voorspellen. Zijn wij ook niet een sport waar prestaties, zeker voor niet-roeiers, als onhaalbaar of bovenmenselijk worden gezien? In de theorie-van-Bert zou dit betekenen dat voor onze sport verhalen extra belangrijk zijn. Ik lees nog eens terug in ‘Hans van Zetten’ en blader ook maar weer eens in ‘Helden op het water’. Ik lees van Yuri, Verona, Sanne en Lieke, van Nico en Ronald, van Chris, van the ‘Big G’, van Marit en Kirsten… en plots overvalt het me: er zijn zo weinig roei-verhalen.. Waar is de roei-Sjoerd?
PS: Sjoerd is m/v; je mag ook Sophie of Sanne etc. lezen
Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.
Behalve zwakke riemen zijn er meer onderdelen aan de boot waarvan de constructie voor jongeren van nu verrassend zal zijn. De (out)riggers.
Al genoemd is de constructie met massief ijzeren staven van ca 10 mm doorsnede. Deze worden gelast aan de kop waarin de dolpen wordt geschroefd. Over de dolpen wordt de massief bronzen dol geschoven. De “vijfde poot” gaat over de top van de pen. De dol heeft een koperen overslag met schroefdraad (dat snel slijt). Nu ook een bekende constructie maar wel van ander, sterker en lichter materiaal.
Zo vlak na WO II gaat de achtergeraakte studie voor. Kennis van coachen is verloren gegaan. In Henley roeit de top van de wereld. Vooral de Amerikanen presteren. Onze latere coach ziet hoe de topploegen er roeien.
En hij ziet iets onbekends: afstellen van de dolpen. Een klus die hier alleen de bootsman mag uitvoeren. Het is hem duidelijk dat de stand van de dolpen een cruciale rol speelt. “Meten is weten”. Tegen alle regels in wordt nu door de bemanning de afstelling uitgevoerd. Maar de constructie van de rigger en de stand van de dolpen laten geen, nu normale, correcties toe. De kracht in de armen van de bemanning levert een oplossing.
Eerst meten. De boot wordt op z’n kiel op de schragen gelegd (streng verboden). Met latten en lijmtangen wordt de boot horizontaal gezet. De “eigenaar” drukt de riem in de dol tegen de opstaande kant. Met een lood wordt de hoek van het blad ten opzichte van de verticaal gemeten. Van alle acht dolpennen moet de stand worden gecorrigeerd. De hoek is een gok.
Met een stevige buis over de dolpen wordt getracht de juiste stand in te stellen. Dat dit geen gezonde behandeling is zal duidelijk zijn. Onze acht roeit ook in twee vieren. Wij hebben in de vier een andere coach. Op Hollandia diept mijn riem. De dolpennen staan in deze boot nog in de “oude” stand. Ik klaag over het diepen. Deze coach heeft meteen de oplossing. In vloeiend Twents: “dan moet je maar harder trekk’n”.
Jan Op den Velde (89) roeit bij Tromp. Niet meer in de boot, maar wel nog op de koffie met zijn ploeg. Hij roeide als student in Delft en in 1952 op de Olympische Spelen in Helsinki. Na zijn studie Civiele Techniek hield het roeien op tot hij in 1965 een ploeg coachte en met hen in de boot stapte om de Head te varen. Zo kwam hij terug in de roeiwereld en vervulde functies bij de Roeibond, in commissies, als kamprechter en wedstrijdleider.
De afgelopen week stond in het teken van meetings. We werken allemaal thuis maar het lijkt wel of we meer meetings hebben dan toen we op kantoor zaten. Allemaal op mute en met de camera aan. Op deze manier ben ik de laatste weken veel te weten gekomen over de huizen, huisdieren en kinderen (want die lopen soms ineens door het beeld) van mijn collega’s. Best leuk eigenlijk!
Een van de meetings was met het consultancyteam van UK Coaching. Waarbij een van de vrouwen aangaf dat ze haar camera niet aan ging zetten omdat ze een ‘bad hairday’ had. UK Coaching gaat een audit doen van onze opleiding om vervolgens aan te geven waar we ons aanbod kunnen verbeteren. Extra relevant in deze tijd want van onze coachopleidingen is maar een minimaal gedeelte online te volgen. We zien nu allemaal hoe makkelijk het is om digitaal meetings te houden maar ook webinars, discussiesessies etc. De reistijd en kosten (de barrières voor participatie) zijn er online niet en daar willen we met ons trainingsaanbod graag op inspringen. Het plan van aanpak zou binnen twee maanden op tafel moeten liggen.
Later in de week heb ik eigenlijk vanuit mijn oude rol als Insight Manager een survey gemaakt in opdracht van HR om erachter te komen of British Rowing medewerkers weer naar kantoor zouden willen of niet. Heel interessant om te zien dat de meeste collega’s goed thuis kunnen werken en dat in de toekomst meer willen gaan doen maar ook graag naar kantoor zouden komen zodra het weer kan. Ik denk dat de belangrijkste factor hierbij het open gaan van de scholen is. Veel van mijn collega’s hebben kinderen en kunnen niet naar kantoor zolang de scholen niet open gaan. Hopelijk komt daar eind van de week meer nieuws over. Zelf vind ik het heel fijn werken thuis maar vond ik de hoeveelheid meetings een beetje te gek worden. Ik probeer nu Meeting Free Wednesdays uit en dat lijkt goed te werken en het geeft me de tijd om de acties van al die meetings daadwerkelijk uit te voeren!
Uitzicht op Hammersmith Bridge en de Thames vanuit hetHQ van British Rowing. Foto Marieke Bal
Marieke Bal is Head of Membership bij de Britse Roeibond. Ze kwam in 2005 voor het eerst in aanraking met roeien toen ze lid werd van Tilburgse Studenten Roeivereniging Vidar en is sinds 2014 in een boot te vinden op de Thames in London. Momenteel maakt ze deel uit van de damessectie bij Tideway Scullers School.
Direct na onze verhuizing naar Gouda heb ik mezelf gedwongen te roeien met een ‘retro-vision’ bril. In het begin is het even lastig. Links wordt rechts en rechts wordt links maar al snel weet je niet beter. Zonder bril roeien lijkt nu op autorijden zonder achteruitkijkspiegels. Heel unheimisch. Dus waar ik ook roei, die malle bril gaat op. Ik weet, het ziet er niet uit, maar het is echt fantastisch. Op wedstrijden kan je met die bril de smalste bruggaten nemen en in hetzelfde tempo doorvaren.
Bij ons thuis, op de Hollandse IJssel, is het zelfs méér dan wenselijk. De Hollandse IJssel is roeibaar vanaf de Waaiersluis. Hij meandert verder, richting oosten, het land in en doorkruist dorpen en stadjes als Haastrecht, Hekendorp, Oudewater, Montfoort en IJsselstein. Dankzij de ‘spionnenbril ‘ is het roeien door de smalle bruggaten hier geen probleem. Alleen weten ‘de kijkers’ vanaf de kant dat vaak niet. Ik zie ze vaak al in mijn spiegelbril staan kijken. Sommigen roepen naar je : “Hé kano, kijk uit!”
Vaak kan ik dan een grijns niet onderdrukken als ik zonder mijn hoofd te draaien onder de brug doorglij… Je ziet ze dan denken: Huh?!
De Hollandse IJssel is niet alleen heel kronkelig, het water is ook niet echt breed. Voor het idee: twee skiffjes kunnen elkaar nét passeren; drie is teveel. We boffen dat de Waaiersluis jaarlijks vanaf 1 november tot 1 april gesloten is voor pleziervaart, waardoor je de hele winter probleemloos kan roeien. Nou ja, probleemloos. Mensen die aan het water wonen hebben de neiging hun tuinafval, want ja organisch, in het water te kukelen. En na een stormachtige dag of nacht kun je van alles tegenkomen, niet alleen grote rietpollen die zijn losgeraakt maar ook licht tuinmeubilair drijft met de stroom mee richting Waaiersluis. Het meeste is gelukkig zichtbaar maar een enkele keer word je toch nog verrast. Zeker als je geconcentreerd bezig bent en even vergeet in je spiegel te kijken…
Op de Rotte, waar we sinds de Lockdown regelmatig roeien, is er nog een ander gevaar. Zwemmers! En dan niet de puberale jeugd die al gillend in het water springt maar juist die stille zwemmers. Laatst kwam ik teruggeroeid uit Moerkapelle en zag in mijn spiegel twee oranje boeiballen liggen, een stukje uit de kant, dacht ik. Terwijl je roeit signaleren de hersenen wel onregelmatigheden, maar door de intensiteit van het roeien, lijkt het net alsof die signalering sluimerend, zeg maar gewoon vertraagd, binnenkomt. Bij mijn volgende blik in de spiegel zie ik wederom iets oranjes maar nu omhoog komen. Ik moet direct aan die flamingo’s denken die we in de winter op de Willem-Alexander Baan gezien hebben. Nu raak ik echt alert en kijk voor een derde keer. Dan zijn die oranje ballen opeens heel dichtbij. Ik hou acuut! Rechts en links van de boot zie ik twee triathlonzwemmers! Poeh!
Leve de Retrovision! ?
De Retrovision wordt ook wel ‘spionbril’ genoemd. Die is te vinden bij feestartikelenwinkels en bijvoorbeeld bij bol.com.
Foto’s Evelien Korving
Evelien Korving, geboren in 1963, roeit sinds de zomer van 2004. Voorheen waren judo, zwemmen, tennis, basketbal en wielrennen haar sporten. Maar bovenal: alpinisme. Als jong kind namen haar ouders haar mee de Alpen in. Dat leidde in de puberteit tot het volgen van klimcursussen en vanaf haar 18e tot het gidsen van groepen in de Alpen. Aan die klimpassie kwam een ongewild einde door een zware schouderblessure. Na de revalidatie daaraan, vooral door roeien bij RV Rijnland in Voorschoten, werd dit de nieuwe passie. Al in 2007 deed ze mee aan haar eerste FISA-Masters in Zagreb. Ze woont sinds 2015 aan de Hollandse IJssel in Gouda, en ook dáár kan geroeid worden.
Vandaag, terwijl ik dit schrijf, stond eigenlijk de Harlingen – Terschelling Roeirace op de agenda. Deze klassieker voor de sloeproeisport, deze ultieme race die iedere sloeproei(st)er minimaal één keer geroeid moet hebben, gaat vanwege de coronacrisis niet door. De HT is meer dan een race, het is een HT-weekend! Vanaf Hemelvaartsdag is de spanning al te voelen in Harlingen. Inschrijven, sloepen uit heel Nederland gaan te water, de laatste inkopen doen, ruim 1000 roeiers en bijbehorende fans die de haven bevolken. En op vrijdag na Hemelvaart gaan dan 140 sloepen de strijd met elkaar en met de Waddenzee aan! Een machtig spektakel van sloepen en volgboten, een armada onderweg naar Terschelling. De tocht kan heel zwaar zijn. Wind, stroming en golven maken de race tot de ultieme uitdaging. Er zijn vele edities geweest waarbij niet alle sloepen Terschelling haalden. En na de finish breekt een mooi lang weekend aan, want het overgrote deel van de deelnemers vertrekt pas zondag weer huiswaarts… Een weekend met een mooi roeiersfeest en verbroedering. Met tradities als bijkomen op het Groene Strand of Paal 8. Op zaterdag bungeeroeien in de haven, deze traditie is ontstaan in 2013 toen de HT op het laatst werd afgelast vanwege teveel wind.
Mijn laatste HT is alweer een paar jaar geleden. Na 16 maal Harlingen – Terschelling heb ik alles wel een keer meegemaakt op de Waddenzee, dus de laatste jaren ging ik mee als toeschouwer vanaf de VIP-boot. Wat het HT-weekend niet minder mooi maakt! Vandaag staat Facebook vol berichten van teams die heimwee hebben. Heimwee naar de HT die ze vandaag niet roeien, heimwee naar het sloeproeien, heimwee naar die mooie saamhorigheid. En met hetzelfde gevoel deel ik vandaag deze berichten via sloeproeienNL. We tellen de dagen af tot we weer mogen sporten met minder dan 1,5 meter afstand van elkaar. Zodat we weer kunnen trainen, en ons voorbereiden op de eerste race van 2020. Eén ding is zeker, dit zal een hele bijzondere race worden, want niet eerder zagen de sloeproei(st)ers elkaar zo lang niet. Wat een gave dag zal dat worden! Ik kijk er naar uit!! Nog een paar maanden geduld…
Archieffoto Harlingen – Terschelling
Kees Verweel, geboren in 1963, actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien.
Een van de vaste rituelen van een sportbestuurder is het dagelijks doornemen van de media: wie schrijft er wat over onze sport en waar gebeurt wat. Tegenwoordig is dat via een digitale clip-it service van alle media waar het woord KNRB, roeien of roeiverenigingen in voorkomt. Dus elke morgen om half zeven landt er een serie berichten op mijn kussen. Wat daar zoal tussen zit? Het zal jullie verbazen. Ik neem jullie even mee op een willekeurige dag: Hemelvaartsdag gisteren.
Bericht in de Eemsbode dat de gemeente moet besluiten over € 200.000 voor RV Neptunus. Doen lijkt me ?
Dirk Uittenbogaard die op amsterdam.nl vertelt dat ie in de lockdown trainde met z’n vriendin op z’n schouders. Gaat ’t jongen? Dit is je reinste relatietest!
Het Hart van Lansingerland schrijft dat er langs de Rotte, o.a. bij de Willem-Alexander Baan, kunstwerken staan. Dat wordt een rondje om.
Delta, het forum van de TUD Delft laat LAGA optekenen dan ze samen met andere Nederlandse roeiverenigingen nieuwe leden gaan werven. ‘Met elkaar willen we het roeien digitaal promoten’. Top-idee!
Op runtodream.com geeft sporthorlogeproducent Polar een inkijkje in zijn metadata: tijdens de lockdown sporten we meer en slapen we beter. Da’s toch een ander geluid dan NOC*NSF laat horen (die zeiden ‘1.7 miljoen minder mensen die sporten’). Huh?
Op FoKforum wordt ik verwezen naar een bijdrage over het programma ‘Op1’. Hé was daar iets over roeien dan? Loos Alarm: Een van de reaguurders heeft gereageerd met ‘Ga roeien’ en de nieuwsclip heeft die reactie er feilloos uitgepikt ☹ (zo krijg ik elke dag ook meldingen van allerlei beesten of onkruiden die zouden moeten worden uitgeroeid).
Op facebook nodigt de KNRB uit deel te namen aan het Webinar ‘Hebben we het over hetzelfde?’ door Martijn van Rossum. Interessant, leuk dat-ie dat nog een keer geeft. Zal ik het promoten? Niet nodig. Kwaliteit verkoopt zichzelf.
In wielerhaal.com vraagt de redactie roeier Tim Brys (versloeg een paar wielerprofs in de ContainerCup): Hoe komt een roeier – een Olympische weliswaar – aan zo’n fietsbenen? Tss… ga toch fietsen meneer de verslaggeverd.
Marieke Keijser zegt op Instagram dat ze veel energie haalt uit trainen: ‘ik vind roeien gewoon erg leuk!’ Eh… leuk voor ons!
Allsportsradiolive! Corné en Annika in de uitzending voor het Fonds Gehandicaptensport. Zometeen in de auto even luisteren.
Zo, het is 7.00 uur. We gaan dauwtrappen. Fijne dagen iedereen.
PS: belofte van vorige week nagekomen hoor. Ik heb zelf ook weer geroeid. Kijk toch eens was een prachtige luchten en ja het was heerlijk.
Foto Feike Tibben
Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.