In je eentje samen sporten

Door Feike Tibben | 31 juli 2020

Roeien is een sport waarbij een roeiboot met behulp van roeiriem vooruit gestuwd wordt. De roeiers kijken tegengesteld aan de vaarrichting. De boot levert het draaipunt voor de roeiriem’, stelt Wikipedia als definitie. Kortom: achterstevoren en met een draaipunt aan de boot, dat is essentie van de roeisport.
Maar terwijl de discussie speelt of het écht roeien niet vooral 2k in een acht, een tweezonder of skiff is (marathon-, coastal, oceaan- en sloeproeien zijn in mijn ogen allemaal volle broers en zussen, neven en nichten zo u wilt, van onze familie Achterstevoren-En-Met-Een-Hefboom) speelt zich nog wat anders af. Want voor wie goed kijkt ziet dat er in de sport- en ook in de roeiwereld meer aan de hand is dan alleen die nieuwe sportvormen. Er ontstaan ook allerlei nieuwe samensport-vormen. De belangrijkste aanbieder van de roeisport zijn de 122 roeiverenigingen in Nederland. Dat is het hart van de sport. Dit coronajaar is een zwaar jaar voor alle sport, maar in algemene zin kunnen we stellen dat het goed gaat met onze verenigingen: ze groeien in aantal en in omvang. Voorzover verenigingen voor uitdagingen staan is het: hoe houden we leden vast, hoe accommoderen we instroom en hoe zorgen we dat al die sporters in ons gebouw en de vloot passen. Er staat geen roeivereniging op omvallen, dat is bij andere sporten wel anders.

Naast die verenigingen ontstaan nieuwe vormen: de roeischool, de zelfsporter, de vriendengroep, de boat-share community. Commerciële roeischolen als TopRow spreken een steeds groter wordende groep sporters aan en op steeds meer plekken. Mensen die gewoon lekker willen sporten, misschien zelf maar tijdelijk (‘ik doe een roeicursus’), en zich niet willen binden aan de verplichtingen van een groep of van een club, maar wel willen genieten van samen sporten.

En dan hebben we de zelfsporter, degene die op zolder een ergometer heeft staan en zich daar op uitleeft. Die wil nog minder verplichtingen maar sporten op een manier en een tijdstip dat hem/haar uitkomt. Als we de leveranciers van coastal boten mogen geloven is er de afgelopen maanden een nieuwe groep zelfsporters opgestaan, namelijk mensen die een eigen coastal skiff hebben gekocht en zichzelf, zonder vereniging of instructeur, de roeisport eigen maken. Die willen niet de ellende van jarenlang oefenen, die pakken een iets stabielere boot, kijken een filmpje, en leren zichzelf.

Dan hebben we de vriendengroep. In de atletiek kent men het fenomeen ‘loopgroep’: mensen die regelmatig met elkaar afspreken om een eind te gaan rennen (niet zelden met prozaïsche namen als gRunn!, Droméas, ‘03’ of de Zandloper). Geen klassieke atletiekvereniging met een tartanbaan, kogelbak en discusring, maar gewoon lichtvoetig met gelijkgestemden elke week bij een café of parkeerplaats afspreken en van daar gaan rennen. In andere sporten als de voetballerij zie je ook zulke vriendenteams, geen vereniging, geen faciliteiten of ambitie behalve gewoon lekker sporten. In de roeisport zien we voorzichtige bewegingen deze kant op: Op Roei.nu lazen over de roei-nomaden aan de Rotte en op de Vecht en ook rond Coevorden roeit een groepje. Deze groepen hebben nog geen naam en presenteren zich nog niet als collectief, maar interessant genoeg om eens te volgen.

En dan is er nog het fenomeen boat-share community. Een andere naam kon ik er niet voor bedenken, want zo zie ik Dutch Coastal Rowing. Als je lid wordt van DCR heb je geen clubhuis of eigen water en ook geen roeivereniging in de klassieke zin. De DCR-boten liggen in Harlingen en Alphen aan den Rijn en varen vooral op zee. Via een soort hotelreserveringssysteem kun je de boot reserveren. Veel meer dan in het clubhuis of de soos delen zij hun passie, het open water, via activiteiten en social media.

Hoe moeten we die ontwikkelingen nu zien? Zijn dit bedreiging voor verenigingen? Gooien we met deze ontwikkelingen uiteindelijk de roeisport of de verenigingssport te grabbel?

Als vakantielectuur lever ik de komende weken een paar beschouwingen over vitale verenigingen.

Wordt vervolgd

Regel 1 bij Dutch Coastal Rowing: reddingsvesten aan

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van Feike hier.



OProeien toen ~ 1

Door Jan Op | 30 juli 2020

Ik, Jan Op den Velde, roeide toen ongekend lang, vijf jaren, voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag. De vergelijking tussen toen en nu zal, naar ik hoop, voor hetgeen nu in de roeiwereld geboden wordt (nog meer) waardering oogsten.

De wereld na de Tweede Wereldoorlog

Omdat de moffen onderwijs en studie tijdens de oorlog hebben lamgelegd en dreigen de bezittingen van onder andere (studenten)roeiverenigingen, in beslag te nemen, worden de boten elders verstopt. Dat is natuurlijk niet eenvoudig. Hoe krijg je een acht ongezien naar een daarvoor geschikte plek? Zulke ondernemingen moeten in de nacht plaats vinden, tijdens “Sperrzeit” (niemand mag ’s avonds en ’s nachts buitenshuis zijn. Daarop controleren moffenpatrouilles scherp).

Tijdens de oorlog bestaat al een distributiestelsel. Toen we bevrijd zijn is er gebrek aan vrijwel alles. Voedsel, kleding, brandstof, bouwmaterialen en meer. Vrijwel alles is alleen via distributiebonnen te verkrijgen. Zelfs kinderen zoals ik krijgen een distributiekaart. Natuurlijk wordt dit systeem langzaam afgebouwd. Maar als ik in 1949 in Delft aankom met de (door een familielid ingefluisterde) verplichting om corpslid te worden en te gaan roeien, zijn boter en vlees nog steeds “op de bon”. Als je je in het corps hebt ingevochten, moeten deze bonnen worden ingeleverd. Voor de maaltijden op de sociëteit zijn deze bonnen hard nodig.

Het plaatje is de “stamkaart”. De bonnen zijn een aanhangsel. Die knipte men er per stuk af wanneer nodig om deze bij aankoop in te ruilen [als er nog iets was].

Delft

Na met succes de groentijd te hebben overleefd is het tijd om je eventueel bij één of zelfs meer onder-verenigingen te melden. “Toneel”, “Apollo”, “Odin” en “Voetbal” en veel meer trekken mij niet aan. Ik moet mij op dringend advies bij “Laga” melden. Later blijkt dat een keuze te zijn die mij in de hoogste regionen van het roeien brengt. Een paar lekkere halen en je bent verkocht. Het Roei-virus is onuitroeibaar.

Wel eerst invechten bij Laga. Op de eerste dag staat de “raceroeierskamer” vol met kandidaten. Eerst wordt iedereen gewogen. Vervolgens worden vier kandidaten geplaatst bij een “coach”, Veelal een ouderejaars roeier die vaak zelf weinig van roeien heeft opgestoken maar even helpt om de aanwas de eerste beginselen van het roeien bij te brengen. Zoals o.a. het in- en uitstappen. En te beoordelen of “het nog wat kan worden”.

Wordt vervolgd


Jan Op den Velde (89) roeit bij Tromp. Niet meer in de boot, maar wel nog op de koffie met zijn ploeg. Hij roeide als student in Delft en in 1952 op de Olympische Spelen in Helsinki. Na zijn studie Civiele Techniek hield het roeien op tot hij in 1965 een ploeg coachte en met hen in de boot stapte om de Head te varen. Zo kwam hij terug in de roeiwereld en vervulde functies bij de Roeibond, in commissies, als kamprechter en wedstrijdleider.

Lees alle bijdragen van Jan Op den Velde hier.



Homebound

Door Marieke Bal, British Rowing | 28 juli 2020

Vanaf 1 augustus mogen in Engeland tweezonders en dubbeltweetjes het water weer op. Twee weken later de vieren en eind augustus de achten. Eindelijk! Wedstrijden liggen helaas nog niet in het vooruitzicht maar hopelijk kunnen er in het najaar toch een aantal plaatsvinden. Dit is erg belangrijk om te zorgen dat leden hun (RACE) lidmaatschap vernieuwen. Helaas ben ik al vertrokken uit Engeland voordat de restricties op het gebruik van sportscholen en meermansboten ingaat. Na meer dan zes maanden is het eindelijk tijd om naar ‘huis’ te gaan.

Ik woon al 7 jaar in Engeland dus ik krijg misschien iets vaker dan gemiddeld de vraag wat ik nu bedoel met thuis. Als student was Tilburg thuis. Met de logica dat waar je het meest was, ‘thuis’ zou zijn. Ik kon na de middelbare school niet wachten om te gaan studeren en vooral om op kamers te gaan, Zeeland uit! Ik vond het stoer om te zeggen dat Tilburg thuis was en bouwde daar een heerlijk leven op. In Shanghai en Sydney was ‘Nederland’ thuis. Ik miste sommige Nederlandse tradities, het eten en mijn vrienden en familie. Toch merkte ik na ongeveer een maand dat die plekken ook weer een thuis waren voor mij. Nu is West-London thuis. Ik breng daar de meeste tijd door. Ik ken alle koffietentjes, mijn werk zit daar en mijn roeivereniging.

Nu vragen mijn Engelse vrienden ‘Are you going home-home?’ en in Nederland krijg ik soms de vraag wanneer ik weer naar huis-huis kom. Heerlijk dat je zo met taal kan spelen en een keer duidelijk wordt wat je bedoelt. Home-home zal namelijk altijd Goes in Zeeland blijven. Waar ik ook ben. Met de jaren ben ik de stilte en uitgestrekte velden zelfs gaan waarderen. Vorige zomer op vakantie in Cornwall werd ik verliefd op dit stukje van Engeland met de kustlijn, velden en rust. Stiekem was ik gewoon in het Zeeland van Engeland (maar met heuvels). Ik ging daar op vakantie ook sloeproeien met prachtig uitzicht op St. Michael’s Mount. Iets wat ik donderdag hier hoop te doen met Kees Verweel en zijn ploeg op het Veerse Meer. Waar ik ook ben, er moet geroeid worden!

St Michael’s Mount, bij Penzance, Cornwall

Marieke Bal is Head of Membership bij de Britse Roeibond. Ze kwam in 2005 voor het eerst in aanraking met roeien toen ze lid werd van Tilburgse Studenten Roeivereniging Vidar en is sinds 2014 in een boot te vinden op de Thames in London. Momenteel maakt ze deel uit van de damessectie bij Tideway Scullers School. Lees alle bijdragen van Marieke Bal hier.



Trekkers. Trackers.

Of hoe een gesprek kan ontsporen…

Door Feike Tibben | 24 juli 2020

Afgelopen week had ik een gesprek waarbij het onderwerp kwam op de inzet van trekkers bij de roeisport. ‘Ik snap werkelijk niet wat trekkers nu voor meerwaarde kunnen bieden’, klonk aan de andere kant van de lijn, ‘dat hebben we toch niet nodig, dat is onze doelgroep niet en bovendien te lomp, te groot en te langzaam. Ik vind het ook niet passen in de stad. Geloof me daar krijgen we alleen maar gedoe van…etc.’.

En terwijl ik stevig van leer trok om hem te overtuigen besefte ik hoe we langs elkaar heen praatten.
Mijn gesprekspartner, wonend buiten de bebouwde kom en duidelijk met de actuele opwinding in de agrarische wereld in zijn hoofd, zag bij het woord trekkers ronkende tractoren en ander groot materieel bezwaailicht en wel demonstratief toeterend onze achten begeleiden langs de Amstel of Bosbaan, (wel een mooi beeld overigens!), een stevig oproer veroorzakend.

Nee, die trekkers bedoelde ik niet. Dat soort tractoren hoort toch meer bij schaatsen (dat blijft toch knap hoe onze collega’s zorgvuldig het beeld cultiveren van polderjongens en -meisjes die zo vanachter de koeien het ijs opstappen, de wereld aan gort schaatsen en dan stoïcijns op het eigen erf doorgaan met waar ze gebleven waren.) Die trekkers dus niet.

‘Ik bedoel trackers van track & trace’, antwoordde ik toen me de misvatting langzaam duidelijk werd. ‘Na de zomer gaan we bij een paar coastalwedstrijden testen wat de meerwaarde kan zijn van trackers, een simpel kastje in iedere boot dat aangeeft wat de positie is.’ Een zucht van verlichting klonk. Bij coastalwedstrijden op open water is het lastig de wedstrijd mee te maken. De boten worden al gauw stipjes en zelfs met verrekijkers wordt het vanaf de kant soms gokken wie zich waar bevindt in het veld. Net als bij zeilen is het een uitdaging om het walpubliek te laten meebeleven met de spanning op het water.

Onze sloeproeicollega’s hebben een mooi en betrouwbaar trackingsysteem ontwikkeld: sloepvolgen.nl waarbij ze de posities van boten continu in beeld hebben. Goed voor de veiligheid, handig voor de jury, maar vooral aantrekkelijk voor publiek. Dankzij goede contacten met hen gaan we dit voor het coastal roeien testen. Het eerste weekend in september in Rotterdam nog met een basic pakket, later in Muiden hopelijk ook gekoppeld aan camera’s, beeldschermen op de wal en misschien zelfs de gelegenheid om de wedstrijd coronaproof live te volgen vanuit je luie stoel thuis.

Ik droom weg. Hoe gaaf zou het zijn als je als kijker nog dichter op de roeiers kunt komen, dat je via camera’s aan boord de echte inspanning van iedere roeier ziet, dat je door meetgegevens nog nauwkeuriger ziet hoeveel vermogen wordt geleverd, leest hoe hoog de hartslagen zijn en hoe de actuele bootsnelheid is. Dat je op het puntje van je stoel, met elkaar in de clinch gaat liggen wie gaat winnen: ‘A want die gaat sneller’, ‘nee joh, B, want er moeten nog twee bochten en hun stuurman heeft meer bootgevoel’. Dat je terwijl je live kijkt, terwijl de wedstrijd aan de gang is, al virtuele klassementen kunt zien. Dat je…  afijn jullie snappen: ik zie kansen.

Ergens in Nederland wordt nu een groepje bêta-studenten wakker en gaat die droom waarmaken. Let maar op. Die sloepvolger zou wel eens een echte trekker kunnen worden.


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.

Lees alle bijdragen van Feike hier.



Spierpijn en blaren

Door Kees Verweel | 19 juli 2020

Net terug van een heerlijke training sloeproeien! Inmiddels mijn tweede training, en vandaag bijna tien kilometer aan de riemen gehangen. Wat hebben we dit toch gemist de afgelopen maanden, en wat is het weer lekker om met je team over het water te vliegen! Ik voel weer de spieren waarvan ik niet meer wist dat ik ze had, en ik heb weer ouderwets blaren omdat mijn handen te lang geen eelt gekweekt hebben. Heerlijk!

Vanochtend bespraken we ook eventuele deelname aan één of enkele races dit jaar. De ZwarteWaterRace en Grachtenrace Amsterdam berichtten afgelopen week dat deze races doorgaan. Uiteraard onder voorbehoud, en sowieso met aangepaste programma’s. We zouden eind augustus ook eventueel de Slag om Gent kunnen gaan roeien, vlak bij huis voor ons. Komende dagen gaan we bij de leden polsen wie wedstrijden wil roeien, zodat we – desnoods met een mixteam – nog wat wedstrijden mee kunnen pakken dit jaar. Voor de nieuwe leden is het ook goed om wedstrijdervaring op te doen, want dat is toch even anders roeien dan tijdens de trainingen.

Tegelijk hoop ik oprecht dat de wedstrijden ook door zullen gaan. Want ik lees de afgelopen dagen helaas dat in de landen om ons heen het aantal coronavirusbesmettingen weer toeneemt. In België tussen 9 en 15 juli een groei van maar liefst 61 procent. Men vreest daar voor een tweede golf. Ook in Frankrijk leeft het virus weer op, en het aantal besmettingen in Nederland is inmiddels weer op het niveau van een maand geleden, waarbij ons Zeeuwse Goes helaas ook het nieuws haalde vanwege een opleving van besmettingen. De ‘rode zones’ nemen weer snel toe in Europa.

Zeeland is nu overladen met toeristen uit eigen land, maar ook uit België en Duitsland, die blij zijn dat hier (nog) geen mondkapjesplicht is. Dus wat mij betreft is het niet de vraag of, maar wanneer ook wij weer te maken krijgen met aangescherpte maatregelen. Dus we moeten de komende weken maar zoveel mogelijk trainen, want het zou zomaar kunnen dat we straks weer tegen de kant moeten voor onbepaalde tijd…


Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien.

Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.



Eerste boot voor Tokyo bekend

Door Tom van der Wilt | 15 juli 2020

De eerste boot die volgend jaar op jacht gaat naar olympisch eremetaal in Tokyo is woensdag bekend geworden. De opstelling waarmee vorig jaar WK-zilver werd veroverd in de vierzonder blijft voorlopig gehandhaafd door bondscoach Josy Verdonkschot. Dat betekent dat tweevoudig olympisch medaillewinnares Carline Bouw geen plek heeft weten te bemachtigen in de prioriteitsboot aan de boordkant.

Op de Bosbaan werden de laatste weken diverse selectieraces gehouden in alle bootklassen. De vierzonder is de eerste van de vier boten die bekend is gemaakt. Veronique Meester, Ymkje Clevering, Karolien Florijn en Ellen Hogerwerf toonden zich op het water het snelste kwartet.

Zij mogen proberen om in oktober op het EK in Poznan hun verworven titel te prolongeren. Dat toernooi staat van 9-11 oktober op de rol. Of het kampioenschap doorgaat wordt eind deze maand beslist. 


In Dalfsen

Roei! was in Dalfsen, op bezoek bij Ins & Outs Rowing, de roeicoaches Nadine van Wijk en Rob Kluvers.

Dat was niet alleen horen maar ook voelen: vriendelijk doch overtuigend zetten Nadine en Rob de Roei!-redacteur in de boot. Lees het portret van Ins & Outs Rowing in het augustusnummer van Roei!.

Ze wezen ons ook op de instructiefilmpjes op hun website, waarvan er steeds meer komen. Dit is deel 1, de rest vind je nu en later op hun website.


En dit is de Roei!-redacteur op de Vecht, luisterend naar de aanwijzingen.