Bijlagen bij Roei! 39 | augustus 2020

Roei! 39 | pagina 4

Column van Hélène Fobler

Hélène liep in lockdowntijd elke dag een rondje. Vanaf 17 maart maakte ze elke dag vanaf ongeveer dezelfde plek een foto van de Rotte, van vlakbij de roeiloods van De Maas.
In dit filmpje zie je de planten en bomen groen worden en groeien. Er vliegt een reiger op, er komt een kanoër langs, verder is het stil.
Op het eind, eindelijk, na de aftiteling, roeit Hélène met haar ploeg voorbij.


Roei! 39 | pagina 45

Feike Tibben over de juniorencommissie

Zijn stuk vind je hier.


Roei! 39 | pagina 56

Philemon en Baucis in ’t Raboes

Wil je meer weten over het huis als een rots? En wil je de ontwerpen zien? Ga naar de website van de architect.

En dan is er nog het kleine huis op ’t Raboes, eigenlijk Summer House genaamd. Op de website van de architect kun je varianten van het ontwerp ontdekken. Het is de moeite waard daar een kijkje te nemen, want ze zijn een lust voor het oog.



OProeien toen – 4

Door Jan Op | 16 augustus 2020

Ik, Jan Op den Velde, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag. De vergelijking tussen toen en nu zal, naar ik hoop, voor hetgeen nu in de roeiwereld geboden wordt (nog meer) waardering oogsten.


De opleiding is zover gevorderd dat na het kerstreces traditiegetrouw al een Jonge Acht A kan worden geformeerd. Na thuis de oliebollen te hebben genoten, met de trein naar Delft en je tegen vijven in de raceroeierskamer melden. Een inmiddels behoorlijk uitgedund gezelschap wacht in spanning af wat hen boven het hoofd hangt.

Eerst de president met zijn visie over de huidige situatie en de hoge verwachtingen die het bestuur heeft. De eerstejaars wordt voorgehouden dat zij nu weliswaar nog steeds aanwezig zijn en in het gezelschap van de ouderejaars, maar dat er geen enkele reden is tot juichen. Als je geen 150% inspanning toont kan je eventueel alsnog volgend jaar weer aantreden.

Mijn carrière tot de kerstvakantie vertoont nogal wat mankementen. Er zijn al overnaadse en gladde lichte vieren met mannen van mijn lichting geformeerd. Rond Sinterklaas zit ik nog steeds in de smalle tub. Er gebeurt wel iets bijzonders. Ik krijg als coaches zeer ouderejaars met een succesrijk verleden.

En daar sta je dan op de dag dat het laatste oordeel zal worden geveld. Zou ik nog ergens in mee mogen varen? De hoofdcoach komt aan ’t woord. Eerst de ouderejaars met aan het hoofd de Oude Vier. Hoe bereik je deze allerhoogste eer? Ze zijn zeker in staat de hardste halen te maken.

Het is winter. In die jaren nog echt koud en overal ijs. “Bakken” kan wel want met de bakriem houd je het ijs in beweging. De nabijgelegen gasfabriek levert (afval)warm water. Klein stukje water voor de deur min of meer ijsvrij. De brede tub mag varen.

Dan de kandidaten. Twee Overnaadse Vieren. Mijn naam valt niet. Ik krimp zeker enkele centimeters. Lichte Vieren. Minder zorgelijk want mijn gewicht beperkt de toegang tot deze categorie. Jonge Vieren. Nee! Zijn ze mij vergeten? Of heb ik iets gemist toen we vorig jaar voor het laatst werden toegesproken? Dan komt de hoogste rang, de Jonge Acht A, ter sprake. De namen van de boegen zijn mij goed bekend. Wat hebben zij wel en ik niet? Dan wordt mijn naam toch nog genoemd. Ik ben bevorderd naar 6 in de Jonge Acht!! Niks Overnaadse Vier. Overgeslagen. Ik voel een soort hartritmestoornis.

Handschoenen? Trui? Lange gymbroek?  Aan watjes doen we niet. Hard worden hoort bij de opleiding. Nu niet voor te stellen!



De dagen worden korter

Door Feike Tibben | 21 augustus 2020

Wat me altijd opvalt als we zo eind augustus, begin september weer in ons normale ritme komen: het is net of iemand de voorbije weken stiekem de tijd heeft verdraaid. Voor de zomer hebben we oneindig lange zomeravonden, waar je rustig om acht uur of half negen nog even het water op kunt. Na de vakantie moet je opeens opletten om nog voor het donker terug te zijn. Een paar weken lang is het dan steeds meer proppen om nog aan het roeien toe te komen tussen werk en donker. En in deze coronatijden met vaste blokuren is het best lastig om nog gaatjes te vinden.

Steeds meer verenigingen lijken ervoor te kiezen om ook in het donker te varen.

Alfred Dijkstra van de commissie veiligheid van de KNRB heeft de aanpak van verschillende verenigingen op een rij gezet. Je ziet interessante verschillen die niet alleen te verklaren zijn uit verschillen in roeiwater. Ik laat er een paar de revue passeren

Er zijn heel leuke eisen. Zoals een vereniging die de meefietsende coach niet alleen verplicht tot het voeren van goede reguliere fietsverlichting (die het ook bij terugkomst in de loods moet doen!), maar deze ook opdraagt om een groen lampje mee te voeren. Ik vraag me af of er al een binnenvaartschipper hierdoor verward is geraakt en zijn schip de kade in heeft geboord.

De leukste? De eis dat het ‘alleen toegestaan is verlichting aan de boot te tapen met PVC (Heeres) tape’. Je gaat je toch afvragen wat de reden was van zo’n eis. Heeft iemand een keer de boel zo vastgemaakt dat de verlichting niet meer verwijderd kon worden? Is er een keer bij het lostrekken van de tape de hele huid meegetrokken? Vragen…

Wat levert zo’n vergelijking nou nog meer op? Er zijn verenigingen die eisen stellen aan roeiers. Dat mogen dan alleen scull2-roeiers, wedstrijdploegen of marathonroeiers zijn of het zijn ploegen met expliciete toestemming. Op de site is dan te lezen dat ‘Derozepekskes’, ‘Voortvarend’ en ‘Zonderdollen’ in het donker mogen varen. (Ik vermoed dat dat in Brabant zal zijn)

Andere verenigingen stellen juist eisen aan de stuur, in de vorm van een minimum-diploma

Weer andere stellen vooral eisen aan boten: alleen gestuurd, grotere nummers of alleen C-materiaal en wherry’s (dat zullen dan wel juist niet de wedstrijdploegen zijn)

Met of zonder coachboot, afhankelijk zijn van de grootte van het water en het al of niet aanwezig zijn van een fietspad

Zorgelijker is het verschil in eisen van kleding en verlichting: sommige verenigingen hebben geen kledingeisen, andere verplichten een wit of fluorescerend shirt. Op het gebied van verlichting is het echt bal. Een enkeling verwijst naar het BPR, maar veel vaker is er een eigen invulling, bijvoorbeeld: ‘rood licht op boeg, wit licht achterop’, of een simpel ‘goede verlichting is verplicht’. Huh?

Er lijkt een wereld te winnen in het donker.

Roeiverbod onder Hammersmith Bridge

Door Marieke Bal, British Rowing | 18 augustus 2020

Vakantie in Zeeland: roeien met Kees Verweel

Ditmaal wordt de column geschreven vanuit Nederland. Na twee weken vakantie ben ik vandaag weer begonnen met werken. In mijn inbox zitten veel positieve berichten die gaan over roeien in grote boten, wedstrijden en lidmaatschapscijfers die langzaam weer wat opkrabbelen. Ons voorstel voor het geleidelijk starten van lokale, regionale en dan landelijke competities ligt op dit moment bij DCMS (Department for Digital, Culture, Media & Sport) voor goedkeuring. Hopelijk kunnen we eind deze maand bekendmaken of ons voorstel goedgekeurd is. Vervolgens is het aan competities om een covid-19 veilig evenement te organiseren. Iets waar mijn team advies in zal gaan geven dus we leren met z’n allen erg veel bij over de veiligheidsmaatregelen.

De Return to Competitions geeft de roeiers ook een focus om naar een wedstrijd toe te trainen. In het najaar zijn de belangrijke nationale wedstrijden de Pairs Head, Fours Head en Scullers Head. Allemaal in London op de Thames over de ‘Championship Course’. Dat is de Boat Race afstand van 4,2 miles (6,8 km) maar bij deze wedstrijden wordt de afstand meestal andersom geroeid omdat je met de stroom mee wil racen (start in Chiswick – finish in Putney).

Het nieuws dat tijdens de vakantie binnenkwam via Whatsapp en Instagram dat Hammersmith Bridge (de mooie groene brug naast het British Rowing kantoor) op instorten staat was dan ook even schrikken. De brug is al tijden gesloten voor autos maar niet voor voetgangers en fietsers en zeker niet voor roeiers! De aanleiding tot de vele berichten was dat door de hitte de scheur in de brug nog groter is geworden, dus nu mag je er ook niet meer onderdoor roeien. Met 75 roeiverenigingen (ca. 9000 roeiers) op het drukste stuk roeiwater van het land was de reactie van iedereen te begrijpen. We hebben snel een update naar de roeiers gestuurd en mijn collega werkt nu met de council om dit op te lossen.

Een groot deel van de roeiers op de Tideway zijn scholieren en zij gaan in september eindelijk weer naar school en kunnen weer komen roeien. Helaas zal dat voor sommige betekenen dat ze enkel rondjes naar Hammersmith Bridge en terug kunnen varen van ongeveer 1,5 km (je mag alleen met specifieke toestemming voorbij Putney Bridge richting te stad roeien want daar is veel verkeer op de rivier). Al denk ik dat de meesten blij zullen zijn dat ze überhaupt weer naar school kunnen en mogen roeien!

Hammersmith Bridge | Foto Roei!

Marieke Bal is Head of Membership bij de Britse Roeibond. Ze kwam in 2005 voor het eerst in aanraking met roeien toen ze lid werd van Tilburgse Studenten Roeivereniging Vidar en is sinds 2014 in een boot te vinden op de Thames in London. Momenteel maakt ze deel uit van de damessectie bij Tideway Scullers School.
Lees alle bijdragen van Marieke Bal hier.



Het lockdownvoorjaar van Hélène

Hélène Fobler, bestuurssecretaris van de KNRB en lid van De Maas, schrijft in het augustusnummer van Roei!, dat binnenkort verschijnt, de column.

Zij liep in lockdowntijd elke dag een rondje. Vanaf 17 maart maakte ze elke dag vanaf ongeveer dezelfde plek een foto van de Rotte, van vlakbij de roeiloods van De Maas.

In dit filmpje zie je de planten en bomen groen worden en groeien. Er vliegt een reiger op, er komt een kanoër langs, verder is het stil.

Op het eind, eindelijk, na de aftiteling, roeit Hélène met haar ploeg voorbij.



OProeien toen ~3

Door Jan Op | 16 augustus 2020

Ik, Jan Op den Velde, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag. De vergelijking tussen toen en nu zal, naar ik hoop, voor hetgeen nu in de roeiwereld geboden wordt (nog meer) waardering oogsten.

De laatste wedstrijden in de jaren na de oorlog zijn de nationale kampioenschappen. Aan de hand van de uitslagen wordt door de Roeibond, gesteund door een bevriende commissie, besloten of er ploegen naar de Europese kampioenschappen kunnen worden afgevaardigd. Wereldkampioenschappen roeien bestaan niet. Lange reizen + materieel vrijwel onmogelijk. De Olympische Spelen wel. Alleen voor echte amateursporten. En het woord “sponsoren” is totaal onbekend. Alle deelnemers zijn amateurs. Het Olympisch Comité betaalt alles. Uiteraard niet alleen van de bescheiden contributie van de verenigingen. Allerlei inzamelingen, zoals onder andere een speciale loterij, moeten het benodigde kapitaal bijeenbrengen. Meer daarover later.

Weer terug naar de harde leerschool om de (roei-)haal perfect te kunnen uitvoeren. Uit de “brede” tub kan je worden gepromoveerd naar de “smalle”. Dan is het al november. Er zijn al veel kandidaten die het volgend jaar opnieuw mogen proberen de felbegeerde status van “raceroeier” te veroveren. Ik bevind me nog steeds in het selecte gezelschap van blijvers maar ik raak achter in de promotie. Een aantal collega’s gaat al in een overnaadse 4 te water. Met een echte stuurpik en een coach + toeter op de fiets.

Als je een “goede” coach wil zijn maak je gebruik van de “toeter”. Met luide stem aanwijzingen geven aan de leden van de bemanning betekent dat je een “goede” coach bent. Ook al begrijp je niet precies wat je wilt bereiken. Behalve dat er ”hard” moet worden getrokken. De meeste coaches hebben die boodschap meegekregen toen zij in het schuitje zaten. Veel meer dan “harde halen maken” bevat hun kennis niet.

Sommige coaches die naar Delft zijn gekomen om te studeren voelen zich genoodzaakt ook eens te bezien of er ergens een studieboek over roeien bestaat. Dat blijkt inderdaad het geval. Een oude Australiër, Fairbairn, heeft zijn inzichten over de techniek van het roeien op papier gezet. Bij gebrek aan iets anders wordt zijn leerboek een basis om de onschuldige leerlingen de fijne kneepjes bij te brengen

Een onderdeel van de haal, de inpik, krijgt nogal wat aandacht. Fairbairn vergelijkt het inpikken met het vliegen vangen. Ook de theorie dat het blad met de draairichting van een wiel-met-spaken mee contact met water moet krijgen, vindt aanhangers. Niemand lijkt zich in die tijd, voor, maar ook na de oorlog, te realiseren dat de lengte van de haal in het water dan aanmerkelijk wordt gereduceerd.